Zoekresultaten 181-187 van de 187 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3163

    Klacht tegen een ouderengeneeskundige. Klagers zijn de broer en zus van de patiënte over wie de klacht gaat. De ouderengeneeskundige wordt diverse verwijten gemaakt over hoe zij patiënte en klagers zou hebben behandeld. Het is tijdens deze procedure niet duidelijk geworden hoe patiënte zelf over de klacht denkt en in hoeverre zij wel of niet bekwaam is ter zake van het (laten) indienen van een klacht. Daarnaast geldt dat er een professionele curator is aangesteld voor patiënte en (ook) niet is gebleken dat deze de klacht ondersteunt. De betreffende curator is aangesteld, nadat een van de klagers als curator werd ontslagen door de kantonrechter wegens onvoldoende functioneren. Al met al is niet gebleken dat klagers klachtgerechtigd zijn. Het college verklaart klagers niet-ontvankelijk in hun klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3588

    Klager verwijt psychiater dat zij ten onrechte Abilify heeft voorgeschreven en contact heeft afgehouden. Deze klachtenonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Het klachtonderdeel dat de psychiater onvoldoende uitleg heeft gegeven over het fenomeen achterwacht en het klachtonderdeel dat rapportages ontbreken zijn kennelijk niet-ontvankelijk. Ook na een verzoek om aanvulling is onduidelijk gebleven op welke feiten en omstandigheden deze klachtonderdelen berusten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3731

    Klacht tegen verpleegkundige gegrond. Doorhaling. Tweede tuchtnorm. De verpleegkundige heeft patiënte, die wilsonbekwaam was gelet op de vergevorderde dementie, opgelicht voor een enorm bedrag en zichzelf laten betalen voor de uren die zij met haar doorbracht. Dat is volstrekt geen handelen dat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Met dit handelen is de individuele gezondheidszorg ermee gediend dat zij de titel van verpleegkundige niet langer voert.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3821

    Klacht tegen verzekeringsarts over verricht onderzoek in bezwaar in het kader van een WIA-procedure. Naar het oordeel van het college voldoen de uitgebrachte rapportages aan de daaraan gestelde criteria en is sprake van zorgvuldig onderzoek. Op basis van de op dat moment beschikbare informatie heeft beklaagde in redelijkheid kunnen concluderen dat er geen aanleiding bestond om meer beperkingen aan te nemen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3502

    Gegronde klacht tegen cosmetisch arts. Na intrekking van de klacht door patiënte heeft het college bepaald dat de behandeling van de klacht in het algemeen belang moet worden voortgezet. Voor het vervolg van de zaak is de inspectie als klager aangemerkt. De arts is eigenaar van en werkzaam in een cosmetische kliniek. Hij heeft bij patiënte een onderooglidcorrectie verricht. Daarbij is een complicatie opgetreden, na de operatie is beiderzijds een ectropion ontstaan. De arts heeft vervolgens tweemaal een hersteloperatie verricht en patiënte uiteindelijk verwezen naar een plastisch chirurg. De inspectie is van mening dat de arts bij het uitvoeren van de ooglidcorrectie in diverse opzichten tekortgeschoten is. Zo is patiënte onvoldoende geïnformeerd, is de schriftelijke verslaglegging ondermaats, is de arts bij de operaties niet gebleven binnen de grenzen van zijn kennen en kunnen en heeft hij geen professioneel gedrag vertoont bij de bejegening van patiënte. Het college verklaart alle klachtonderdelen gegrond en legt de arts de maatregel van een geheel voorwaardelijke schorsing van een jaar op, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7260

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2024/7364

    Klacht tegen een psychotherapeut. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de psychotherapeut de maatregel van een berisping op.