Zoekresultaten 1-10 van de 187 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2024/7364
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123
Klacht tegen een psychotherapeut. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de psychotherapeut de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7260
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122
Klacht tegen een gz-psycholoog. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2023:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3502
- Datum publicatie: 05-06-2023
- Datum uitspraak: 02-06-2023
- ECLI:NL:TGZRZWO:2023:122
Gegronde klacht tegen cosmetisch arts. Na intrekking van de klacht door patiënte heeft het college bepaald dat de behandeling van de klacht in het algemeen belang moet worden voortgezet. Voor het vervolg van de zaak is de inspectie als klager aangemerkt. De arts is eigenaar van en werkzaam in een cosmetische kliniek. Hij heeft bij patiënte een onderooglidcorrectie verricht. Daarbij is een complicatie opgetreden, na de operatie is beiderzijds een ectropion ontstaan. De arts heeft vervolgens tweemaal een hersteloperatie verricht en patiënte uiteindelijk verwezen naar een plastisch chirurg. De inspectie is van mening dat de arts bij het uitvoeren van de ooglidcorrectie in diverse opzichten tekortgeschoten is. Zo is patiënte onvoldoende geïnformeerd, is de schriftelijke verslaglegging ondermaats, is de arts bij de operaties niet gebleven binnen de grenzen van zijn kennen en kunnen en heeft hij geen professioneel gedrag vertoont bij de bejegening van patiënte. Het college verklaart alle klachtonderdelen gegrond en legt de arts de maatregel van een geheel voorwaardelijke schorsing van een jaar op, met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3821
- Datum publicatie: 14-07-2022
- Datum uitspraak: 12-07-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:99
Klacht tegen verzekeringsarts over verricht onderzoek in bezwaar in het kader van een WIA-procedure. Naar het oordeel van het college voldoen de uitgebrachte rapportages aan de daaraan gestelde criteria en is sprake van zorgvuldig onderzoek. Op basis van de op dat moment beschikbare informatie heeft beklaagde in redelijkheid kunnen concluderen dat er geen aanleiding bestond om meer beperkingen aan te nemen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3731
- Datum publicatie: 14-07-2022
- Datum uitspraak: 12-07-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:98
Klacht tegen verpleegkundige gegrond. Doorhaling. Tweede tuchtnorm. De verpleegkundige heeft patiënte, die wilsonbekwaam was gelet op de vergevorderde dementie, opgelicht voor een enorm bedrag en zichzelf laten betalen voor de uren die zij met haar doorbracht. Dat is volstrekt geen handelen dat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Met dit handelen is de individuele gezondheidszorg ermee gediend dat zij de titel van verpleegkundige niet langer voert.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3588
- Datum publicatie: 14-07-2022
- Datum uitspraak: 12-07-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:97
Klager verwijt psychiater dat zij ten onrechte Abilify heeft voorgeschreven en contact heeft afgehouden. Deze klachtenonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Het klachtonderdeel dat de psychiater onvoldoende uitleg heeft gegeven over het fenomeen achterwacht en het klachtonderdeel dat rapportages ontbreken zijn kennelijk niet-ontvankelijk. Ook na een verzoek om aanvulling is onduidelijk gebleven op welke feiten en omstandigheden deze klachtonderdelen berusten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3163
- Datum publicatie: 07-07-2022
- Datum uitspraak: 01-07-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:96
Klacht tegen een ouderengeneeskundige. Klagers zijn de broer en zus van de patiënte over wie de klacht gaat. De ouderengeneeskundige wordt diverse verwijten gemaakt over hoe zij patiënte en klagers zou hebben behandeld. Het is tijdens deze procedure niet duidelijk geworden hoe patiënte zelf over de klacht denkt en in hoeverre zij wel of niet bekwaam is ter zake van het (laten) indienen van een klacht. Daarnaast geldt dat er een professionele curator is aangesteld voor patiënte en (ook) niet is gebleken dat deze de klacht ondersteunt. De betreffende curator is aangesteld, nadat een van de klagers als curator werd ontslagen door de kantonrechter wegens onvoldoende functioneren. Al met al is niet gebleken dat klagers klachtgerechtigd zijn. Het college verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3355
- Datum publicatie: 07-07-2022
- Datum uitspraak: 01-07-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:95
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klaagster en de specialist ouderengeneeskunde verschillen (fundamenteel) van mening over wat er is gezegd en gedaan door beklaagde op een moment tijdens de laatste levensfase van de moeder van klaagster.De verwijten die klaagster beklaagde op grond daarvan maakt kunnen niet (objectief) worden vastgesteld. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3007
- Datum publicatie: 07-07-2022
- Datum uitspraak: 01-07-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:94
Beklaagde, chirurg, heeft een low anterior resectie uitgevoerd bij klager. Zes maanden na deze operatie is geconstateerd dat bij deze operatie waarschijnlijk ureterletsel is ontstaan. De klacht gaat in de kern over de vraag of klager (als regiebehandelaar) kan worden verweten dat dit niet eerder is ontdekt. De dag na de operatie bleek de nierfunctie fors gedaald. Interne geneeskunde werd in consult geroepen. Deze ging uit van een prerenale oorzaak van ondervulling waarop het infuusbeleid werd aangepast. In de opvolgende dagen werd een geringe verbetering van de nierfunctie geconstateerd en geïnterpreteerd als een goede reactie op de ingestelde therapie. De internist adviseerde om de nog niet geheel herstelde nierfunctie door de huisarts te laten controleren. Het kan beklaagde niet worden verweten dat hij de conclusies en aanbevelingen van de internist heeft gevolgd en dat hij klager met ontslag heeft laten gaan zonder nader onderzoek in de vorm van - bijvoorbeeld - een echo. Beklaagde heeft echter vervolgens onvoldoende uitvoering gegeven aan de op zich genomen monitoring van de nierfunctie. Klacht gegrond zonder oplegging van maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4115 en Z2022/4187
- Datum publicatie: 30-06-2022
- Datum uitspraak: 28-06-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:93
Voorzittersbeslissing. Ne bis in idem; art. 51 Wet BIG. Klaagster heeft eerder geklaagd tegen dezelfde gynaecoloog. De klacht werd door het RTG ongegrond verklaard. Het hiertegen door klaagster ingediende hoger beroeps werd door het CTG wegens onvoldoende duidelijk omschreven gronden niet-ontvankelijk verklaard.De voorzitter oordeelt dat er nu over hetzelfde handelen wordt geklaagd als in de eerdere procedures, ook al wordt dit enigszins anders verwoord. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 19
- Volgende pagina zoekresultaten