Zoekresultaten 14681-14690 van de 47591 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:208 Raad van Discipline Amsterdam 20-612/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft aan klager bevestigd dat hij op korte termijn niet aan vervolgacties toekomt. Dat stond verweerder vrij. Verweerder heeft klager een faire keuze voorgelegd; of bij verweerder blijven en wachten totdat verweerder weer tijd voor de zaak zou hebben, of overstappen naar een andere advocaat. Klager heeft kennelijk voor het laatste gekozen. Dat valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 300/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Beklaagde wordt verweten dat zij klaagster onjuist dan wel onvolledig heeft geïnformeerd, de operatie niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft verricht. Het college heeft vastgesteld dat uit niets is gebleken dat, gedurende de vele contactmomenten die beklaagde met klaagster heeft gehad, zij klaagster onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd. De operatie is lege artis uitgevoerd. Beklaagde heeft voldoende nazorg heeft geleverd. Zij heeft zelfs meer gedaan dan van een gemiddeld arts verwacht mag worden in gelijke omstandigheden, zoals het opnemen van contact met klaagster tijdens haar vakantie. Vervolgens is zij het beloop van het urologisch traject blijven volgen. Beklaagde heeft veel compassie en reflectie getoond, zoals uit het dossier blijkt en heeft zich ook ter zitting zeer empathisch opgesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 301/2019

    Klacht tegen gynaecoloog. Beklaagde wordt verweten dat zij klaagster onjuist dan wel onvolledig heeft geïnformeerd, de operatie niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft verricht. Naar het oordeel van het college is voldoende aannemelijk dat beklaagde geen enkel verwijt valt te maken. Beklaagde heeft zich, ondanks het feit dat zij geen hoofdbehandelaar was, zeer betrokken opgesteld. Het tweede klachtonderdeel heeft geen betrekking op beklaagde omdat haar collega deze operatie heeft uitgevoerd. Beklaagde is niet tekort geschoten in de nazorg. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 213/2019

    Klacht tegen verpleegkundige ongegrond. Hoewel het beter had gekund is de verpleegkundige binnen de grenzen van een redelijke bekwame beroepsuitoefening gebleven toen zij op het verkeerde been werd gezet door verschillende informatie uit stukken omtrent de positionering van een darmpoliep. Een collega van beklaagde heeft het bedoelde telefonisch contact gehad met klagers. Omdat de verpleegkundige niet betrokken was bij het telefoongesprek kan haar dat niet tuchtrechtelijk verweten worde.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.055

    Klacht tegen een huisarts. De huisarts was de huisarts van klaagster en haar toenmalige echtgenoot. De klacht omvat drie aspecten, te weten: 1. het door de huisarts verstrekken van een verklaring aan klaagsters toenmalige echtgenoot, 2. het consult van klaagster in december 2016, de verslaglegging daarvan en de verklaring die de huisarts daarover aan klaagster heeft gegeven en 3. de gang van zaken bij het uitschrijven van klaagster als patiënt. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ten aanzien van de door de huisarts afgegeven verklaring gegrond, legt aan de huisarts een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover het beroep ziet op de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaarde klachtonderdelen en voor zover klaagster nieuwe klachtonderdelen heeft aangevoerd en verwerpt voor het overige het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 296/2019

    Klacht tegen verpleegkundige gegrond. Beklaagde had professionele toonzetting moeten kiezen in Whatsapp-bericht aan de werkgever. Nadat klaagster het bericht op de telefoon van beklaagde had gelezen is het gesprek niet professioneel verlopen. Beklaagde was verantwoordelijk vanuit haar professie voor een correct verloop van het gesprek. Dat klaagster in een niet verantwoorde toestand het gesprek heeft verlaten is niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.141

    Klacht tegen huisarts. Klaagster had klachten van buikpijn en later bloedverlies. Een andere huisarts had bij klaagster een blaasontsteking vastgesteld en daarvoor antibiotica voorgeschreven. Vanwege het bloedverlies heeft klaagster die avond de huisartsenpost bezocht waar de beklaagde huisarts haar heeft onderzocht. De beklaagde huisarts heeft klaagster op basis van haar bevindingen en haar differentiaaldiagnose verwezen naar een uroloog. Later is gebleken dat klaagster baarmoederhalskanker had. Klaagster verwijt de beklaagde huisarts dat zij haar niet goed heeft onderzocht. Volgens klaagster heeft de huisarts niet goed gekeken en heeft zij niet gezien dat het bloed uit de vagina/ baarmoedermond kwam in plaats van uit de urethra (urinebuis). Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-613/DB/LI

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Gelet op de aard van de klacht tegen mr. X en de op grond daarvan toepasselijke tuchtrechtelijke norm, was volgens de deken in het onderzoek geen noodzaak aanwezig om nader feitenonderzoek te doen en was waarheidsvinding niet aan de orde. Klager heeft vervolgens niet onderbouwd op grond waarvan een nader onderzoek door de deken naar feiten aangewezen was. Partijdigheid niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:56 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/672483 / DW RK 19/506

    De gerechtsdeurwaarder heeft een (aanzienlijke) negatieve bewaringspositie laten ontstaan, die door hem niet is gemeld, en niet is aangezuiverd. Voorts heeft de gerechtsdeurwaarder een ontoereikende administratie gevoerd. Daarnaast heeft de gerechtsdeurwaarder in een groot aantal gevallen bij de betekening van het proces-verbaal van het gelegde beslag de termijn van acht dagen zoals bepaald in artikel 475i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering overschreden. Ten slotte heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn repertoria exploten opgenomen die zijn uitgebracht door een gerechtsdeurwaarder die tijdens het uitbrengen van de exploten niet aan zijn gerechtsdeurwaarderskantoor verbonden was. Gelet op de gegrondheid van alle klachtonderdelen, meer in het bijzonder de klachtonderdelen die zien op de bewaringstekort(en), ziet de kamer, in lijn met vaste jurisprudentie op dit punt, aanleiding de maatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/420

    Klaagster dient een klacht in tegen een vaatchirurg over de behandeling van haar inmiddels overleden echtgenoot. Zij verwijt verweerder dat hij niet adequaat en niet tijdig is opgetreden na het optreden van een postoperatieve complicatie bij haar echtgenoot. Tevens verwijt zij hem gebrekkige dossiervoering en het nalaten van een calamiteiteitenmelding bij de IGJ. Ongegrond