ECLI:NL:TADRSGR:2025:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-237/DH/RO
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2025:234 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-11-2025 |
| Datum publicatie: | 19-11-2025 |
| Zaaknummer(s): | 25-237/DH/RO |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 17 november 2025 in de zaak 25-237/DH/RO
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad
van discipline van 11 juni 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 14 februari 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 9 april 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk R 2025/040 van
de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 11 juni 2025 heeft de voorzitter van de raad (hierna ook:
de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 13 juni
2025 verzonden aan partijen.
1.4 Op 13 juni 2025 heeft de raad van klager een verzetschrift en een aanvulling
hierop ontvangen.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 6 oktober 2025. Daarbij
waren klager en verweerster aanwezig.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift. Tevens heeft de raad kennis genomen van de door klager op
12 augustus 2025 nagezonden stukken.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
A – de voorzitter heeft feitelijke onjuistheden vermeld, namelijk dat klager
kennelijk niet de wens heeft dat verweerster verzoeken indient in door klager gestarte
procedures;
B – de voorzitter heeft de klacht ten onrechte als ‘algemeen’ aangemerkt;
C – de voorzittersbeslissing gaat volledig voorbij aan het centrale verwijt,
namelijk het schenden van een definitieve rechterlijke beslissing en het belang van
het kind. De voorzitter heeft ten onrechte niet getoetst of het opnieuw indienen van
het verzoek binnen door verweerster in acht te nemen grenzen viel.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager overigens
in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet
slagen. De feitelijke onjuistheden die klager heeft vermeld in verzetgrond A komen
niet terug in de voorzittersbeslissing en evenmin heeft de voorzitter geoordeeld dat
de klacht van klager ‘algemeen’ is (verzetgrond B). Het verzet ziet voor het overige
op beoordeling van de klacht door de voorzitter en niet op het door de voorzitter
gehanteerde toetsingskader (verzetgrond C). De voorzitter heeft bij de beoordeling
naar het oordeel van de raad de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden
met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarom hoeft in redelijkheid
niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is en wordt aan
een inhoudelijke (her)beoordeling niet toegekomen.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. A. van Luijck, voorzitter, mrs. A.N. Kampherbeek en M.F.H. Broekman, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 17 november 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 17 november 2025