ECLI:NL:TADRARL:2025:283 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-192/AL/MN
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2025:283 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-12-2025 |
| Datum publicatie: | 02-12-2025 |
| Zaaknummer(s): | 25-192/AL/MN |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzetbeslissing. Verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 1 december 2025
in de zaak 25-192/AL/MN
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 6 mei 2025 op de klacht van:
klager
over
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 8 mei 2023 heeft klager bij verweerster in haar gemelde hoedanigheid van deken een klacht ingediend over mr. S, de advocaat van zijn ex-echtgenote. Verweerster heeft een onderzoek ingesteld naar die klacht.
1.2 Bij brief van 1 november 2023 heeft verweerster haar visie op de klacht gegeven, inhoudende dat zij op basis van de over een weer ingenomen stellingen verwacht dat de tuchtrechter de klacht van klager ongegrond zal verklaren.
1.3 De klacht is door verweerster vervolgens ter kennis gebracht van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag. Bij beslissing van de voorzitter van die raad is de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft van die beslissing verzet ingesteld en bij beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 5 augustus 2024 is het verzet gegrond verklaard en is de klacht vervolgens ongegrond verklaard en ten aanzien van nieuw opgeworpen klachtonderdelen is klager niet-ontvankelijk verklaard.
1.4 Op 15 oktober 2024 heeft klager bij het Hof van Discipline een klacht ingediend over verweerster. Bij beslissing van diezelfde datum heeft de voorzitter van het hof de klacht voor onderzoek verwezen naar de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland.
1.5 Op 19 maart 2025 heeft de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) het klachtdossier met kenmerk Z 2383495/FB/SD van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland ontvangen.
1.6 Bij beslissing van 6 mei 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht ten aanzien van twee klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de overige klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Op 17 mei 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.7 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 3 oktober 2025 . Daarbij was verweerster aanwezig. Klager heeft kort voor de zitting laten weten abusievelijk naar Zutphen te zijn gereden in plaats van naar Zwolle en dat het hem niet meer lukt om op tijd in Zwolle te zijn.
1.8 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift en de bijlagen .
2 VERZET
De gronden van het verzet houden in dat klager het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. De beslissing miskent volgens klager de ernst van zijn klacht. De beslissing richt zich niet op de inhoudelijke beoordeling van een civiele procedure, maar op het optreden van de deken in de hoedanigheid als toezichthouder, aldus de klager. Het bezwaar van klager betreft de aantoonbare onjuiste en misleidende gedragingen van verweerster, het negeren van relevante en verifieerbare informatie en het wekken van de schijn van partijdigheid. Hij verzoekt de raad met klem om zijn klacht alsnog inhoudelijk te behandelen en de relevante gedragingen van de deken integraal te onderzoeken.
3 FEITEN EN KLACHT
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. Tegen de aldaar genoemde feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
4.4 In hetgeen klager in het verzet verder heeft aangevoerd gaat hij uitgebreid in op de inhoud van de klacht, maar aan een beoordeling daarvan komt de raad niet toe. De beoordeling in het verzet beperkt zich tot het kader zoals hiervoor onder 4.1 is vermeld.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M. Jansen , voorzitter, mr. G.N. Paanakker en mr. Y.M. Nijhuis, leden, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 december 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 1 december 2025