Zoekresultaten 1-10 van de 14196 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2774

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en was hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt de chirurg onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:210 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2775

    Klacht tegen een MDL-arts. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de MDL-arts werkzaam is. De MDL-arts maakte deel uit van het MDO en heeft klager in 2019 enkele malen gezien. Klager verwijt de MDL-arts nalatigheid en onzorgvuldig handelen. In het bijzonder verwijt hij haar enerzijds dat haar brief aan de huisarts feitelijke onjuistheden bevat en anderzijds dat zij zich na april 2019 afzijdig heeft gehouden en ten onrechte niet actief heeft uitgezocht waarom geen resultaten uit de onderzoeken kwamen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:211 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:193

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:212 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850

    Herstelbeslissing van de beslissing van 26 november 2025 ECLI:NL:TGZCTG:2025:194

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2773

    Klacht tegen een chirurg. Klager is sinds 2002 in behandeling vanwege een darmziekte. Oorspronkelijk is de diagnose colitis ulcerosa (ontsteking van de dikke darm) gesteld. Later is ook de verdenking op de ziekte van Crohn in de overwegingen betrokken, die niet alleen de dikke darm, maar het gehele spijsverteringskanaal van mond tot anus kan aantasten. Beide ziekten zijn zogenoemde inflammatoire darmziekten (Inflammatory Bowel Dieseases of IBD), die zich vaak kenmerken door een complexe problematiek. Vanaf september 2017 is klager behandeld door een multidisciplinair team (MDO) in het medisch centrum waar de chirurg werkzaam is. De chirurg maakte ook deel uit van het MDO en heeft klager op 10 december 2018 geopereerd. Klager verwijt de chirurg (a) een mogelijke fout tijdens de operatie en (b) onzorgvuldig handelen, het verstrekken van foutieve informatie en misdiagnostiek na maart 2019 . Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:288 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7982

    Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft bij klaagster een chronische vorm van blaasontsteking en stressincontinentie vastgesteld. Hij heeft in dat verband twee ingrepen bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de uroloog onder andere dat er geen sprake was van informed consent. Nu klaagster gemotiveerd heeft betwist voldoende te zijn voorgelicht, acht het college het enkele feit dat het informed consent-formulier is ondertekend, onvoldoende om informed consent aan te nemen. Het college kan aan de hand van het formulier niet vaststellen wat de uroloog precies met klaagster heeft besproken, omdat er alleen kruisjes zijn gezet, maar de velden daarachter niet zijn ingevuld en in het medisch dossier evenmin is vastgelegd wat er met klaagster is besproken. Het college is van oordeel dat de uroloog zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van het informeren van klaagster heeft miskend. Tijdens de zitting heeft hij ook geen blijk gegeven van reflectie op zijn handelen. Het college legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:289 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7991

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een uroloog. Klager heeft de klacht ingediend namens zijn overleden vader (de patiënt). De uroloog heeft de patiënt geopereerd aan zijn prostaat. Klager verwijt de uroloog onder andere dat zij de operatie niet goed heeft uitgevoerd. De uroloog heeft de operatie voortijdig moeten beëindigen. Door een onvoorziene omstandigheid van een bocht in de plasbuis liep het rechte operatie-instrument vast in de plasbuis waardoor het in een fausse route belandde. Het college is van oordeel dat de uroloog terecht heeft gekozen voor het beëindigen van de ingreep en het achterlaten van een katheter voor meerdere dagen zodat de plasbuis kon herstellen. Uit het medisch dossier en het operatieverslag blijkt verder niet dat de operatie niet volgens de richtlijnen of niet lege artis zou zijn uitgevoerd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7221

    Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg die als deskundige heeft gerapporteerd in een letselschadezaak naar aanleiding van een ongeval waarbij klager was aangereden. De in de rapportage van de chirurg opgenomen conclusie is – kort gezegd – dat er wel sprake is van beperkingen aan de heup van klager maar dat het onwaarschijnlijk is dat deze het gevolg zijn van het ongeval. Klager is het met de (wijze van) totstandkoming van de rapportage van de chirurg niet eens en meent dat de conclusie van de chirurg is gebaseerd op een gebrekkig onderzoek.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8453

    Klacht IGJ tegen internist-hematoloog, momenteel werkzaam in het buitenland, gegrond in alle onderdelen: voorschrijven onderhoudsdoseringen Rituximab (off-label), niet voldaan aan regels omtrent informed consent, tekortgeschoten in dossierplicht en onvoldoende collegiaal overleg gevoerd/onvoldoende samengewerkt. Maatregel: Binding aan bijzondere voorwaarden (als bedoeld in artikel 48 lid 1 onder g van de Wet BIG), inhoudende dat de internist-hematoloog gedurende twaalf maanden uitsluitend werkzaam mag zijn onder supervisie, ingaande vanaf het moment dat de internist-hematoloog zijn werkzaamheden in Nederland hervat.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7937

    Klacht tegen internist. De internist wordt verweten dat zij klaagster tijdens een consult heeft begeleid en behandeld (bejegend) op een manier waardoor klaagster zich niet gehoord en begrepen heeft gevoeld. College heeft niet kunnen vaststellen dat de internist zich niet empathisch genoeg heeft opgesteld. Heeft klaagster juist voorzien van de nodige informatie en op duidelijke wijze met haar gecommuniceerd. Klacht kennelijk ongegrond.