ECLI:NL:TADRAMS:2026:180 Raad van Discipline Amsterdam 26-052/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:180
Datum uitspraak: 07-09-2026
Datum publicatie: 11-09-2026
Zaaknummer(s): 26-052/A/A
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 7 september 2026
in de zaak 26-052/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 16 maart 2026 op de klacht van:

klaagster

over:

verweerder

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 21 augustus 2025 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2    Op 21 januari 2026 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2512951/EvR/AS van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 16 maart 2026 [in de beslissing staat per abuis 16 maart 2025] heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 16 maart 2026 verzonden aan partijen.
1.4    Bij e-mail van 16 maart 2026 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op diezelfde datum ontvangen.
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 20 juli 2026. Daarbij waren klaagster en verweerster aanwezig. 
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. 
1.7    Ook heeft de raad kennisgenomen van de door klaagster op 14 juni 2026 nagezonden stukken. 

2    VERZET
2.1    Klaagster heeft in verzet onderbouwd toegelicht waarom zij het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. Volgens klaagster is het een kortzichtige beslissing en kiest de voorzitter voor de makkelijke weg. Daarbij heeft de voorzitter volgens klaagster geen rekening gehouden met alle relevante feiten en zij vraagt de raad ook de gevolgen voor haar mee te wegen. 
2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op. 

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft - anders dan klaagster stelt - rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval, waaronder de gevolgen die klaagster heeft ondervonden, die overigens niet aan verweerster zijn toe te rekenen. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 


BESLISSING
De raad van discipline verklaart: 
-    het verzet ongegrond. 

Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, mrs. M. Bootsma en F.J.J. Baars, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2026.


Griffier    Voorzitter


Verzonden op: 7 september 2026