Zoekresultaten 1-17 van de 17 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:8 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778959 / NT RK 25/43 778965 / NT 25/44

    Klacht tegen notaris en kandidaat-notaris: (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel voor de betrokken notaris: schorsing (één week). De notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de hypotheekakte te passeren zonder hierbij te voldoen aan de op hem rustende verplichtingen die volgen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kamer neemt in aanmerking dat (i) er in zekere mate sprake is geweest van zelfstandige dossiervoering door de kandidaat-notaris (de notaris was niet, dan wel zeer beperkt, betrokken in het voortraject van de transactie en stond in geen van de e-mails tussen partijen in de cc) en (ii) het haar ambtshalve bekend is dat de kandidaat-notaris ten tijde van deze transactie negen jaar ervaring had en de notaris daarom ook enigszins mocht vertrouwen op juiste dossiervoering door de kandidaat-notaris. Het voorgaande ontslaat de notaris echter niet van zijn eigen verplichtingen op grond van art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. Dat geldt nog meer omdat het de notaris duidelijk moet zijn geweest dat de ouders zich in een moeilijke positie bevonden, omdat hun zoon in een financieel penibele situatie zat. Dat had tot extra zorgvuldigheid bij de notaris moeten leiden. De kamer rekent het de notaris bijzonder aan dat hij de ouders onjuist heeft voorgelicht over het executierecht en de voor de transactie vereiste toestemming van de eerste hypotheekhouder en dat een bankhypotheek is gevestigd, terwijl dit niet (logisch) volgt uit de geldleningsovereenkomst. Daarmee heeft de notaris het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen ernstig geschaad. De notaris heeft in zijn verweer noch ter zitting inzicht getoond in het bijzonder onzorgvuldige van zijn handelen. De kamer acht de maatregel van schorsing voor de duur van één week daarom passend en geboden. Maatregel voor de betrokken kandidaat-notaris: berisping. De kandidaat-notaris heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tegenover klagers onvoldoende invulling te geven aan de op hem rustende verplichtingen uit art. 17 lid 1 jo. art. 43 lid 1 Wna. De kandidaat-notaris heeft weliswaar de hypotheekakte niet gepasseerd, maar heeft wel directe, zelfstandige, betrokkenheid bij de afhandeling van het dossier gehad, waarbij hij verantwoordelijk is geweest voor het gebrek aan zorgvuldige, juiste, berichtgeving richting klagers. Aangezien de kandidaat-notaris niet de eindverantwoordelijkheid draagt, acht de kamer voor hem de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-67

    Uit het feitencomplex blijkt het belang van een zorgvuldige belehrung en een controle door de notaris van de wil van de bij de rechtshandeling betrokken partijen. Het had de notaris duidelijk moeten zijn dat een strikt onpartijdige en terughoudende opstelling was vereist. De kamer rekent het de notaris aan dat hij die norm niet voldoende in acht heeft genomen. Door de situatie te laten ontstaan dat aan zijn neutraliteit als notaris kon worden getwijfeld en door actief toe te staan dat ook de kandidaat-notaris zich begaf in een situatie waarin de schijn van partijdigheid ontstond heeft hij een van de kernwaarden van het notariaat geschaad. Naast het schaden van die kernwaarde weegt ook het onvoldoende in bescherming nemen van de kandidaat-notaris in zijn nadeel mee. De klacht is deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond en voor het overige gegrond met de oplegging van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452755 KL RK 25-89

    Klagers hebben onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom erflater het testament taalkundig niet (voldoende) heeft kunnen begrijpen. Een beëdigde tolk is niet vereist. Klagers hebben onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat de bij de notaris bekende (gezondheids)omstandigheden van erflater aanleiding hadden moeten zijn om verder onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater te doen. Daarnaast is het testament ruim voor het overlijden van erflater gepasseerd en achtten klagers erflater kort na het passeren van het testament blijkbaar wel in staat tot het verrichten van een andere rechtshandeling. Klagers hebben onvoldoende onderbouwd waarom de notaris met de gesprekken onder vier ogen niet heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Ten slotte heeft de notaris voldoende inzichtelijk gemaakt, binnen de grenzen van zijn geheimhouding, hoe het testament tot stand is gekomen. De klacht ten aanzien van het testament is daarom ongegrond. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het levenstestament.

  • ECLI:NL:TNORARL:2024:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 440884 KL RK 24-133

    Verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij de klacht van klagers kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. De voorzitter heeft daarbij – kort samengevat – overwogen dat klagers hun klacht te laat hebben ingediend (buiten de driejaarstermijn) en dat voor toepassing van de uitzonderingstermijn van een jaar geen plaats is. De voorzitter heeft terecht beslist dat klagers kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2022:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 701383 / NT 21-29

    5.9 Deze zorgplicht omvat een aantal aspecten. Zo dient de notaris bij het verlijden van een akte zich ervan te overtuigen dat hetgeen in die akte wordt opgenomen ook inderdaad door de partijen is gewild en begrepen en dient hij te controleren of de partijen daadwerkelijk het rechtsgevolg hebben beoogd dat aan de voorliggende rechtshandeling is verbonden. Daarnaast heeft de notaris een informatieplicht met betrekking tot de juridische gevolgen van de voorgenomen rechtshandeling. Dit alles veronderstelt dat de betrokkene de taal waarin de akte is gesteld voldoende begrijpt om bij lezing de vaak complexe inhoud tot zich te laten doordringen en de taal waarin met de notaris wordt gecommuniceerd zodanig machtig is dat van een werkelijke “belehrung” sprake kan zijn.5.16 De kamer deelt ook niet de opvatting van de oud-notaris dat het hiervoor geciteerde arrest van de Hoge Raad niet van belang is voor de beoordeling van de onderhavige kwestie. Van de beschermende strekking van de dossierplicht van de notaris zou weinig overblijven als het verdwijnen van cruciale gegevens ten gevolge van schoning niet ten nadele van de notaris zou werken. De kamer heeft er oog voor dat er een risico bestaat dat niet op A4-formaat in het dossier vastgelegde gegevens (handgeschreven aantekeningen op een kladje, geeltjes, krabbels op een dossieromslag, etc.) bij digitalisering een grotere kans lopen te verdwijnen, maar is van opvatting dat deze notie zich moet vertalen in een praktijk waarin gegevens die cruciaal zijn voor de vraag of de notaris de hiervoor sub 5.9 vermelde plicht is nagekomen, op zodanige wijze moeten worden vastgelegd dat dit risico wordt vermeden. (Niets verhinderde de oud-notaris immers aan de voet van de betrokken akte in een paar zinnen te specificeren op welke wijze zij de sub 5.11 (laatste zin) omschreven verificatie heeft uitgevoerd.) Dat brengt hier mee dat moet worden geoordeeld dat de stellingen van klaagster, die erop neerkomen dat de oud-notaris zonder voldoende kritisch onderzoek, en dus te lichtvaardig, heeft aangenomen dat zij inhoud en strekking van de volmacht begreep en de gevolgen daarvan overzag, onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2021:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 683913/NT 20-18

    Klacht van het BFT op grond van artikel 110 lid 1 Wna (integrale toezicht); onderzoek ondernemingsrechtelijke dossiers; diverse klachtonderdelen gegrond. De notaris is gedefungeerd per 1 december 2020. De kamer ziet (desondanks) aanleiding om de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes maanden op te leggen. Deze maatregel ziet de kamer als passend, bij wijze van signaal voor de beroepsgroep.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/46

    De klacht van het BFT bestaat uit de volgende onderdelen. I. Onzorgvuldig handelen bij het passeren van het testament, het levenstestament en de algehele volmacht van moeder. De onzorgvuldigheid zit hem volgens het BFT in: A. onvoldoende onderzoek naar de wilsbekwaamheid van moeder; B. onvoldoende onderzoek naar de onafhankelijke wilsvorming van moeder; C. schending van de informatieplicht; D. onzorgvuldig handelen. II. Onzorgvuldig handelen bij de afwikkeling van verschillende boedeldossiers. De onzorgvuldigheid zit hem volgens het BFT in: A. onvoldoende communicatie/voortvarendheid/zorgvuldigheid; B. schending van de informatieplicht/belehrung; C. onzorgvuldige dossiervoering. De kamer verklaart alle klachtonderdelen gegrond. Naar het oordeel van de kamer zijn de feiten waarvan de notaris in de klachtonderdelen I A tot en met I D een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt zo ernstig dat een schorsing in de uitoefening van het ambt passend is. Het feit dat de door het BFT ingediende klachtonderdelen II A tot en met II C - die volgens het BFT met name illustratief zijn - gegrond worden verklaard, sterkt de kamer in het oordeel over de op te leggen maatregel. De kamer legt een schorsing voor de duur van twee weken op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2019:74 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/350358 KL RK 19-31

    De wetgever heeft ten aanzien van het inschakelen van een tolk zoals bepaald in artikel 42 lid 1 van de Wna maar ook ten aanzien van de algemene informatieplicht van artikel 43 en de zorgplicht van artikel 17 lid 1 van de Wna het oog op notariële akten. Echter ook de ondertekening van onderhandse akten dient naar het oordeel van de kamer met de grootst mogelijke notariële zorgvuldigheid omringd te worden. Dit betekent dat de notaris, nadat hem was gebleken dat klagers de Nederlandse taal niet eigen waren, er niet mee kon volstaan klagers een overeenkomst bestaande uit vele pagina’s voor te houden om deze te ondertekenen. Niet uitgesloten was immers dat klagers onvoldoende de inhoud van de overeenkomst begrepen en de rechtsgevolgen van de overeenkomst onvoldoende tot hen zouden doordringen. De klacht is daarom gegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 631462/NT 17-55

    Verschillende klachtonderdelen: schending onderzoeks- en rechercheplicht, niet-naleving Wwft, schending Belehrungspflicht, passeren zonder tolk terwijl uit dossiers niet blijkt dat partijen de Nederlandse taal machtig waren, De kamer stelt vast dat op enkele onderdelen na, alle klachtonderdelen gegrond zijn. Met het BFT is de kamer van oordeel dat sprake is van ernstige normschendingen, die een strenge maatregel rechtvaardigen. De kamer zal echter bij de oplegging van de maatregel rekening houden met het feit dat de notaris heeft blijk gegeven van inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en nalaten en inmiddels ook maatregelen heeft getroffen in het kader van de Wwft. Eveneens neemt de kamer daarbij in aanmerking dat de notaris bezig is om zijn praktijk neer te leggen en het protocol binnen afzienbare tijd over te dragen. De kamer legt daarom de notaris de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van twee weken op.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2017:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 612879/NT 16-53 Th 614586/NT 16-59 Th

    In de eerste klacht: De kamer rekent het de notaris met name aan dat hij er zich op geen enkele wijze rekenschap van heeft gegeven dat hij de waarnemer niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn werkzaamheden naar behoren te kunnen doen. Daarmee heeft de notaris zijn verantwoordelijkheid gedurende de waarneming ernstig veronachtzaamd. Ook ter zitting heeft de notaris op geen enkele wijze doen blijken van enig besef van zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. In plaats daarvan heeft de notaris zich bediend van ongefundeerde ontkenningen en van ongegronde verwijten aan de waarnemer, het BFT, de KNB en de kamer. In de tweede klacht: Naar het oordeel van de kamer illustreren de vastgestelde normschendingen de lichtvaardige en onzorgvuldige wijze waarop de notaris zijn ambt heeft uitgeoefend. Het handelen en nalaten van de notaris tonen aan dat de notaris onvoldoende besef heeft van de hoge eisen die de maatschappij, mede in het belang van de rechtszekerheid, aan het notariaat stelt. Te allen tijde moet op de deugdelijkheid van het werk van een notaris kunnen worden vertrouwd. Het verweer en de houding van de notaris bij de behandeling van de klacht geven op geen enkele wijze blijk van enig besef van de verantwoordelijkheid die op een notaris rust; de notaris lijkt het verwijtbare van zijn handelen en nalaten niet in te zien en heeft zich mede daardoor volstrekt ongeschikt betoond voor het notarisambt. Hoewel aan de notaris inmiddels op eigen verzoek ontslag is verleend, acht de kamer de normschendingen dusdanig ernstig dat de maatregel van ontzetting uit het ambt passend en geboden is, om een eventuele terugkeer van de notaris in het notariaat te voorkomen. Volgt: twee keer ontzetting uit het ambt.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-66

    Klager heeft schade geleden, omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij na de bijeenkomst op het notariskantoor geen eigenaar meer was van de aandelen in zijn B.V. en naar aanleiding daarvan de eigendommen van zijn vennootschap heeft overgedragen (pinpassen etc.) aan [Y].

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2012:YC0762 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 08-30 en 08-31

    ABC transacties: schending van de in artikel 98 lid 1 Wna neergelegde norm door te handelen als gesignaleerd in het rapport van het BFT d.d.241007 en gerecapituleerd onder hoofdstuk 5 van dit rapport.

  • ECLI:NL:TNOKAMS:2010:YC0539 Kamer van toezicht Amsterdam 439375/NT 09-43 Pee

    De door de (oud-)notaris verleden akten zijn niet in de aanwezigheid van een tolk verleden. Op zich geldt dat als een nalatigheid, maar aangenomen moet worden dat de directeur van klaagster sub 1 de inhoud van de akte moet hebben begrepen, aangezien de zakelijke inhoud van de akte in het Engels met hem was besproken (en ook al eerder uitvoerig met hem was doorgenomen) en hij de stukken heeft getkend en meegenomen. Met de mogelijkheid dat een bestuursrechtelijk procesbelang in de activatransactie moest worden betrokken, hoefde de notaris, aangezien hij daarmee niet bekend was, geen rekening te houden.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2009:YC0386 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 08-30 08-31

    ABC-transacties; Het door de Kamer verrichte onderzoek levert het beeld op dat de oud-notaris in meerdere dossiers niet alleen onnauwkeurig en slordig te werk is gegaan en zich nonchalant en gemakzuchtig heeft getoond ten opzichte van de geldende regelgeving, maar dat hij ook welbewust verschillende ambtsverplichtingen – met name het vragen van nadere inlichtingen bij waardestijgingen binnen korte tijd en het informeren van financiers – achterwege heeft gelaten. Hij is meermalen onvoldoende alert geweest op het gevaar van inschakeling van een stroman, en ook heeft hij zich in een aantal gevallen de belangen van een derde onvoldoende aangetrokken. Zijn werkwijze leidt tot het gevaar dat het notariaat zich leent voor ongebruikelijke, mogelijk criminele transacties. Hierbij tekent de Kamer direct aan dat er geen aanwijzing is voor enige actieve betrokkenheid van de oud-notaris zelf bij mogelijk criminele handelingen, maar dat zijn handelwijze mogelijk wel ertoe heeft geleid dat zijn kantoor aantrekkelijk werd voor handelaren in dubieuze onroerend goed transacties. In de gedragingen van de notaris die reden hebben gegeven tot de gegrondverklaring van de desbetreffende bedenkingen en klachten neemt de Kamer een patroon waar, dat niet wordt beïnvloed door het precieze aantal overtredingen. In het verlengde hiervan neemt de Kamer aan dat een dergelijk onderzoek niet zal leiden tot een andere maatregel dan hierna wordt opgelegd. De aan de oud-notaris te maken verwijten zijn, tezamen en in onderling verband bezien, dusdanig talrijk en ernstig dat zij een maatregel rechtvaardigen. De aard en het aantal van de gegrond verklaarde klachten brengen de Kamer tot het oordeel dat ten minste een schorsing voor enkele maanden op zijn plaats zou zijn geweest, indien de notaris nog fungeerde. Gezien het feit dat de oud-notaris inmiddels gedefungeerd is, is de Kamer beperkt in zijn mogelijkheden bij het opleggen van een passende maatregel. De Kamer zal dan ook de maximaal mogelijke maatregel van berisping opleggen.

  • ECLI:NL:TNOKALM:2007:YC0212 Kamer van toezicht Almelo 09 07 Wna

    De notaris heeft ten onrechte geen tolk ingeschakeld. Het vertalen door een dochter van partij brengt daar geen wijziging in. Deze dochter was geen beëdigd tolk, ook is haar kennis van het Nederlands niet bekend en bovendien was zij "onderwerp van de volmacht".

  • ECLI:NL:TNOKALM:2009:YC0199 Kamer van toezicht Almelo 24 08 Wna

    De notaris heeft in redelijkheid kunnen besluiten dat het inschakelen van een tolk niet noodzakelijk was. De notaris heeft voldoende oog gehad voor de belangen van beide partijen.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2009:YC0126 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 08-34 en 08-35

    Onoorbare ABC-transacties bij kandidaat-notaris. Het betreft transacties die door de situatie als ongebruikelijk en als mogelijk verband houdend met witwassen kunnen worden aangemerkt; situaties die voor de kandidaat­notaris als beroepsbeoefenaar, op basis van ervaringsregels, buiten de normale gang van zaken vallen zonder dat daarvoor een geloofwaardige verklaring wordt gegeven. In algemene zin rust de tuchtnorm in artikel 98 Wet op het notarisambt zowel op notarissen als op kandidaat-notarissen. Van beide categorieën mag de naleving van wettelijke regels of de hier beschreven zorg worden verwacht. Derden die met een notariskantoor te maken hebben, moeten erop kunnen rekenen dat de notaris[sen] en eventuele kandidaat-notarissen zich aan de op hen rustende verplichtingen houden. Dit geldt ook voor het publieke element dat in deze algemene norm is verdisconteerd. Dit is in bijzondere mate het geval als een kandidaat-notaris optreedt als waarnemer van een notaris, maar is daartoe niet beperkt. De omstandigheid dat het kantoorbeleid, zoals door de kandidaat-notaris geschetst in zijn verweer, een en ander tegenwerkte kan wellicht een verzachtende omstandigheid zijn, maar ontslaat de kandidaat-notaris niet (volledig) van zijn eigen verantwoordelijkheid. De hier kort aangeduide externe omstandigheden – de zorg tegenover cliënten én de algemene verantwoordelijkheid voor een goed functionerend notariaat – zijn bepalend. Voor de gelding van de norm doet de interne, mogelijk afhankelijke, positie van een kandidaat-notaris niet ter zake. Wel kan er reden zijn om, bij overtreding van de norm, daarmee rekening te houden bij de beantwoording van de vraag of een sanctie passend is, en zo ja, welke. Bedenking en klacht deels ongegrond, deels gegrond. Berisping. De Kamer heeft in dit opzicht sterk rekening gehouden met de onervarenheid van de kandidaat-notaris en zijn (afhankelijke) positie en het beleid op dit kantoor.