ECLI:NL:TACAKN:2026:62 Accountantskamer Zwolle 26/403 Wtra AK
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2026:62 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 03-07-2026 |
| Datum publicatie: | 10-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 26/403 Wtra AK |
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: | Klacht ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Ongegronde klacht; mondelinge uitspraak. Betrokkene heeft in opdracht van een gemeente een feitenonderzoek verricht (persoonsgericht onderzoek). Betrokkene heeft geen aanleiding hoeven zien om klager in de gelegenheid te stellen voor wederhoor, omdat hij niet het object van onderzoek was. De persoonsgegevens waren in een eerdere versie van het Memorandum ontoereikend zwartgelakt. Toen betrokkene daarmee werd geconfronteerd, heeft hij alles in het werk gezet om te voorkomen dat deze versie verder verspreid zou worden. Geen strijd met vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. |
ACCOUNTANTSKAMER
PROCES-VERBAAL van de op 3 juli 2026 gehouden openbare zitting van de Accountantskamer mede bevattend de UITSPRAAK (als bedoeld in artikel 38 lid 5 van de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra)) in de zaak met nummer 26/403 Wtra AK van
X
wonende te [plaats1]
K L A G E R
t e g e n
Y
registeraccountant
kantoorhoudende te [plaats2]
B E T R O K K E N E
Tegenwoordig zijn:
- mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter
- mr. G.F.H. Lycklama à Nijeholt en mr. D. van den Berg, rechterlijke leden
- C.M. Verdiesen AA en A.M.H. Homminga AA, leden-accountant
- mr. C.J.H. Terwal, secretaris.
Na uitroeping van de zaak zijn klager en betrokkene beide in persoon verschenen.
1. De beoordeling
1.1. Betrokkene heeft in opdracht van de gemeente [plaats1] een ‘beknopt feitenonderzoek’ verricht met betrekking tot een aantal specifieke aspecten inzake de aanleg van het zogeheten snelfietspad tussen [plaats3] en [plaats4]. Zijn bevindingen heeft betrokkene vastgelegd in een Memorandum. Volgens klager heeft betrokkene bij de uitvoering van dit onderzoek in strijd gehandeld met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels uit de Verordening Gedrags- en Beroepsregels voor Accountants (VGBA).
1.2. Tijdens de mondelinge behandeling heeft klager desgevraagd bevestigd dat hij betrokkene het volgende verwijt:
1. Betrokkene heeft het Memorandum niet aan klager voorgelegd om gelegenheid te bieden voor wederhoor.
2. Het Memorandum is niet objectief tot stand gekomen.
3. Ondanks de tekortkomingen in het Memorandum heeft betrokkene geen maatregelen getroffen, waardoor sprake is van schade (reputatieschade en schade in de rechtspositie).
4. Betrokkene is onzorgvuldig omgegaan met de persoonsgegevens in het Memorandum.
1.3. De Accountantskamer heeft na de behandeling van de klacht op de zitting onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
1.4. Aan de beslissing liggen de volgende overwegingen ten grondslag.
Klachtonderdeel 1. Geen wederhoor.
1.4.1. De opdracht die betrokkene heeft verricht – het verrichten van een feitenonderzoek – betreft een zogenaamde ‘overige opdracht’, waarop geen Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (NV COS) van toepassing zijn. Betrokkene is, zo volgt uit zijn opdrachtbevestiging en communicatie met anderen, van de toepasselijkheid van de NBA-Handreiking 1112 uitgegaan, die handelt over Persoonsgericht onderzoek. Onder een Persoonsgericht onderzoek wordt verstaan de aan een accountant verleende opdracht waarvan het object bestaat uit het functioneren, handelen of nalaten van een (rechts)persoon, voor de uitvoering waarvan werkzaamheden met een verifiërend karakter worden verricht, onder andere bestaande uit het verzamelen en analyseren van al dan niet financiële gegevens en het rapporteren van de uitkomsten. Volgens de NBA-Handreiking en vaste rechtspraak wordt de persoon of worden de personen op wie het onderzoek is gericht in beginsel gehoord. Betrokkene heeft het Memorandum niet aan klager voorgelegd om hem gelegenheid te bieden voor wederhoor.
1.4.2. In dit geval is de Accountantskamer van oordeel dat klager geen object van onderzoek is geweest voor wat betreft de opdracht die aan betrokkene is verleend. Dat ontleent de Accountantskamer aan de opdrachtbrief van 18 maart 2023, waarin de opdracht die de gemeente [plaats1] aan betrokkene heeft gegeven is bevestigd. Er is gevraagd om een beknopt feitenonderzoek met betrekking tot enkele specifieke aspecten met betrekking tot de aanleg van het snelfietspad tussen [plaats3] en [plaats4]. Dat is als volgt toegelicht: ‘De bredere aanleiding tot het door de gemeente [plaats1] gedane verzoek – zo staat in het Memorandum – wordt gevormd door de al vele jaren heersende onrust in een deel van [plaats1] [gebied1]. Een specifieke aanleiding is gelegen in diverse wel of niet uitgesproken of gedocumenteerde, maar onmiskenbaar in [plaats1] rondgaande geruchten dat de gemeente [plaats1], door wie ook vertegenwoordigd, heimelijke en/of niet-zakelijke afspraken zou hebben gemaakt — of nog zou willen of moeten maken — tegen de achtergrond van de bestuurlijke noodzaak om (extra) vaart te maken met het traject richting de realisatie van het zogenoemde snelfietspad tussen [plaats4] en [plaats3]’. Ter zitting heeft betrokkene bevestigd dat de gemeente [plaats1] het object was van zijn Persoonsgericht onderzoek.
1.4.3. Gaandeweg de uitvoering van het onderzoek is het betrokkene gebleken dat een aantal personen was betrokken bij de feiten met betrekking tot de geruchten die rondgingen in [plaats1]-[gebied1], waaronder [A] en [B] tussen wie een conflict was ontstaan. Die personen zijn uiteindelijk wel benaderd voor hoor en wederhoor[1]. Het is aan de accountant om te bepalen wie hij gelegenheid biedt voor hoor en wederhoor bij de vaststelling of hij een voldoende deugdelijke grondslag heeft voor zijn rapport. Betrokkene heeft de professionele afweging gemaakt en naar het oordeel van de Accountantskamer ook mogen maken dat klager, niet zijnde het object van onderzoek, niet is benaderd voor wederhoor.
1.4.4. De Accountantskamer heeft verder overwogen dat betrokkene ook geen gerechtvaardigde verwachting heeft gewekt bij klager dat hij in de gelegenheid zou worden gesteld om zijn visie op het Memorandum met betrokkene te delen in het kader van wederhoor. Betrokkene heeft steeds de nodige voorbehouden gemaakt. Zo staat in de opdrachtbrief dat hij gesprekspartners ‘in beginsel’ deze gelegenheid biedt. Ook in de uitnodiging aan klager voor het gesprek dat hij op 4 juli 2023 heeft gevoerd met betrokkene staat dat ‘waar aan de orde’ een wederhoorgesprek volgt.
1.4.5. Klachtonderdeel 1 is ongegrond.
Klachtonderdelen 2 en 3. Gebrek aan objectiviteit en het nalaten maatregelen te treffen.
1.4.6. De Accountantskamer stelt voorop dat deze tuchtprocedure er niet toe strekt om de inhoud van een rapport, opgesteld door de accountant, of de wijze van totstandkoming opnieuw en integraal te onderzoeken. Beoordeeld dient te worden of de accountant bij het opstellen van zijn Memorandum in strijd heeft gehandeld met de voor hem geldende beroeps- en gedragsregels.
1.4.7. Klager onderbouwt zijn stelling dat betrokkene in strijd heeft gehandeld met het fundamentele beginsel van objectiviteit slechts met het verwijt dat betrokkene een bijlage, opgesteld door [A], heeft gevoegd bij het Memorandum. In voetnoot 10 van het Memorandum staat het volgende: ‘[Y] heeft geen mening bij de diverse persoonlijke annotaties van [voornaamA]. Voor wat betreft de verschillende procedures als zodanig lijkt het overzicht compleet’. Het is daarmee naar het oordeel van de Accountantskamer voor de gebruiker van het Memorandum volstrekt helder dat in de bijlage geen gegevens zijn opgenomen die betrokkene heeft onderzocht. Het overzicht lijkt bovendien compleet; klager heeft niets naar voren gebracht waardoor aan de daarin opgenomen feiten moet worden getwijfeld. Uit het opnemen van deze bijlage kan de Accountantskamer niet afleiden dat sprake was van een belangenverstrengeling of -tegenstelling of dat anderszins de objectiviteit van betrokkene bedreigd werd. Daarom is de Accountantskamer ook van oordeel dat er geen sprake is van een tekortkoming bij de inhoud of totstandkoming van het rapport, die betrokkene noodzaakte om maatregelen te treffen. Dat sprake is van aan betrokkene te wijten (reputatie)schade, zoals klager stelt, kan de Accountantskamer niet vaststellen.
1.4.8. Klachtonderdelen 2 en 3 zijn ongegrond.
Klachtonderdeel 4. Onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens.
1.4.9. Het Memorandum is door de burgemeester van de gemeente [plaats1] gedeeld in een kleine kring personen per e-mail van 21 december 2023. Daarbij is verzocht het rapport niet eerder dan 22 december 2023 verder te verspreiden, zodat een al gepland gesprek in ‘relatieve rust’ kon plaatsvinden. Tevoren had betrokkene de persoonsgegevens in het Memorandum weggelakt. Achteraf bezien bleek dat deze persoonsgegevens met een technische ingreep toch leesbaar gemaakt konden worden. De wijze waarop betrokkene de gegevens heeft weggelakt was dus onvoldoende toereikend, maar dat neemt naar het oordeel van de Accountantskamer niet weg dat betrokkene te goeder trouw heeft gehandeld. Betrokkene heeft bovendien van zijn fout geleerd en ingezien dat hij in het vervolg zorgvuldiger te werk moet gaan.
1.4.10. Na het gesprek op 22 december 2023 mocht het Memorandum verspreid worden. Rond datzelfde tijdstip heeft betrokkene actie ondernomen om te voorkomen dat de versie van het Memorandum met onvoldoende weggelakte persoonsgegevens verder verspreid zou worden. Betrokkene heeft bovendien zijn functionaris bescherming persoonsgegevens geraadpleegd (die adviseerde dat geen verdere actie noodzakelijk was) en de Autoriteit Persoonsgegevens ingelicht. Daarmee heeft betrokkene naar het oordeel van de Accountantskamer alles in het werk gesteld om zijn fout recht te zetten. Daarom is de Accountantskamer van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten.
1.4.11. Ook klachtonderdeel 4 is ongegrond.
De beslissing
De Accountantskamer:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, mr. G.F.H. Lycklama à Nijeholt en mr. D. van den Berg (rechterlijke leden) en C.M. Verdiesen AA en A.M.H. Homminga AA (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
_________ __________
secretaris voorzitter
Dit proces-verbaal van mondelinge uitspraak is aan partijen verzonden op:
_____________________________
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, dan kunt u daartegen in hoger beroep gaan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven binnen 6 weken na de dag van verzending van de uitspraak.
U kunt digitaal hoger beroep instellen op Mijn.rechtspraak.nl. Meer informatie over in beroep gaan vindt u op de website Rechtspraak.nl.
Als u uw beroepschrift op papier wilt indienen, dan kunt u dit samen met een kopie van deze uitspraak sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.
[1] Horen betreft volgens NBA-Handreiking 1112 het in het kader van een onderzoek aan betrokkene(n) en /of derde(n) mondeling of schriftelijk vragen om informatie al dan niet aan de hand van overgelegde documenten. Wederhoor betreft het in de gelegenheid stellen van een betrokkene kennis te nemen van en te reageren op de bevindingen uit een op hem betrekking hebbend persoonsgericht onderzoek.