ECLI:NL:TADRSHE:2026:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSHE:2026:18 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 26-01-2026 |
| Datum publicatie: | 28-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-539/DB/LI |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 26 januari 2026
in de zaak 25-539/DB/LI
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 23 september 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 6 maart 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: “de deken”).
1.2 Op 12 augustus 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk K25-024 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 23 september 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Bij e-mail van 15 oktober 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 15 december 2025. Verschenen zijn klager en verweerster, bijgestaan door mr. W.A.M. van Rooij.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:
De voorzitter heeft een niet door klager geponeerde klacht beoordeeld. De voorzitter
ziet feiten die er niet zijn en is blind dan wel kijkt weg voor feiten die er wel
zijn. Verweerster, de deken en de voorzitter hebben zich bediend van leugens. De voorzitter
heeft ten onrechte geoordeeld dat de term “terreuracties” niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
was.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. P.A.M. Wijffels, voorzitter, mrs. M.J. Hoekstra , M.M.C. van de Ven, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 26 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 26 januari 2026