Zoekresultaten 1-20 van de 940 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8894

    Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de GGZ, die een intiem en seksueel grensoverschrijdend contact is aangegaan met een patiënte – met verhoogde kwetsbaarheid. Tijdens de opname van de patiënte en de ambulante behandeling. Verpleegkundige erkent het contact, stelt dat sprake was van een vriendschapsrelatie. Ernstige en langdurige overschrijding van de professionele beroepsuitoefening. Verpleegkundige heeft bewust een grens overschreden. Schorsing voor één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid om als verpleegkundige in de GGZ te werken. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:68 Raad van Discipline Amsterdam 25-742/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht is deels gegrond voor wat betreft het verwijt dat verweerder onbevoegd en zonder toestemming of instructie van klager heeft gesproken met een journalist. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Hierin weegt de raad de -op zichzelf begrijpelijke- belangenafweging van verweerder mee waarin hij heeft geprobeerd om in het belang van zijn cliënt te handelen en de schade te proberen te beperken. Daarnaast weegt de raad mee dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze vertrouwelijke informatie met de journalist zou hebben gedeeld, als ook dat verweerder verder geen tuchtrechtelijk verleden kent.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7807

    Klager klaagt tegen een tandarts over declaraties die de tandarts heeft gestuurd terwijl een all-in prijs was afgesproken, de behandeling zelf en de communicatie. Het college oordeelt dat de tandarts onvoldoende duidelijk heeft gecommuniceerd over extra kosten buiten de afgesproken all-in prijs, waardoor één factuur onterecht was. Daarnaast zijn de implantaten niet correct (te ondiep) geplaatst, wat in dit geval medisch onzorgvuldig is. De overige klachten zijn ongegrond. De tandarts krijgt mede omdat hij er geen blijk van heeft gegeven dat hij anders had moeten handelen, een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8032

    Klacht tegen een tandarts. Klager had begin 2016 zijn eerste consult bij de orthodontist ter voorbereiding op een orthodontische behandeling. In maart 2020 werd bij hem vaste apparatuur geplaatst. In augustus 2022 plaatste de orthodontist een orthoimplantaat en in augustus 2024 bezocht klager voor het laatst de praktijk van de orthodontist voor een controleafspraak. Klager verwijt de orthodontist, samengevat, onvoldoende regievoering en gebrek in de communicatie. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:48 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2848 Verzet

    Klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft in 2022 een lipofilling-behandeling bij klaagster uitgevoerd. Deze behandeling bestond uit het op verschillende plaatsen in het gelaat en op de handruggen aanbrengen van lichaamseigen vet. Klaagster is ontevreden over de behandeling en ongelukkig met het resultaat. Zij verwijt de plastisch chirurg onder meer dat hij meer behandelingen heeft voorgesteld en uitgevoerd dan waarvoor zij oorspronkelijk kwam en dat hij deze behandelingen heeft uitgevoerd zonder instemming van de psycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klachtonderdeel a gegrond is, omdat het in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig was om aan klaagster bij het eerste consult meer behandelingen voor te stellen dan waarvoor zij bij de plastisch chirurg kwam. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt op dit onderdeel vernietigd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8908

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. Klager heeft bij de kliniek waar de MKA-chirurg werkzaam is een klacht ingediend. De MKA-chirurg was aanwezig bij een gesprek over de klacht. Klager verwijt de MKA-chirurg dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de klachtafhandeling en dat zij hem geen verwijzing heeft gegeven naar een andere zorginstelling. Klager is wel ontvankelijk in de klacht, maar alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7402

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde ongegrond. Geen sprake van te zware sedatie van de patiënte, nalatigheid ten aanzien van het algemeen welzijn van patiënte wat betreft inname voeding, toedienen insuline en het wel/niet toedienen van andere medicijnen. Niet gebleken dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geweigerd mee te werken aan klachten/verzoeken/bezwaren van familieleden of in bepaalde bewoordingen aan de familie heeft medegedeeld dat patiënte snel zou overlijden en dat de bemoeienissen van de familie haar overlijdensproces alleen maar bemoeilijkten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-046/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft het onderzoek van de deken gefrustreerd door geen opvolging te geven aan diens informatieverzoeken. De raad acht dit al hoogst kwalijk, maar de wijze waarop verweerder zich in het kader van het onderzoek heeft opgesteld tegenover de deken is meer dan onbehoorlijk. Verweerder heeft geen, of in elk geval onvoldoende respect getoond richting het ambt van de deken. De raad weegt ook mee dat verweerder met zijn wrakingsverzoeken in deze procedure heeft gepoogd een voortvarende behandeling van het dekenbezwaar onmogelijk te maken. Van een integer handelend advocaat wordt anders verwacht. Daar komt bij dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad door tegenover de meervoudige kamer van het gerechtshof ongeloofwaardig te verklaren, terwijl hij onder ede stond. Verweerder heeft geen inzicht getoond in zijn laakbaar handelen. Onvoorwaardelijke schorsing van 12 weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8358

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een keel-, neus- en oorarts. Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. Hoewel het college de verwarring van klaagster ten aanzien van de facturen begrijpt aangezien de facturen niet geheel lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285

    Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8234

    Het college stelt voorop dat de gedwongen uitzetting van klager een heftige en ingrijpende gebeurtenis voor hem is geweest,. Het gebeurde heeft ook de verpleegkundige die als medisch escort betrokken was erg aangegrepen. De videobeelden van de uitzetting die door de gemachtigde van klager zijn gemaakt zijn veelvuldig gedeeld in (sociale) media waarbij de vraag is opgekomen hoe ver wij als samenleving willen gaan in het uitzetten van mensen en of het toezicht daarop goed is geregeld. Het college benadrukt dat het niet tot taak heeft om op die vragen een antwoord te geven. Het college is kritisch over de toelichting van de verpleegkundige over de conclusie dat klager voldoende zuurstof had omdat hij luid schreeuwde. Indien een patiënt aangeeft benauwd te zijn of zuurstof tekort te komen, moet dat voor een verpleegkundige aanleiding zijn om die klacht te onderzoeken, onder andere door de saturatie te meten. Naar het oordeel van het college kon de verpleegkundige niet volstaan met de inschatting dat het in orde was omdat klager in staat was om te schreeuwen. Op dat punt acht het college de door de verpleegkundige geboden zorg onvoldoende. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard en in één klachtonderdeel is klager niet-ontvankelijk. Het college volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8407

    Klaagster verwijt de tandarts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verwijderen van een tand. Volgens klaagster heeft de tandarts ten onrechte geen röntgenfoto gemaakt, geen uitleg gegeven en geen rekening gehouden met haar spierziekte. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8152

    Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers stellen dat de arts niet zorgvuldig heeft gehandeld door de JGZ richtlijn hartafwijkingen niet te volgen. Zij heeft het zoontje van klagers te laat doorverwezen waardoor hem de kans op een betere afloop is ontnomen. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier tot uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7853

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen de psychiater die een aantal maal contact met klager heeft gehad. Klager was onder behandeling bij een zorgaanbieder en eerste behandelcontact was een gz-psycholoog tegen wie klager eerder een klacht had ingediend. De onderhavige klacht kan niet los worden gezien van de klacht tegen de behandelend gz-psycholoog. Het college heeft de klacht tegen deze gz-psycholoog eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het college oordeelt dat klager zijn klacht heeft ingediend met het uitsluitend oordeel een contactverbod te omzeilen en om de behandelaar te bedreigen. Het college oordeelt dat de onderhavige zaak met hetzelfde doel is ingediend en dat de bedreigingen zich richten op de gz-psycholoog en de beklaagde psychiater

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7842

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen de gz-psycholoog die zijn regiebehandelaar was. De klacht kan niet los worden gezien van de klacht tegen de behandelend gz-psycholoog. Het college heeft de klacht tegen deze behandelaar eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het college oordeelt dat klager zijn klacht heeft ingediend met het uitsluitend oordeel een contactverbod te omzeilen en om de behandelaar te bedreigen. Het college oordeelt dat de onderhavige zaak met hetzelfde doel is ingediend en dat de bedreigingen zich richten op de behandelaar en de beklaagde regiebehandelaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7903

    Klaagster is tweemaal door verweerster (psychiater) gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8552

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster werd door de afdeling bemoeizorg verwezen naar het FACT-team. De psychiater was regiebehandelaar van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater, samengevat, dat zij een onjuiste medische rapportage heeft opgesteld, een diagnose heeft gesteld die klaagster niet heeft on dat zij onheus bejegend is. Het college is van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7880

    De moeder van een patiënt klaagt over diens behandeling door de orthodontist. Het tuchtcollege verklaart alle klachten ongegrond. De orthodontist heeft een passend behandelplan opgesteld, de juiste diagnose gesteld (op één schrijffout na), en terecht een KNO-verwijzing gedaan. Het gebruik van een myobrace was verdedigbaar als voorbereidende behandeling. Er was nog geen definitieve behandeling gestart omdat de patiënt tussentijds van orthodontist wisselde. Ook het verwijt over röntgenfoto’s en de positie van tand 15 houdt geen stand.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7938

    De moeder van een patiënt dient een klacht in tegen de tandarts omdat deze agressief zou zijn geweest tegen haar driejarige zoon. Het college kan niet vaststellen wat er precies is gebeurd omdat partijen verschillende lezingen over de feiten hebben. Voor zover het college dat wel vast kan stellen, acht het de reactie van de tandarts niet verwijtbaar. De klacht is ongegrond.