Zoekresultaten 81-100 van de 46595 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-657/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een fiscale procedure. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder traag heeft gecommuniceerd, klaagster onheus heeft bejegend of telkens heeft geklaagd over de hoogte van zijn vergoeding op basis van een toevoeging. De raad stelt vast dat verweerder na ieder gesprek een uitvoerig gespreksverslag heeft toegezonden met een strategie, zodat hij heeft gehandeld zoals van hem kon worden verwacht. Wel heeft verweerder miskend dat de bezwaarprocedures tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2018 en 2019 buiten de (toegevoegde) opdracht vielen, aangezien deze relevant waren voor de aanslag over 2020 vanwege de samenhang. Ook is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht door niet alle documenten bij klaagster op te vragen. Kernwaarde deskundigheid. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8403

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt vast dat de huisarts onjuiste en onvolledige informatie in de brief aan Veilig Thuis heeft opgenomen. Ook heeft hij verzuimd klaagster op voorhand over de inhoud van de brief te informeren. Door dit na te laten heeft hij gehandeld in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en klaagster de kans ontnomen hem te wijzen op de onjuiste en onvolledige inhoud van de brief. Volgt een berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-559/DB/ZWB

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8548

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klager heeft de huisarts onjuiste en onvolledige informatie over de moeder aan Veilig Thuis verstrekt (klachtonderdeel 1). Ook klaagt klager over de inhoud en het verloop van het telefonisch gesprek dat hij met de huisarts voerde (klachtonderdeel 2).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-784/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft de door de rechtbank benoemde deskundige rechtstreeks benaderd zonder gelijktijdige verzending van een afschrift aan de advocaat van klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2828

    Klacht tegen een arbo-arts die klaagster heeft begeleid in het kader van verzuimbegeleiding. De arbo-arts werkt onder supervisie van een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de arbo-arts in zes klachtonderdelen een onzorgvuldige handelswijze die de re-integratie onnodig heeft vertraagd, en de verhoudingen tussen klaagster en haar werkgever onnodig heeft verstoord, hetgeen niet heeft bijgedragen aan het herstelproces. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2829

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts (C2025/2828) verantwoordelijk is voor de onzorgvuldige handelswijze van de arbo-arts waardoor de re-integratie onnodig is vertraagd, en de verhoudingen tussen klaagster en haar werkgever onnodig zijn verstoord, hetgeen niet heeft bijgedragen aan het herstelproces. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt de bedrijfsarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2851

    Klacht tegen een psychiater. De zoon van klagers is in februari 2023 vanwege een vermoeden van een angststoornis in zorg gekomen bij een GGZ-instelling. De psychiater is betrokken geweest bij de multidisciplinaire behandeling. Hij heeft de zoon drie keer op consult gezien en medicatie aan hem voorgeschreven. Later dat jaar heeft de zoon een suïcidepoging gedaan, aan de gevolgen waarvan hij uiteindelijk is overleden. Klagers maken de psychiater verschillende verwijten over de behandeling van hun zoon en over de aan hen als nabestaanden verleende nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de nazorg deels gegrond, legt aan de psychiater een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het door klagers over de klachtonderdelen 1 tot en met 4 ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-046/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft het onderzoek van de deken gefrustreerd door geen opvolging te geven aan diens informatieverzoeken. De raad acht dit al hoogst kwalijk, maar de wijze waarop verweerder zich in het kader van het onderzoek heeft opgesteld tegenover de deken is meer dan onbehoorlijk. Verweerder heeft geen, of in elk geval onvoldoende respect getoond richting het ambt van de deken. De raad weegt ook mee dat verweerder met zijn wrakingsverzoeken in deze procedure heeft gepoogd een voortvarende behandeling van het dekenbezwaar onmogelijk te maken. Van een integer handelend advocaat wordt anders verwacht. Daar komt bij dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad door tegenover de meervoudige kamer van het gerechtshof ongeloofwaardig te verklaren, terwijl hij onder ede stond. Verweerder heeft geen inzicht getoond in zijn laakbaar handelen. Onvoorwaardelijke schorsing van 12 weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-617/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat bij een Catshuisregeling (KOT)-procedure. De raad acht de strategie van verweerder, gelet op het karakter van de procedures rondom de Catshuisregeling en de daarbij behorende bewijslastverdeling, niet evident onnavolgbaar. Dat verweerder klaagster aan haar lot heeft overgelaten door geen werkzaamheden te verrichten in haar dossier, is voor de raad niet komen vast te staan. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:15 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar verwijten dat verweerster optreedt voor twee partijen die onderling een tegenstrijdig belang zouden hebben en dat verweerster onvoldoende onafhankelijk van haar cliënten zou optreden. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Verweerster heeft namens haar cliënten een redelijk doel nagestreefd. Van misbruik van recht is niet gebleken. Het feit dat de aanhangig gemaakte procedures kosten veroorzaken voor klaagster is inherent aan het recht dat iedereen heeft om een procedure aanhangig te maken en levert geen tuchtrechtelijk verwijt op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8537

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn respectievelijk echtgenoot en nicht van patiënte. Patiënte is op 84-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleden. Klagers vinden dat de huisarts patiënte passende medische zorg heeft onthouden en in de laatste fase van haar leven te weinig steun en aandacht heeft gegeven. Het college overweegt dat tussen het moment van diagnose en het overlijden van patiënte - een ruim jaar later - er zeker 30 contactmomenten zijn geweest, telefonisch, met een consult of visite. Niet duidelijk is waar en op welk moment patiënte passende zorg is onthouden. Evenmin blijkt uit het dossier dat de huisarts patiënte in de laatste fase van haar leven te weinig aandacht en steun zou hebben gegeven. Uit het dossier spreekt eerder een grote betrokkenheid van de huisarts bij de patiënte en een proactieve houding.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 250102

    Klacht over het optreden van de advocaat wederpartij in een familierechtelijk geschil. Klaagster verwijt verweerster dat zij in processtukken willens en wetens onware mededelingen heeft gedaan over klaagster, dat verweerster zich onnodig grievend en neerbuigend over klaagster heeft uitgelaten en dat verweerster zonder toestemming beeldschermafdrukken met persoonlijke informatie heeft gedeeld met derden. Dit heeft volgens klaagster geleid tot onnodige polarisatie tussen haar en haar ex-echtgenoot. De raad van discipline heeft deze klachten ongegrond verklaard. De klacht dat verweerster rechtstreeks contact heeft opgenomen door een e-mail aan klaagster (cc) te sturen, is wel gegrond verklaard. De raad heeft hiervoor evenwel geen maatregel opgelegd. Het Hof van Discipline bekrachtigt het oordeel van de raad ten aanzien van de klachtonderdelen die de raad ongegrond heeft verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:3 Accountantskamer Zwolle 25/818 Wtra AK

    Klacht van de NBA naar aanleiding van een kantoortoetsing waarin de toetsers een B-oordeel hebben voorgesteld maar de Raad voor Toezicht tot een C-oordeel is gekomen en tot indiening van een tuchtklacht heeft besloten. De Accountantskamer is van oordeel dat het kwaliteitssysteem in opzet wel voldeed, maar niet in werking omdat betrokkene niet had vastgesteld dat de jaarrekening inmiddels gecontroleerd diende te worden en een samenstellingsverklaring heeft afgegeven bij een jaarrekening met tekortkomingen. De Accountantskamer overweegt bij de bepaling van de maatregel onder meer dat indien de Raad voor Toezicht niet van het voorstel van de toetsers was afgeweken, betrokkene een verbeterplan had mogen indienen en tegen hem geen tuchtklacht zou zijn ingediend en volstaat met een berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:16 Raad van Discipline Amsterdam 25-874/A/DH/W

    Wraking kennelijk ongegrond. De beide wrakingsgronden - zowel de voor de behandeling van de zaak gereserveerde tijd als de weigering van de nagezonden stukken - verband houden met processuele beslissingen op basis van het Landelijk Procesreglement voor klachten bij de raden van discipline.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8593

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij ondanks meerdere verzoeken het medisch dossier van haar minderjarige dochter niet van de huisarts heeft ontvangen. Het college oordeelt dat het beter was geweest als het dossier direct naar klaagster zou zijn gestuurd nadat duidelijk werd dat klaagster niet op een gesprek zou komen en dat het niet de schoonheidsprijs verdient dat het verzoek van klaagster in de vergetelheid is geraakt. Maar het college oordeelt dat het van zorgvuldigheid getuigt dat de huisarts direct op het verzoek van klaagster heeft gereageerd door haar – gelet op de blijkbaar complexe huiselijke situatie, verschillende misverstanden en klaagsters recente onvrede over de verleende zorg – voor een gesprek uit te nodigen, en haar uiteindelijk het dossier onder vermelding van uitgebreide excuses en uitleg op te sturen. De klacht is hiermee kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:10 Raad van Discipline Amsterdam 25-529/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Dat binnen de praktijkgroep sprake zou zijn van een financiële verwevenheid tussen verweerster en mr. G wordt door klaagster niet onderbouwd en door verweerster betwist. Het enkele bestaan van een gezamenlijk postadres en secretariaat is hiervoor naar het oordeel van de raad onvoldoende. Van een door verweerster en mr. G gedeeld financieel belang of winstoogmerk is de raad ook overigens niet gebleken. Voor zover klaagster verweerster verwijt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling in de zin van gedragsregel 15, overweegt de raad dat hiervan alleen sprake kan zijn als verweerster de wederpartij, de man, op enig moment als advocaat zou hebben bijgestaan, en dat is hier niet aan de orde. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende transparantie richting klaagster heeft betracht of dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerster op enige andere wijze onder de maat is geweest. De klacht is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 250100

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van eigen advocaat is door de raad van discipline gedeeltelijk gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. Klaagster verwijt verweerder in hoger beroep nog dat hij in de beroepsprocedure tegen de aan klaagster opgelegde zorgmachtiging heeft nagelaten te laten onderzoeken of het gedrag van klaagster als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel heeft geleid. Het Hof van Discipline is van oordeel dat het beroep geen doel treft.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8436

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Na terugkeer van vakantie in het buitenland krijgt klaagster ernstige buikklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat heeft gehandeld naar aanleiding van haar klachten. Het college overweegt dat klaagster in een periode van ruim een half jaar meerdere malen is beoordeeld door verweerster en collega’s van verweerster. Er is op meerdere momenten aanvullend (specialistisch) onderzoek gedaan, wat blijkens het medisch dossier geen verdere aanknopingspunten gaf. De enkele omstandigheid dat later een Helicobacter pylori-bacterie infectie is vastgesteld, maakt niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij had klaagster al eerder op deze bacterie laten testen en de uitslag was toen negatief. Verweerster had naar het oordeel van het college geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van het testresultaat. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:11 Raad van Discipline Amsterdam 25-608/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerder en mr. H hebben (uitvoerig) met elkaar gecorrespondeerd over de uitvoering van het vonnis en de hieruit voortvloeiende verdeling van de nalatenschap. Blijkens de mailwisseling hebben zij met elkaar geprobeerd om de verdeling van de roerende zaken en de nog aan elkaar te betalen saldi in goede banen te leiden. Dat dit uiteindelijk niet is gelukt omdat klaagster en de cliënte van verweerder geen overeenstemming konden vinden, kan verweerder niet worden verweten. Blijkens de overgelegde e-mailcorrespondentie is van het door verweerder actief belemmeren van de uitvoering van een vonnis in ieder geval geen sprake. Op grond van de inhoud van het klachtdossier kan evenmin worden vastgesteld dat verweerder niet of onvoldoende in staat is geweest om het vonnis op een duidelijke manier aan zijn cliënte uit te leggen. Dat de cliënte van verweerder en verweerder zich niet konden vinden in de wijze waarop klaagster en haar advocaat het vonnis lazen, kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. Het stond de cliënte van verweerder -en daarmee verweerder- op grond van het voorgaande vrij om het vonnis te laten executeren. Verweerder en zijn cliënte waren van mening dat klaagster niet voldeed aan het vonnis en zij hebben dit meermaals aan klaagster en haar advocaat laten weten. Van misbruik van recht door verweerder is daarom geen sprake.