Zoekresultaten 1-10 van de 187 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1285

    Klacht tegen oogarts. Na een staaroperatie viel de gezichtsscherpte in het linkeroog tegen en had klaagster pijn- en irritatieklachten aan dat oog. Tijdens het controleconsult vond de TOA geen afwijkingen. De zoon van klaagster, zelf oogarts, heeft met instemming van de TOA zelf het oog bekeken en gaf aan cellen in het oog te zien. De TOA heeft deze bevindingen vervolgens met de behandelend oogarts besproken. De behandelend oogarts heeft niet zelf het oog van klaagster bekeken. De conclusie van de behandelend oogarts was dat het postoperatieve beleid en het druppelschema moesten worden afgemaakt. Klaagster verwijt de oogarts dat hij haar onheus heeft bejegend door haar niet zelf te onderzoeken, zijn eigen verantwoordelijkheid heeft miskend door af te gaan op de onderzoeksresultaten van de TOA, een onjuiste diagnose heeft gesteld en een verkeerde behandeling heeft ingezet en onvoldoende notities in het dossier heeft gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het beroep van klaagster slaagt deels. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de oogarts tuchtrechtelijk verweten kan worden dat hij niet zelf het oog van klaagster is komen onderzoeken en dat hij daarbij de slechte verstandhouding met de zoon van klaagster een rol heeft laten spelen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit deel gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5775

    “Klacht tegen een orthodontist. De minderjarige dochter (geboren in september 2007) van klaagster is van 15 augustus 2018 tot 15 september 2020 door verweerder behandeld vanwege o.a. niet goed op elkaar passende tanden. Verweerder heeft een buitenboordbeugel geplaatst gecombineerd met vaste apparatuur. De behandeling is daarna overgedragen aan een andere orthodontist. Klaagster klaagt erover dat verweerder te vroeg is begonnen met de behandeling en te weinig resultaat heeft behaald. Ter onderbouwing heeft zij verwezen naar een verslag over de behandeling van de opvolgend behandelaar. Het college komt tot het oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht, omdat niet is gebleken dat er misbruik van recht is gemaakt. Na inhoudelijke beoordeling oordeelt het college dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de klacht ongegrond is.”

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5773

    “Klacht tegen een orthodontist. De minderjarige zoon (geboren in januari 2009) van klaagster is van 18 mei 2020 tot 16 september 2020 door verweerder behandeld vanwege o.a. niet goed aansluitende tanden, een overbeet en ruimtegebrek. Verweerder is gestart met een buitenboordbeugel gecombineerd met vaste apparatuur. De behandeling is daarna overgedragen aan een andere orthodontist. Klaagster klaagt erover dat verweerder te vroeg is begonnen met de behandeling en te weinig resultaat heeft behaald. Ter onderbouwing heeft zij verwezen naar een verslag over de behandeling van de opvolgend behandelaar. Het college komt tot het oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht, omdat niet is gebleken dat er misbruik van recht is gemaakt. Na inhoudelijke beoordeling oordeelt het college dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de klacht ongegrond is.”

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5445

    “Klacht tegen een orthodontist. Klaagster is twee jaar bij verweerder onder behandeling geweest vanwege o.a. een dubbele kruisbeet. Daarna is de behandeling voortgezet door opvolgende behandelaars. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet goed heeft behandeld, omdat er een chirurgische ingreep nodig was in plaats van de uitgevoerde behandeling, hij op haar herhaalde klachten over erge pijn en geen beet hebben niet heeft geacteerd en de behandeling in totaal vierenhalf jaar heeft geduurd. Ter onderbouwing heeft klaagster verwezen naar een verslag over de behandeling van haar vierde behandelaar.Het college komt tot het oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht, omdat niet is gebleken dat er misbruik van recht is gemaakt. Na inhoudelijke beoordeling oordeelt het college dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de klacht ongegrond is.”

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3148

    Klacht tegen tandarts over onder meer tekortschietende paradontale behandeling en vervalsing van het patiëntendossier door achteraf aantekeningen toe te voegen. Tevens klacht dat klager zonder geldige reden uit de praktijk is uitgeschreven. Het college overweegt dat uit het dossier blijkt dat beklaagde oog heeft gehad voor tandvleesproblematiek. Het college acht het hoogste ongelukkig dat beklaagde achteraf aantekeningen aan het dossier heeft toegevoegd, maar gaat uit van onhandigheid, niet van boos opzet. Op basis van het dossier is aannemelijk dat klager zelf de behandelrelatie heeft beëindigd naar aanleiding van een hoogopgelopen geschil over de betalingstermijn van een rekening. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0070

    Klacht tegen bedrijfsarts betreft met name de verzuimbegeleiding de informatie uitwisseling met een behandelaar en de bejegening. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3677

    Klager is de vader van de, ten tijde van de indiening van de klacht, 17-jarige zoon. Klager heeft aangegeven dat de zoon niet op de hoogte was van de inhoud van de klacht, dat hij de inhoud van de klacht niet heeft gelezen en erg beïnvloedbaar is. Eveneens is de zoon niet ter zitting verschenen. Uit artikel 7:447 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek vloeit voort dat de minderjarige patiënt die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, zelf bevoegd is een klacht in te dienen. Hiermee is de bevoegdheid van de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige om als zodanig te klagen, vervallen. Nu eveneens niet is gebleken dat klager als gemachtigde van de zoon is opgetreden, omdat de zoon niet op de hoogte was van de inhoud van de klacht en het college bovendien niet is gebleken dat de zoon zelf klachten had over het optreden van beklaagde kan klager niet als rechtstreeks belanghebbende, noch als gemachtigde van de zoon worden beschouwd. Op grond hiervan verklaart het college klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3457

    Klager, geboren in 1985, neemt op zondag (18 juli 2021) telefonisch contact op met de huisartsenpost vanwege pijn in de linkerarm en een drukkend gevoel op de borst. Hij geeft aan de telefoniste aan dat hij rookt en dat zijn vader hartpatiënt is en dat hij het aan hem voorgeschreven medicijn Crestor sinds lange tijd niet meer gebruikt. Klager wordt binnen een uur op de huisartsenpost gezien door beklaagde. Tijdens dit consult geeft klager desgevraagd aan dat hij geen last meer heeft van een drukkend gevoel op zijn borst, benauwdheid of hartkloppingen. Beklaagde heeft klager vervolgens een anamnese afgenomen en lichamelijk onderzoek verricht. Op basis hiervan heeft beklaagde, mede gelet op de relatief jonge leeftijd van klager, de klachten geduid als laterale epicondylitis (tennisarm).Omdat beklaagde had begrepen dat klager geen eigen huisarts had heeft ze hem geadviseerd om de volgende dag via de Dagwaarneming een huisarts te zoeken in verband met zijn voorgeschiedenis en het feit dat hij rookt. Deze huisarts zou dan eveneens het medicijn Crestor weer kunnen voorschrijven.Op dinsdag 20 juli 2021 is klager naar zijn eigen huisarts gegaan die hij wel bleek te hebben. Er is onderzoek verricht en naar aanleiding van de uitslagen van deze onderzoeken is klager op donderdag 22 juli 2021 met spoed in het ziekenhuis opgenomen. Er is een stent geplaatst in de linker kransslagader.Klager verwijt beklaagde dat zij zijn klachten niet serieus heeft genomen, een verkeerde diagnose heeft gesteld, het medicijn Crestor niet heeft voorgeschreven en hem niet direct heeft doorverwezen naar de cardioloog. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/3823

    Klacht tegen verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Beklaagde heeft toetsing/beoordeling in kader van Ziektewet voldoende inzichtelijk gemaakt en situatie klager voldoende onderzocht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3668

    Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft door de aangeklaagde tandarts een paar facings laten zetten waar klaagster ontevreden over was. Zij vond de kleur niet mooi. De facings zijn vervangen waarbij de geprepareerde tanden niet goed schoongemaakt zijn en er geen nieuwe afdrukken zijn gemaakt. De nieuwe facings pasten daardoor niet naadloos, met als gevolg dat er op de behandelde elementen nog een streep tand zichtbaar was met cementresten erop. Ook had klaagsters pijnklachten als gevolg van de niet juist geplaatste facings. Klaagster heeft zich bij een nieuwe tandartsenpraktijk laten inschrijven waar een en ander is hersteld. Klaagster verwijt de tandarts dat hij de facings niet goed heeft geplaatst. Dat verwijt verklaart het college gegrond. De overige verwijten, onder andere dat het behandeldossier onvolledig zou zijn en valse aantekeningen zou bevatten en dat de assistente van de praktijk zich negatief zou hebben uitgelaten over de nieuwe tandartsenpraktijk, zijn ongegrond. De tandarts krijgt voor het gegronde deel van de klacht een waarschuwing.