Zoekresultaten 1-10 van de 933 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0163 Accountantskamer Zwolle 10/1765 Wtra AL

    Status Gedragsrichtlijn persoonsgerichte onderzoeken. Hoor en/of wederhoor. Indien de accountant met inachtneming van de voor hem geldende fundamentele beginselen ook zonder de waarborg van het horen van de te rapporteren persoon een deugdelijke grondslag voor zijn rapportage kan verkrijgen, kan het horen achterwege blijven. Echter, meestal zal een bijdrage van de te onderzoeken persoon in de vorm van hoor en wederhoor wel van belang zijn. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan wederhoor achterwege gelaten worden. De vorm waarop invulling dient te worden gegeven aan het wederhoor is afhankelijk van de omstandigheden. Een forensich accountantsonderzoek, gericht op gedragingen van personen, hoeft niet altijd uit te monden in een eigen oordeel van de accountant over de integriteit van de desbetreffende personen. De accountant dient bij het verzamelen en selecteren van door hem in het raopprt opgenomen informatie zorgvuldig en professioneel te handelen en gemaakte keuzes deugdelijk te verantwoorden; de accountant dient te voorkomen dat de rapportage eenzijdig is. De accountant rapporteert uiteindelijk aan zijn opdrachtgever; hij is in beginsel niet gehouden het rapport ook aan de te onderzoeken persoon te verstrekken. Hij dient er zorg voor te dragen dat zijn opdrachtgever niet zonder zijn voorafgaande schriftelijke toestemming het rapport aan derden verstrekt. Bij het geven van toestemming dienen o.m. het doel van het onderzoek en de belangen van alle betrokken personen en instanties te worden afgewogen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0176 Accountantskamer Zwolle 10/2153 Wtra AK

    Opdringen door accountant van zijn diensten aan client is in strijd met beginsel van professionaliteit. Op verzoek dient de accountant zijn declaratie te specificeren. Ongepast en intimiderend taalgebruik. Ernstige recidive

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0182 Accountantskamer Zwolle 10/1684 Wtra AK

    Accountant kan in de gegeven omstandigheden in generlei opzicht tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor door de advocaat van zijn opdrachtgever in een arbeidsrechtelijke procedure gedane uitlatingen over een werknemer van zijn opdrachtgever en waarbij door de advocaat wordt gerefereerd aan beweerdelijke uitspraken van de accountant. Voor het overige zijn de klachten als onvoldoende onderbouwd ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0260 Accountantskamer Zwolle 11/1868 Wtra AK

    Falende klachten over een persbericht dat door betrokkene is uitgebracht in reactie op onjuiste uitlatingen door klaagster over een rapport uitgebracht door de organisatie van betrokkene. Gelet op de aard van de beschuldigingen en het meermalen publiekelijk uiten daarvan, heeft betrokkene met zijn reactie de voor hem geldende grenzen van subsidiairiteit en proportionaliteit niet overschreden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0262 Accountantskamer Zwolle 11/1867 Wtra AK

    Falende klachten over de uitvoering van een onderzoek met persoonsgerichte aspecten. Aangenomen moet worden dat klaagster weet had van aard en bereik van het onderzoek en van de uitbreiding daarvan, terwijl zij tweemaal is gehoord en zij op feitelijke bevindingen heeft kunnen reageren alvorens betrokkene zou rapporteren. Onterecht verwijt over het (willen) gebruiken van digitale gegevens, afkomstig van de computer van klaagster. Voldoende inzicht in het onderzoek en de gemaakte onderzoekskeuzes. Geen suggestief woordgebruik. Onvoldoende grond voor conclusie dat betrokkene onvoldoede onafhankelijk van opdrachtgever zou zijn. Onzorgvuldige passage in het rapport over het niet reageren door klaagster is in de context van de tekst die daaraan voorafgaat en daarop volgt van onvoldoende gewicht om tot gegrondverklaring van het daarop betrekking hebbende klachtonderdeel te komen. Betrokkene heeft geen politiek oordeel geveld doch conclusies getrokken die uit feitelijke bevindingen konden volgen. Geen rechts- of beroepsregel aan te wijzen die betrokkene zou verplichten om met zijn opdrachtgever een zeer beperkte verspreiding van het rapport af te spreken. Publieke uitspraken van betrokkene, zulks in reactie op de uitlatingen van klaagster in de media, leveren in dit geval evenmin strijd op met enig voor betrokkene geldende rechts- of beroepsregel. Volgt algehele ongegrondverklaring van de klacht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2013:17 Accountantskamer Zwolle 13/455 Wtra AK

    Registeraccountant stuurt opdrachtbevestiging voor NVCOS 4400 opdracht naar mutaties in projectenadministratie van klaagster aan twee opdrachtgevers met tegengestelde belangen en brengt deelrapport uit. Accountant correspondeert daarna met vertegenwoordiger van één van de opdrachtgevers over zijn rapport en over voortzetting werkzaamheden. Groot aantal klachten gegrond verklaard. Aannemelijk is geworden dat accountant niet heeft voldaan aan het bepaalde in paragraaf 9 van NVCOS 4400 (zich ervan vergewissen dat er overeenstemming bestaat over de overeengekomen werkzaamheden met allen die exemplaar van rapport zullen ontvangen). Accountant had in opdrachtbevestiging ook de te verwachten omvang van de werkzaamheden tot uitdrukking moeten brengen. Het gebruik van het woord 'beoordelen' in een rapport van een NVCOS 4400-onderzoek moet zo veel mogelijk vermeden worden ook al levert het in dit geval geen gegrond tuchtrechtelijk verwijt op. De bevindingen en oordelen van de accountant over de administratieve organisatie van klaagster gaan de opdracht te buiten en leveren ook een schending van het fundamentele beginsel van geheimhouding op. De accountant heeft niet (kenbaar) afgewogen of hij er verstandig aan deed om alleen met de vertegenwoordiger van één van de opdrachtgevers in contact te treden. In de brieven aan deze vertegenwoordiger rept hij van geconstateerde onregelmatigheden (die in zijn rapport geen enkele steun vinden) en kwalificeert hij de reactie van die vertegenwoordiger op zijn rapport als niet integer en "onbehoorlijk bestuur". Volgens de accountant ontbreekt het die vertegenwoordiger (een AA) aan voldoende kennis van de van toepassing zijnde regelgeving. Een en ander levert strijd op met de eisen voortvloeiend uit het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid en met het fundamentele beginsel van professioneel gedrag.

  • ECLI:NL:TACAKN:2013:3 Accountantskamer Zwolle 12/2152 Wtra AK

    Integriteitsonderzoek door BING inzake een conflict over vermeende sexueel intimiderende opmerkingen tussen een gemeenteraadslid van de gemeente Wassenaar en een VVD-wethouder van deze gemeente gebezigd tijdens een informele bijeenkomst na afloop van de gemeenteraadsvergadering in de werkkamer van een andere wethouder. Tuchtrecht van toepassing op een accountant die beroepsmatig integriteitsonderzoeken uitvoert ook al maakt hij i.v.m. het onderzoek geen gebruik van zijn accountantstitel. Betrokkene heeft een derde, waarvan betrokkene stelt niet geweten te hebben dat deze lid en een voormalig voorzitter van de VVD is (de partij van de beschuldigde wethouder), als bestuurlijk meelezer van de door hem uit te brengen rapportage geaccepteerd zonder enig onderzoek naar diens achtergrond te hebben verricht; dat wordt door de Accountantskamer als onzorgvuldig geoordeeld. Gezien het feit dat tijdens de informele bijeenkomst sprake was van (fors) drankgebruik, van één of meer huilende personen en van een onaangename sfeer als gevolg van al bestaande verstoorde verhoudingen, en het feit dat slechts 5 van de 9 aanwezige personen door betrokkene als getuige gehoord konden worden, terwijl deze 5 getuigen bepaald niet tot het kamp van de klagers (w.o. het betrokken gemeenteraadslid) behoorden, acht de Accountantskamer het onbegrijpelijk dat betrokkene tot ook maar enig waarschijnlijkheidsoordeel is kunnen komen over hetgeen tijdens de bijeenkomst door deze of gene al of niet is gezegd, laat staan dat hij tot het oordeel heeft kunnen komen, zoals hij zelf tijdens een persconferentie het heeft samengevat, dat het voor 99,5% zeker was dat de betrokken wethouder jegens het betrokken gemeenteraadslid geen sexueel intimiderende opmerkingen heeft geuit. Dit oordeel van betrokkene ontbeert dan ook deugdelijke grondslag en is in strijd met het door betrokkene in acht te nemen beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid en wel in zo'n ernstige mate dat het gedrag van betrokkene de goede naam van het accountantsberoep heeft geschaad, zodat er tevens sprake is van schending door hem van het beginsel van professioneel gedrag. Betrokkene heeft voorts tijdens de persconferentie over zijn rapport zich onzorgvuldig geuit over de reacties van klagers na het vermeende incident. Betrokkene had zijn 2e onderzoeksopdracht inzake "het proces van het openbaar aan de orde stellen van mogelijk niet integer gedrag van één van de aanwezige wethouders en de daartoe gebruikte middelen" moeten terugggeven, omdat 4 deelnemers van de bijeenkomst, waaronder degenen waartegen zich dit tweede deel van zijn onderzoek richtte, om hun moverende redenen niet wensten mee te werken aan zijn onderzoek, terwijl hijzelf (terecht) heeft aangegeven dat verklaringen van deze personen, en hun reacties op wat anderen hadden verklaard, van groot belang voor dit onderzoek waren. Door vervolgens toch te concluderen dat twee van de klagers hadden gehandeld in strijd met "één van de kernbegrippen van integriteit: zorgvuldigheid" mist deze conclusie deugdelijke grondslag en heeft betrokkene ook in zoverre (zelf) het beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid alsmede van professioneel gedrag overtreden. Al met al ernstige schendingen van de beroeps- en gedragsregels voor accountants. Omdat betrokkene zich zelf al heeft laten uitschrijven uit het beroepsregister voor regsiteraccountants kan worden volstaan met een berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2015:10 Accountantskamer Zwolle 14/1422 Wtra AK

    Klacht van opdrachtgevende advocaat tegen de door hem ingeschakelde accountant over diens onderzoek naar een financieel product waarover de advocaat een civiele procedure voerde. Anders dan klager meent, is betrokkene niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de in dat verband in onderling overleg ingeschakelde neven-deskundige. Ongegrond is het verwijt dat betrokkene ‘aanstonds’ tot de door klager bepleite bevinding/conclusie had moeten komen. Voorts is ongegrond het verwijt over de ingediende declaratie, gelijk het verwijt over de wijze waarop betrokkene zijn rapportages had ingericht. Tot slot zijn ongegrond de verwijten van klager over de opstelling van betrokkene in de vervolgens tussen hen gevoerde civiele procedure en in de onderhavige tuchtprocedure.

  • ECLI:NL:TACAKN:2016:37 Accountantskamer Zwolle 15/1081-1082-1083 Wtra AK

    Persoonsgericht onderzoek naar oud-bestuurder van een zorginstelling. De fundamentele beginselen van integriteit en objectiviteit, deskundigheid en zorgvuldigheid vereisen dat de accountant op een adequate wijze rekening houdt met de belangen van de personen, op wie zijn onderzoek betrekking heeft en hij zal er voor dienen te waken dat de bij zijn persoonsgericht onderzoek betrokken personen geen onnodige reputatieschade oplopen. In casu is het onderzoek/de rapportage op een aantal deelpunten met onvoldoende diepgang uitgevoerd, in dier voege dat betrokkenen betrekkelijk eenvoudig nader onderzoek hadden kunnen en moeten verrichten naar door hen in hun rapportage aan de orde gestelde punten, die de financiële integriteit van de betrokken oud-bestuurder raakten, en waarbij zij de vraag open hebben gelaten dat betrokkene onjuist gehandeld had.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:41 Accountantskamer Zwolle 17/1482 Wtra AK

    Klacht curatoren (ingediend op 10 juli 2017) over het ten onrechte afgeven op 15 juli 2011 van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening over 2010 van een vastgoedconcern (gefailleerd op 23 november 2012) en over het vergaren van (onvoldoende/geschikte) controle-informatie bij de controle van het bestuursverslag en een groot aantal posten op de balans. Bij indienen klacht is de termijn van zes jaar in artikel 22 Wtra (oud) niet overschreden en ook niet de termijn van drie jaar. Of de termijn van zes jaar is overschreden is onderwerp van ambtshalve toetsing door de Accountantskamer, gezien de aard van de regel, die beschouwd moet worden als een bepaling van openbare orde. Bekendheid van klagers (als curatoren) met (posten in) de jaarrekening, het bestuursverslag, de goedkeurende controleverklaring en de administraties van de failliete vennootschappen houdt niet in dat klagers ook kennis droegen van alle gegevens die door betrokkene in aanmerking zijn genomen bij de controle en van de afwegingen en de beoordeling die betrokkene aan de hand van die gegevens heeft gemaakt, laat staan dat klagers daaraan enig vermoeden van tekortschieten bij die controle en bij het vastleggen van die gegevens en afwegingen in het controledossier konden ontlenen. Klacht in (vrijwel) alle onderdelen gegrond. Niet alle gegevens waarvan betrokkene in het verweerschrift stelt dat hij die in aanmerking heeft genomen bij zijn beoordeling van de aanvaardbaarheid van (de verwerking en de schatting van) posten op de jaarrekening, zijn (voldoende duidelijk) opgenomen in het controledossier. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat de “interpretatie” van de Standaarden sinds 2010 stringenter is geworden en dat destijds nog niet was vereist dat elke overweging in het controledossier werd vastgelegd. De Accountantskamer kan betrokkene hierin niet volgen. Er is geen enkele reden om het verplichtend karakter van de voorschriften van de NVCOS te laten afhangen van het tijdsgewricht waarin het handelen of nalaten waarover wordt geklaagd, heeft plaatsgevonden. Tijdelijke doorhaling voor een termijn van drie maanden, mede gelet op de lange duur van de klachtprocedure.