Zoekresultaten 12751-12800 van de 46112 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-635

    Verweerder heeft opgetreden voor een B.V. waarvan klagers 50% aandeelhouder waren. In een later stadium heeft verweerder voor de andere 50% aandeelhouder opgetreden bij de verkoop van alle aandelen in deze B.V. Klagers gingen er vanuit dat verweerder bij deze verkoop ook voor klagers optrad. Mede op grond van een vonnis van de rechtbank die over deze kwestie heeft geoordeeld meent de raad dat niet is komen vast te staan dat verweerder bij de aandelentransactie ook voor klager optrad. De raad is echter van oordeel dat verweerder toch tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld jegens klagers. De raad verwijst naar uitspraken van het Hof van Discipline (3 april 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:79) en de Hoge Raad van 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:61. In de lijn van deze jurisprudentie staat naar het oordeel van de raad vast dat verweerder zich bij zijn werkzaamheden in het kader van de verkoop van de aandelen de B.V. de belangen van klagers onvoldoende heeft aangetrokken. Hij was zich er immers wel degelijk van bewust dat de belangen van klagers een rol speelden in de aandelenverkoop. Verweerder heeft zelf aangegeven dat er bij de verkoop sprake was van een “free-ride” voor klagers. Daarnaast heeft hij voor en in overleg met beide aandeelhouders een geheimhoudingsovereenkomst opgesteld en laten tekenen. Ook heeft hij bemiddeld toen de aandeelhouders een geschil kregen. Daarom had het op de weg van verweerder gelegen om klagers in ieder geval expliciet en schriftelijk te adviseren een eigen adviseur in te schakelen, zeker gelet op de ogenschijnlijke onevenwichtigheid in de afspraken met betrekking tot de aandelenverkoop. Door zulks niet te doen en ook niet op andere wijze blijk te geven zich de belangen van klagers aan te trekken, heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. De raad legt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van 2 maanden op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:216 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.180

    Klacht tegen internist, werkzaam als directeur van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding (CIb) van het RIVM. De klacht gaat over het handelen van de internist in zijn functie van directeur van het CIb en in zijn rol van voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT). Klager is het niet eens met de adviezen die het OMT heeft gegeven in verband met de bestrijding van het nieuwe coronavirus. Hij vindt dat ten onrechte niet is geadviseerd om de lockdown op te heffen, toen volgens hem duidelijk werd dat door de lockdown meer levensjaren verloren gaan dan er gewonnen worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geconcludeerd dat de klacht niet‑ontvankelijk is. Dit betekent dat de klacht niet inhoudelijk kan worden beoordeeld. Het Centraal Tuchtcollege komt in beroep tot hetzelfde oordeel. De reden daarvoor is dat het handelen van de internist waarover wordt geklaagd niet valt onder de reikwijdte van het medisch tuchtrecht. Het medisch tuchtrecht gaat over de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg. De door het OMT uitgebrachte adviezen hebben echter betrekking op de publieke gezondheidszorg. Dat wil zeggen dat zij gaan over gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit. Het handelen van de internist als directeur van het CIb en als voorzitter van het OMT heeft onvoldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg om hierover bij een medisch tuchtcollege te kunnen klagen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2017:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2016.269

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:241 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200024

    Bekrachtiging beslissing van de raad. De bezwaren van klaagster tegen het optreden van verweerder als advocaat van de wederpartij zijn niet van dien aard dat dit optreden als onbetamelijk moet worden aangemerkt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 186/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster verwijt beklaagde onder meer het achterwege laten van de sentinel node procedure. College: dit was in overeenstemming met de toentertijd geldende Richtlijn vulvacarcinoom 2.0. Het achterwege laten van adjuvante radiotherapie, zoals voorgeschreven in de richtlijn, acht het college verdedigbaar nu overleg is gevoerd met de radiotherapeut. Deze achtte de indicatie voor radiotherapie niet hard genoeg en de mogelijke baten niet opwegen tegen de nadelen en risico’s op bijwerkingen bij bestraling in die streek. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-488

    Verzet levert geen nieuwe gezichtspunten. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:242 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200114, 200115 en 200116

    Klacht tegen (dagelijks bestuur van) advocatenkantoor onvoldoende geïndividualiseerd en daarom niet-ontvankelijk. Niet gebleken van schending geheimhoudingsplicht door verweerders, die eerder voor klaagster optraden in een beoogde overnamekwestie en, nadat klaagster als koper uit beeld was, later voor een nieuwe cliënt als koper in die overnamekwestie zijn gaan optreden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 227/2019

    Klachten tegen gynaecoloog. Klaagster verwijt beklaagde onder meer dat zij geen vulvoscopie heeft verricht en geen biopten heeft genomen. Dit gaat niet op, nu daarvoor geen medische indicatie aanwezig was. Geen aanwijzingen dat er weefsel is verwisseld. In de operatiekamer wordt met biopten een protocollaire procedure gevolgd. Beklaagde heeft erkend dat zij in een concept-verwijsbrief naar het MUMC een vergissing heeft gemaakt. Het college overweegt dat vergissingen gemaakt kunnen worden, ook door artsen. Het gaat er om deze tijdig te corrigeren, hetgeen beklaagde heeft gedaan. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-483 19-484

    Klachtzaak 19-483: Advocaat heeft, door het aanvaarden en uitvoeren van een opdracht tot dienstverlening waarvan hij wist of had moeten weten dat daaraan geen rechtsgeldig bestuursbesluit ten grondslag lag, niet gehandeld zoals een behoorlijk handelend advocaat betaamt. Klacht gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling Klachtzaak 19-484: Advocaat die waarnam voor zijn kantoorgenoot mocht , gelet op het schorsingsbesluit van de AVA en de daarbij aan zijn kantoorgenoot gegeven opdracht om namens BV Z rechtsmaatregelen tegen klaagster te nemen, uitgaan van een rechtsgeldig gegeven opdracht. Hij hoefde geen rekening te houden met een mogelijke nietigheid van het daaraan ten grondslag liggende besluit van de AVA. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 230/2019

    Klacht tegen patholoog. Verkeerde beoordeling van weefsel, waardoor patiënte geen behandeling heeft gehad? Oordeel college: beklaagde heeft het biopt zorgvuldig bekeken en onderzocht en de voors en tegens voor reactieve atypie dan wel preneoplastische atypie afgewogen. Er is een uitgebreide verslaglegging en beklaagde heeft met een collega overlegd. Beklaagde is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. D at naderhand bij een second opinion wel een voorkeur voor de diagnose VIN is gesteld, doet daaraan niet af. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-442

    Klacht waaraan een uiterst conflictueuze echtscheiding ten grondslag ligt in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/102

    Klager verwijt verweerder het stellen van een foute diagnose. Ook is het verwijt dat verweerder de diagnose 'polyneuropathie' heeft verzwegen, waardoor adequete behandeling niet tijdig heeft kunnen plaatsvinden. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:263 Raad van Discipline Amsterdam 20-767/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij (verweerder sub 1) en het advocatenkantoor waar verweerder sub 1 werkzaam is (verweerder sub 2). Klacht voor zover gericht tegen verweerder sub 2 kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht voor zover gericht tegen verweerder sub 1 in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder grenzen van de hem toekomende vrijheid heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:264 Raad van Discipline Amsterdam 20-775/A/A 20-776/A/A 20-777/A/A 20-778/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten van het kantoor waar de zoon van klagers (een deel van) zijn advocaat-stage heeft gelopen. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Dat verweerder sub 2 telefonisch contact heeft gezocht met klagers is, gelet op de door hem geschetste omstandigheden, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-388/DB/LI en 20-391/DB/LI

    Niet gebleken dat sprake is van computervredebreuk door advocaat. Advocaat heeft via zijn derdengeldenrekening namens zijn cliënt ter voldoening aan een vonnis bedragen gestort op de derdengeldenrekening van de advocaat van klager en vervolgens met verlof van de voorzieningenrechter beslag gelegd onder de derdengeldenrekening van de advocaat van klager. Klager heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid in kort geding opheffing van het beslag te vorderen. Het stond de advocaat vrij om rechtsmaatregelen te treffen die hij in het belang van zijn cliënt achtte. Niet gebleken dat de belangen van klager nodeloos zijn geschaad. Dat door de rechtbank later is geoordeeld dat de betaling via de derdengeldenrekening van de advocaat van klager geen bevrijdende betaling betrof maakt dit niet anders. Klacht over eerdere betrokkenheid van de advocaat bij het aan zijn cliënt verkocht bedrijf betreft gedragingen van meer dan drie jaar voordat de klacht is ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Advocaat heeft voor zijn cliënt een opleveringsopname gemaakt. Voor zover de advocaat hiervoor al toestemming van klager nodig had, heeft hij niet dusdanig geprotesteerd, dat de advocaat had moeten begrijpen dat daarvoor geen toestemming werd verleend. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2034

    Bedrijfsarts wordt verweten dat hij ten onrechte een persoonlijke emotionele uitlating over klager op het formulier ‘Medische informatie’ ten behoeve van het UWV heeft vermeld en daarmee moedwillig de vertrouwensband tussen hem en klager heeft geschaad. Hij heeft deze informatie ook niet vooraf met klager gedeeld. Geen sprake van een emotionele uitlating. Handelwijze van de bedrijfsarts laat wel te wensen over, maar niet onderbouwd en ook niet gebleken dat de bedrijfsarts het formulier misbruikt heeft en moedwillig de vertrouwensband tussen klager en hem heeft willen schaden en dat hij de informatie niet vooraf met klager heeft gedeeld om onrust te zaaien ten behoeve van eigen belang en persoonlijke opvattingen, zoals klager stelt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:26 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/66

    Afwikkeling nalatenschap moeder. Zij had bepaald dat klaagster en haar broer de executele in haar nalatenschap alleen gezamenlijk konden uitoefenen. De broer heeft de notaris opdracht gegeven de nalatenschap af te wikkelen. De notaris is vervolgens werkzaamheden gaan verrichten zonder zich er voldoende van te overtuigen of ook klaagster daarmee instemde en zonder haar op de hoogte te houden van zijn activiteiten, waaronder het mede namens klaagster verzorgen van de aangifte erfbelasting. De notaris heeft nadien niet (voortvarend/adequaat) gereageerd op herhaalde verzoeken van (de zijde van) klaagster om afgifte van een complete kopie van de aangifte erfbelasting. Ook heeft de notaris niet gereageerd op het - naar het oordeel van de kamer alleszins redelijke - verzoek om namens klaagster pro forma bezwaar in te dienen tegen de aanslag erfbelasting. In de aangifte heeft de notaris bovendien een onjuist rentepercentage gehanteerd. Klacht grotendeels gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2006

    Klager heeft de bedrijfsarts 17 afzonderlijke verwijten gemaakt. De bedrijfsarts heeft onzorgvuldig gehandeld bij het opstellen van de FML en ook steken laten vallen in de opgestelde documenten voor de IVA-aanvraag. Het opstellen van een FML is een kerndocument waarin een medisch probleem van een werknemer wordt vertaald naar zijn belastbaarheid en dat dient met de grootste zorgvuldigheid te gebeuren. Hetzelfde geldt voor de documenten die moeten worden aangeleverd voor een IVA-aanvraag; er is immers maar één kans om een IVA-uitkering geregeld te krijgen. Verweerder heeft ten onrechte twee opmerkingen in de documenten voor de IVA-aanvraag geplaatst die de aanvraag konden ondermijnen. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:262 Raad van Discipline Amsterdam 20-319/A/A 20-320/A/A 20-321/A/A 20-322/A/A

    Klacht van curatoren Imtech over voormalige advocaten van Imtech niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een tuchtrechtelijk relevant belang. De door het Hof van Discipline gebezigde norm strekt zich naar het oordeel van de raad niet verder uit dan tot advocaten die gedurende het faillissement de curator (actief) belemmeren in de bereddering van de boedel. Handelen of nalaten van de advocaat van een cliënt voorafgaande aan diens faillissement staat los van de bereddering van de boedel. Klagers stellen ook dat het handelen of nalaten van verweerders van invloed is op de positie van de failliete boedel van Imtech en de belangen van haar schuldeisers, maar hiervoor geldt dat dit slechts een afgeleid en geen rechtstreeks belang is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-672/DB/OB

    Advocaat heeft de conceptdagvaarding wel met cliënt besproken , maar hem niet vooraf expliciet om instemming gevraagd om een (hoge) vordering niet in de dagvaarding op te nemen. Advocaat heeft cliënt niet bij aanvang van de zaak geïnformeerd over de hoogte van de mogelijk in te stellen vordering en hem niet gewezen op het kostenrisico. Klacht (gedeeltelijk)gegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:27 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/44

    Samenlevingscontract met beding dat de man bij verbreking van de samenwoning € 12.000,00 per jaar aan klaagster moet betalen voor ieder jaar dat de samenwoning heeft geduurd. Nadat de man de samenwoning heeft verbroken, heeft de rechtbank voor recht verklaard dat dit beding nietig is wegens strijd met de goede zeden. Het gerechtshof heeft dit vonnis bekrachtigd. De kamer is van oordeel dat de notaris in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door destijds op die manier invulling te geven aan de bedoeling van klaagster, al staat vast dat haar motief om de man d.m.v. dit contract als het ware onherroepelijk aan zich te binden in strijd met de goede zeden werd geacht. In het kader van enerzijds de ministerieplicht en anderzijds de plicht om dienst te weigeren als bedoeld in art. 21 lid 2 Wna acht de kamer het advies van de notaris verdedigbaar om in plaats van een “niet-verlatingsbeding” een vergoedingsplicht in het contract op te nemen, waarbij de hoogte van het verschuldigde bedrag en de duur van de verplichting uitdrukkelijk zijn vastgelegd en waarbij in de slotverklaring is verwoord dat partijen hierdoor een (alimentatie)regeling wilden treffen. De kamer is dan ook van oordeel dat de notaris er destijds van uit mocht gaan dat hij op die wijze ten gunste van klaagster een contractuele alimentatie-/vergoedingsplicht had vastgelegd voor het geval de samenwoning zou worden beëindigd, zij het dat niet op voorhand kon worden uitgesloten dat die verplichting nadien door de rechter zou kunnen worden gematigd indien onverkorte toepassing van het beding redelijkerwijs onaanvaardbaar zou zijn. De kamer ziet niet hoe de notaris destijds aan klaagster meer rechtszekerheid had kunnen bieden dan hij heeft proberen te doen. Dat jaren later door of namens klaagster - die was geïnformeerd over het risico dat het door haar beoogde “niet-verlatingsbeding” nietig zou worden geacht - in een civiele procedure over de strekking van het vergoedingsbeding zou worden verklaard/gesteld dat dit beding bedoeld was om ervoor te zorgen dat de man de samenwoning nooit zou kunnen beëindigen omdat hij het overeengekomen bedrag nooit zou kunnen betalen, was naar het oordeel van de kamer voor de notaris niet te voorzien, evenmin als te voorzien was dat namens klaagster in die procedure zou worden gesteld dat het beding geen alimentatiebeding was maar een boetebeding. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-688/DB/LI

    Het staat een advocaat vrij om na bestudering van de stukken zijn cliënt te adviseren om van juridische stappen af te zien, indien hij hiertoe geen goede mogelijkheden ziet. Niet gebleken dat een advocaat-relatie tussen de mede-ouder en de advocaat tot stand is gekomen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-364/DB/ZWB

    Advocaat is ondanks herhaalde verzoeken niet overgegaan tot verdeling van de toevoegingsgelden met de voorgaande advocaat. Van een opvolgende advocaat mag worden verwacht, dat hij, indien sprake is van gefinancierde rechtsbijstand, hij direct nadat de zaak is geëindigd en de toevoeging is gedeclareerd, een verdelingsvoorstel aan de voorgaande advocaat toezend en nadat daarover overeenstemming is bereikt tot betaling van het aan de voorgaande advocaat toekomende gedeelte van de toevoeging overgaat.. Advocaat heeft ook niet gereageerd op verzoeken van de deken om te reageren op de klacht over zijn nalatig handelen en is, zonder bericht, niet ter zitting van de tuchtrechter verschansen. Zaak staat bovendien niet op zichzelf. Aan de advocaat is eerder vanwege nalatig handelen een waarschuwing respectievelijk een voorwaardelijke schorsing van twee weken opgelegd. Klacht gegrond, schorsing vier weken, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:213 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.134

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerder heeft klaagster met gebruikmaking van de MIS-techniek geopereerd aan de standsafwijking van de grote teen aan de rechtervoet. Klaagster heeft na de operatie aanhoudende pijnklachten en ook na een her-operatie door een andere chirurg houdt klaagster klachten. Zij verwijt verweerder dat hij de operatie niet adequaat heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-633

    Tijdige klacht van advocaat tegen (voormalig) deken naar aanleiding van het dekenonderzoek na een signaal over haar mogelijk kwalitatief onvoldoende werkzaamheden in zaken bij de Raad van State. Een deken heeft een grote mate van beleidsvrijheid en de bevoegheid om als toezichthouder een onderzoek naar de praktijkvoering van een advocaat te starten op basis van een signaal. De deken heeft echter nagelaten het over klaagster ontvangen signaal te documenteren. De deken heeft ook niet toegelicht welke reden hij had om verweerster geen duidelijkheid over dat signaal en de herkomst daarvan te geven, terwijl dat signaal hem aanleiding gaf voor een zeer omvangrijk en voor klaagster belastend onderzoek, zonder eerst het gesprek met haar aan te gaan. De raad kan aldus niet vaststellen dat de omvang van het onderzoek en de daaraan voor klaagster verbonden gevolgen in verhouding stonden tot de ernst van het signaal. Als (voormalig) deken heeft verweerder daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De deken mocht zich bij zijn onderzoek naar klaagster laten bijstaan door een terzake deskundig advocaat, tevens lid van de Raad van de Orde, voor wie ook een geheimhoudingsplicht gold. De raad is niet bevoegd om te beoordelen of de deken in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan juist heeft gehandeld bij de WOB verzoeken van klaagster. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:214 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.022 en c2019.023

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerder heeft klager drie keer aan de schouder geopereerd. Klager heeft tien klachtonderdelen geformuleerd waarmee hij verweerder – samengevat – verwijt dat deze de drie operaties zonder indicatie en onzorgvuldig heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard, twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing voor een deel, verklaart een van de twee gegrond verklaarde onderdelen ongegrond maar een ander klachtonderdeel gegrond, bepaalt dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.337

    Klacht tegen huisarts. De beklaagde huisarts heeft klager regelmatig op consult gezien voor buikklachten. Klager verwijt de beklaagde dat hij klager op een onzorgvuldige manier medicatie heeft voorgeschreven, zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden en klager op een onzorgvuldige manier heeft doorverwezen met verklaringen van niet ter zake deskundigen in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/34

    In opdracht van klaagster heeft de notaris een conceptakte van verdeling opgesteld op basis van een vonnis van de rechtbank. Daarbij had de rechtbank onder meer de (wijze van) verdeling vastgesteld van de aandelen van klaagster en haar ex-partner in een appartementencomplex. Er is discussie ontstaan over de vraag of de notaris in de conceptakte een juiste peildatum had gehanteerd om de waarde van de te verdelen hypotheekschuld te berekenen: klaagster had het vonnis anders geïnterpreteerd. De kamer stelt voorop dat het niet aan de tuchtrechter is om te oordelen over de inhoud van het vonnis van de rechtbank. De tuchtrechter moet (enkel) beoordelen of de notaris in de gegeven omstandigheden heeft gehandeld overeenkomstig de tuchtnorm. Hoewel de notaris er in verband met de vraag die het vonnis bij hem zélf had opgeroepen over de in acht te nemen waarde van de hypotheekschuld wellicht beter aan zou hebben gedaan als hij zijn concepten direct bij het toesturen daarvan op dat punt zou hebben toegelicht, is de kamer van oordeel dat het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat hij dat niet heeft gedaan. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat niet is gesteld of gebleken dat (de vader van) klaagster en de notaris eerder met zoveel woorden hadden gesproken over de waarde van de hypotheekschuld, zodat het voor de notaris niet op voorhand duidelijk was dat hij een “afwijkend standpunt” innam, zoals klaagster heeft gesteld. Bovendien heeft de notaris na vragen daarover van de broer van klaagster alsnog voortvarend uitleg gegeven over de wijze waarop hij meende uitvoering te moeten geven aan de opdracht van klaagster. Naar het oordeel van de kamer is het standpunt van de notaris over de te hanteren waardepeildatum van de hypotheekschuld in de gegeven omstandigheden bovendien zeker verdedigbaar. Klaagster heeft verder gesteld dat de notaris zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door de conceptakte toe te sturen aan de vader van haar ex-partner. Omdat de vader voorheen als vertegenwoordiger van de ex-partner was opgetreden, acht de kamer dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.338

    Klacht tegen huisarts. De beklaagde huisarts heeft naar aanleiding van een hulpvraag van klager een verwijsbrief opgesteld voor klager. Klager verwijt de beklaagde dat hij zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden door zonder toestemming van klager informatie over hem te delen met de gemeente en zijn participatiecoach, dat hij het medisch dossier van klager heeft aangepast en specialisten in het ziekenhuis ongewenst heeft beïnvloed door zonder toestemming van klager telefonisch overleg over hem te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-054

    Schriftelijke afdoening, waarbij door partijen afstand is gedaan van een recht op een zitting. Verweerder heeft jarenlang als accountant voor een familiebedrijf met diverse vennootschappen en familieleden gewerkt en een nauwe zakelijke en privéband met de verschillende familieleden opgebouwd. Naar buiten toe is verweerder, die in 1998 ook als advocaat aan de slag is gegaan, ook als advocaat voor (een aantal) klagers gaan opgetreden. Eind 2017 is verweerder een van de familieleden gaan bijstaan in haar geschillen met klagers en heeft hij geweigerd om zich desverzocht vanwege vermeende belangenconflict met klagers terug te trekken (Regel 15). De raad oordeelt dat de klagers ontvankelijk zijn in hun klacht jegens verweerder. Het verweer van verweerder dat het hem vanwege tijdsverloop vrij stond om voor zijn cliënte tegen klagers op te treden, wordt door de raad verworpen, evenals het verweer dat klager aan de voorwaarden van Regel 15 lid 3 sub a tot en met c heeft voldaan. Verweerder had naar het oordeel van de raad dan ook niet tegen klagers mogen optreden, zoals hij heeft gedaan. Bij de op te leggen maatregel heeft de raad het totale gebrek aan inzicht van verweerder in het onbetamelijke van zijn handelen jegens klagers meegewogen. Niet alleen heeft verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur geschaad, hij heeft daarmee ook de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid geschonden. Gelet op alle omstandigheden en mede gelet op de talloze tuchtrechtelijke veroordelingen van verweerder, in ernst toenemend, heeft de raad besloten tot schrapping van verweerder van het tableau.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.349

    Klacht tegen jeugdarts. Klaagster is de moeder van een zoon die onderwijs volgt en leerplichtig is. Beklaagde is werkzaam als jeugd- en schoolarts en heeft een onderzoek ingesteld wegens veelvuldig ziekteverzuim van klaagsters zoon. Klaagster heeft haar bevindingen teruggekoppeld aan de school. Klaagster verwijt beklaagde onzorgvuldige verslaglegging en onheuse bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.057

    Klacht tegen huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar door zelfmoord overleden echtgenoot. Haar echtgenoot kampte met slaapproblemen en stress gerelateerde klachten. Een aantal dagen voor zijn overlijden is hij bij de beklaagde huisarts op het spreekuur geweest met klachten van slapeloosheid. De huisarts heeft hem Temazepam voorgeschreven. Volgens klaagster heeft de huisarts daarmee onzorgvuldig gehandeld, omdat uit de medische gegevens van haar echtgenoot bleek dat hij op dat moment al drie andere medicijnen gebruikte die effect hebben op het centrale zenuwstelsel. Ook had zij volgens klaagster grondig onderzoek moeten inzetten om de oorzaak van de klachten te achterhalen en heeft zij onvoldoende rekening gehouden met de effecten van het opstapelen van de medicatie, de (bij)werkingen van de verschillende geneesmiddelen en in het bijzonder met de interactie die deze geneesmiddelen op elkaar (kunnen) hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigd deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:237 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190212

    Herstelbeslissing. Een advocaat-lid van het hof stond abusievelijk niet vermeld in de staart van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.067

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster heeft na een door verweerder geplaatste totale knieprothese veel pijn gehouden. Zij is door een andere chirurg opnieuw geopereerd. Klaagster verwijt verweerder dat zij voor de operatie lang heeft moeten wachten, dat zij hem voor en na de operatie bijna niet heeft gezien en dat hij tijdens de knieoperatie niet zorgvuldig heeft gehandeld omdat de knie na de operatie instabiel was en her-operatie nodig was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klaagster stelt in beroep alleen het klachtonderdeel dat betrekking heeft op het onzorgvuldig handelen tijdens de operatie aan de orde. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:238 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190080HH en 190237HH

    Eindbeslissing. Nadat het hof de herzieningsbeslissing heeft vernietigd omdat de herzieningskamer van het hof een wrakingsverzoek van verzoeker voorafgaand aan de herzieningsbeslissing niet in behandeling heeft genomen, dient het hof nog te oordelen over het herzieningsverzoek van de herzieningsbeslissing. Nu het wrakingsverzoek van de herzieningskamer inmiddels in behandeling is genomen en is afgewezen, heeft de herzieningskamer opnieuw een herzieningsbeslissing gewezen. Derhalve heeft verzoeker geen belang meer bij de herziening van de herzieningsbeslissing. Het herzieningsverzoek van de herzieningsbeslissing is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/041

    Klaagster verwijt verweerster, coördinerend verpleegkundige in een verpleeghuis, dat de zorgverlening aan haar vader in de laatste maanden voor zijn dood op diverse terreinen ondermaats is geweest. Volgens klaagster is verweerster hiervoor als coördinerend verpleegkundige (mede) verantwoordelijk. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-714/DB/LI/W

    Nu op grond van artikel 1 lid 1 Wrakingsprotocol een wrakingsverzoek geen betrekking kan hebben op de griffier, kan het handelen van de griffier geen grond voor wraking kan opleveren, ook niet voor wraking van de voorzitter als verantwoordelijke voor dat handelen. Nu alle feiten en omstandigheden die verzoeker aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag legt, betrekking hebben op handelen of nalaten van de griffier, dient het verzoek reeds op grond hiervan te worden afgewezen. Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de tuchtrechter schade zou kunnen lijden. Afwijzing wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-721/DB/OB

    Uit de brief van de opvolgende advocaat van klager blijkt dat klager op de hoogte was van de eindbeschikking en de mogelijkheid daartegen in hoger beroep te gaan. Gelet op de inhoud van die brief mocht advocaat erop vertrouwen dat klager een andere advocaat had ingeschakeld om hoger beroep in te stellen. Advocaat hoefde zich er daarom niet meer van te vergewissen of klager zich kon verenigen met haar advies om geen hoger beroep in te stellen. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-573/DB/OB

    Advocaat van de wederpartij heeft de belangen van haar cliënte behartigd. Niet gebleken dat advocaat van de wederpartij de rechter opzettelijk onjuiste informatie heeft verschaft. Dat nadien gebleken is dat de door een medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming aan de advocaat verschafte informatie over de mogelijkheid van het faciliteren van skypecontact op het Nederlands Consulaat te Turkije onjuist bleek valt de advocaat niet te verwijten. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 058/2020

    Verpleegkundige neemt om onzakelijke reden en ongeautoriseerd kennis van patiëntendossiers. Klacht gegrond. Voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2021

    Tandarts. Klacht: 1) plaatsen prothese zonder mondonderzoek en zonder foto’s, 2) prothese past niet goed, 3) tandarts had klager moeten doorsturen naar kaakchirurg. College: ongegrond. In patiëntendossier staat periodiek preventief onderzoek en kostenbegroting voor trekken tanden en kiezen. Geen twijfel over juistheid dossier. Voor prothese geen röntgenfoto’s vereist, behalve bij bijzonderheden. Geen indicatie. Geen reden voor verwijzing naar kaakchirurg. Klager is niet teruggegaan voor opvullen prothese.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 105/2020

    Verpleegkundige gaat relatie aan met persoon die, vanwege verslaving aan cocaïne met een co-morbide persoonlijkheidsstoornis, opgenomen was geweest op de afdeling van de instelling waar zij werkt en wiens mentor zij was. Deze persoon wordt later nog twee maal opgenomen in de instelling. Beklaagde stelt dat zij onbekend was met de volgens klaagster (IGJ) destijds toepasselijke beroepscode en normen en dat deze regels ook moeilijk vindbaar zijn. Tevens betwist zij dat die normen van toepassing zijn op relaties met ex-patiënten. Het college oordeelt dat onbekendheid met het bestaan van een protocol of indien een protocol onvoldoende duidelijkheid schept een beroepsbeoefenaar ook een bewuste afweging moet maken tegen de achtergrond van de hem of haar wel bekende beginselen, normen en maatstaven in de beroepsgroep. Eveneens zal onder omstandigheden van een beroepsbeoefenaar verwacht mogen worden dat deze in overleg treedt met zijn of haar meerdere of een vertrouwenspersoon. Klacht gegrond. Inmiddels ziet beklaagde wel de ernst in van wat er is gebeurd. Zij heeft hulp gezocht en is ook transparant geweest jegens nieuwe werkgever. Het college ziet, gegeven het late moment waarop beklaagde adequaat actie ondernam, nog wel enig risico. Voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/471

    Klaagster verwijt verweerder, chirurg, niet snel genoeg diagnose te hebben gesteld en een behandeling te zijn gestart voor haar Thoracic Outlet Syndroom (TOS). Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:2 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675525 / DW RK 19/613

    De gerechtsdeurwaarder heeft zijn reactie op een op 11 februari 2019 door klager ingediende klacht naar een verkeerd adres gestuurd. Het verzet is gegrond. Gelet op de door de gerechtsdeurwaarder aangeboden excuses, acht de kamer de gemaakte fout onvoldoende om tuchrechtelijk verwijtbaar handelen vast te kunnen stellen. De aanvankelijke klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.357

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich - na een eerder bezoek aan de huisartsenpost - tot de huisarts gewend met een ernstige pijnklachten aan de voet. De huisarts constateerde wondroos. Diezelfde middag heeft klager weer met de huisartsenpraktijk contact opgenomen. Later die dag is klager opgenomen in het ziekenhuis. De volgende dag is klagers onderbeen geamputeerd vanwege sepsis met voortschrijdende infectie en necrose. Klager verwijt de huisarts dat hij onvoldoende aandacht heeft gehad voor zijn herhaalde verzoek om medische hulp. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de huisarts kan worden verweten dat hij de klachten van klager niet nader heeft uitgevraagd of door zijn assistente heeft laten uitvragen. Hij is door dit na te laten in zijn zorg jegens klager tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gegrond, legt een waarschuwing op en veroordeelt de huisarts in de proceskosten van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:206 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.281 t/m C2019.285

    .

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19205

    Essentie 19205 zitting 14 oktober 2020 19205 Kinderarts wordt verweten dat zij tekortgeschoten is in het onderzoek van patiënte en de uitvoering van een second opinion bij patiënte heeft tegengehouden. Zij wilde patiënte steeds niet terug zien, verwees terug naar de revalidatiekliniek, wilde alleen telefonisch met klaagster over haar klacht praten en heeft geen excuses aangeboden. Alle klachtonderdelen gegrond. Kinderarts is na het ontslag van patiënte als hoofdbehandelaar tekortgeschoten in de regievoering. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2014a

    2014a Kno-arts wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Gegrond, kno-arts als mede-eigenaar kliniek medeverantwoordelijk voor het binnen de kliniek gevoerde beleid. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2014b

    2014b Kno-arts wordt verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Kno-arts erkent dat (de eigenaren van) de kliniek huis-aan-huis hebben laten verspreiden, waarbij zij ten onrechte is geafficheerd als plastisch chirurg, maar was daarvan niet op de hoogte. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen 2014c

    2014c Kno-arts wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig en bewust misleidend titelmisbruik door zich in huis-aan-huis verspreide folders ten onrechte uit te geven als plastisch chirurg. Kno-arts erkent dat (de eigenaren van) de kliniek huis-aan-huis hebben laten verspreiden, waarbij hij ten onrechte is geafficheerd als plastisch chirurg, maar was daarvan niet op de hoogte. Ongegrond.