Zoekresultaten 14211-14220 van de 48322 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4390/13.297
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 07-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:187
Het verweer dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard aangezien de klacht te laat is ingediend, wijst de raad af. De klacht is minder dan twee jaar na het niet aanbrengen van de hoger beroep dagvaarding ingediend. In aanmerking nemende dat door het Hof van Discipline in uitspraken, steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval, een termijn van ongeveer drie jaar heeft aangehouden, maakt dat klager ontvangen wordt in zijn klacht. Klager verwijt verweerder dat deze verzuimd heeft de appeldagvaarding aan te brengen bij het hof. Verweerder heeft verzuimd om het door hem gestelde gegeven advies, te weten dat hij klager niet in hoger beroep zou willen bijstaan en de hoger beroep dagvaarding niet zou aanbrengen bij het hof, niet schriftelijk vastgelegd. Het ligt op de weg van de advocaat om, ter voorkoming van misverstand, onzekerheid en geschil, gemaakte afspraken met de cliënt schriftelijk vast te leggen. Nu verweerder dit heeft nagelaten, komt dit voor zijn risico. De raad houdt het er voor dat verweerder klager er niet op gewezen heeft dat het hoger beroep kansloos was, althans dat hij verweerder niet, althans niet duidelijk, kenbaar heeft gemaakt dat hij de hoger beroep dagvaarding niet zou aanbrengen. Verweerder heeft niet de zorgvuldigheid ten opzichte van klager betracht zoals een behoorlijk advocaat betaamt. De klacht is gegrond. Verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:188 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4420/14.6 CCV
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 07-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:188
Het betreft een dekenklacht. Verweerder heeft nagelaten om een individuele en kantooropgave CCV 2012 in te dienen. Bovendien volgt uit de opgave CCV 2011 dat verweerder te weinig opleidingspunten behaald heeft en niet voldaan heeft aan de Verordening op de Vakbekwaamheid. Tevens blijkt uit de kantoor opgave 2011 dat verweerder niet beschikt over procedures met betrekking tot de afhandeling van derdengelden, betalingsverkeer en gegevensverificatie. Het niet voldoen aan deze elementaire verplichtingen, die van belang zijn voor het vertrouwen in de advocatuur, is verweerder tuchtrechtelijk aan te rekenen. Een klachtonderdeel ziet op het niet reageren op verzoeken van of van de zijde van de deken. Medewerking aan het onderzoek van de deken is essentieel voor het vertrouwen in de advocatuur. Het niet meewerken aan een onderzoek door de deken frustreert de belangen die met het tuchtrecht zijn gemoeid. Verweerder mocht er niet van uitgaan dat hij door de contacten die hij in die periode met de deken had, geen reactie behoefde te geven op verzoeken van of namens de deken. Ook dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Verweerder wordt de maatregel opgelegd van berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:189 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4565/14.150
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 15-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:189
Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van curator. Uit de stukken kan worden opgemaakt dat sprake is geweest van een misverstand, mede ten gevolge van het feit dat klaagster onder twee verschillende namen communiceerde in hetzelfde faillissement. Voor de boedel was de naam ME opgenomen en niet de naam van klaagster. Verweerder valt niet te verwijten dat hij in eerste instantie de vordering van klaagster niet kon plaatsen. Ook kan het verweerder niet worden verweten dat niet werd gereageerd op e-mails die na augustus 2011 door klaagster aan mr W. waren gestuurd en dat verweerder een kantoorgenoot heeft verzocht het uitzoekwerk te doen. Dit laatste stond en staat verweerder immers vrij. Klaagster verwijt verweerder tot slot dat hij weigert een redelijke vergoeding te betalen voor de door haar gemaakte kosten voor juridisch advies en bijstand. Het was de eigen keus van klaagster om een advocaat in te schakelen; deze kosten kunnen niet zonder meer worden afgewenteld op verweerder en het standpunt van verweerder ter zake leidt evenmin tot de vaststelling dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4430/14.16
- Datum publicatie: 25-03-2014
- Datum uitspraak: 31-01-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:19
Klacht tegen advocaat wederpartij. Cliënt (levensverzekeringsmaatschappij) van verweerder heeft een taxatierapport laten opmaken met betrekking tot de woning van klaagster, zulks met het oog op een eventuele onderhandse verkoop ter voorkoming van een executieveiling. Klager stelt dat dit taxatierapport vals is. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een foutief of vals taxarapport. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder daarvan wist of had behoren te weten. Het is niet aan de tuchtrechter te beoordelen wat de waarde is van het bewuste taxatierapport. Het oordeel hierover is voorbehouden aan de civiele rechter. Daarbij stond het klaagster vrij zelf een contrataxatie te laten uitvoeren om haar stellingen te onderbouwen. Uit de stukken volgt niet dat klaagster zulks heeft gedaan. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4558/14.143
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 15-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:190
Klacht tegen deken. Indien klager zich niet met de begrotingsbeslissing kan verenigen is voormelde rol van de deken bij de begrotingsbeslissing geen, althans onvoldoende aanleiding om te kunnen concluderen dat verweerder zich gedragen heeft zoals een behoorlijk advocaat niet betaamt. Indien een klager zich niet met de inhoud van het onderzoek of het standpunt van de deken kan verenigen staat het hem vrij de klacht te doen voorleggen aan de Raad van Discipline. De tuchtrechtelijke procedure is niet bedoeld om de handelwijze en het oordeel van een deken over een klacht te beoordelen, behoudens indien en voor zover de deken daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Dit laatste is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:191 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4562/14.147
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 15-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:191
Klacht jegens advocaat wederpartij. Op basis van de citaten kan niet worden geconstateerd dat verweerder, kosteloos, voor klager alle werkzaamheden zou verrichten om klagers geschil met T. op te lossen, dan wel dat hij er voor zou zorgen dat de registratie bij P. zou worden teruggedraaid. Wel kan hieruit worden opgemaakt dat verweerder hiertoe een poging zou doen, hetgeen verweerder ook stelt te hebben gedaan. Het had verweerder gesierd indien hij klager duidelijker had geïnformeerd over zijn contacten met T. Dit leidt echter niet tot de vaststelling dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar jegens klager zou hebben gehandeld. Klachtonderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4567/14.152
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 16-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:192
Klacht tegen advocaat wederpartij. Uit de stukken blijkt dat partijen van mening verschillen omtrent de vraag of de cliënte van verweerster daadwerkelijk kan beschikken over de bedragen die klager betaalt. Uit de stukken volgt verder dat klager de reguliere kinderalimentatie stort op een betaalrekening van zijn voormalig echtgenote. De achterstallige betalingen zou klager echter storten op een en/of-rekening die gelieerd is aan een hypotheek. De rekening kent, aldus verweerster, een debetstand waardoor klager feitelijk aflost op een gemeenschappelijke schuld en de helft van de betalingen daarmee aan klager zelf toekomt. Het is in dit geschil niet de taak van de tuchtrechter om te onderzoeken wie in deze gelijk heeft. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat het standpunt van verweerster evident onjuist is. Het stond verweerster in de gegeven omstandigheden vrij haar cliënte te adviseren het LBIO in te schakelen. Het feit dat het LBIO nadien te kennen heeft gegeven dat het niet tot inning van de verschuldigde alimentatie zal overgaan omdat klager met ‘bewijzen heeft aangetoond’ dat hij de alimentatie ‘rechtstreeks aan mevrouw D. en uw zoon D. heeft betaald’, doet aan het vorenstaande niet af. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4568/14.153
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 15-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:193
Klager verwijt verweerder dat hij contact heeft opgenomen met een getuige en haar onder druk heeft gezet. Verweerder heeft in zijn verweer uiteengezet dat tijdens het getuigenverhoor op 3 september 2013 door klager is afgezien van het recht om de bewuste getuige te doen horen. Gelet hierop stond het verweerder vrij om in het kader van zijn advies aan zijn cliënt over een eventueel hoger beroep, dit familielid op zijn kantoor uit te nodigen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4569/14.154
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 16-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:194
Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerster onjuist is opgetreden en daardoor de belangen van klager heeft geschaad of mogelijk schaadt. Klager stelt dat verweerster er niet in geslaagd is succes te behalen, maar heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dan wel is uit de stukken gebleken dat verweerster te kort is geschoten in haar bijstand. Met betrekking tot de proceskosten en het griffierecht kan uit de stukken worden opgemaakt dat klager is bijgestaan op basis van een toevoeging. Verweerster heeft onbetwist gesteld dat de eigen bijdrage en het griffierecht niet door klager zijn betaald. De aan klager toegekende proceskosten komen toe aan de advocaat ter vergoeding van de kosten rechtsbijstand. Dit geldt dan ook voor het door de advocaat voor klager betaalde griffierecht. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2014:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4559/14.144
- Datum publicatie: 27-07-2014
- Datum uitspraak: 15-07-2014
- ECLI:NL:TADRSGR:2014:195
Klager en verweerder verwijten elkaar over en weer client en/of zijn familie actief te hebben benaderd met betrekking tot de behandeling van de zaak. Op basis van de stukken en de gemotiveerde betwisting van verweerder ter zake kan niet worden vastgesteld dat verweerder zich jegens klager tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gedragen. Klacht kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1421
- Pagina: 1422
- Pagina: 1423
- ...
- Pagina: 4833
- Volgende pagina zoekresultaten