Zoekresultaten 51-100 van de 939 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7111
- Datum publicatie: 12-06-2025
- Datum uitspraak: 11-06-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:70
Internist wordt door nabestaanden verweten dat patiënt geen chemotherapie met bleomycine had mogen krijgen omdat hij leed aan astmatische bronchitis, niet informeren van behandelteam over behandelrisico’s, signalen ouders omtrent hoesten patiënt niet serieus heeft genomen, zonder overleg bleomycine heeft hervat, niet uitvoeren longfunctietest waarmee bleomycinelong eerder had kunnen worden ontdekt, niet eerder in consult roepen longarts en gebrekkige dossiervorming/communicatie richting behandelteam. College: internist vervulde niet de rol van hoofdbehandelaar en was niet betrokken bij de zorgverlening aan de patiënt op de afdeling. Er was geen contra-indicatie voor het geven van chemotherapie met bleomycine noch advies om kuur zonder bleomycine te geven. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7708
- Datum publicatie: 10-06-2025
- Datum uitspraak: 10-06-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:146
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster had toenemende klachten vanwege parodontitis. De tandarts heeft haar - mede rekening houdend met de kosten - het advies gegeven van een totaalextractie en een volledige immediaatnoodprothese in zowel de onder- als de bovenkaak. Klaagster heeft dit advies gevolgd. Gezien de staat van het gebit is dit geen onjuiste behandeling geweest. Evenmin kan worden vastgesteld dat de tandarts de behandeling onjuist heeft uitgevoerd. De tandarts heeft klaagster geïnformeerd over de mogelijke behandelingen en de consequenties daarvan. Er was geen indicatie voor verwijzing naar een andere zorgverlener. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 240321
- Datum publicatie: 10-06-2025
- Datum uitspraak: 06-06-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:99
Klaagster verwijt verweerder dat zij in een intakegesprek met verweerder onder druk is gezet om een opdrachtbevestiging te tekenen zonder dat zij volledig begreep wat zij ondertekende. Tevens verwijt klaagster dat verweerder kosten van zijn werkzaamheden aan haar in rekening heeft gebracht en dat verweerder voorafgaand aan en tijdens de bespreking niet transparant is geweest over de kosten. Deze twee klachtonderdelen zijn door de raad gegrond verklaard met oplegging van de maatregel van berisping. Hiertegen richt zich het hoger beroep van verweerder. Ook komt verweerder in beroep tegen de opgelegde maatregel. Het hof acht het tuchtrechtelijk ernstig verwijtbaar dat verweerder niet voorafgaand aan, en ook niet bij aanvang van, het intakegesprek, aan klaagster heeft uitgelegd dat het gesprek niet vrijblijvend was als er geen toevoeging werd verleend en welke bedragen in dat geval in rekening zouden worden gebracht. De klacht dat in de opdrachtbevestiging geen kostenbegroting was opgenomen is gegrond. De klacht dat werkzaamheden zijn gefactureerd aan klaagster terwijl op dat moment duidelijk was dat voor de zaak van klaagster een toevoeging was verleend aan een andere advocaat is gegrond. Het beroep tegen de maatregel slaagt niet. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2627
- Datum publicatie: 27-05-2025
- Datum uitspraak: 26-05-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:91
Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is gedurende ongeveer 1,5 jaar in een fysiotherapiecentrum behandeld in verband met kaak- en nekklachten aan de voorzijde. De fysiotherapeut is drie keer als vervanger van de vaste behandelaar bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. De eerste keer zou hij vanwege spierspanning dry needling hebben uitgevoerd in de wangkauwspier. Klaagster verwijt de fysiotherapeut onder meer dat hij geen informatie heeft gegeven over de uit te voeren behandeling en de risico’s daarvan en de behandeling niet goed heeft uitgevoerd waardoor zij sindsdien dagelijks heftige spierpijn heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7545
- Datum publicatie: 23-05-2025
- Datum uitspraak: 23-05-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:131
Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De klacht hangt samen met zaak A2024/7544. Klager klaagt namens zijn overleden vader over een behandeling in de tandartspraktijk waar de tandarts werkzaam is, waarbij een nabloeding is ontstaan. Ook vindt hij het onzorgvuldig dat hij en zijn familie zijn uitgeschreven bij de tandartspraktijk nadat zijn broer een negatieve review op internet heeft geplaatst. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is, maar dat de tandarts geen verwijt kan worden gemaakt van de klachtonderdelen die gaan over de behandeling van de vader van klager omdat de tandarts daar niet bij betrokken is geweest. Ten aanzien van de beëindiging van de behandelingsovereenkomst isde klacht gegrond. Het college komt tot het oordeel dat de tandarts de behandelrelatie niet conform de regels heeft beëindigd, omdat onvoldoende is gebleken dat hij zich voldoende heeft ingespannen om de relatie te herstellen. Het college bepaalt dat er geen maatregel wordt opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7528
- Datum publicatie: 23-05-2025
- Datum uitspraak: 23-05-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:133
Deels gegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft bij de tandarts een keramisch implantaat laten plaatsen. Dat is niet goed gegaan, omdat kort daarna al bleek dat er een ontsteking is ontstaan van het bot rondom het implantaat. Klaagster heeft (meerdere) keren haar medisch dossier opgevraagd in verband met een second opinion. Klaagster en de tandarts hebben discussie over de behandeling en de kosten gehad, waarna wegens verstoorde verhoudingen de behandelrelatie door de tandarts is beëindigd. Klaagster heeft een aantal klachten geformuleerd over onder meer het ontbreken van informed consent, de behandeling en de inrichting van het patiëntendossier. Het college overweegt dat de tandarts toch is meegegaan in de wens van klaagster om een keramisch implantaat te plaatsen, wat op zich kan maar dan had klaagster wel goed voorgelicht moeten worden welke risico’s daaraan kleefden. Hiervoor biedt de patiëntenkaart geen aanknopingspunten en klaagster heeft uitdrukkelijk weersproken dat zij adequaat is voorgelicht. Daarnaast overweegt het college dat de tandarts bij de behandeling zelf niet heeft gehandeld volgens de beroepsnomen. Tot slot stelt het college vast dat het patiëntendossier niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Het college verklaart drie klachtonderdelen gegrond en legt de tandarts een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7544
- Datum publicatie: 20-05-2025
- Datum uitspraak: 20-05-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:130
Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De klacht hangt samen met zaak A2024/7545. Klager klaagt namens zijn overleden vader over een behandeling door de tandarts, waarbij een nabloeding is ontstaan. Ook vindt hij het onzorgvuldig dat hij en zijn familie zijn uitgeschreven bij de tandartspraktijk nadat zijn broer een negatieve review op internet heeft geplaatst. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is en dat de tandarts op twee onderdelen onzorgvuldig heeft gehandeld. Het college overweegt kort gezegd dat de tandarts zich extra had moeten inspannen om zekerheid te verkrijgen over of en welke medicatie door de vader van klager werd gebruikt, juist omdat er extractie zou plaatsvinden van vijf elementen. Daarnaast komt het college tot het oordeel dat de tandarts de behandelrelatie niet conform de regels heeft beëindigd, omdat onvoldoende is gebleken dat hij zich voldoende heeft ingespannen om de relatie te herstellen. Het college legt de tandarts een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2475
- Datum publicatie: 07-05-2025
- Datum uitspraak: 07-05-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:83
Klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft in 2017 bij klaagster een operatie uitgevoerd om haar gezicht te vervrouwelijken (facial feminization surgery). Tijdens de operatie is aan beide zijden van de onderkaak een zenuw beschadigd geraakt. Sinds dat moment heeft klaagster last van een blijvende gevoelsverandering in haar kin en onderlip. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij haar niet goed heeft geïnformeerd over het risico op een blijvende beschadiging van de zenuw. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en de kaakchirurg een waarschuwing opgelegd. De kaakchirurg heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7531
- Datum publicatie: 29-04-2025
- Datum uitspraak: 29-04-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:105
Ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft een lipofilling behandeling ondergaan bij verweerder. Deze behandeling bestond uit het op meerdere plaatsen lipofilling (behandeling waarbij vet wordt verplaatst) in het gelaat aan brengen ten behoeve van een correctie van een ooglidcorrectie welke eerder door een andere kliniek en arts werd uitgevoerd en het verkrijgen van meer symmetrie in het gelaat. Tevens onderging zij lipofilling aan de handen. Klaagster is ontevreden over de behandeling en ongelukkig en verdrietig over het resultaat.Het college overweegt het volgende. De uitgevoerde behandeling is verlopen conform hetgeen besproken is tijdens de consulten. De behandelingen aan gezicht en handen staan uitgesplitst op het door klaagster ondertekende informed consentformulier en de door klaagster betaalde factuur. De te behandelen gebieden zijn afgetekend op het gezicht waarvan foto’s zijn gemaakt tijdens het consult en voorafgaand aan de operatie op 22 maart 2022. Klaagster heeft preoperatief bevestigd dat zij hiermee akkoord ging. Uit niets blijkt dat de plastisch chirurg meer heeft behandeld dan hetgeen is afgesproken. Dat klaagster niet tevreden is over het resultaat valt te betreuren, maar betekent niet dat de arts onzorgvuldig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-116/DH/RO
- Datum publicatie: 25-04-2025
- Datum uitspraak: 23-04-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:82
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij in een geschil over een levering van een partij edelmetalen. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder onjuiste feiten heeft geponeerd. Evenmin blijkt dat hij zich onnodig grievend heeft uitgelaten of dat hij zijn cliënt behulpzaam is bij fraude.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7150
- Datum publicatie: 18-04-2025
- Datum uitspraak: 18-04-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:88
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster is in de nacht van 14 maart 2022 opgenomen op de afdeling van het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). Patiënte was onder meer bekend met uitgezaaide borstkanker waarbij sinds weken sprake was van een respiratoire achteruitgang (benauwdheid). Op de SEH was op basis van het klinisch beeld ook sprake van vermoeden van sepsis (bloedvergiftiging). De verpleegkundige had vanaf 08:00 uur dagdienst op de afdeling waar patiënte in de nacht was opgenomen. Patiënte overleed daar aan het eind van de ochtend op 14 maart 2022. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte, in de communicatie met de familie en in de nazorg na het overlijden van patiënte.Het college stelt vast dat het gebruikelijk is dat patiënten op een reguliere afdeling niet continu worden gemonitord. Uit het verpleegkundig dossier blijkt dat gedurende de nacht en ochtend regelmatig en uitgebreid controles zijn verricht. Het college is van oordeel dat uit de stukken en de verklaringen ter zitting blijkt dat de verpleegkundige op 14 maart 2022 vanaf het begin van zijn dienst steeds adequaat heeft gereageerd op de vragen, de behoeften en het toestandsbeeld van patiënte. Ook heeft hij tot drie keer toe gebeld en overlegd met de arts, die direct kwam toen de situatie van patiënte ineens verslechterde. Naar het oordeel van het college valt de verpleegkundige hierover dan ook niets te verwijten. Dat het toestandsbeeld van patiënte ineens verslechterde en zij overleed maakt, hoe verdrietig dat ook is, dit niet anders. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. De overige onderdelen van de klacht zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7570
- Datum publicatie: 17-04-2025
- Datum uitspraak: 11-04-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:47
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager (patiënt) verwijt de tandarts dat klager twee niet goed passende protheses heeft, dat de tandarts een behandeling met implantaten probeerde af te dwingen en dat hij klager tijdens een consult onheus heeft bejegend. Het college overweegt de instabiliteit en beperkte functionaliteit niet het gevolg was van een technisch niet-correct vervaardigde prothese. Uit de stukken blijkt niet dat sprake was van dwang of koppelverkoop voor de behandeling met implantaten. De gang van zaken tijdens het consult is niet vast te stellen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7571
- Datum publicatie: 17-04-2025
- Datum uitspraak: 11-04-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:48
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager (patiënt) verwijt de tandarts dat klager twee niet goed passende protheses heeft, dat de tandarts een behandeling met implantaten probeerde af te dwingen en dat hij klager tijdens een consult onheus heeft bejegend. Het college overweegt de instabiliteit en beperkte functionaliteit niet het gevolg was van een technisch niet-correct vervaardigde prothese. Uit de stukken blijkt niet dat sprake was van dwang of koppelverkoop voor de behandeling met implantaten. De gang van zaken tijdens het consult is niet vast te stellen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6681
- Datum publicatie: 17-04-2025
- Datum uitspraak: 11-04-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:51
Gedeeltelijk gegronde klacht (geen maatregel) van een patiënte tegen haar (voormalige) tandarts. De klacht gaat over de gang van zaken bij het verstrekken van het patiëntendossier, de kwaliteit van de verleende zorg en dossiervoering. Relevante aantekeningen zijn wel vastgelegd maar niet in het (hoofd)dossier van klaagster terecht gekomen en bij overdracht van het dossier ook niet aan klaagster verstrekt. De klacht is in zoverre gegrond. Verder kan niet worden geconcludeerd dat voorafgaand aan een endo aan element 25 op goede gronden kon worden afgeweken van het uitgangspunt dat een endostart in beginsel voorafgegaan moet worden door een röntgenfoto. Het college ziet af van het opleggen van een maatregel omdat in vergelijkbare kwesties al eerder (tuchtrechtelijke) beslissingen zijn gegeven en de tandarts zijn werkwijze hierna heeft aangepast. Het handelen van de tandarts ten aanzien van klaagster vond voor deze beslissingen plaats.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 240275D
- Datum publicatie: 08-04-2025
- Datum uitspraak: 04-04-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:62
Bij de deken zijn over een periode van bijna drie jaren verschillende signalen en meldingen vanuit de strafrechtketen binnengekomen die zien op het optreden van verweerder als advocaat in het detentierecht. Op grond hiervan wordt verweerder verweten dat hij bij herhaling tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door in diverse procedures en situaties met zijn opstelling en handelwijze blijk te geven van onbetamelijk en onprofessioneel gedrag. In deze zaak onderzoekt het hof aan de hand van de signalen en meldingen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien, of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Met betrekking tot bepaalde signalen en meldingen is het hof van oordeel dat de feiten niet vast staan. Met betrekking tot andere signalen en meldingen is het hof van oordeel dat de feiten wel vast staan, maar dat verweerder tuchtrechtelijk geen verwijt valt te maken. Met betrekking tot overige signalen en meldingen valt verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Het hof legt de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:57 Hof van Discipline 's Gravenhage 230356 230357 230358
- Datum publicatie: 03-04-2025
- Datum uitspraak: 31-03-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:57
Klaagster verwijt verweerders belangenverstrengeling doordat zij zowel voor haarzelf als voor de makelaar hebben opgetreden in de zakelijke conflicten die zij met haar makelaar had. De raad heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat zij deze buiten de wettelijke termijn (artikel 46g lid 1 onder a en artikel 46g lid 2 Advocatenwet) en daarmee te laat heeft ingediend. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7502
- Datum publicatie: 25-03-2025
- Datum uitspraak: 25-03-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:65
Deels gegronde klacht tegen kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster (in vervolg op een grotere operatie om haar gezicht te vervrouwelijken) een liplift uitgevoerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg (in de kern genomen) dat zij het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden, de liplift-operatie onjuist heeft uitgevoerd en bij een daaropvolgende ingreep niet goed met klaagster heeft afgestemd en vervolgens is afgeweken van het afgesproken operatieplan. Het college komt tot het oordeel dat de kaakchirurg ten aanzien van de dossiervorming en het overleg met patiënt over het te gebruiken hechtmateriaal tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht is deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6929
- Datum publicatie: 19-03-2025
- Datum uitspraak: 19-03-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:34
Specialist ouderengeneeskunde. Klacht: 1) onvoldoende pijnbestrijding, 2) inconsistent beleid, 3) onduidelijk behandelplan, 4) onvoldoende voorlichting beleid palliatieve sedatie, 5) terughoudend beleid pijnbestrijding en palliatieve sedatie, 6) gebrekkige rapportage.College: Patiënte in terminale fase. Intensiteit pijn niet systematisch (met pijnmeetinstrument) gemeten en bewaakt. Onvoldoende objectief totaalbeeld voor bepalen pijnbeleid. Regelmatig pijnbestrijding onvoldoende en pijn niet onder controle. Te lang reactief gehandeld. Medicatie moeten vastzetten voor effectieve spiegel (WHO-pijnladder). Klachtonderdelen 1, 2, 3 en 5 gegrond. Klachtonderdelen 4 en 6 ongegrond.Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7584
- Datum publicatie: 14-03-2025
- Datum uitspraak: 14-03-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:59
Gegronde klacht tegen een tandarts. Klager heeft een intakeconsult bij de tandarts gehad. Na een verschil van mening over de hoogte van de factuur heeft klager een negatieve recensie over de tandarts geplaatst op de website van Zorgkaart Nederland. De tandarts heeft onder die recensie een reactie geplaatst. Hierin heeft de tandarts medische informatie over klager openbaar gemaakt en de bewoordingen worden onprofessioneel en beledigend geacht. Gelet op andere reacties van de tandarts op het internet, herkent het college een patroon. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2484
- Datum publicatie: 12-02-2025
- Datum uitspraak: 12-02-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:24
Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft een beugelbehandeling met aligners bij klaagster uitgevoerd. Klaagster is niet tevreden over de behandeling en het eindresultaat. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en overwogen dat voor een tandarts weliswaar geen resultaatsverplichting geldt, maar de inspanningsverplichting die de tandarts heeft vergt dat hij regelmatig nagaat of het hetgeen hij doet wel zinvol is en of het ook resultaat heeft. De tandarts is hierin naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege tekortgeschoten. Hij heeft de situatie van het gebit van klaagster onderschat en zijn eigen expertise overschat. De tandarts heeft geen goede diagnose gesteld en zijn daaropvolgende behandeling is niet juist is geweest en heeft ook niet het gewenste resultaat heeft gehad. Ter zitting heeft de tandarts verklaard dat hij gelet op zijn opgedane kennis en ervaring de behandeling nu wellicht anders zou doen. Het ontbreekt de tandarts echter aan voldoende inzicht, want hij stelt ook dat zijn diagnostiek en behandeling in de basis goed was en technisch in orde en dat het niet schadelijk voor klaagster is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht in alle onderdelen gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat alleen klachtonderdeel c gegrond is, en legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2289
- Datum publicatie: 12-02-2025
- Datum uitspraak: 12-02-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:23
Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft in 2017 twee verstandskiezen bij klager verwijderd. Daarna heeft klager pijnklachten gekregen. Klager verwijt de tandarts dat hij hem voorafgaand aan de behandeling niet goed heeft geïnformeerd over de behandeling en de risico’s en dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door – onder meer – onvoldoende onderzoek te verrichten voorafgaand aan de extractie, niet naar de medische situatie van klager te vragen en geen preventieve maatregelen te treffen om de kans op complicaties te verkleinen. Ook verwijt klager de tandarts dat hij onzorgvuldig is geweest in zijn dossiervorming en zich zowel in de klachtenprocedure als in de geschillenprocedure niet toetsbaar heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege acht het klachtonderdeel over de dossiervoering gegrond, de overige klachtonderdelen ongegrond en legt geen maatregel op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:17 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-449/DH/DH
- Datum publicatie: 05-02-2025
- Datum uitspraak: 27-01-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:17
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure gegrond. Verweerder heeft bij de belangenbehartiging in een familierechtelijke procedure onvoldoende gewaakt voor het voorkomen van polarisatie. Zo heeft verweerder ernstige, weinig tot niet onderbouwde, beschuldigingen gedaan aan het adres van klager en heeft hij een onvoldoende actieve houding aangenomen waardoor opnieuw spanning en frustratie is ontstaan bij de ex-partners. Verweerder heeft vervolgens een wrakingsverzoek gedaan waarvan het hem op voorhand duidelijk had moeten zijn dat dit te laat was ingediend. Daarmee heeft hij ondoelmatig gehandeld jegens de wederpartij, maar ook richting de rechtbank. Onvoorwaardelijke schorsing van 4 weken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6688
- Datum publicatie: 31-01-2025
- Datum uitspraak: 31-01-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:30
Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klager verwijt de MDL-arts dat een brief aan de huisarts van klager feitelijke onjuistheden bevat alsmede dat zij ten onrechte niet actief heeft uitgezocht waarom geen resultaten uit diverse onderzoeken kwamen. De brief aan de huisarts bevat een kennelijke vergissing, die derden echter niet op het verkeerde been kon zetten. Klager is het weliswaar oneens met de mogelijke diagnose Crohn maar de verwijzing naar de mogelijke aanwezigheid van Crohn in de brief is daarmee geen feitelijke onjuistheid. De verrichte onderzoeken en het te volgen beleid betrof een chirurgische kwestie, die de MDL-arts terecht aan de chirurgen heeft overgelaten.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6686
- Datum publicatie: 31-01-2025
- Datum uitspraak: 31-01-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:28
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Klager verwijt haar een mogelijke fout tijdens een operatie van klager, alsmede onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en het voeren van foutieve diagnostiek. Het college oordeelt dat het de chirurg niet te verwijten valt dat klager (die lijdt aan de darmziekte colitis ulcerosa en mogelijk ook aan Crohn) enkele maanden na de operatie weer last heeft gekregen van een fistel. Ook overigens is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6687
- Datum publicatie: 31-01-2025
- Datum uitspraak: 31-01-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:29
Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg. Klager lijdt aan de darmziekte colitis ulcerosa en mogelijk ook aan Crohn. Hij verwijt de chirurg onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en het voeren van foutieve diagnostiek en meent dat nadere diagnostiek vereist is voordat over een behandelbeleid kan worden beslist. Het college oordeelt dat de chirurg redelijkerwijs alles heeft gedaan om de fistel te lokaliseren. Dat dit niet is gelukt en dat daardoor ook geen behandelbeleid kon worden afgesproken waar klager achter stond, valt de chirurg niet tuchtrechtelijk te verwijten. Niet gebleken is welke nadere diagnostiek dan nog verricht had moeten worden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-863/AL/GLD
- Datum publicatie: 28-01-2025
- Datum uitspraak: 27-01-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:23
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7171
- Datum publicatie: 15-01-2025
- Datum uitspraak: 15-01-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:10
Klacht tegen een tandarts. Klager verwijt de tandarts onder meer dat hij zonder overleg met klager een andere kies heeft getrokken dan klager wenste, in zijn e-mailwisseling met klager heeft gelogen over de gevolgde werkwijze en heeft geweigerd de factuur voor de extractie in te trekken.Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels gegrond is en legt de tandarts de maatregel op van waarschuwing. Dat de tandarts de standaardprocedure heeft gevolgd, inclusief een bespreking met klager, kan niet worden aangenomen. In het patiëntendossier is niets opgenomen over de gevolgde procedure en de uitkomst daarvan
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7568
- Datum publicatie: 10-01-2025
- Datum uitspraak: 10-01-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:8
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij hem onder dwang aripiprazol toedient waarvan hij ernstige bijwerkingen, met name aan zijn gebit, ondervindt. Het college ziet geen aanleiding om te concluderen dat de verpleegkundige verwijtbaar heeft gehandeld. Het college kan de verpleegkundige volgen in haar motivering waarom zij, ondanks de bezwaren van klager, van mening is dat de medicatie – die op basis van een zorgmachtiging aan klager wordt verstrekt - aan klager moet blijven worden verstrekt. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:222 Raad van Discipline Amsterdam 24-934/A/NH
- Datum publicatie: 06-01-2025
- Datum uitspraak: 31-12-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:222
Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet. De gezondheidsklachten van verweerder en zijn privésituatie laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder is met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2425
- Datum publicatie: 17-12-2024
- Datum uitspraak: 27-11-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:199
Klacht tegen een huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat onvoldoende duidelijk is wat klaagster de huisarts verwijt. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht wel voldoende duidelijk is. Klaagster verzocht de huisarts om een verwijzing voor Mond-Kaak-Aangezichtschirurgie. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een verkeerde verwijsbrief heeft gemaakt. Het Centraal Tuchtcollege doet de zaak zelf af en verklaart de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:300 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-400/AL/NN 24-401/AL/NN 24-402/AL/NN
- Datum publicatie: 12-12-2024
- Datum uitspraak: 09-12-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:300
Klacht van een advocaat tegen de advocaat van de wederpartij. De klacht gaat over onnodig grievende uitlatingen, onwelwillendheid en over overtreding van gedragsregel 21. Verweerder heeft met zijn gedragingen afbreuk gedaan aan het vertrouwen in de advocatuur. De raad sanctioneert dat met een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7097
- Datum publicatie: 12-12-2024
- Datum uitspraak: 06-12-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:134
Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling aan haar porseleinen facings ('informed consent') en dat hij deze behandeling ten onrechte met composiet heeft uitgevoerd. Klacht is gedeeltelijk gegrond. Aan de tandarts wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:303 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-454/AL/MN
- Datum publicatie: 12-12-2024
- Datum uitspraak: 09-12-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:303
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft zich in een familierechtelijk geschil waarbij de belangen van de dochter van partijen meespelen niet gedragen zoals dat van een behoorlijk handelende familierechtadvocaat mag worden verwacht. De aard en ernst van haar gedragingen rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt mee dat verweerster met onvoldoende professionele distantie in een familierechtzaak heeft opgetreden, terwijl juist van een advocaat in zaken die het familierecht betreffen, en in het bijzonder die waar kinderen bij betrokken zijn, een de escalerende houding mag worden verwacht. Klacht grotendeels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:258 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6746
- Datum publicatie: 06-12-2024
- Datum uitspraak: 06-12-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:258
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klagers zijn broer en zus. Hun hoogbejaarde moeder was opgenomen in het ziekenhuis vanwege een gebroken heup. In het ziekenhuis is discussie ontstaan over het al dan niet opereren van de heup van de moeder van klagers. Op enig moment heeft de verpleegkundig specialist een melding bij Veilig Thuis gedaan. Klagers zijn het niet eens met de melding bij Veilig Thuis die door de verpleegkundig specialist is gedaan over hun omgang met hun moeder.Het college oordeelt dat de verpleegkundig specialist alle stappen uit de V&VN Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling/ Stappenplan voor Verpleegkundigen, Verzorgenden en Verpleegkundig specialisten Meldcode juist en zorgvuldig heeft gevolgd, dat de Veilig Thuis-melding proportioneel en gerechtvaardigd was en dat de verpleegkundig specialist ook overigens heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend, redelijk bekwaam vakgenoot mag worden verwacht. De klacht is ongegrond. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/6862
- Datum publicatie: 21-11-2024
- Datum uitspraak: 19-11-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:127
Klacht tegen kaakchirurg kennelijk ongegrond. De klacht gaat over de ingreep die klaagster op 22 mei 2015 heeft ondergaan bij verweerder, waarbij haar tongriempje is weggehaald. Klaagster bleef na de behandeling klachten houden en is meerdere keren teruggegaan en gezien door collega’s van verweerder. Zij is ontevreden over het behandeltraject en het resultaat. Klaagster verwijt de kaakchirurg onder andere dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld en dus een onjuiste behandeling heeft toegepast, en hij te weinig informatie over de behandeling heeft verstrekt met name over de risico’s en gevolgen van de ingreep. Het college oordeelt dat de kaakchirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2024:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7211
- Datum publicatie: 08-11-2024
- Datum uitspraak: 05-11-2024
- ECLI:NL:TGZRZWO:2024:122
Klacht tegen een longarts kennelijk ongegrond. Klager kwam bij de longarts om uitslagen van diverse onderzoeken te bespreken. In de artsenbrief aan de huisarts schreef de longarts onder andere dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek had verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. De longarts heeft de klacht gemotiveerd weersproken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/6793
- Datum publicatie: 05-11-2024
- Datum uitspraak: 05-11-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:231
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts, geen maatregel. Klager wordt vertegenwoordigd door zijn curator. De curator verwijt de huisarts a) dat hij onvoldoende zorg heeft verleend aan patiënt en b) gebrekkige dossiervoering. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college is van oordeel dat het eerste klachtonderdeel ongegrond is. Het tweede klachtonderdeel is gedeeltelijk gegrond. Het college moet beoordelen of, en zo ja, welke maatregel passend is bij het feit dat de huisarts niet heeft zorggedragen voor de verwijdering van het patiëntendossier na de overdracht aan de opvolgende huisarts(en). Het college overweegt hierover dat sprake is van een lichte mate van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid: het verwijt heeft betrekking op de technische aspecten van het huisartseninformatiesysteem, waarmee meer huisartsen worstelen. De huisarts heeft op de zitting verklaard dat hij contact heeft opgenomen met zijn HIS-leverancier, maar dat dit niet het gewenste resultaat heeft gehad. Ook is niet gebleken dat de huisarts misbruik heeft gemaakt van het feit dat hij nog over het dossier beschikte. Gedeeltelijk gegronde klacht (b) zonder oplegging van een maatregel en publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/6790
- Datum publicatie: 01-11-2024
- Datum uitspraak: 01-11-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:223
Klagers hebben klachten ingediend tegen in totaal zeven verpleegkundigen. De klachten zien op de behandeling van de vader van klagers op de afdeling Intensive Care van het ziekenhuis en de bejegening van klagers en hun vader. Het college komt tot het oordeel dat de klachten tegen de zeven verpleegkundigen kennelijk ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/6791
- Datum publicatie: 01-11-2024
- Datum uitspraak: 01-11-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:225
Klagers hebben klachten ingediend tegen in totaal zeven verpleegkundigen. De klachten zien op de behandeling van de vader van klagers op de afdeling Intensive Care van het ziekenhuis en de bejegening van klagers en hun vader. Het college komt tot het oordeel dat de klachten tegen de zeven verpleegkundigen kennelijk ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam a2024/6795
- Datum publicatie: 01-11-2024
- Datum uitspraak: 01-11-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:227
Klagers hebben klachten ingediend tegen in totaal zeven verpleegkundigen. De klachten zien op de behandeling van de vader van klagers op de afdeling Intensive Care van het ziekenhuis en de bejegening van klagers en hun vader. Het college komt tot het oordeel dat de klachten tegen de zeven verpleegkundigen kennelijk ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/6788
- Datum publicatie: 01-11-2024
- Datum uitspraak: 01-11-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:221
Klagers hebben klachten ingediend tegen in totaal zeven verpleegkundigen. De klachten zien op de behandeling van de vader van klagers op de afdeling Intensive Care van het ziekenhuis en de bejegening van klagers en hun vader. Het college komt tot het oordeel dat de klachten tegen de zeven verpleegkundigen kennelijk ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/6796
- Datum publicatie: 01-11-2024
- Datum uitspraak: 01-11-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:228
Klagers hebben klachten ingediend tegen in totaal zeven verpleegkundigen. De klachten zien op de behandeling van de vader van klagers op de afdeling Intensive Care van het ziekenhuis en de bejegening van klagers en hun vader. Het college komt tot het oordeel dat de klachten tegen de zeven verpleegkundigen kennelijk ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/6789
- Datum publicatie: 01-11-2024
- Datum uitspraak: 01-11-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:222
Klagers hebben klachten ingediend tegen in totaal zeven verpleegkundigen. De klachten zien op de behandeling van de vader van klagers op de afdeling Intensive Care van het ziekenhuis en de bejegening van klagers en hun vader. Het college komt tot het oordeel dat de klachten tegen de zeven verpleegkundigen kennelijk ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5445
- Datum publicatie: 30-10-2024
- Datum uitspraak: 30-10-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:119
“Klacht tegen een orthodontist. Klaagster is twee jaar bij verweerder onder behandeling geweest vanwege o.a. een dubbele kruisbeet. Daarna is de behandeling voortgezet door opvolgende behandelaars. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet goed heeft behandeld, omdat er een chirurgische ingreep nodig was in plaats van de uitgevoerde behandeling, hij op haar herhaalde klachten over erge pijn en geen beet hebben niet heeft geacteerd en de behandeling in totaal vierenhalf jaar heeft geduurd. Ter onderbouwing heeft klaagster verwezen naar een verslag over de behandeling van haar vierde behandelaar.Het college komt tot het oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht, omdat niet is gebleken dat er misbruik van recht is gemaakt. Na inhoudelijke beoordeling oordeelt het college dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de klacht ongegrond is.”
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:135 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-357/DB/LI
- Datum publicatie: 15-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:135
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken is dat verweerder klaagster onder druk heeft gezet om de opdrachtbevestiging te ondertekenen. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en de gedragsregels 17 lid 2 en 18 lid 2. Verweerder heeft € 1.474,99 gefactureerd voor 3 uur en 50 minuten, terwijl klaagster in aanmerking kwam voor een toevoeging. Verweerder had om een mutatie moeten vragen aan de voorgaande advocaat van klaagster. Vervolgens heeft verweerder niet integer gehandeld door zijn inhoudelijke werkzaamheden van slechts 2 uur voor een bespreking bijna te vertienvoudigen naar € 7.175,81. Verweerder is ook onvoldoende transparant geweest in de wijze waarop hij zou declareren en welke kosten daar onder zouden vallen. Verweerder had voorafgaand al een kosteninschatting moeten maken, zelfs al zou hij op basis van een toevoeging werken. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5416
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 09-10-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:112
Klacht tegen elf verweerders (SEH-arts, internisten, longarts, anesthesioloog, neuroloog en vijf A(N)IO’s) over behandeling echtgenoot en vader (patiënt).Klacht: ‘medische verkrachting’ door afnemen PCR-test, patiënt behandeld als COVID-19-positief, niet onderzocht wat echte reden klachten was, te lang zuurstofapparaat gebruikt, geen antibiotica en geen antistolling gegeven, geweigerd ivermectine te geven, behandeling met REGEN-CoV voorgesteld, patiënt en familie inhumaan behandeld, weigeren zorg omdat patiënt geen mondkapje droeg.College: kennelijk ongegrond. Verweerders hebben zeer zorgvuldig gehandeld in lijn met stand wetenschap, inzichten en richtlijnen van dat moment. Patiënt naar beste vermogen behandeld gezien opgelegde beperkingen (vanuit overheid en familie patiënt).
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2426
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 14-10-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:158
Klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft bij klager een brug geplaatst. Klager verwijt de tandarts dat hij heeft gezegd dat het niet mogelijk is om een implantaat te plaatsen, dat de brug is losgekomen en de tandarts niet goed heeft gehandeld toen klager zei dat de brug los zat. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep. In verband met de beperkte ruimte en de aanwezige botafbraak heeft de tandarts op goede gronden geadviseerd om een brug te vervaardigen in plaats van een implantaat te plaatsen en daarop een kroon te vervaardigen. Het loskomen van de brug kan de tandarts niet worden verweten. Ook de wijze waarop de tandarts heeft gehandeld toen klager meerdere keren terugkwam met klacht van een losse brug is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, al was het wel beter geweest als de tandarts meer proactief zou hebben gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H203/5410
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 09-10-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:106
Klacht tegen elf verweerders (SEH-arts, internisten, longarts, anesthesioloog, neuroloog en vijf A(N)IO’s) over behandeling echtgenoot en vader (patiënt).Klacht: ‘medische verkrachting’ door afnemen PCR-test, patiënt behandeld als COVID-19-positief, niet onderzocht wat echte reden klachten was, te lang zuurstofapparaat gebruikt, geen antibiotica en geen antistolling gegeven, geweigerd ivermectine te geven, behandeling met REGEN-CoV voorgesteld, patiënt en familie inhumaan behandeld, weigeren zorg omdat patiënt geen mondkapje droeg.College: kennelijk ongegrond. Verweerders hebben zeer zorgvuldig gehandeld in lijn met stand wetenschap, inzichten en richtlijnen van dat moment. Patiënt naar beste vermogen behandeld gezien opgelegde beperkingen (vanuit overheid en familie patiënt).
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5414
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 09-10-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:110
Klacht tegen elf verweerders (SEH-arts, internisten, longarts, anesthesioloog, neuroloog en vijf A(N)IO’s) over behandeling echtgenoot en vader (patiënt).Klacht: ‘medische verkrachting’ door afnemen PCR-test, patiënt behandeld als COVID-19-positief, niet onderzocht wat echte reden klachten was, te lang zuurstofapparaat gebruikt, geen antibiotica en geen antistolling gegeven, geweigerd ivermectine te geven, behandeling met REGEN-CoV voorgesteld, patiënt en familie inhumaan behandeld, weigeren zorg omdat patiënt geen mondkapje droeg.College: kennelijk ongegrond. Verweerders hebben zeer zorgvuldig gehandeld in lijn met stand wetenschap, inzichten en richtlijnen van dat moment. Patiënt naar beste vermogen behandeld gezien opgelegde beperkingen (vanuit overheid en familie patiënt).
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2024:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5415
- Datum publicatie: 14-10-2024
- Datum uitspraak: 09-10-2024
- ECLI:NL:TGZRSHE:2024:111
Klacht tegen elf verweerders (SEH-arts, internisten, longarts, anesthesioloog, neuroloog en vijf A(N)IO’s) over behandeling echtgenoot en vader (patiënt).Klacht: ‘medische verkrachting’ door afnemen PCR-test, patiënt behandeld als COVID-19-positief, niet onderzocht wat echte reden klachten was, te lang zuurstofapparaat gebruikt, geen antibiotica en geen antistolling gegeven, geweigerd ivermectine te geven, behandeling met REGEN-CoV voorgesteld, patiënt en familie inhumaan behandeld, weigeren zorg omdat patiënt geen mondkapje droeg.College: kennelijk ongegrond. Verweerders hebben zeer zorgvuldig gehandeld in lijn met stand wetenschap, inzichten en richtlijnen van dat moment. Patiënt naar beste vermogen behandeld gezien opgelegde beperkingen (vanuit overheid en familie patiënt).Klacht tegen elf verweerders (SEH-arts, internisten, longarts, anesthesioloog, neuroloog en vijf A(N)IO’s) over behandeling echtgenoot en vader (patiënt).Klacht: ‘medische verkrachting’ door afnemen PCR-test, patiënt behandeld als COVID-19-positief, niet onderzocht wat echte reden klachten was, te lang zuurstofapparaat gebruikt, geen antibiotica en geen antistolling gegeven, geweigerd ivermectine te geven, behandeling met REGEN-CoV voorgesteld, patiënt en familie inhumaan behandeld, weigeren zorg omdat patiënt geen mondkapje droeg.College: kennelijk ongegrond. Verweerders hebben zeer zorgvuldig gehandeld in lijn met stand wetenschap, inzichten en richtlijnen van dat moment. Patiënt naar beste vermogen behandeld gezien opgelegde beperkingen (vanuit overheid en familie patiënt).