ECLI:NL:TADRSGR:2026:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-470/DH/DH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:192 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 19-08-2026 |
| Datum publicatie: | 26-08-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26-470/DH/DH |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Beleidsvrijheid |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen stamadvocaat in een Wvggz-procedure. Verweerster heeft gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. Ook heeft zij haar werkzaamheden niet op onzorgvuldige wijze neergelegd nadat een vertrouwensbreuk was ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 19 augustus 2026
in de zaak 26-470/DH/DH
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster
De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van 5 juni 2026 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) met kenmerk K131 2026 en van de op de inventaris genoemde bijlagen. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de aanvullende stukken van verweerster van 10 juni 2026.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Er is een zorgmachtiging als bedoeld in de Wvggz verleend ten aanzien van
klager. Ook is strafrechtelijke aangifte tegen hem gedaan. Verweerster heeft klager
bijgestaan als stamadvocaat in de Wvggz-procedure.
1.2 Op 30 januari 2026 heeft klager aan verweerster toegelicht waarom volgens
hem sprake was van een procedurefout, onder verwijzing naar het Varbanov-arrest, en
dat de Wvggz-beslissing volgens hem daarmee ongeldig zou zijn.
1.3 Verweerster heeft diezelfde dag telefonisch contact met klager gehad. Na
het gesprek heeft zij in een e-mail aan klager vastgelegd dat alleen een cassatieadvocaat
kan beoordelen of er gronden zijn voor een cassatieverzoek en zo’n verzoek namens
klager kan indienen. Verweerster heeft duidelijk gemaakt dat zij geen cassatieadvocaat
is, maar dat zij wel het dossier, de genomen beslissing en de e-mailcorrespondentie
wil doorsturen naar een cassatieadvocaat.
1.4 Op 25 maart 2026 heeft klager verweerster gevraagd waar hij een bezwaar kan
indienen tegen een dagvaarding van het openbaar ministerie. Klager heeft diezelfde
dag een bezwaarschrift gestuurd naar onder meer het Gerechtshof Den Haag.
1.5 Op 26 maart 2026 heeft klager aan verweerster gevraagd: “Komt er nog een
antwoord of moet ik een klacht over je indienen?” Diezelfde dag heeft hij aan verweerster
geschreven: “Dien mijn bezwaar schriftelijk in bij de griffier van de rechtbank, zie
mijn bezwaarschrift hierover per mail. Daarna mag je de lambada dansen.”
1.6 Diezelfde dag heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
1.7 Op 27 maart 2026 heeft verweerster aan klager geschreven:
“Gezien de dwingende en dreigende toon van uw correspondentie aan mij gericht en
ook aan de cassatieadvocaat is er een gebrek aan vertrouwen ontstaan. Ik kan u daarom
niet langer naar behoren bijstaan. Per heden heb ik derhalve verzocht om mij te schrappen
als uw stamadvocaat. Voor juridische bijstand door een andere advocaat voor verplichte
zorgzaken en uw strafzaak kunt u zich wenden tot het juridisch loket.”
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt
verweerster het volgende.
a) Verweerster heeft geweigerd om in een Wvggz-zaak een inhoudelijk argument
inzake het Varbanov-arrest in te dienen;
b) Verweerster heeft in het geheel niet gereageerd op klagers berichten om een
bezwaarschrift tegen de dagvaarding in een strafzaak in te dienen;
c) Verweerster heeft ongeoorloofd gehandeld door haar werkzaamheden voor klager
neer te leggen en hem met een lopende zorgmachtiging en dagvaarding te verwijzen naar
het Juridisch Loket.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna,
waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat.
Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk
onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de
vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt
de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de
zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd
door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene
professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk
bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Klachtonderdeel a)
4.2 Verweerster heeft aan klager toegelicht dat zij geen cassatieberoep kon instellen,
omdat zij geen cassatieadvocaat is. Wel heeft zij aangeboden om de kwestie voor te
leggen aan een cassatieadvocaat om te beoordelen of daarvoor wel mogelijkheden waren.
Daarmee heeft verweerster gehandeld zoals van haar mocht worden verwacht. Klachtonderdeel
a) is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdelen b) en c)
4.3 Verweerster heeft klager slechts bijstaan in de Wvggz-procedure als stamadvocaat.
Zij was niet gehouden om hem bij te staan in de strafzaak. Ook hoefde zij niet per
ommegaande te reageren op klagers berichten over het bezwaarschrift. Verweerster heeft
bovendien kort daarna laten weten dat zij haar werkzaamheden voor klager zou beëindigen
vanwege een vertrouwensbreuk. Niet is gebleken dat verweerster dat op onzorgvuldige
wijze heeft gedaan. Dat klager op zoek moest naar een nieuwe advocaat, maakt dat niet
anders. Verweerster heeft klager verwezen naar het Juridisch Loket en heeft hem daarmee
voldoende op weg geholpen. Klachtonderdelen b) en c) zijn kennelijk ongegrond.
BESLISSING
De voorzitter verklaart de klacht, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet,
kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 19 augustus 2026