Zoekresultaten 1-50 van de 453 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/06

    Klacht van een diereigenaar tegen een dierenarts over de behandeling van een paard (uitvoering keizersnede bij een paard, waarna het paard haar been heeft gebroken en moest worden geëuthanaseerd). Klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/07

    Klacht van de klachtambtenaar tegen een dierenarts over het niet administreren van het toedienen van een diergeneesmiddel met een wachttijd voor vlees aan een rund. De klacht is in eerste aanleg gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. Het beroep van de klachtambtenaar ziet op het feit dat geen maatregel is opgelegd.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/10

    Klacht tegen een dierenarts over het euthanaseren van twee inbeslaggenomen honden. Klager is door het VTC n-o verklaard omdat hij niet klachtgerechtigd was omdat hij afstand van de honden had gedaan. De zoon van klager heeft beroep aangetekend.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/09

    Beroep van een diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De klacht heeft betrekking op de kat van appellante, die door de dierenarts is geëuthanaseerd. In eerste aanleg heeft appellante de dierenarts onder meer verweten de euthanasie zonder haar toestemming en op onjuiste wijze te hebben uitgevoerd. De klacht is door het Veterinair Tuchtcollege deels gegrond verklaard en daarvoor is aan de dierenarts een waarschuwing opgelegd. De klacht is ongegrond verklaard wat betreft het zonder toestemming uitvoeren van de euthanasie. Tegen dit gedeelte van de uitspraak richt het beroep van appellante zich.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/03

    Beroep van dierverloskundige tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een door de klachtambtenaar ingediende klacht. Het verwijt betreft het onbevoegd uitvoeren van bepaalde diergeneeskundige handelingen (uitvoeren keizersneden bij runderen en de toediening/afgifte van bepaalde medicijnen). Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dierverloskundige een voorwaardelijke schorsing opgelegd voor de duur van één jaar met een proeftijd van drie jaar.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/01 VBC 2025/05

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen twee dierenartsen. De zaken hebben betrekking op de behandeling van de kat van appellante, die uiteindelijk is geëuthanaseerd. Appellante verwijt de dierenartsen onder meer dat zij bij haar op deze euthanasie hebben aangedrongen. Het Veterinair Tuchtcollege heeft beide klachten in eerste aanleg ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/04

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De zaak heeft betrekking op een operatie van de hond van appellante. Appellante maakt de dierenarts verwijten over de uitvoering van de operatie en de verleende nazorg. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht in eerste aanleg ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/02

    Beroep van een stichting tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De zaak heeft betrekking op de controle door de dierenarts van een populatie grote grazers in een Natura 2000-gebied. De stichting maakt de dierenarts hierover verschillende verwijten. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht in eerste aanleg ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/15

    Beroep van klachtambtenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. Het verwijt betreft nalatigheid bij het opstellen van een noodslachtverklaring van een rund. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht van de klachtambtenaar gegrond verklaard en aan de dierenarts de maatregel van een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- en een voorwaardelijke geldboete van € 500,- opgelegd. Het beroep heeft betrekking op een deel van de motivering en op de hoogte van de maatregel.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/16

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De klacht gaat over de veterinaire zorg die de dierenarts heeft verleend aan een drachtige rund waarvan de vrucht niet meer leefde. Volgens appellant is de dierenarts tekort geschoten in zijn veterinaire zorg door geen keizersnede uit te voeren bij het rund, waardoor het rund onnodig lang heeft geleden en uiteindelijk geslacht moest worden. Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De klacht gaat over de veterinaire zorg die de dierenarts heeft verleend aan een drachtige rund waarvan de vrucht niet meer leefde. Volgens appellant is de dierenarts tekort geschoten in zijn veterinaire zorg door geen keizersnede uit te voeren bij het rund, waardoor het rund onnodig lang heeft geleden en uiteindelijk geslacht moest worden. De klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard.Het Veterinair Beroepscollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/09 VB 2024/10 VB 2024/11

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen drie dierenartsen. De zaak heeft betrekking op het paard van appellante, dat is geopereerd aan het linker voorbeen. De klachten tegen de dierenartsen gaan onder meer over de uitgevoerde ingreep en het recovery- en nazorgtraject. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klachten van appellante tegen alle drie de dierenartsen ongegrond verklaard.Het Veterinair Beroepscollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/13

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De zaak heeft betrekking op de kat van appellante. Appellante is met haar kat naar het dierenziekenhuis gegaan waar de dierenarts werkzaam is, nadat de kat 24 uur niet had gegeten en gedronken en last had van diarree. De kat is vervolgens opgenomen geweest en er hebben verschillende onderzoeken en behandelingen door de dierenarts plaatsgevonden. Tijdens de opname verslechterde de situatie van de kat en is de kat uiteindelijk overleden. Appellante maakte de dierenarts onder meer verwijten over het niet doorsturen naar een ander dierenziekenhuis, de behandeling en de dossiervoering. De klacht is door het Veterinair Tuchtcollege deels gegrond verklaard en voor het overige ongegrond. Voor zover de klacht ongegrond is verklaard, komt appellante daarvan in beroep.Het Veterinair Beroepscollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/04 VB 2024/05

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen twee dierenartsen. De zaak heeft betrekking op de kat van appellante, die was opgenomen en behandeld voor nierproblemen. De kat is uiteindelijk, vanwege een verslechterde gezondheidstoestand en een slechte prognose, geëuthanaseerd. De klachten gaan onder meer over de uitgevoerde behandeling en de dossiervoering. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht van appellante tegen de ene dierenarts ongegrond verklaard en tegen de andere dierenarts deels gegrond. Het Veterinair Beroepscollege verwerpt de beroepen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/07

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege. De klacht is gericht tegen een dierenarts en gaat over het uitvoeren van een gebitsbehandeling bij de hond van appellante. Aanvankelijk betrof het een gebitsreiniging en uiteindelijk zijn 19 elementen verwijderd. Kort na de behandeling is de hond, vanwege een verslechterde gezondheidstoestand, geëuthanaseerd. De verwijten zien op het handelen voor, tijdens en na de behandeling van de hond. De klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard. In beroep komt het Veterinair Beroepscollege tot het oordeel dat het Veterinair Tuchtcollege de klacht – voor zover appellante daarvan in beroep komt – ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege heeft de dierenarts verwijtbaar gehandeld. Dit betreft de informatieverstrekking over de behandeling, de wijze waarop de diagnose tot stand is gekomen en de behandeling zelf is uitgevoerd, de nazorg en de dossiervoering. Het beroep is gegrond en aan de dierenarts wordt de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:24 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/02

    De klachtambtenaar heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege. De klacht gaat over het verrichten van diergeneeskundige handelingen tijdens een tuchtrechtelijke schorsing. De klacht is in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard omdat de uitoefening van de diergeneeskunde tijdens een schorsing volgens het Veterinair Tuchtcollege niet onder de werking van het tuchtrecht valt. Daarnaast heeft het Veterinair Tuchtcollege niet kunnen vaststellen dat de dierenarts bij (een van) de gedragingen is tekortgeschoten in de zorg die hij ten opzichte van één of meer dieren met betrekking tot welke zijn hulp is ingeroepen behoort te verlenen. Hiertegen is door de klachtambtenaar beroep ingesteld.In beroep komt het Veterinair Beroepscollege tot het oordeel dat het Veterinair Tuchtcollege de klacht terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, zij het op andere gronden. Uit de Wet dieren kan worden afgeleid dat slechts een dierenarts die is ingeschreven in het Diergeneeskunderegister is onderworpen aan het tuchtrecht. Gebleken is dat de dierenarts vanwege zijn eerdere schorsing daadwerkelijk was uitgeschreven uit het Diergeneeskunderegister. Het Veterinair Beroepscollege ziet in de systematiek en tekst van de Wet dieren geen ruimte om de dierenarts niettemin ingeschreven te achten. Gelet hierop was de dierenarts tijdens zijn tuchtrechtelijke schorsing niet onderworpen aan het tuchtrecht. Het Veterinair Beroepscollege heeft het beroep van de klachtambtenaar daarom verworpen. Verder heeft het Veterinair Beroepscollege in de uitspraak een “wenk aan de wetgever” opgenomen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:25 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/01

    Beroep van diereigenaar tegen een uitspraak in een klacht tegen een dierenarts. De klacht heeft betrekking op de merrie en het pasgeboren veulen van appellant en houdt – kort gezegd – in dat de dierenarts is tekort geschoten in de zorg die hij had behoren te verlenen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2024/03

    Hond. De zaak gaat over een klacht van een Stichting tegen een dierenarts die diergeneeskundige handelingen heeft verricht met kortsnuitige honden, waarbij de zogenoemde Cambridge-methode is toegepast. De vraag is of de dierenarts daarmee heeft gehandeld in overeenstemming met de open norm van artikel 3.4 van het Besluit houders van dieren. Het Veterinair beroepscollege beantwoordt die vraag in de uitspraak ontkennend. Het Veterinair beroepscollege is van oordeel dat de dierenarts ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de methode zoals beschreven in het rapport van de Universiteit Utrecht, faculteit diergeneeskunde, van 21 januari 2019 waarin een van de Cambridge-methode deels afwijkende methode voor de keuring van kortsnuitige honden wordt beschreven. De stichting meent dat de dierenarts bij zijn handelingen die laatste, Utrechtse methode had moeten volgen, ook gelet op de aan het onderzoek van de dierenarts verbonden potentiële nadelige gevolgen voor het fokken met kortsnuitige honden die met toepassing van de Cambridge-methode zijn goedgekeurd maar bij toepassing van de met het rapport van de Universiteit Utrecht beschreven methode niet zouden zijn goedgekeurd. Het Veterinair Beroepscollege heeft aan de dierenarts de maatregel van een waarschuwing opgelegd.[Beroep gegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/17 VB 2023/18

    Hond. Beroep van diereigenaar tegen uitspraak in twee klachten tegen dierenartsen. De beslissing van het Veterinair Tuchtcollege wordt vernietigd in de zaak tegen dierenarts 1. Het Veterinair Tuchtcollege had de ondubbelzinnige uitlating van appellante in eerste aanleg moeten beschouwen als het intrekken van die klacht tegen dierenarts 1 door appellante en de behandeling van de klacht moeten staken.Het beroep in de zaak tegen dierenarts 2 wordt verworpen. Dierenarts 2 is jegens de hond niet tekortgeschoten in de veterinaire zorg die zij heeft verleend als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet dieren.[Beroepen ongegrond.]

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/15 VB 2023/16

    De Klachtambtenaar en de twee dierenartsen hebben beroep ingesteld tegen twee uitspraken van het Veterinair Tuchtcollege.De klachten tegen beide dierenartsen is dat zij in strijd met de geldende regelgeving antibiotica hebben afgeleverd gedurende een jaar en daarmee sprake is van een onzorgvuldige beroepsuitoefening.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/06 VB 2023/09

    De Klachtambtenaar en de twee dierenartsen hebben beroep ingesteld tegen twee uitspraken van het Veterinair Tuchtcollege.De klachten tegen beide dierenartsen is dat zij in strijd met de geldende regelgeving antibiotica hebben afgeleverd gedurende een jaar en daarmee sprake is van een onzorgvuldige beroepsuitoefening.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/12, 2023/13, 2023/14

    De klachten tegen drie dierenartsen gaan over de hond van appellanten die eind 2021 is overleden.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/11

    Kat. Klacht tegen dierenarts die de kat, een Europese Korthaar, van één jaar oud heeft behandeld. Appellant verwijt de dierenarts dat hij tekort is geschoten in het onderzoek, de diagnosestelling en de behandeling. Appellant verwijt de dierenarts onder meer dat bloedonderzoek had moeten worden verricht, waarmee het nierfalen eerder zou zijn gebleken. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/07

    Hond. Klacht tegen dierenarts over de keizersnede die is verricht bij een XL American Bully. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de klacht over de nazorg na de operatie gegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Appellant heeft beroep ingesteld en verwijt de dierenarts dat de keizersnede te laat en onzorgvuldig is uitgevoerd. Ook verwijt appellant de dierenarts dat de tweede operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/10

    Paard. Klacht tegen dierenarts over de keuring van een veulen. In verband met de eventuele aankoop heeft beklaagde het veulen gekeurd. Dit is gebeurd op locatie van de fokker c.q. verkoper. Er is door de dierenarts geen rapport van de keuring opgesteld. Beroep gegrond met waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/05

    Kat. Klacht over de behandeling van de kat, een Britse Korthaar, van negen maanden oud. Na anamnese en klinisch onderzoek is de dierenarts uitgegaan van gastro-enteritis en heeft een behandeling met Cerenia injectie ingezet. De volgende dag is de kat door een collega van beklaagde gezien en is na bloedonderzoek dat er slechte nierwaarden waren. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2024:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/04

    Hond. De klacht gaat over de handelwijze van de dierenarts bij een keizersnede bij een Franse Bulldog van 5 jaar oud. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/02 VB 2023/03

    Koeien. In deze zaak gaat het om de manier waarop dierenarts 1 de veestapel op de melkveehouderij van appellant heeft gevaccineerd en de boordeling van de gezondheidstoestand van de koeien. Aan dierenarts 2 wordt verweten dat hij voorbarig en zonder de dieren te hebben gezien zou hebben geconcludeerd dat de gezondheidsklachten werden veroorzaakt door een weerstandsprobleem.Beroep verworpen. [VB 2023/02 en VB 2023/03]

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2023/01

    Kat. Het beroep is gegrond want appellant is door het Veterinair Tuchtcollege ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. De klacht zelf is ongegrond want de dierenarts heeft door het niet maken van röntgenfoto’s op 29 juni 2020 niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/08

    Kat. De dierenarts is zowel tekortgeschoten in de toepassing van de cascaderegeling als in de verslaglegging van die toepassing. Beroep gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/04

    De dierenarts heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de inzet van antibiotica op het schapenbedrijf en de toegepaste uierinfusen in strijd met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Daarbij is sprake van ontoereikende administratieve verantwoording van de toepassing en verstrekking van diergeneesmiddelen, en tweede keuze antibiotica in het bijzonder. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/10

    Artikel 35, tweede lid, onder b, van de Wet dieren bepaalt dat een klager beroep kan instellen tegen een door het Veterinair Tuchtcollege genomen beslissing indien de klager niet-ontvankelijk is verklaard, de klacht is afgewezen, of de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard. Die situatie doet zich niet voor nu het Veterinair Tuchtcollege appellante ontvankelijk heeft verklaard en de klacht gegrond is verklaard. Tegen de beslissing staat voor appellante, gelet op artikel 35, tweede lid, onder b, van de Wet dieren geen beroep open. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/06

    Hond. Het Veterinair Beroepscollege is al met al van oordeel dat het beroep van de dierenarts moet worden verworpen. De dierenarts heeft zich tuchtrechtelijk verwijtbaar gedragen met betrekking tot de begeleiding van de dracht van de hond van klagers, de uitvoering van een keizersnede en met betrekking tot de verleende nazorg.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/09

    Paard. Dierenarts wordt verweten bij een paard onvoldoende onderzoek te hebben verricht naar de oorzaak van koliekklachten en dat het paard onnodig is geopereerd. Het Veterinair Beroepscollege is van oordeel dat het Veterinair Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat de dierenarts niet tekort is geschoten in de veterinaire zorg die hij heeft verleend als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet dieren.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/07

    Hond. Het Veterinair Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat de dierenarts geen overbodige of niet-geïndiceerde onderzoeken heeft uitgevoerd. De dierenarts heeft voldoende beargumenteerd waarom zij tot de diverse onderzoeken is overgegaan. Verder heeft het Veterinair Tuchtcollege terecht geoordeeld dat geen aanleiding bestaat voor de conclusie dat de dierenarts onderzoeken in rekening heeft gebracht die niet bij de hond van appellante zijn uitgevoerd. Ook is niet gebleken dat de dierenarts over de uitgevoerde onderzoeken onvoldoende met appellante heeft overlegd. Dit betekent dat appellante geen gelijk krijgt.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/01

    De dierverloskundige heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de vele door hem onbevoegd uitgevoerde keizersneden zonder dat daartoe een dwingende veterinaire noodzaak bestond, het onbevoegd toedienen en achterlaten van de UDD-gekanaliseerde diergeneesmiddelen en de ontoereikende administratieve verantwoording. van de toepassing en verstrekking van diergeneesmiddelen en tweede keuze antibiotica in het bijzonder.Het Veterinair Beroepscollege kan zich voorts verenigen met hetgeen het Veterinair Tuchtcollege in de uitspraak onder 5.13. heeft overwogen over de op te leggen maatregelen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022/02 VB 2022/03

    Hond. Het Veterinair Beroepscollege is van oordeel dat het Veterinair Tuchtcollege terecht heeft geoordeeld dat de dierenartsen niet tekort zijn geschoten in de veterinaire zorg die zij hebben verleend als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet dieren. Verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2023:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/14 VB 2021/15

    Hond. Het Veterinair Beroepscollege volgt het oordeel van het Veterinair Tuchtcollege dat de dierenartsen niet veterinair onzorgvuldig hebben gehandeld en dat het veterinaire handelen binnen de grenzen van een redelijke beroepsuitoefening is gebleven. Verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2022:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022-05

    Naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege heeft het Veterinair Tuchtcollege terecht geoordeeld dat de dierenarts, door de doorgegroeide stifttand van het konijn te knippen in plaats van met een boortje af te slijpen, niet veterinair verwijtbaar onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Veterinair Tuchtcollege heeft verder terecht geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om in twijfel te trekken dat de dierenarts, zoals zij heeft gesteld, tijdens consult routinematig de oren van het konijn heeft geïnspecteerd. Het Veterinair Beroepscollege volgt appellante evenmin in haar betoog dat de verlamming het gevolg is van de behandelingen door de dierenarts op 1 en 12 oktober 2020. Het beroep dient te worden verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2022:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/19

    Kat. Het beroep is gedeeltelijk gegrond. De klacht tegen de dierenarts is terecht aangevoerd voor zover dit betrekking heeft op het onderdeel van de informatieverstrekking over de infuusbehandelingen. De beslissing van het Veterinair Tuchtcollege dient in zoverre te worden vernietigd. Voor het overige is het beroep ongegrond en wordt de beslissing van het Veterinair Tuchtcollege bevestigd.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2022:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/18

    Vast staat dat de klacht van appellante door het Veterinair Tuchtcollege gegrond is verklaard. Gelet op artikel 8:35, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet dieren kan tegen een klacht die bij het Veterinair Tuchtcollege gegrond is verklaard, geen beroep bij het Veterinair Beroepscollege worden ingesteld. Het gevolg daarvan is dat appellante niet‑ontvankelijk in haar beroep moet worden verklaard. Dit betekent dat het Veterinair Beroepscollege de klacht niet inhoudelijk kan behandelen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2022:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/08 VB 2021/09 VB 2021/10 VB 2021/11 VB 2021/12

    Hond. Twee operaties na aanrijding. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2022:1 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/16

    Het Veterinair Beroepscollege oordeelt dat niet vastgesteld kan worden dat verweerder de gewraakte uitlatingen heeft gedaan in de hoedanigheid van dierenarts. Gelet hierop is geen sprake van handelen in strijd met artikel 4.2, tweede lid, van de Wet dieren en bood artikel 8.15 van die wet geen grondslag voor het indienen van een klacht tegen verweerder. Het Veterinair Tuchtcollege heeft de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht. Het beroep van de stichting is ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2022:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/06 VB 2021/07

    Paard. Oogimplantaat en verleende nazorg. Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/05

    Hond, behandeling. Het beroep, voor zover dit betrekking heeft op de gegrondverklaring van de klachten zal worden verworpen. Het beroep, voor zover dit is gericht tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel slaagt wel. De beslissing van het Veterinair Tuchtcollege zal derhalve in zoverre worden vernietigd en het Veterinair Beroepscollege zal in plaats daarvan de maatregel van berisping opleggen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/13

    Kat. Behandeling. In het voorliggende geval is duidelijk dat partijen een verschillende lezing geven over hetgeen tussen hen is besproken over de mogelijkheid van een röntgenologisch onderzoek. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat de dierenarts niet heeft aangeboden of zelfs heeft geweigerd een dergelijk onderzoek te (laten) verrichten en om die reden evenmin dat haar in dit opzicht een verwijt te maken valt. Er is geen reden om de vaste jurisprudentie op dit punt niet te volgen.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/03

    Hond. Het Veterinair Beroepscollege onderschrijft wat het Veterinair Tuchtcollege in zijn uitspraak onder de punten 5.4., 5.5., 5.6 en 5.7. heeft overwogen. De dierenarts is naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege in de gegeven omstandigheden met haar handelswijze binnen de grenzen van de redelijke bekwame beroepsuitoefening gebleven en haar handelswijze is daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar te achten. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:5 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/04

    Egel. Het Veterinair Beroepscollege komt tot de slotsom dat de dierenarts niet te kort is geschoten in de zorg die hij als dierenarts had behoren te betrachten ten aanzien van de egel van appellante, met betrekking tot welk dier zijn hulp was ingeroepen, als bedoeld in artikel 4.2. van de Wet dieren. Het beroep is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2021/01

    Hond. Maagtorsie. Het Veterinair Beroepscollege is van oordeel dat voldoende met feiten en omstandigheden is onderbouwd dat de dierenarts bij de operatie de maag inderdaad niet goed heeft vastgezet. Dat betekent dat de dierenarts is tekort geschoten in de zorg voor de hond van klager. Daarbij heeft de dierenarts blijk gegeven van weinig reflectie omtrent het voorval. Verwerpt het beroep. Het Veterinair Beroepscollege kan zich verenigen met de beslissing van het Veterinair Tuchtcollege ten aanzien van de opgelegde maatregel. Dat betekent dat de waarschuwing aan de dierenarts met de uitspraak van het Veterinair Beroepscollege van heden onherroepelijk wordt.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/09 VB 2020/10 VB 2020/11 VB 2020/12

    Op 4 juni 2021 heeft het VBC einduitspraak gedaan in het geschil tussen de stichting Animal Rights en vier dierenartsen die in opdracht van de NVWA in 2016 keuringen hebben verricht van partijen varkens voorafgaand aan vijf transporten over de weg van verzamelcentra in Nederland naar slachthuizen in Belgie. Bij aankomst in België zijn telkens ten aanzien van meerdere dieren onregelmatigheden geconstateerd, van welke onregelmatigheden de Belgische dierenartsen, verbonden aan het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de Voedselketen (FAVV) verslag hebben gedaan. Eerder, op 30 oktober 2021 heeft het VBC beslist dat de stichting kan worden ontvangen in haar klachten en dat de dierenartsen onderworpen zijn aan het veterinair tuchtrecht (ECLI:NL:TDIVBC:2020:9). In de einduitspraak oordeelt het VBC dat de betreffende dierenartsen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht voor de betreffende varkens als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet dieren. Aan elk van de dierenartsen is een waarschuwing gegeven.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2021:2 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/16

    Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op vier melkveebedrijven (droogzetters en mastitis preparaten) in strijd te hebben gehandeld met de wettelijke voorschriften en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Het Veterinair Beroepscollege komt tot de slotsom dat de dierenarts tekort is geschoten in de naleving van de (administratieve) verplichtingen voor het voorschrijven en de aflevering van antibiotica als bedoeld in artikel 5.14 en 5.17 van de Regeling diergeneeskundigen en bijlage 9 van de Regeling diergeneesmiddelen. Voorts heeft de dierenarts in strijd gehandeld met artikel 2.8 van de Wet dieren en de registratiebeschikkingen en bijsluiters ten aanzien van de toepassing van de diergeneesmiddelen Avuloxil, Curaclox en Albiotic Formula. Beroep verworpen.