We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-50 van de 47927 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9315

    Klacht van patiënt tegen radioloog kennelijk ongegrond. Verwijt dat de radioloog een MRI-scan van de prostaat van klager in 2017 niet zorgvuldig heeft beoordeeld. De radioloog heeft aangevoerd dat hij de beelden zorgvuldig heeft beoordeeld waarbij de kans op klinische prostaatkanker onwaarschijnlijk was, aan de hand van PI-RADS versie 2 (uit 2015).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9292

    Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. De anesthesioloog was betrokken bij de anesthesie tijdens de totale heup prothese operatie van klaagster. Klaagster kreeg een ruggenrpik en aansluitend sedatie met propofol. Het is niet gebleken dat vooraf is gesproken over een minimale of lagere dosering, zoals klaagster stelt. Er zijn geen aanknopingspunten voor het verwijt dat klaagster een te hoge dosering sedatie is toegediend of anderszins onzorgvuldig handelen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W3

    Verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de door verzoeker gestelde voorwaarde niet is vervuld.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-67

    Uit het feitencomplex blijkt het belang van een zorgvuldige belehrung en een controle door de notaris van de wil van de bij de rechtshandeling betrokken partijen. Het had de notaris duidelijk moeten zijn dat een strikt onpartijdige en terughoudende opstelling was vereist. De kamer rekent het de notaris aan dat hij die norm niet voldoende in acht heeft genomen. Door de situatie te laten ontstaan dat aan zijn neutraliteit als notaris kon worden getwijfeld en door actief toe te staan dat ook de kandidaat-notaris zich begaf in een situatie waarin de schijn van partijdigheid ontstond heeft hij een van de kernwaarden van het notariaat geschaad. Naast het schaden van die kernwaarde weegt ook het onvoldoende in bescherming nemen van de kandidaat-notaris in zijn nadeel mee. De klacht is deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond en voor het overige gegrond met de oplegging van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:232 Hof van Discipline 's Gravenhage 250380

    Het betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Het verwijt dat in hoger beroep nog van belang is ziet op de vraag of verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan het zogezegde “ongeoorloofd napleiten”. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de kantonrechter nader te informeren nadat de zaak was aangehouden voor het beproeven van een minnelijke regeling zonder dat een datum voor een beschikking was bepaald.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9492

    Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klaagster bezocht de tandarts diverse keren in verband met pijnklachten. Uiteindelijk moest er een kies verwijderd worden. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, nalatigheid, onvoldoende informatieverstrekking en het niet serieus nemen van de klachten van klaagster. Het college oordeelt dat de tandarts klaagster voldoende heeft voorgelicht en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8540

    Deels gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster is door de anesthesioloog behandeld voor chronische pijnklachten bij long-covid. Er is door de anesthesioloog geen medisch dossier overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de anesthesioloog een (nadere) anamnese heeft verricht. Verder ontbreekt ook elke rapportage over de behandeling van klaagster, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake was van adequate monitoring, ook voor wat betreft de wijze van toediening van medicatie is adequate monitoring aangewezen. Klacht deels gegrond, berisping met publicatie.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-49

    De kamer is van oordeel dat klager misbruik heeft gemaakt van het klachtrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-76

    Klager verwijt de notaris dat op de datum van indiening van de klacht alle gegevens betreffende de veiling van het pand nog voor een ieder zichtbaar waren op de website, hetgeen op klager zeer bedreigend overkomt. Naar het oordeel van de kamer leidt de enkele omstandigheid dat de gegevens tot eind 2025 online zichtbaar zijn gebleven niet tot de conclusie dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De lat daarvoor ligt hoger. Daarbij acht de kamer van belang dat niet is gebleken dat klager de notaris eerder heeft verzocht de betreffende gegevens te (laten) verwijderen en dat de notaris, toen hij de klacht had ontvangen, de gegevens onmiddellijk van de website heeft laten verwijderen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-435/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter was verweerster in haar positie van curator gehouden om het gerechtshof na de comparitie te informeren over de nieuw door haar ontvangen informatie van een vermeende schuldeiser. Zij heeft in die brief volledig open kaart gespeeld en het gerechtshof op feitelijk juiste wijze voorgelicht. Zij heeft daarin de brief van die schuldeiser als ook de reactie daarop van klager geciteerd, zonder daarbij sturend te zijn geweest. Klager verwijt verweerster dat zij zijn woorden daarin opzettelijk heeft verdraaid. Indien dat het geval was geweest, dan had de advocaat van klager dat daarna aan de orde kunnen stellen in zijn reactie namens klager aan het gerechtshof. Daarvan is de voorzitter niet gebleken. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-439/AL/OV

    De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-487/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij op basis van een geantedateerde en niet door klager ondertekende overeenkomst van geldlening conservatoir beslag heeft doen leggen en een schikkingsvoorstel aan klager heeft gedaan (klachtonderdeel 1), waarbij verweerder klager spreekwoordelijk “tegen de muur gezet” heeft en hem heeft afgeperst (klachtonderdeel 2). Dat verweerder aanleiding had om te twijfelen aan de door zijn cliënte verstrekte informatie, waaronder de overeenkomst van geldlening, is de voorzitter op basis van de overgelegde stukken niet gebleken. De voorzitter overweegt dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten van partijen in een civielrechtelijk geschil. De feitelijke grondslag van het verwijt, dat verweerder klager een schikkingsvoorstel heeft gedaan en hem (daarbij) “tegen de muur heeft gezet” en heeft afgeperst, ontbreekt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:230 Hof van Discipline 's Gravenhage 250466

    Het betreft een klacht over verweerder die als gezamenlijke echtscheidingsadvocaat voor klager en zijn ex-vrouw is opgetreden. Zijn ex-vrouw had al eerder geklaagd over verweerder. De raad van discipline had al onherroepelijk geoordeeld dat verweerder zijn zorgplicht had geschonden. Het hof is van oordeel dat de klacht van klager over verweerder inhoudelijk een herhaling is van de klacht van zijn ex-vrouw. Op grond van het ne bis in idem beginsel is klager niet ontvankelijk in zijn klacht over schending van de zorgplicht. De klacht dat klager door uitlatingen van verweerder geen opvolgend advocaat kon vinden is onvoldoende onderbouwd en daarmee ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W2

    Wrakingsverzoek deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Voor zover verzoeker dezelfde gronden aanvoert waarop op grond van artikel 3.1 Wrakingsprotocol al is beslist bij beslissing van 4 juni 2026 is het herhaalde verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Nu dit het tweede wrakingsverzoek betreft dat direct verband houdt met de hoofdprocedure en verzoeker tevens een derde voorwaardelijk wrakingverzoek heeft ingediend bij het hof en er dus sprake is van een patroon van wrakingen en bovendien een herhaling van wrakingsgronden waarop reeds is beslist, kan de conclusie niet anders zijn dat er sprake is van misbruik van recht. Het hof zal bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak wegens misbruik van recht niet meer in behandeling wordt genomen (artikelen 7.2 en 7.3 Wrakingsprotocol).

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250453

    Het betreft een klacht van een advocaat over de advocaat van de wederpartij. Het betreft een geschil tussen buren over een erfdienstbaarheid waarbij ook de gemeente betrokken is geraakt als (privaatrechtelijk) eigenaar van twee naburige percelen. Verweerder treedt op voor een van de buren en klager treedt op voor de gemeente. Verweerder heeft in verband met het erfdienstbaarheidsgeschil een Woo-verzoek ingediend bij de gemeente. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 25 het Woo-verzoek zonder vooraankondiging, medeweten of goedkeuring van klager rechtstreeks bij de gemeente heeft ingediend, dat verweerder inbreuk heeft gemaakt op de geheimhoudersrelatie tussen klager en de gemeente en onjuiste beweringen heeft gedaan tegenover de gemeente bij indiening van het verzoek. De raad heeft gegrond bevonden dat verweerder zonder kennisgeving aan klager een Woo-verzoek had ingediend. De overige klachten heeft de raad ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:228 Hof van Discipline 's Gravenhage 260022

    Het betreft een klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder wordt verweten zijn zorgplicht jegens klager te hebben geschonden door met klager gemaakte afspraken niet na te komen. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard, omdat kort gezegd de door klager gestelde afspraken niet zijn komen vast te staan. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:229 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H

    Afwijzing van een verzoek om herziening van een beslissing van het hof van discipline. De gestelde grond van een motiveringsgebrek kan niet tot herziening van de beslissing leiden omdat die stelling niet een feit of omstandigheid is die heeft plaatsgevonden vóór de beslissing. De herziening is niet bedoeld om het, met het door een onherroepelijke beslissing van het hof, afgesloten debat te heropenen. Er is ook geen sprake van een nieuw feit in de klachtzaak dat niet voor de zitting van 18 april 2026 redelijkerwijs bij verzoeker bekend kon zijn. Het door verzoeker gestelde feit betreft ook geen feit dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 18 maart 2026 en op 26 maart 2026 gepubliceerd, dus van voor de zitting van 20 april 2026.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8701

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij geweigerd heeft om haar te verwijzen voor nader onderzoek naar autisme. Het college acht het gezien de bevindingen verdedigbaar dat verweerster de nadruk legde op de behandeling van trauma. Uit de e-mails van klaagster leek ook te volgen dat zij dit begreep. Wel was het beter geweest als verweerster nog de tijd had genomen om de verwijzing duidelijk door te spreken met klaagster, maar dit is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9633

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige in strijd te hebben gehandeld met de door haar te verlenen zorg door zonder collegiaal overleg en zonder dat dit was voorgeschreven een van huis meegebrachte keelspray (die over de datum was) te geven aan een cliënt. Ook verwijt de IGJ de verpleegkundige zonder overleg met een arts en in afwijking van het medicatiebeleid een hogere dosering medicatie aan een cliënt toe te dienen en dit op onjuiste wijze af te tekenen. De klacht is deels gegrond. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige door zonder overleg met een arts of collega’s haar eigen koers te varen, niet in het belang van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9606

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster was na ontslag uit het ziekenhuis na een wortelblokkade voor rug- en beenklachten nog voor nazorg opgenomen. Daar verergerden de klachten aan haar been. Het verwijt aan de verpleegkundig specialist is dat zij geen adequate zorg heeft verleend toen klaagster ook last kreeg van uitvalsverschijnselen. Het college oordeelt dat gebleken is dat de verpleegkundig specialist niet op de hoogte was van de verslechterde gezondheidssituatie van klaagster, maar dat dit niet aan de verpleegkundig specialist te wijten is. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:150 Raad van Discipline Amsterdam 26-456/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht erop vertrouwen dat zijn cliënte de opzeggingsbrief per post aan klager had verstuurd. Klager had naar aanleiding van de e-mail van verweerder alvast een formeel bezwaar kunnen indienen met het verzoek om het bezwaar op een later moment inhoudelijk aan te mogen vullen, omdat hij de opzeggingsbrief nog niet had ontvangen. Het is de voorzitter uit de stukken niet gebleken dat klager van deze mogelijkheden gebruik heeft gemaakt. Verder was verweerder niet gehouden om klager volledige inzage te geven in het fraudedossier van zijn cliënte. Tot slot kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder niet tijdig op berichten van klager heeft gereageerd. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:227 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:151 Raad van Discipline Amsterdam 26-465/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.Verweerder kan niet tuchtrechtelijk worden verweten dat hij bewust onwaarheden heeft verkondigd in strijd met gedragsregel 8. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt standpunten in te nemen, ook al waren die klaagster onwelgevallig.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110

    Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft namens het kantoor gecorrespondeerd nadat hij FM, de advocaat van klaagster op non-actief had gesteld. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar met zijn e-mail van 4 augustus 2025 heeft geïntimideerd, doordat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken en doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zouden onderhouden met FM. De door verweerder geschetste context van het arbeidsconflict met FM en zijn vermoeden dat FM voornemens was om (op de achtergrond) bij klaagsters zaak betrokken te blijven en dat FM samenspande met cliënten, waaronder klaagster, vormen wellicht een verklaring voor verweerders opstelling, maar zijn daarvoor geen rechtvaardiging. Ook uit verweerders houding ter zitting van de raad blijkt dat verweerder zich te veel heeft laten meevoeren door het hoog opgelopen arbeidsconflict met FM en dat hij onvoldoende oog heeft gehad voor de advocaat-cliënt relatie tussen FM en klaagster. Zeker in een gevoelige zaak als die waarin klaagster door FM werd bijgestaan had verweerder zich moeten onthouden van het onder dreiging met juridische stappen verbieden van klaagster om contact te hebben met de advocaat die de zaak tot voor kort in behandeling had. Het enkele feit dat dat juridisch mogelijk is maakt nog niet dat het daarom ook een wegis die onder de gegeven omstandigheden passend is. Daarbij komt dat verweerder zijn vermeende belangen voldoende kon beschermen door zijn werkneemster FM rechtstreeks aan te spreken. De raad is van oordeel dat verweerder met de inhoud en toonzetting van zijn e-mail van 4 augustus 2025 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2926

    Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega-dermatoloog van de dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd op huidziekten.nl over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde eindoordeel, omdat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. Het beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9434

    Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt de psychiater dat zij kort na het beëindigen van een professionele relatie met een cliënt een intensieve persoonlijke en seksuele relatie is aangegaan, zonder een passende afkoelingsperiode in acht te nemen. Het college oordeelt dat de psychiater de professionele grenzen ernstig heeft overschreden. Zij is een intensieve persoonlijke en seksuele relatie met een cliënt aangegaan, zeer kort na het professionele contact, en heeft dit enige tijd te laten bestaan. Het college weegt bij het opleggen van een maatregel mee dat de psychiater onvoldoende reflectie heeft getoond, haar handelen niet tijdig heeft besproken binnen haar intervisiegroep en zich niet toetsbaar heeft opgesteld in de procedure door niet ter zitting te verschijnen. Omdat de psychiater zich inmiddels uit het BIG-register heeft uitgeschreven, ontzegt het college haar het recht om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven. Mocht zij ten tijde van de uitspraak opnieuw zijn ingeschreven, dan wordt haar inschrijving doorgehaald.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8913

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:226 Hof van Discipline 's Gravenhage 260243

    Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Hoewel de aangewezen advocaat bij de deken heeft aangegeven dat het hem wenselijk voorkwam als hij alleen in het executiegeschil de belangen van klaagster zou behartigen, heeft de advocaat na de weigering van de deken daartoe klaagster geadviseerd hem in de bodemzaak opdracht te geven contact op te nemen met het IJI voor een analyse van het toepasselijke Engelse recht. Dit advies was erop gericht klaagster ook in de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand te kunnen voorzien. Daarmee heeft de advocaat adequaat gehandeld. Klaagster heeft hier kennelijk van afgezien omdat zij het met het advies niet eens was. Dit acht het hof een gemiste kans en in feite heeft klaagster het functioneren van de aanwijzing in die zaak daarmee onmogelijk gemaakt. Daarnaast zijn er geen redenen om te twijfelen aan de totstandkoming of de inhoud van het door de advocaat in het executiegeschil gegeven procesadvies. Uit het dossier rijst het beeld op dat klaagster wil bepalen hoe de rechtsbijstand inhoudelijk vormgegeven moet worden. Dit staat haaks op de voor de advocatuur geldende kernwaarde onafhankelijkheid. Dat klaagster het niet eens is met het procesadvies brengt niet mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen door de deken. Het hof is van oordeel dat klaagster in zowel het executiegeschil als de bodemprocedure van effectieve rechtsbijstand is voorzien, en er geen aanleiding bestaat om af te wijken van het uitgangspunt dat de deken slechts eenmalig een advocaat aanwijst.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9081

    Klacht tegen psychiater deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat zij zonder toestemming bijzondere persoonsgegevens van klaagster en haar familieleden heeft verwerkt, privacygevoelige en niet-relevante informatie in een psychiatrisch expertiserapport heeft opgenomen, onjuiste en subjectieve interpretaties heeft weergegeven en niet heeft gehandeld overeenkomstig de professionele standaard. Het college oordeelt dat klachten over de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens en de naleving van de AVG niet tot de bevoegdheid van het tuchtcollege behoren, zodat klaagster in die klachtonderdelen niet-ontvankelijk is. Voor het overige oordeelt het college dat de psychiater de relevante informatie mocht betrekken bij haar beoordeling, dat het aan haar deskundigheid is om de relevantie van die informatie vast te stellen en dat het rapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de opgenomen informatie onjuist, subjectief of irrelevant was of dat de psychiater buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:220 Hof van Discipline 's Gravenhage 250409

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij heeft opgetreden als advocaat van de Vennootschap waarvan klager en verweerster (indirect) aandeelhouder en (indirect) bestuurder waren. Volgens klager is er sprake van belangenverstrengeling en is hij rechtstreeks in zijn eigen belang geschaad. De raad heeft geoordeeld dat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen omdat hij geen rechtstreeks eigen belang heeft. Het hof oordeelt met de raad dat klager met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de ouders van klager geen rechtstreeks eigen belang heeft. Met betrekking tot de procedure tussen de Vennootschap en de klager (en zijn vennootschappen) heeft klager wel een rechtstreeks eigen belang, maar is niet gebleken dat verweerster enige werkzaamheden als advocaat heeft verricht. In zoverre acht het hof de klacht ongegrond. Deels bekrachtiging en deel vernietiging van de raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9458

    Grotendeels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster was naar de fysiotherapeut verwezen in verband met radiculaire klachten aan haar rechterbeen. Na afloop van het behandeltraject is bij klaagster een diagnose spinaal meningeoom gesteld. Het valt de fysiotherapeut te verwijten dat hij zonder een duidelijke diagnose en behandelplan klaagster is gaan behandelen en de behandeling in een complexe situatie voor het overgrote deel door stagiaires heeft laten uitvoeren die hij onvoldoende heeft gesuperviseerd. De fysiotherapeut had meer regie moeten voeren. Hij had in ieder geval de behandeling moeten overnemen toen bleek dat de klachten verergerden en hij had klaagster vervolgens moeten terugverwijzen naar de huisarts. Ook was de verslaglegging onzorgvuldig en heeft de fysiotherapeut nagelaten het medisch dossier digitaal aan klaagster te verstrekken. Berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:221 Hof van Discipline 's Gravenhage 250462

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster is in een eerder arbeidsgeschil met haar toenmalige werkgever bijgestaan door een voormalig kantoorgenoot van verweerder. Verweerder heeft vervolgens de nieuwe werkgever van klaagster bijgestaan in een ontslagzaak tegen klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15 van de advocatuur (belangenverstrengeling) door tegen haar op te treden, terwijl zij een voormalig cliënte van zijn kantoor is. Verweerder mocht niet optreden tegen zijn voormalige cliënte. Gedragsregel 15 is geschonden. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9119

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een hartinfarct gehad. Zij verwijt de huisarts dat in de periode daaraan voorafgaand onvoldoende onderzoek is verricht naar de aanhoudende klachten van klaagster, waardoor er te laat een diagnose (essentiële trombocytose) is gesteld. Het college oordeelt dat de huisarts gelet op de toen beschikbare informatie de juiste vervolgonderzoeken heeft ingezet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:222 Hof van Discipline 's Gravenhage 250379

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerster, de advocaat van zijn ex-partner, dat zij in haar processtukken onjuiste en onnodig grievende uitlatingen heeft gedaan, waaronder de uitlating dat er sprake zou zijn geweest van huiselijk geweld en dat er drie stopgesprekken met klager zijn gevoerd. De Raad heeft de betreffende klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder de uitlatingen beter hadden kunnen nuanceren, maar dat ze in het licht van het geschil tussen klager en zijn ex-partner niet tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8719

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster bezocht in januari 2024 de tandarts vanwege cariës in element 35. Ruim een jaar later bleek dat de destijds geplaatste vulling eruit was. Klaagster werd in maart 2025 behandeld door de mondhygiënist en er werd een vulling geplaatst (1 vlaks composiet). Klaagster bleef klachten houden en verwijt de tandarts, samengevat, dat de mondhygiënist dit niet zonder supervisie had mogen doen en dat zij onheus bejegend is door de tandarts. Het college oordeelt dat tandarts er geen blijk had gegeven dat hij op de hoogte was van de beperkingen die gelden ten aanzien van de bevoegdheid van de mondhygiënist bij het zelfstandig vullen van cariës en legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:223 Hof van Discipline 's Gravenhage 260020

    Intrekking hoger beroep. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënte over zijn kosten en over een aspect van de processtrategie onvoldoende heeft geïnformeerd en heeft de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Klaagster heeft aanvankelijk hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing, maar heeft vervolgens kort voor de mondelinge behandeling bij het hof haar klacht ingetrokken. Het hof ziet geen reden om de behandeling van de klacht in het algemeen belang voort te zetten. Vernietiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8869

    Ouders klagen mede namens hun minderjarige zoon tegen een verpleegkundige die betrokken was bij een intake en vervolggesprekken over hun zoon. Verwijten over bewoordingen in het dossier, bewoordingen die bij het informatie delen met een basisschool en bejegeningsklacht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3091

    Klacht tegen een internist. Klaagster is gedurende ruim een jaar in verband met een afwijkend bloedbeeld bij de internist in behandeling geweest. Het vinden van de oorzaak van het afwijkende bloedbeeld bleek een complexe zoektocht. Klaagster verwijt de internist dat zij gedurende de behandeling op een groot aantal punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege acht alle klachten ongegrond, met uitzondering van klachtonderdeel b over een voorschrijffout. Aan de internist wordt geen maatregel opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen de ongegrondverklaring van de verschillende klachtonderdelen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9534

    Gegronde klacht van IGJ tegen verpleegkundige. Seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënt. Maatregel: verbod tot wederinschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden. Publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:224 Hof van Discipline 's Gravenhage 260125

    Appelverbod. Artikel 46h Advocatenwet maakt verzet mogelijk tegen een voorzittersbeslissing zoals in deze zaak. Op grond van artikel 46h lid 7 Advocatenwet staat tegen de beslissing op verzet geen rechtsmiddel open. Er geldt een appelverbod. Er kan een uitzondering op deze regel worden gemaakt, als de procedure bij de raad geen eerlijk proces betrof doordat bij de behandeling van het verzet door de raad een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Het hof stelt vast dat wat klager aanvoert betrekking heeft op de motivering van de beslissing op verzet, die volgens klager onjuist is, en dat klager ter onderbouwing van zijn standpunt nader ingaat op de inhoud van de onderliggende zaak. Dat is echter geen grond voor doorbreking van het appelverbod (zie HvD 20 september 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:183).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9073

    Klacht tegen een tandarts. Deze tandarts was betrokken bij de zorg aan klaagster. Klaagster had implantaten gekregen en zij verwijt de tandarts – kort gezegd - onheuse bejegening en dat hij ten onrechte niet ingreep toen de behandeling van zijn collega ontoereikend bleek. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2925

    Klager kwam op het spreekuur van de polikliniek psychodermatologie van het AMC. Klager stelt zich op het standpunt dat door de dermatoloog een onjuiste diagnose is gesteld, er geen gedegen onderzoek is verricht en dat hij is weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9214

    Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De psychiater wordt verweten dat hij na afloop van een behandelrelatie uit eigen beweging contact heeft gezocht met een voormalig patiënte (klaagster), met haar een persoonlijke en vervolgens seksuele relatie is aangegaan en haar heeft verzocht dit contact geheim te houden. Het college oordeelt dat de psychiater ernstig tekort is geschoten in de zorgvuldigheid die van hem als hulpverlener mocht worden verwacht. Gezien de aard, duur en intensiteit van de eerdere behandelrelatie, de ernstige en langdurige psychiatrische problematiek van klaagster en haar kwetsbare positie, had de psychiater zich moeten onthouden van niet-professioneel contact. De psychiater heeft de afhankelijkheidsrelatie en de ongelijkwaardige positie onvoldoende onderkend en zijn eigen behoeften laten prevaleren boven die van klaagster. Het college rekent de psychiater bovendien aan dat hij onvoldoende inzicht en diepgaande reflectie heeft getoond op de achtergronden van zijn handelen en het risico op herhaling. Gelet op de aard, ernst, duur en omvang van het grensoverschrijdende gedrag legt het college de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8849

    Deels gegronde klacht tegen een (cosmetisch) arts. Naar het oordeel van het college is er sprake geweest van onzorgvuldige nazorg na de eerste interventie (bij de eerste nabloeding). De tijd die de arts heeft aangehouden voor het monitoren van klaagster wordt door het college beoordeeld als te kort. Dit geldt te meer, nu sprake was van een hematoom/nabloeding op een zeer kwetsbare plek in het hoofd- halsgebied en een dergelijke bloeding kan leiden tot stikken en overlijden. Daarnaast heeft de arts klaagster onvoldoende geïnformeerd over de nazorg. Ten aanzien van de bekwaamheid overweegt het college als volgt. Hoewel de arts hier meerdere keren concreet naar is gevraagd, heeft zij niet inzichtelijk kunnen maken waar haar opleiding nu concreet uit bestond. De arts heeft het college niet weten te overtuigen van haar bekwaamheid ten opzichte van de lipolaserbehandeling. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:225 Hof van Discipline 's Gravenhage 260123

    Termijnoverschrijding. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De termijn van artikel 56 lid 1 Advocatenwet wordt strikt gehanteerd. Slechts op grond van bijzondere omstandigheden is daar een uitzondering op mogelijk. Het hof is van oordeel dat de door klager aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken. Het verzenden van een beroepschrift per post is voor eigen rekening en risico van klager. Het is klagers eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het beroepschrift het hof tijdig bereikt. Klager had daarvoor maatregelen kunnen treffen, zoals het aangetekend verzenden van het beroepschrift. Dat heeft klager niet gedaan en hij heeft ook geen andere reden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar zou kunnen zijn. Niet is gebleken dat klager niet in staat was om tijdig het hoger beroep in te stellen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:219 Hof van Discipline 's Gravenhage 260014

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerster onder meer dat zij oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de derdengeldrekening door middels deze zonder haar uitdrukkelijke instemming één van haar declaraties te hebben voldaan, alsmede dat zij niet alle belangrijke informatie en afspraken schriftelijk heeft vastgelegd. De raad heeft deze twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad wat betreft de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid, maar ziet aanleiding om de zwaardere maatregel van berisping op te leggen. Vernietiging raadsbeslissing voor wat betreft de maatregel. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-868/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3225 VZ

    .

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:213 Hof van Discipline 's Gravenhage 250254

    Klacht over advocaat van de wederpartij dat verweerder betaling van declaraties vorderde, terwijl hij een toevoeging had en dat verweerder willens en wetens een onjuist gedateerde overeenkomst in het geding had gebracht. De raad heeft deze klachten gegrond verklaard. Het hof heeft vastgesteld dat er geen toevoeging was en kan niet vaststellen dat verweerder opzettelijk een gepostdateerd exemplaar in het geding heeft gebracht. Vernietiging, ongegrond.