ECLI:NL:TADRAMS:2022:221 Raad van Discipline Amsterdam 22-756/A/NH
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2022:221 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 31-10-2022 |
| Datum publicatie: | 08-11-2022 |
| Zaaknummer(s): | 22-756/A/NH |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 31 oktober 2022
in de zaak 22-756/A/NH
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter)
heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement
Noord-Holland (hierna: de deken) van 20 september 2022 met kenmerk am/ss/1900161,
digitaal door de raad ontvangen op dezelfde datum, en van de op de inventarislijst
genoemde bijlagen 1 tot en met 9. Tevens heeft de raad kennisgenomen van de bij e-mail
van 17 oktober 2022 door klager nagezonden stuk.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier,
uit van de volgende feiten.
1.1 Klager heeft met ingang van 29 september 2021 een gemeubileerd appartement
gehuurd. Klager heeft vanaf het begin maandelijks een deel van de huursom ingehouden,
omdat volgens hem in het appartement spullen ontbraken.
1.2 In januari 2022 heeft de verhuurder klager laten weten dat de huurovereenkomst
met ingang van 28 februari 2022 zou worden beëindigd.
1.3 Klager heeft hierop eerst een andere advocaat ingeschakeld die namens klager
met de verhuurder heeft gecommuniceerd. Dit heeft echter niet tot een oplossing geleid.
1.4 Op 21 maart 2022 heeft klager zich tot verweerster gewend met het verzoek of
zij hem met spoed wilde bijstaan omdat op zeer korte termijn een ontruiming dreigde.
1.5 Bij e-mail van 21 maart 2022 heeft verweerster klager een opdrachtbevestiging
gestuurd. Hierin heeft verweerster een depot van € 2000,- gevraagd. Klager heeft dit
bedrag direct aan verweerster overgemaakt.
1.6 Bij e-mail van 21 maart 2022 (13:46 uur) heeft verweerster klager, voor zover
relevant, het volgende bericht gestuurd: “(…) You told me you talked to two other
lawyers already, but I didn't know you were represented by another lawyer already.
Before taking your case any further, I will have to have a conversation with your
(former) lawyer. (…)” Bij e-mail van 21 maart 2022 (17:23 uur) heeft klager hierop
geantwoord: “(…) Please may I ask why you want to speak to my former lawyer as he
is one who didn't want to fight for injustice and my rights. I don't have any problem
if you want to speak to him but I would rather you use the time on landlord. (…)”
1.7 Bij e-mail van 21 maart 2022 (17:23 uur) heeft klager verweerster naar aanleiding
van de opdrachtbevestiging nog het volgende bericht gestuurd: “(…) “The is an underlying
issue that I want to address and that is discrimination, constant harassment and bullying.
I have evidence of discrimination (…).” Bij e-mail van 23 maart 2022 (19:40 uur) heeft
klager verweerster hierover verder bericht: “(…) “I would also like you to make him
aware of discrimination against me. I have all the evidence. Although this can be
a separate case. But it is important for me to bring this to his attention. (…)” Bij
e-mail van 24 maart 2022 (10:23 uur) heeft verweerster klager als volgt geantwoord:
“(…) “I see no evidence of discrimination in the documents you send me and as I said,
I will only handle the rental part of your case. Discrimination is hard to proof and
hard to tackle. (…)” Bij e-mail van 24 maart 2022 (11:44 uur) heeft klager hierop
geantwoord: “UNDERSTOOD”
1.8 Verder heeft klager verweerster in zijn e-mail van 23 maart 2022 (19:40 uur)
bevestigd dat zij hebben afgesproken dat verweerster de verhuurder zou aanspreken
op het ontbreken van spullen, waarbij een matras en kussens, een sofa bed en meubels
voor op het terras de belangrijkste zaken waren. Klager schrijft in dat verband het
volgende: “(…) The absolute minimum acceptable terms – memory foam mattress and pillows,
sofa bed for 2 people for 2nd bedroom, furniture for the terrace. (…)” Bij e-mail
van 24 maart 2022 (12:28 uur) heeft verweerster klager in dat verband het volgende
meegedeeld: “(…) I Just had a long conversation with Nico [RvD: de verhuurder]. (…)
He is still willing to provide the mattress and the parasol. About the sofa bed, he
explained to me that you can either get the bed for two persons or the sofabed, not
both and he said that you said the sofabed is too small even for your guestroom. (…)
Like I told you, let's focus on the big stuff and be practical. What is most important
to you (double sofa bed, mattress, parasol and maintenance), we have to agree on specifics.
You will have to pay at least the rent you didn't pay (and I think the interest would
be fair) but not the fines and/or extra collection costs. (…)”
1.9 Ook heeft klager verweerster in zijn e-mail van 23 maart 2022 (19:40 uur) over
het door hem inhouden van een deel van de huur gevraagd het volgende te bevestigen:
“(…) As I want to make sure that I have understood our chat from earlier today correctly,
please will you confirm or correct me about the following: (…) From what you have
read, I am not justified in withholding partial rent even though landlord defaulted
on delivery of items agreed. (…)” Bij e-mail van 24 maart 2022 (10:23 uur) heeft verweerster
klager hierop geantwoord: “(…) True, you can ask a judge to diminish the rent, but
not do it yourself. (…)” In een tweede e-mail van diezelfde datum heeft verweerster
verder geantwoord: “(…) “This is not the correct way. You cannot withhold rent like
this. (…)”
1.10 Bij e-mail van 28 maart 2022 (16:24 uur) heeft klager verweerster geschreven:
“(…) Thank you for speaking with the landlord and I really appreciate your kind help
to try to make progress with the landlord. (…) Whilst an amicable solution would be
the best outcome for both parties, the landlord has made no attempt in the past to
offer any reasonable delivery on what was agreed. However, as per your advice, I am
willing to try this route again (…).”
1.11 Bij e-mail van 29 maart 2022 (11:34 uur) heeft verweerster klager laten weten
dat zij zich bij het schikken moeten richten op de grote zaken. Zij schreef hem in
dit verband het volgende: “(…) But, like I said, it’s important to focus on the big
stuff, because I’m not willing to let things go the wrong way on small stuff, because
we should always be able to explain our attitude to a judge if it would come to that.
(…)” Bij e-mail van 30 maart 2022 (15:09 uur) heeft klager verweerster, voor zover
relevant, geantwoord: “(…) As you would us to focus on the big stuff, I want to add
harassment and bullying and how to resolve the issue of lack of inventory list and
record of the state of property at the beginning of the tenancy to the list, too.
(…)” Bij e-mail van 30 maart 2022 (17:04 uur) heeft verweerster, voor zover relevant,
geantwoord: “(…) it seems you are not getting the message and we are drifting two
separate ways. Because I thought we agreed upon settling for the most important big
things, but out of your e-mail now again it seems you are adding things and want to
discuss all things (even them small things, as I explained already that it’s not worth
the time or the money and will not look good). If that is the case, we are not on
the same page on handling your case and I might not be able to represent you any further.
(…)” Bij e-mail van 30 maart 2022 (18:37) heeft klager, voor zover relevant, het volgende
geantwoord: “(…) This is what I want you to put on the table before we begin to negotiate.
1)Full lists (2) as already provided
2)Harassment and bullying (evidence already provided)
3)Share of legal costs
4)Solution to check in inventory and record of the state of the property at check
in.
I have never added anything extra (as you will see from all the correspondence. I
am asking for things that I am paying for). If you feel that this is beyond your duty
to care to your client then there is no point in continuing. (…)”
1.12 Bij e-mail van 31 maart 2022 heeft verweerster klager laten weten dat zij
zich aan de zaak onttrok. Zij schreef klager: “(…) l'm afraid there is indeed no point
in continuing as we clearly see things differently (and our e-mail correspondence
doesn't give me the confidence that our cooperation will be a successful one. lf you
want me to explain myself in person, I am more than willing to have a final telephone
conversation, if not that's also fine by me and I wish you all the best. Anyhow my
representation hereby ends. (…)”
1.13 Bij e-mail van 31 maart 2022 heeft klager over verweerster een interne klacht
bij het kantoor van verweerster ingediend.
1.14 Op 5 april 2022 heeft tussen klager en verweerster een gesprek plaatsgevonden.
Naar aanleiding van dit gesprek heeft diezelfde dag tussen klager en verweerster de
volgende e-mailwisseling plaatsgevonden: Verweerster schreef (11:29 uur): “(…) Thank
you for our conversation of this morning. I think it was a good thing to both express
our feelings. And though I get your point of view, it is again clear to me that our
visions as to handling your case are very different. You want me to start negotiations
by putting all items on your lists on the table (by asking the landlord when he will
deliver them) and the legal costs as well. Your complaint is that I am not willing
to do that, but only want to handIe the case in the way I think is in your best interest.
Your other complaint is that I am not willing to handIe the alleged harassment and
bullying of your landlord, which to you clearly follows from the documents you send
me (threatening with eviction). Please confirm that I understood your complaint correctly.
As we agreed I hereby send you a concept declaration as for my costs with a specification
on the time I spent until April 1st. (…)” Klager schreef (12:42 uur): “(…) Please
can you clarify something for me with reference to the billing. On the phone you said
that you would return half of the deposit €1000 but now I see that you want to keep
€1470. Please have you added extra time to cover your time for handling an internal
complaint? And please can you confirm that you have given me a choice to accept €1000
to close this case if waive the rights to an internal review and assessment of my
case? (…)” Verweerster schreef (14:30 uur): “(…) On the phone I let you know that,
in my opinion, your complaint is unjustified and unfounded, because it comes down
to a disagreement about how to proceed in your case. I also let you know that handling
your complaint costs me lot of time and money and I would therefore like to look for
a practical solution. I asked you if a solution could be me refunding you part of
your deposit, in which case you would drop your complaint and waive further complaints
and I would waive payment of the rest of the hours worked. (…)” Klager schreef (14:38
uur): “(…) I am not going to get into a slugging match with you. Please kindly return
€1000 asap. (…)” Verweerster schreef (14:42 uur): “If you confirm that by refunding
to you the amount of € 1000,- you wave all claims and complaints (also future ones),
I will see to it that the amount will be paid to your account as soon as possible
and I will waive payment of extra hours worked. (…)” Klager schreef (14:44 uur): “Please
first confirm when it will be refunded and by return I will confirm your terms and
condition.” Verweerster schreef (14:52 uur): “(…) lf you send me the message that
you accept my terms and conditions (waiving all claims and complaints also future
ones) the amount will be refunded to you today if you reply quickly, otherwise it
will be refunded tomorrow. (…)” Klager schreef (14:53 uur): “Done, confirmed.”
1.15 Op 6 april 2022 heeft verweerster een declaratie voor haar werkzaamheden aan
klager gestuurd.
1.16 Bij e-mail van 10 april 2022 heeft klager verweerster gewezen op haar verplichtingen
als advocaat.
1.17 Bij e-mail van 12 april 2022 heeft verweerster klager er nogmaals op gewezen
dat zij hem niet meer als advocaat bijstond: “(…) As we clearly have different views
on how your case should be handled, I can no longer meaningfully represent you as
your lawyer. This was the reason we mutually agreed to end our client-lawyer relationship,
I refer to your e-mail of March 30th and my reply of March 31st. Furthermore, there
is no longer a basis of trust which is necessary for a client-lawyer relationship.
I suggest you find yourself a new lawyer. (…)”
1.18 Op 22 april 2022 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster
het volgende.
a) Verweerster weigerde klagers wensen en instructies op te volgen;
b) Verweerster heeft de vertrouwensrelatie met klager geschonden;
c) Verweerster heeft het belang van klagers wederpartij behartigd in plaats van
klagers belang;
d) Verweerster wilde de zaak alleen op haar manier behandelen en toen dat niet
kon heeft zij de dienstverlening beëindigd, hetgeen kinderachtig en onprofessioneel
is;
e) Klager is het niet eens met de declaratie die verweerster klager heeft gestuurd;
f) Verweerster heeft klager nooit om een identiteitsbewijs gevraagd, hetgeen wel
wettelijk verplicht is.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna,
waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 De voorzitter neemt bij de beoordeling van de klacht als uitgangspunt dat,
gezien het bepaalde in artikel 46 Advocatenwet, de tuchtrechter mede tot taak heeft
de kwaliteit van de dienstverlening te beoordelen indien daarover wordt geklaagd.
Bij deze beoordeling geldt dat de tuchtrechter rekening houdt met de vrijheid die
de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop de advocaat een zaak behandelt
en met de keuzes waar de advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te
staan. De vrijheid die de advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop de advocaat
een zaak behandelt en de keuzes waarvoor de advocaat kan komen te staan zijn niet
onbeperkt, maar worden begrensd door de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer
in de uitvoering van die opdracht mogen worden gesteld en die met zich brengen dat
zijn werk dient te voldoen aan datgene wat binnen de beroepsgroep als professionele
standaard geldt. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid
die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden
mag worden verwacht (zie Hof van Discipline 5 februari 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:32).
Daarbij wordt opgemerkt dat binnen de beroepsgroep wat betreft de vaktechnische kwaliteit
geen sprake is van breed gedragen, schriftelijk vastgelegde professionele standaarden.
Het hof toetst daarom of de advocaat heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van
een redelijk bekwame en redelijke handelende advocaat in de gegeven omstandigheden
mag worden verwacht. (HvD 3 april 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:80).
Klachtonderdeel a)
4.2 In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij weigerde klagers
wensen en instructies op te volgen. Volgens klager heeft verweerster klager niet goed
bijgestaan. Zij heeft klagers rechten als huurder niet beschermd. Verweerster heeft
de verhuurder niet verteld dat er geen juridische gronden zijn om klager het appartement
uit te zetten. Verweerster wilde de verhuurder niet wijzen op het feit dat sprake
was van pesterij, intimidatie en discriminatie. Verweerster heeft de verhuurder niet
aangesproken op de in het appartement ontbrekende spullen of geprobeerd huurverlaging
te regelen als de spullen niet geleverd zouden worden. Hiermee heeft verweerster afgeweken
van klagers wensen en weigerde zij klagers instructies op te volgen. indien verweerster
niet bereid was klagers instructies uit te voeren, had verweerster de dienstverlening
moeten stoppen voordat de aanbetaling was gedaan.
4.3 De voorzitter overweegt dat het verweerster niet tuchtrechtelijk valt te verwijten
dat zij niet (alle) instructies en wensen van klager heeft uitgevoerd. Verweerster
is als advocaat onafhankelijk en dient bij de behandeling van de zaak de leiding te
nemen. Zij dient te bepalen met welke aanpak de belangen van haar cliënt het beste
gediend zijn, haar strategische keuzes met klager te bespreken en hem erop te wijzen
wanneer zijn wensen of instructies niet haalbaar zijn. Het is de voorzitter niet gebleken
dat verweerster hierin naar klager toe tekortgeschoten is. Uit de gedingstukken -
en in het bijzonder het verweer van verweerster - volgt genoegzaam dat op het moment
dat verweerster namens klager met de verhuurder in gesprek ging, de ontruiming geen
heet hangijzer meer was, nu er geen titel was voor ontruiming en het moment dat de
ontruiming zou plaatsvinden al was verstreken. Verder heeft verweerster klager aan
het begin van haar dienstverlening bij e-mails van 21 maart 2022 (17:23 uur) en 24
maart 2022 (10:23 uur) direct laten weten dat zij zich slechts zou bezighouden met
het huurrechtelijk aspect van klagers zaak en dat zij discriminatie als grondslag
niet haalbaar achtte. Klager heeft hierop op 24 maart 2022 (11:44 uur) geantwoord
dit te hebben begrepen. Klagers verwijt dat verweerster geen melding heeft gemaakt
van alle ontbrekende zaken in het appartement houdt ook geen stand. Uit klagers e-mail
van 23 maart 2022 (19:40 uur) blijkt dat klager en verweerster hebben afgesproken
dat verweerster de verhuurder zou aanspreken op het ontbreken van spullen, waarbij
een matras en kussens, een sofa bed en meubels voor op het terras de belangrijkste
zaken waren. Blijkens verweersters e-mail van 24 maart 2022 (12:28 uur) aan klager
heeft verweerster deze zaken ook besproken met de verhuurder. Tot slot slaagt klagers
verwijt niet dat verweerster, indien zij niet bereid was klagers instructies uit te
voeren, de vertegenwoordiging had moeten stoppen voordat de aanbetaling was gedaan.
Uit de gedingstukken blijkt dat klager de aanbetaling voor aanvang van de werkzaamheden
al aan verweerster had betaald. Pas in de loop van de behandeling van de zaak is tussen
klager en verweerster een verschil van mening ontstaan over de wijze waarop de opdracht
moest worden uitgevoerd. De voorzitter komt gelet op deze omstandigheden dan ook tot
de slotsom dat klachtonderdeel a) kennelijk ongegrond is.
Klachtonderdeel b)
4.4 In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij de vertrouwensrelatie
met klager heeft geschonden door contact op te nemen met klagers vorige advocaat.
Daarvoor heeft klager nooit toestemming gegeven. Als verweerster het met de strategie
van klagers vorige advocaat eens was, dan had verweerster de dienstverlening meteen
moeten staken. Als klager de strategie van zijn vorige advocaat niet accepteerde dan
wil hij immers ook niet dat verweerster dezelfde strategie hanteert.
4.5 Naar het oordeel van de voorzitter slaagt dit klachtonderdeel niet. Uit het
klachtdossier komt naar voren dat verweerster in haar opdrachtbevestiging te kennen
had gegeven dat zij contact wilde opnemen met klagers vorige advocaat. Bij e-mail
van 21 maart 2022 (17.23 uur) heeft klager verweerster bericht dat hij dat geen probleem
vond, maar dat hij liever zag dat verweerster haar tijd aan de verhuurder zou besteden.
Gelet hierop heeft verweerster er uiteindelijk voor gekozen toch geen contact op te
nemen met klagers vorige advocaat alvorens de zaak in behandeling te nemen. Klachtonderdeel
b) is dan ook kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel c)
4.6 In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij het belang van klagers
wederpartij heeft behartigd in plaats van klagers belang. Verweerster heeft uit eigen
beweging besloten met de verhuurder over een schikkingsvoorstel te praten. Dit voorstel
was volledig in het voordeel van de verhuurder. Zo moest klager de door hem ingehouden
huur met rente aan de verhuurder terugbetalen. Klager begrijpt niet waarom hij huur
zou moeten betalen als de verhuurder het appartement niet juist heeft opgeleverd.
Klager heeft de indruk dat verweerster onder één hoedje speelde met de verhuurder,
die zij ook direct bij voornaam noemde en met wie zij al een schikkingsvoorstel had
gesloten voordat zij de inhoud hiervan met klager had afgestemd.
4.7 De voorzitter overweegt dat het klachtdossier geen aanknopingspunten biedt
voor de juistheid van klagers stellingen. Allereerst volgt uit de overgelegde correspondentie
dat verweerster na overleg met klager en dus niet op eigen initiatief de verhuurder
heeft benaderd om te bezien of de zaak geregeld kon worden. Uit de e-mail van klager
aan verweerster van 28 maart 2022 (16:24 uur) blijkt dat klager met het beproeven
van een schikking heeft ingestemd. Ook uit het feit dat verweerster het redelijk vond
om de door klager ingehouden huur aan de verhuurder terug te betalen, kan niet de
conclusie worden getrokken dat verweerster de belangen van de verhuurder in plaats
van klagers belangen heeft behartigd. Verweerster heeft dit geadviseerd omdat klager
wettelijk niet gerechtigd was om op deze manier een deel van de huur in te houden.
Dat heeft verweerster klager ook in haar e-mails van 24 maart 2022 uitgelegd. Tot
slot biedt het klachtdossier op geen enkele wijze grondslag voor klagers verwijt dat
verweerster al een overeenkomst met de verhuurder had gesloten zonder dat eerst met
klager te hebben afgestemd. Dat verweerster de verhuurder bij zijn voornaam aansprak,
acht de voorzitter verder niet terzake dienend. Klachtonderdeel c) is dan ook kennelijk
ongegrond.
Klachtonderdeel d)
4.8 In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij de zaak alleen op
haar manier wilde behandelen. Klager vindt het kinderachtig en onprofessioneel dat
verweerster de samenwerking met klager heeft beëindigd omdat zij de zaak niet op haar
manier kon behandelen.
4.9 De voorzitter overweegt het volgende. Uitgangspunt is dat het een advocaat
vrij staat om de werkzaamheden voor een cliënt te staken indien komt vast te staan
dat tussen de advocaat en cliënt geen vertrouwen meer bestaat over de behandeling
van de zaak. De advocaat dient daarbij zorgvuldig te werk te gaan en moet ervoor waken
dat de belangen van de cliënt niet onevenredig worden geschaad. Verweerster heeft
toereikend onderbouwd dat tijdens de behandeling van de zaak een verschil van inzicht
was ontstaan over de wijze waarop de opdracht moest worden uitgevoerd. Verweerster
stond niet achter de door klager voorgestelde wijze van aanpak van de zaak en achtte
deze aanpak ook niet in klagers belang. Verweerster zag dan ook geen andere mogelijkheid
dan zich aan de zaak te onttrekken. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster
de belangen van klager hierbij onevenredig heeft geschaad of anderszins onzorgvuldig
heeft gehandeld. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake, zodat klachtonderdeel
d) kennelijk ongegrond is.
Klachtonderdeel e)
4.10 In dit klachtonderdeel stelt klager het niet eens te zijn met de declaratie
die verweerster klager heeft gestuurd. Volgens klager heeft hij voor niets veel geld
aan verweerster betaald en wil hij gedeeltelijke terugbetaling van het geld. Nadat
klager op 5 april 2022 had aangegeven dat hij bij verweersters kantoor een klacht
over verweerster wilde indienen ontving klager de conceptdeclaratie van verweerster.
Verweerster had 7 uur in rekening gebracht en het totaalbedrag van de declaratie was
€1.470, - ex. btw. Verweerster heeft 4,3 uur op “studie” geschreven, terwijl het klager
duidelijk was dat verweerster zijn e-mails aan haar en de documenten die hij haar
heeft toegestuurd, niet goed heeft gelezen. Volgens klager heeft verweerster het aantal
uren op de factuur verhoogd nadat verweerster had vernomen dat klager een interne
klacht tegen haar ging indienen. Daarmee zou de tijd gedekt zijn die verweerster aan
de interne klacht zou besteden. Verweerster heeft klager aangeboden in plaats van
het volledige bedrag van € 1.470,- ex. btw, een bedrag van € 1.000,- incl. btw te
betalen, indien klager afzag van het indienen van een klacht. Dit aanbod heeft klager
geaccepteerd. Klager vraagt zich echter af waarom verweerster de interne klacht wilde
afkopen als zij er zeker van was dat zij haar werk goed had gedaan.
4.11 Verweerster heeft aangevoerd dat zij de uren die verweerster bij klager in
rekening heeft gebracht daadwerkelijk heeft gemaakt. Zij heeft klagers dossier wel
degelijk bestudeerd. Zij heeft haar declaratie uiteraard niet aangepast om daarin
tijd te verwerken die zij zou besteden aan klagers interne klacht. Aangezien verweerster
een tijdrovende klachtprocedure voorzag en met klager tot een regeling wilde komen,
heeft zij - hoewel klagers klacht onterecht was - met klager de afspraak gemaakt haar
declaratie naar beneden bij te stellen naar €1.000,- incl. btw. Verweerster betreurt
het dat klager zich niet aan zijn afspraak heeft gehouden en alsnog een klacht tegen
haar heeft ingediend.
4.12 De voorzitter overweegt dat de tuchtrechter niet bevoegd is een oordeel te
geven over declaratiegeschillen, tenzij sprake zou zijn van excessief declareren.
In geval van excessief (buitenproportioneel) declareren, is er sprake van zeer hoge
declaraties waarbij geen, althans onvoldoende werkzaamheden aannemelijk worden gemaakt
die dergelijke declaraties rechtvaardigen. Van dit laatste is op basis van de stukken
niet gebleken. Voor zover klager stelt dat verweerster het aantal uren op de declaratie
zou hebben verhoogd nadat zij had vernomen dat klager een interne klacht over haar
zou indienen, overweegt de voorzitter dat klager zijn stelling hierover tegenover
verweersters gemotiveerde verweer op geen enkel wijze heeft onderbouwd. Tot slot kan,
anders dan klager stelt, uit het feit dat verweerster zich bereid heeft getoond om
haar declaratie te verlagen niet de conclusie worden getrokken dat zij haar werk niet
goed zou hebben gedaan. Verweerster heeft in haar e-mailwisseling met klager op 5
april 2022 duidelijk te kennen gegeven dat zij met haar aanbod een langslepende klachtprocedure
wilde voorkomen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster is niet
gebleken. Klachtonderdeel e) is dan ook kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel f)
4.13 In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij hem niet om een
identiteitsbewijs heeft gevraagd, hetgeen wel wettelijk verplicht is.
4.14 Verweerster erkent dat zij dit niet heeft gedaan. Zij heeft toegelicht dat
klagers zaak op haar kantoor binnenkwam als een spoedkwestie, omdat klager de volgende
dag zou worden ontruimd. Omdat klager was doorverwezen door een bevriend kantoor waar
klager reeds lang cliënt was, bestond geen twijfel over klagers identiteit en is identificatie
inderdaad achterwege gebleven. Verweerster meent dat dit wellicht beter had gekund
en gemoeten, maar het betrof een incident. Volgens verweerster is klager door het
ontbreken van de identiteitscheck niet in zijn belangen geschaad.
4.15 De voorzitter overweegt dat hoewel juist is dat een advocaat de identiteit
van zijn of haar cliënt dient te verifiëren, het achterwege blijven van een dergelijke
verificatie niet zonder meer leidt tot verwijtbaar handelen. Verweerster heeft afdoende
toegelicht waarom in dit specifieke geval identificatie niet heeft plaatsgevonden.
De voorzitter acht verweersters handelen in de geschetste omstandigheden niet tuchtrechtelijk
verwijtbaar. Klachtonderdeel f) is dan ook kennelijk ongegrond.
4.16 Op grond van het voorgaande zal de voorzitter, met toepassing van artikel
46j Advocatenwet, de klacht in zijn geheel kennelijk ongegrond verklaren.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk
ongegrond.
Aldus beslist door mr. C. Kraak, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2022.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 31 oktober 2022