Zoekresultaten 22021-22040 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2016:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 15196

    Klager is mishandeld en heeft verwondingen opgelopen. Klager verwijt huisarts niet doorverwijzen naar specialist. Het college oordeelt dat huisarts correct heeft gehandeld. Huisarts heeft klager steeds onderzocht, medicatie voorgeschreven, beleid bepaald op basis van de klachtenpresentatie van klager, klager doorverwezen naar diverse specialisten en hem gesteund bij traumaverwerking. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-688

    De deken heeft een bezwaar tegen verweerder ingediend omdat hij zich in de afgelopen jaren niet aan zijn verplichting om jaarlijks 20 opleidingspunten te behalen, heeft gehouden. in 2015 heeft verweerder wel een aantal opleidingen gevolg maar hij kan dat niet aantonen. ook in 2014 heeft hij onvoldoende punten behaald. daarmee heeft hij gehandeld in strijd met artikel 4.4 lid 1 Voda en dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De raad legt een voorwaardelijke schorsing op van 1 maand met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde die luidt dat verweerder voor 1 april 2017 de ontbrekende punten voor de jaren 2014 en 2015 zal moeten hebben behaald.

  • ECLI:NL:TAHVD:2016:206 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160044

    Tav klacht a: In beginsel stond het verweerder vrij om namens R B.V. het faillissement aan te vragen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die meebrengen dat verweerder door op basis van de in genoemde uitspraken vervatte kostenveroordelingen de desbetreffende faillissementsaanvrage te doen de grenzen van de hem toekomende vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt heeft overschreden. De enkele omstandigheid dat in één van de bedoelde procedures onjuiste informatie aan de rechter is verstrekt welke “van gewicht voor de zaak” is - voor het doen van welke mededeling verweerder reeds tuchtrechtelijk is veroordeeld - kan niet als zodanig gelden. Tav klacht b: Volgens het hof zijn vraagtekens te plaatsen bij het indienen van de faillissementsaanvraag, gelet op de schorsing van de verkoop van de inbeslaggenomen aandelen. Het beoogde effect van de executie van aandelen respectievelijk de faillissementsexecutie is immers hetzelfde, namelijk het afdwingen van betaling van de in de akte neergelegde koopsom. Anders dan de raad, is het hof evenwel van oordeel dat het verweerder, mede gelet op de hem toekomende grote vrijheid in de wijze van behartiging van de belangen van zijn cliënte, niet kan worden ontzegd een poging te wagen om ter verkrijging van voldoening het middel van de faillissementsaanvraag in te zetten. Het handelen van verweerder is niet zodanig dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in art. 46 Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2015:319 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 66/14

    Wrakingsverzoek; op grond van eerdere beslissing in wrakingzaak niet in behandeling genomen; eerder warkingsverzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:174 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-454

    Klacht over advocaat als privépersoon. Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 15-433

    Klacht over optreden van de advocaat van de overleden echtgenoot. Klaagster heeft als zodanig wel belang maar klacht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TAHVD:2016:207 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160207

    Art. 13 Aw-zaak Het hof acht het beklag van klager ongegrond, nu uit de stukken niet kan worden afgeleid dat klager voldoende pogingen heeft ondernomen om zelf een advocaat te zoeken en in een kantonprocedure rechtsbijstand door een advocaat niet is voorgeschreven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-525

    Voorzittersbeslissing. Ne bis in idem; klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-562

    Wrakingsverzoek t.a.v. de voorzitter naar aanleiding van verzoek om aanhouding van de behandeling van klachtzaken. Geweigerde uitstel geeft geen bljk van vooringenomenheid van de voorzitter. Wrakingsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2015:320 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 30/15

    Klager heeft geen nieuwe gezichtspunten aangevoerd die leiden tot een ander oordeel dan dat van de voorzitter. Het verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2016:208 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160068

    Naar de kern genomen berust het verwijt aan verweerder, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door de kosten voor zijn werkzaamheden bij klaagster in rekening te brengen, op de stelling dat die werkzaamheden uitsluitend betrekking hadden op aangelegenheden en procedures voor en ten behoeve van K/E. Gelet op hetgeen over en weer is aangevoerd, kan volgens het hof niet worden gezegd dat de opvatting van de bestuurder van klaagster dat mede het eigen vennootschappelijk belang in het geding zo zeer van elke grond was ontbloot dat verweerder (alsnog) ervan had moeten afzien de kosten van de in opdracht van klaagster verrichte werkzaamheden aan zijn cliënte in rekening te brengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:163 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 15-563

    Klacht over eigen avocaat. Niet gebleken dat de advocaat te lang eeft gewacht met opstellen van dagvaarding. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat er aanvaardbare redenen waren waarom het enige tijd heeft geduurd voordat hij de concept dagvaarding heeft opgesteld. Geen sprake van belangenconflict. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2014:428 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 82/14

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-551

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens "ne bis in idem" en ontbreken van eigen belang.

  • ECLI:NL:TADRARL:2015:321 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 30/15

    Klacht over eigen advocaat. Voorzittersbeslissing. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2015:315 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 46/15 48/15

    Voorzittersebeslissing. Klachten over advocaat wederpartij. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-036

    Verweerder heeft de inhoud van een telefoongesprek met klager (advocaat van de wederpartij van de de cliënt van verweerder) aan deze schriftelijk bevestigd, terwijl klager stelt dat vertrouwelijkheid in dat telefoongesprek was gegarandeerd. Dat is echter niet komen vast te staan. Partijen verschillen van mening over de inhoud van het telefoongesprek. Verweerder heeft in zijn brief een opmerking van klager bevestigd, die deze ontkent te hebben gemaakt, maar die verweerder, naar het oordeel van de raad, niet had mogen vastleggen ook als zou vaststaan dat klager die opmerking wel had gemaakt, omdat klager erop mocht vertrouwen dat een dergelike opmerking niet zou worden vastgelegd nu die brief rechtstreeks aan de cliënt van klager is gezonden. Verweerder heeft klager beschuldigd van "leugens en bedrog". Deze uitlatingen zijn in de context van de zaak onnodig grievend. Klacht deels gegrond. Kostenveroordeling t.g.v. NOvA en vergoeding griffierecht en reiskosten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2016:209 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 160112

    Tav verweerder 1 Nu niet vast is komen te staan dat verweerder 1 belastingstukken van klager had, valt niet in te zien hoe hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door deze stukken niet aan klager te verstrekken. Tussen partijen staat vast dat verweerder 1 klager op zijn verzoek de naam heeft verstrekt van een echtscheidingsadvocaat. Het is vervolgens klager zelf geweest die contact met de echtscheidingsadvocaat heeft gelegd. Het had klager vrij gestaan deze advocaat niet te benaderen, maar zich te wenden tot de advocaat die hem in het verleden al had bijgestaan bij huwelijkse problemen. Niet valt in te zien hoe verweerder 1 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager, op zijn verzoek, een suggestie aan de hand te doen. Omstandigheden die maken dat verweerder 1 de voorgedragen advocaat in redelijkheid niet had kunnen voorstellen zijn niet gesteld of gebleken. Tav verweerder 2 De professionele standaard vereist dat de advocaat de cliënt tijdig en volledig informatie verschaft inzake cassatie, zodat de client zich nog kan wenden tot een andere advocaat voor een second opinion. Vast staat dat verweerder na het bericht van 2 juli 2012 eerst bij brief van 21 december 2012 klager heeft geïnformeerd. Op dat moment was de termijn voor indiening van cassatiemiddelen reeds verstreken. Verweerder heeft dan ook niet voldaan aan de eisen die aan een behoorlijk (cassatie-)advocaat worden gesteld. Nu verweerder ter zitting het tekortschieten heeft erkend en heeft meegedeeld dat er inmiddels op kantoor maatregelen zijn getroffen die een dergelijk tekortschieten moeten helpen voorkomen, is het hof van oordeel dat de gegrondverklaring van het desbetreffende klachtonderdeel niet leidt tot een andere maatregel dan reeds is opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2016:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-033

    Klager verwijt verweerder dat hij door de concept-vaststellingsovereenkomst bij het verweerschrift over te leggen en in het verweerschrift over de schikkingsonderhandelingen mededelingen te doen, het verbod van Gedragsregel 13 heeft overtreden. Daarmee heeft hij ook het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De cliënt van klager mocht er immers op vertrouwen dat verweerder de Gedragsregels zou naleven. De raad is van oordeel dat klagers klacht gegrond is. Het stond verweerder niet vrij om de concept-vaststellingsovereenkomst in het geding te brengen. Deze was immers een weerslag van de tussen partijen gevoerde onderhandelingen en gevoegd bij een door klager geschreven brief met een voorstel. Verweerder had voor het overleggen van deze concept-vaststellingsovereenkomst geen toestemming van klager. Bovendien heeft verweerder in het door hem opgestelde verweerschrift niet alleen melding gemaakt van het feit dat er schikkingsonderhandelingen hadden plaatsgevonden, maar hij heeft ook op diverse plaatsen mededelingen gedaan omtrent de inhoud van de gevoerde onderhandelingen. Verweerder heeft daarmee het verbod van Gedragsregel 13 overtreden. Het feit dat verweerder zich van geen kwaad bewust was en later zijn excuses heeft aangeboden kan hem niet baten. Hij had bij het opstellen van zijn verweerschrift zorgvuldiger te werk moeten gaan. Hij heeft door dat niet te doen het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Verweerder krijgt een waarschuwing. Proceskostenveroordeling t.g.v. NOvA.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2016:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1688

    Verwijt aan huisarts dat hij een seksuele relatie met klaagster als patiënte is aangegaan. De huisarts heeft het ontstaan van de affectieve relatie erkend. Hi j was bekend met de inhoud van de richtlijn ‘Seksueel contact tussen arts en patiënt: Het mag niet, het mag nooit’. De huisarts wist dat hij in strijd met de richtlijn handelde en heeft, nu hij kennelijk aan zijn gevoelens voor klaagster geen weerstand kon bieden, nagelaten de behandelingsovereenkomst direct correct te beëindigen en een afkoelingsperiode in acht te nemen. Onvoldoende aanleiding erop te vertrouwen dat de huisarts die weerstand in de toekomst wel kan bieden. Schorsing van de inschrijving van de huisarts in het register voor de duur van een half jaar.