Zoekresultaten 1-50 van de 933 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7402

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde ongegrond. Geen sprake van te zware sedatie van de patiënte, nalatigheid ten aanzien van het algemeen welzijn van patiënte wat betreft inname voeding, toedienen insuline en het wel/niet toedienen van andere medicijnen. Niet gebleken dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geweigerd mee te werken aan klachten/verzoeken/bezwaren van familieleden of in bepaalde bewoordingen aan de familie heeft medegedeeld dat patiënte snel zou overlijden en dat de bemoeienissen van de familie haar overlijdensproces alleen maar bemoeilijkten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-046/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft het onderzoek van de deken gefrustreerd door geen opvolging te geven aan diens informatieverzoeken. De raad acht dit al hoogst kwalijk, maar de wijze waarop verweerder zich in het kader van het onderzoek heeft opgesteld tegenover de deken is meer dan onbehoorlijk. Verweerder heeft geen, of in elk geval onvoldoende respect getoond richting het ambt van de deken. De raad weegt ook mee dat verweerder met zijn wrakingsverzoeken in deze procedure heeft gepoogd een voortvarende behandeling van het dekenbezwaar onmogelijk te maken. Van een integer handelend advocaat wordt anders verwacht. Daar komt bij dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad door tegenover de meervoudige kamer van het gerechtshof ongeloofwaardig te verklaren, terwijl hij onder ede stond. Verweerder heeft geen inzicht getoond in zijn laakbaar handelen. Onvoorwaardelijke schorsing van 12 weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8358

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een keel-, neus- en oorarts. Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. Hoewel het college de verwarring van klaagster ten aanzien van de facturen begrijpt aangezien de facturen niet geheel lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285

    Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8234

    Het college stelt voorop dat de gedwongen uitzetting van klager een heftige en ingrijpende gebeurtenis voor hem is geweest,. Het gebeurde heeft ook de verpleegkundige die als medisch escort betrokken was erg aangegrepen. De videobeelden van de uitzetting die door de gemachtigde van klager zijn gemaakt zijn veelvuldig gedeeld in (sociale) media waarbij de vraag is opgekomen hoe ver wij als samenleving willen gaan in het uitzetten van mensen en of het toezicht daarop goed is geregeld. Het college benadrukt dat het niet tot taak heeft om op die vragen een antwoord te geven. Het college is kritisch over de toelichting van de verpleegkundige over de conclusie dat klager voldoende zuurstof had omdat hij luid schreeuwde. Indien een patiënt aangeeft benauwd te zijn of zuurstof tekort te komen, moet dat voor een verpleegkundige aanleiding zijn om die klacht te onderzoeken, onder andere door de saturatie te meten. Naar het oordeel van het college kon de verpleegkundige niet volstaan met de inschatting dat het in orde was omdat klager in staat was om te schreeuwen. Op dat punt acht het college de door de verpleegkundige geboden zorg onvoldoende. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard en in één klachtonderdeel is klager niet-ontvankelijk. Het college volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8407

    Klaagster verwijt de tandarts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verwijderen van een tand. Volgens klaagster heeft de tandarts ten onrechte geen röntgenfoto gemaakt, geen uitleg gegeven en geen rekening gehouden met haar spierziekte. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8152

    Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers stellen dat de arts niet zorgvuldig heeft gehandeld door de JGZ richtlijn hartafwijkingen niet te volgen. Zij heeft het zoontje van klagers te laat doorverwezen waardoor hem de kans op een betere afloop is ontnomen. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier tot uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7853

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen de psychiater die een aantal maal contact met klager heeft gehad. Klager was onder behandeling bij een zorgaanbieder en eerste behandelcontact was een gz-psycholoog tegen wie klager eerder een klacht had ingediend. De onderhavige klacht kan niet los worden gezien van de klacht tegen de behandelend gz-psycholoog. Het college heeft de klacht tegen deze gz-psycholoog eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het college oordeelt dat klager zijn klacht heeft ingediend met het uitsluitend oordeel een contactverbod te omzeilen en om de behandelaar te bedreigen. Het college oordeelt dat de onderhavige zaak met hetzelfde doel is ingediend en dat de bedreigingen zich richten op de gz-psycholoog en de beklaagde psychiater

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7842

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen de gz-psycholoog die zijn regiebehandelaar was. De klacht kan niet los worden gezien van de klacht tegen de behandelend gz-psycholoog. Het college heeft de klacht tegen deze behandelaar eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het college oordeelt dat klager zijn klacht heeft ingediend met het uitsluitend oordeel een contactverbod te omzeilen en om de behandelaar te bedreigen. Het college oordeelt dat de onderhavige zaak met hetzelfde doel is ingediend en dat de bedreigingen zich richten op de behandelaar en de beklaagde regiebehandelaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7903

    Klaagster is tweemaal door verweerster (psychiater) gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8552

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster werd door de afdeling bemoeizorg verwezen naar het FACT-team. De psychiater was regiebehandelaar van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater, samengevat, dat zij een onjuiste medische rapportage heeft opgesteld, een diagnose heeft gesteld die klaagster niet heeft on dat zij onheus bejegend is. Het college is van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7880

    De moeder van een patiënt klaagt over diens behandeling door de orthodontist. Het tuchtcollege verklaart alle klachten ongegrond. De orthodontist heeft een passend behandelplan opgesteld, de juiste diagnose gesteld (op één schrijffout na), en terecht een KNO-verwijzing gedaan. Het gebruik van een myobrace was verdedigbaar als voorbereidende behandeling. Er was nog geen definitieve behandeling gestart omdat de patiënt tussentijds van orthodontist wisselde. Ook het verwijt over röntgenfoto’s en de positie van tand 15 houdt geen stand.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7938

    De moeder van een patiënt dient een klacht in tegen de tandarts omdat deze agressief zou zijn geweest tegen haar driejarige zoon. Het college kan niet vaststellen wat er precies is gebeurd omdat partijen verschillende lezingen over de feiten hebben. Voor zover het college dat wel vast kan stellen, acht het de reactie van de tandarts niet verwijtbaar. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2775

    Klacht tegen een MDL-arts. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de MDL-arts werkzaam is. De MDL-arts maakte deel uit van het MDO en heeft klager in 2019 enkele malen gezien. Klager verwijt de MDL-arts nalatigheid en onzorgvuldig handelen. In het bijzonder verwijt hij haar enerzijds dat haar brief aan de huisarts feitelijke onjuistheden bevat en anderzijds dat zij zich na april 2019 afzijdig heeft gehouden en ten onrechte niet actief heeft uitgezocht waarom geen resultaten uit de onderzoeken kwamen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2773

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en heeft klager op 10 december 2018 geopereerd. Klager verwijt de chirurg (a) een mogelijke fout tijdens de operatie en (b) onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2774

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en was hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt de chirurg onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8419

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klager een feminiserende gelaatsoperatie uitgevoerd. Klager verwijt de kaakchirurg dat zij de ingreep niet conform de medische professionele standaard heeft verricht, de ingreep niet conform de wensen van klager heeft uitgevoerd en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de uitvoering en de mogelijke risico’s en complicaties. De klachtonderdelen over de informatieplicht en het verkrijgen van toestemming voor de ingreep zijn deels gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:269 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7817

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is langdurig in behandeling geweest bij (de praktijk van) de huisarts. Zij verwijt de huisarts haar geen bloeddrukverlagende medicijnen te hebben voorgeschreven. Klaagster heeft een herseninfarct gekregen, dat met het gebruik van bloeddrukverlagers wellicht had kunnen worden voorkomen. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij ondanks een steeds verder stijgende bloeddruk bij klaagster is blijven vasthouden aan haar oordeel dat er sprake was van een laag tot licht verhoogd risico op een CVA en aan leefstijladviezen c.q. verwijzing naar de POH-GGZ of de fysiotherapeut. De huisarts heeft een onbetrouwbare 24-uursmeting als geruststellend geïnterpreteerd en klaagster onterecht niet behandeld met bloeddrukverlagende medicatie. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7902

    Klacht tegen een huisarts. Klagers hebben als mentor en bewindvoerder van hun zoon, die verstandelijk beperkt en autistisch is, een klacht ingediend tegen de voormalig huisarts van hun zoon. Klagers verwijten de huisarts, samengevat, nalatigheid in het verlenen van zorg, onheuse bejegening en het ten onrechte opzeggen van de behandelingsovereenkomst. Het college oordeelt dat de huisarts onvoldoende zorg heeft verleend en de behandelingsovereenkomst ten onrechte heeft beëindigd en legt de huisarts de maatregel op van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-479/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een advocaat over een (oud) deken. Verweerder heeft klager aan de hand van de ontvangen signalen en zijn eigen ervaringen mogen aanspreken op zijn gedrag. Dat klager daarop niet zat te wachten en zich er ook niet mee kon verenigen, maakt niet dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Het voormalig lidmaatschap van klager bij de Raad van de Orde maakt niet dat verweerder hem niet had mogen aanspreken. Nog steeds is klager als advocaat onderworpen aan het toezicht van de deken. Evenmin gebleken waarom het vertrouwen in de advocatuur zou zijn geschaad doordat verweerder aan klager vrijblijvend heeft aangeboden om zijn berichten door te zenden aan de Antwerpse stafhouder. Het stond klager vrij dat aanbod af te slaan. Klacht deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8221

    Klacht tegen verpleegkundige vanwege grensoverschrijdend gedrag. Klacht gegrond en doorhaling.Het college komt tot de conclusie dat sprake is geweest van een langdurige, waarschijnlijk twee jaren durende zeer intieme relatie met patiënte, waarbij verweerder patiënte heeft bewogen om de relatie te verzwijgen. Het college acht, op basis van de door de getuige afgelegde verklaring welke door de verweerder niet is weersproken, ook voldoende vaststaan dat sprake is geweest van seksueel contact tussen verweerder en patiënte. De betekent dat de klacht gegrond is.De forse overschrijding van de voor verweerder geldende beroepsnorm heeft voor patiënte tot een zeer onveilige situatie geleid. Het college ziet, gelet op het gebrek aan inzicht bij verweerder en daarmee de kans op herhaling en de absentie op de zitting (waardoor verweerder zich ook niet toetsbaar opstelt), aanleiding om verweerders inschrijving in het BIG-register door te halen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:251 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8318

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. Bij klaagster is tijdens een spoedconsult door een andere tandarts geconstateerd dat er sprake was van onder meer een fors angulair botdefect. Klaagster verwijt de tandarts dat zij deze problematiek in de jaren daarvoor gemist heeft, terwijl dit aanleiding had moeten zijn voor het doen van uitgebreid parodontaal onderzoek. Ook verwijt zij de tandarts slechte dossiervorming. Voor het college is op basis van het dossier onvoldoende komen vast te staan dat de tandarts klaagster erop gewezen heeft dat ook bij regelmatige adequate controle en mondhygiëne toch nog een plotselinge verergering van de parodontale problemen zou kunnen optreden. Overige klachtonderdelen ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:253 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8207

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over twee consulten, dat ze beide keren te lang heeft moeten wachten, onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de tweede behandeling niet zorgvuldig is uitgevoerd. Dat klaagster heeft moeten wachten is vervelend, maar leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. Het is niet ongebruikelijk dat de tandarts heeft gewezen op voedingssupplementen, een verwijzing naar een website is voldoende. De werkwijze rondom de verdoving is niet onzorgvuldig geweest. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2707

    De hoogbejaarde moeder van klagers (hierna: patiënte) is na een val opgenomen in het ziekenhuis vanwege een gebroken heup. De verpleegkundig specialist AGZ heeft naar aanleiding van signalen tijdens de opname die konden wijzen op ontspoorde mantelzorg een melding gedaan bij Veilig Thuis. Klagers verwijten de verpleegkundig specialist AGZ dat hij de melding heeft gedaan zonder dat hier goede redenen voor waren. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7822

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is geopereerd door de plastisch chirurg, waarbij meerdere ingrepen werden verricht. Klaagster heeft hierover meerdere klachten. De klachten komen erop neer dat sprake is geweest van onzorgvuldige preoperatieve voorlichting, een onzorgvuldige uitvoering van deze ingrepen en onzorgvuldigheden in de nazorg. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/05 en 06

    Klager is bij arrest veroordeeld om mee te werken aan de doorhaling van het/de ten behoeve van klaagster gevestigde hypotheekrecht(en). De toegevoegd notaris en de notaris hebben werkzaamheden verricht ten behoeve van de doorhaling. Klagers verwijten de notarissen dat zij daarbij hebben gehandeld in strijd met diverse op hen rustende plichten. De klachten worden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8077

    Klacht tegen anesthesioloog die op de intensive care in de dagen voor het overlijden van de echtgenote van klager bij de behandeling betrokken was. Niet gebleken dat anesthesioloog zich daags voor het overlijden te positief heeft uitgelaten over herstelmogelijkheden. Niet ingegaan op vraag naar euthanasie, omdat dat geen optie was. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-535/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster mocht tot een andere conclusie komen dan klager. Ook heeft zij zich kunnen distantiëren van de aantijgingen van klager jegens de rechterlijke macht, bewindvoerders en haar kantoor. Nadat de klachtenbehandeling was afgerond, was verweerster niet gehouden om daarover nog verder met klager te corresponderen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2657

    Klacht tegen longarts. Klager kwam medio 2023 bij de longarts op verdenking van longkanker. De longartsarts voerde diverse onderzoeken uit, waaronder lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. De uitslagen van deze onderzoeken wezen uit dat sprake was van verdenking van een longabces in plaats van longkanker. Klager kwam twee weken later bij de longarts om de uitslagen van de onderzoeken te bespreken. In de brief aan de huisarts schreef de longarts onder meer dat hij lichamelijk onderzoek had verricht. Klager verwijt de longarts dat hij, anders dan in deze brief staat, geen lichamelijk onderzoek heeft verricht en dat het daarnaast niet tot de competenties van de longarts behoort een gebit te beoordelen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de longarts geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7455

    Ongegronde klacht van ouders van patiëntje tegen verweerster, tandarts, over de behandeling van patiëntje met angstklachten. Klagers verwijten verweerster onzorgvuldige behandeling van de fistel bij de beschadigde tand, weigeren sedatie bij het trekken van beschadigde melktanden, onjuist advies, niets geven tegen de ontsteking, onvoldoende personele bezetting en geen goede achtervang bij de vakantiesluiting van de praktijk. Volgens klagers werd eerst na meerdere verzoeken van klagers patiëntje aan een andere praktijk overgedragen. Volgens klagers heeft verweerster geen verantwoordelijkheid genomen, niet direct met klagers gecommuniceerd en niet gereflecteerd op eigen handelen. Het college oordeelt dat verweerster geen onnodige risico’s heeft genomen en heeft vastgehouden aan een zorgvuldige medische afweging ondanks de druk om met Dormicum te behandelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7916

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april 2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven. Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten, zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte een nieuwe sonde.Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte te kort is geschoten. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:129 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2676

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling aan haar porseleinen facings (informed consent), dat hij haar tandvorm heeft aangepast en dat de tandarts de behandeling ten onrechte met composiet heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, omdat de tandarts klaagster heeft geïnformeerd over alle relevante aspecten van de behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. In beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat de tandarts daarnaast ook de verkeerde behandeling heeft toegepast. De tandarts heeft tijdens de behandeling gekozen voor een andere behandeling, zonder klaagster daarover te informeren, en een tijdelijke behandeling gepresenteerd als een permanente behandeling. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep van klaagster gedeeltelijk gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:125 Raad van Discipline Amsterdam 25-065/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is ongegrond. De raad is van oordeel dat het enkele instemmend knikken door verweerder tijdens een gesprek, onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat verweerder ook een actief aandeel heeft gehad in het aan klager verstrekte advies.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:126 Raad van Discipline Amsterdam 25-066/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een dagvaardingsexploot over het hoofd te zien. Ook de hierna door het Hof aan verweerder gestuurde berichten hierover heeft verweerder gemist, waardoor hij zich niet op tijd als advocaat voor klager heeft gesteld. Verweerder heeft hiermee naar het oordeel van de raad zeer onzorgvuldig gehandeld. Alhoewel verweerder zijn fout ter zitting heeft erkend, heeft hij naar het oordeel van de raad geen inzicht getoond in de hoge mate van verwijtbaarheid van zijn handelen. Dit alles bij elkaar genomen, maakt dat de raad de oplegging van de maatregel van een berisping passend vindt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2664

    Klacht tegen een kaakchirurg. De klacht gaat over de ingreep die klaagster op 22 mei 2015 heeft ondergaan bij de kaakchirurg, waarbij haar tongriem is weggehaald. Klaagster bleef na de behandeling klachten houden en is meerdere keren teruggegaan en gezien door collega’s van de kaakchirurg. Zij is ontevreden over het behandeltraject en het resultaat, onder andere omdat de behandeling en de risico’s niet aan haar zijn uitgelegd en zij meer klachten heeft dan voorheen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7222

    Verweerster, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft als GZ-psycholoog zorg verleend aan klager. Klager is door het college niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het college oordeelt, aan de hand van de inhoud van brieven en de uitingen van klager in deze procedure, dat klager, hoewel de klacht op zichzelf wordt beoordeeld als een te behandelen klacht, zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van verweerster. Het college overweegt, verwijzend naar artikel 3:303 BW, dat klager zijn klacht daarom zonder voldoende belang heeft ingediend en verklaart hem niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7917

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster een kies (element 46) verwijderd. Bij klaagster is een tandkasontsteking opgetreden. Ook kreeg zij te maken met losse botstukjes. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat hij de operatie onjuist heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft geboden. Het college heeft geen aanwijzingen dat de uitvoering van de operatie niet volgens de beroepsnormen is uitgevoerd. In verband met de klachten heeft klaagster gebruikelijke medicatie voorgeschreven gekregen. Het kan de kaakchirurg niet worden aangerekend dat zij allergische reacties op de medicatie kreeg. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7828

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster verwijt de tandarts onder meer dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat een brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Naar het oordeel van het college was het noodzakelijk om voorafgaand aan de behandeling aan de hand van een aantal kleurenfoto’s een goede inschatting te maken van de (on)mogelijkheden voor een oplossing. Daarnaast was het noodzakelijk om voorafgaand aan de behandeling een duidelijk en volledig zorgplan op te maken aan de hand waarvan klaagster geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden. Hieraan heeft het ontbroken. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7529

    Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klager stelt dat de orthopedisch chirurg ten onrechte en zonder deugdelijk informed consent is overgegaan tot operatieve stabilisatie van zijn schouder. Volgens de orthopedisch chirurg vormde de ernstige pijnklachten van klager de belangrijkste indicatie voor de operatie en is een uitgebreide informed consent procedure gevolgd. Het college overweegt dat over de vraag wanneer bij chronische instabiliteit van de schouder tot een operatie moet worden overgegaan discussie mogelijk is. Er bestaan hiervoor geen richtlijnen. De vraag rijst of in dit geval niet te snel is besloten tot een AC-reconstructie, een in de ogen van het college ingewikkelde operatie met een onzekere uitkomst. Het is het college niet duidelijk geworden welke fysiotherapeutische behandeling klager precies heeft gehad. Mogelijk was in dit geval op zijn plaats geweest om in eerste instantie wat uitgebreider een afwachtend beleid te voeren, met gerichte behandeling door een schouderfysiotherapeut, waarna altijd nog tot een operatie had kunnen worden besloten. Daar staat tegenover dat klager ernstige pijnklachten had. Gelet op de bandbreedte die bestaat ten aanzien van de indicatiestelling is het college van oordeel dat het de orthopedisch chirurg tuchtrechtelijk niet kan worden verweten in dit geval tot operatie te hebben geadviseerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7228

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft in totaal 24 kronen bij klager geplaatst. De klacht bestaat uit zes klachtonderdelen, waarvan er twee betrekking op de op de tandheelkundige behandelingen van klager en/of de daarvoor in rekening gebrachte bedragen. Klager is in vier klachtonderdelen niet-ontvankelijk, omdat deze onvoldoende verband houden met het belang van de individuele gezondheidszorg. De overige twee klachtonderdelen zijn (gedeeltelijk) gegrond. De tandarts heeft klager ten onrechte extra kosten in rekening gebracht. Daarnaast heeft de tandarts een niet verwaarloosbaar aantal röntgenfoto’s zonder noodzaak gemaakt. Het college legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7659

    Ongegronde klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is opgenomen geweest in het ziekenhuis, waar zij is behandeld voor een longontsteking als gevolg van aspiratie en ondervoeding. Klager is onder andere ontevreden over de informatievoorziening bij het ontslag uit het ziekenhuis. Het college stelt vast dat de internist geen bemoeienis heeft gehad bij het ontslaggesprek en evenmin bij het voorschrijven van de medicatie en de informatie daarover aan de thuiszorg en de huisarts. De klacht is dan ook (in alle onderdelen) ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7660

    Deels gegronde klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is opgenomen geweest in het ziekenhuis. Zij is behandeld voor een longontsteking als gevolg van aspiratie en ondervoeding. Klager is onder andere ontevreden over de informatievoorziening bij het ontslag uit het ziekenhuis. Het college is van oordeel dat de klacht in zoverre terecht is dat de betrokken ANIOS zich er ten onrechte niet van heeft vergewist dat bij vertrek uit het ziekenhuis de patiënte voldoende was geïnformeerd over het gebruik van de sonde. Nu de internist ten tijde van het verweten handelen dienst had als superviserend internist, en de ANIOS zijn handelen met haar heeft afgestemd, wordt de tekortkoming de internist tuchtrechtelijk aangerekend. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7657

    Ongegronde klacht tegen een arts (ANIOS). De echtgenote van klager is opgenomen geweest in het ziekenhuis. Zij is behandeld voor een longontsteking als gevolg van aspiratie en ondervoeding. Klager is onder andere ontevreden over de informatievoorziening bij het ontslag uit het ziekenhuis. Het college is van oordeel dat de klacht in zoverre terecht is dat de arts zich er ten onrechte niet van heeft vergewist dat bij vertrek uit het ziekenhuis de patiënte voldoende was geïnformeerd over het gebruik van de sonde. Gelet op zijn positie als ANIOS binnen het ziekenhuis, waarbij hij zijn handelen heeft afgestemd met zijn supervisor, valt deze tekortkoming hem echter niet persoonlijk tuchtrechtelijk aan te rekenen. De klacht is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7820

    Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. De tandarts heeft bij klager een verblokte kroon geplaatst. Na de behandeling kreeg klager klachten en voerde de tandarts een wortelkanaalbehandeling uit. Klager schreef zich vervolgens uit bij de praktijk en ging naar de polikliniek kaakchirurgie, waar later een parotisabces werd geconstateerd. Klager verwijt de tandarts onder meer dat zij een voorbarige diagnose heeft gesteld en een onzorgvuldige behandeling heeft uitgevoerd. Het college is van oordeel dat de tandarts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7111

    Internist wordt door nabestaanden verweten dat patiënt geen chemotherapie met bleomycine had mogen krijgen omdat hij leed aan astmatische bronchitis, niet informeren van behandelteam over behandelrisico’s, signalen ouders omtrent hoesten patiënt niet serieus heeft genomen, zonder overleg bleomycine heeft hervat, niet uitvoeren longfunctietest waarmee bleomycinelong eerder had kunnen worden ontdekt, niet eerder in consult roepen longarts en gebrekkige dossiervorming/communicatie richting behandelteam. College: internist vervulde niet de rol van hoofdbehandelaar en was niet betrokken bij de zorgverlening aan de patiënt op de afdeling. Er was geen contra-indicatie voor het geven van chemotherapie met bleomycine noch advies om kuur zonder bleomycine te geven. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7708

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster had toenemende klachten vanwege parodontitis. De tandarts heeft haar - mede rekening houdend met de kosten - het advies gegeven van een totaalextractie en een volledige immediaatnoodprothese in zowel de onder- als de bovenkaak. Klaagster heeft dit advies gevolgd. Gezien de staat van het gebit is dit geen onjuiste behandeling geweest. Evenmin kan worden vastgesteld dat de tandarts de behandeling onjuist heeft uitgevoerd. De tandarts heeft klaagster geïnformeerd over de mogelijke behandelingen en de consequenties daarvan. Er was geen indicatie voor verwijzing naar een andere zorgverlener. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 240321

    Klaagster verwijt verweerder dat zij in een intakegesprek met verweerder onder druk is gezet om een opdrachtbevestiging te tekenen zonder dat zij volledig begreep wat zij ondertekende. Tevens verwijt klaagster dat verweerder kosten van zijn werkzaamheden aan haar in rekening heeft gebracht en dat verweerder voorafgaand aan en tijdens de bespreking niet transparant is geweest over de kosten. Deze twee klachtonderdelen zijn door de raad gegrond verklaard met oplegging van de maatregel van berisping. Hiertegen richt zich het hoger beroep van verweerder. Ook komt verweerder in beroep tegen de opgelegde maatregel. Het hof acht het tuchtrechtelijk ernstig verwijtbaar dat verweerder niet voorafgaand aan, en ook niet bij aanvang van, het intakegesprek, aan klaagster heeft uitgelegd dat het gesprek niet vrijblijvend was als er geen toevoeging werd verleend en welke bedragen in dat geval in rekening zouden worden gebracht. De klacht dat in de opdrachtbevestiging geen kostenbegroting was opgenomen is gegrond. De klacht dat werkzaamheden zijn gefactureerd aan klaagster terwijl op dat moment duidelijk was dat voor de zaak van klaagster een toevoeging was verleend aan een andere advocaat is gegrond. Het beroep tegen de maatregel slaagt niet. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:91 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2627

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster is gedurende ongeveer 1,5 jaar in een fysiotherapiecentrum behandeld in verband met kaak- en nekklachten aan de voorzijde. De fysiotherapeut is drie keer als vervanger van de vaste behandelaar bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. De eerste keer zou hij vanwege spierspanning dry needling hebben uitgevoerd in de wangkauwspier. Klaagster verwijt de fysiotherapeut onder meer dat hij geen informatie heeft gegeven over de uit te voeren behandeling en de risico’s daarvan en de behandeling niet goed heeft uitgevoerd waardoor zij sindsdien dagelijks heftige spierpijn heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7545

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. De klacht hangt samen met zaak A2024/7544. Klager klaagt namens zijn overleden vader over een behandeling in de tandartspraktijk waar de tandarts werkzaam is, waarbij een nabloeding is ontstaan. Ook vindt hij het onzorgvuldig dat hij en zijn familie zijn uitgeschreven bij de tandartspraktijk nadat zijn broer een negatieve review op internet heeft geplaatst. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is, maar dat de tandarts geen verwijt kan worden gemaakt van de klachtonderdelen die gaan over de behandeling van de vader van klager omdat de tandarts daar niet bij betrokken is geweest. Ten aanzien van de beëindiging van de behandelingsovereenkomst isde klacht gegrond. Het college komt tot het oordeel dat de tandarts de behandelrelatie niet conform de regels heeft beëindigd, omdat onvoldoende is gebleken dat hij zich voldoende heeft ingespannen om de relatie te herstellen. Het college bepaalt dat er geen maatregel wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7528

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft bij de tandarts een keramisch implantaat laten plaatsen. Dat is niet goed gegaan, omdat kort daarna al bleek dat er een ontsteking is ontstaan van het bot rondom het implantaat. Klaagster heeft (meerdere) keren haar medisch dossier opgevraagd in verband met een second opinion. Klaagster en de tandarts hebben discussie over de behandeling en de kosten gehad, waarna wegens verstoorde verhoudingen de behandelrelatie door de tandarts is beëindigd. Klaagster heeft een aantal klachten geformuleerd over onder meer het ontbreken van informed consent, de behandeling en de inrichting van het patiëntendossier. Het college overweegt dat de tandarts toch is meegegaan in de wens van klaagster om een keramisch implantaat te plaatsen, wat op zich kan maar dan had klaagster wel goed voorgelicht moeten worden welke risico’s daaraan kleefden. Hiervoor biedt de patiëntenkaart geen aanknopingspunten en klaagster heeft uitdrukkelijk weersproken dat zij adequaat is voorgelicht. Daarnaast overweegt het college dat de tandarts bij de behandeling zelf niet heeft gehandeld volgens de beroepsnomen. Tot slot stelt het college vast dat het patiëntendossier niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Het college verklaart drie klachtonderdelen gegrond en legt de tandarts een waarschuwing op.