Zoekresultaten 46191-46200 van de 46643 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:301 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8216
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:301
Deels gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is werkzaam bij een kinder- en jeugdpsychologenpraktijk in de basis ggz. Tegen de praktijkhoudster is dezelfde klacht ingediend (zaaksnummer A2025/8215). Het college is van oordeel dat er meerdere signalen zijn die duiden op mogelijke ouderverstoting. Gezien de geschiedenis en informatie rondom de complexiteit van de scheiding en het functioneren van de dochter in twee gezinnen kan geconcludeerd worden dat dit een contra-indicatie is voor basis-ggz. Het had voor de hand gelegen om de behandeling niet zelf te starten maar door te verwijzen naar gespecialiseerde zorg, zoals klager terecht stelt. Ter zitting heeft de hoofdbehandelaar en ook GZ-psycholoog erkend dat achteraf gezien doorverwijzing beter was geweest, maar dat destijds een andere inschatting is gemaakt. In de melding aan Veilig Thuis is niets opgenomen over de door klager gemelde ouderverstoting. Het college is zonder meer overtuigd van de goede intenties van de betrokken behandelaren, maar er zijn serieuze fouten gemaakt. Daarmee voldoet de behandeling aan het gezin en de dochter niet aan de te stellen eisen en is daarmee ook de ouders – waaronder klager – deskundige begeleiding onthouden. Daarnaast voldoet de melding niet aan de te stellen eisen. Zo is de Melding te voortvarend gedaan, omdat voorafgaand overleg met klager in de reden had gelegen en ook mogelijk was. Belangrijker is dat er geen mededeling is gedaan van (mogelijke) ouderverstoting. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:302 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8068
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:302
Deels gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Het college stelt dat niet kan worden gezegd dat klager de klacht alleen aanhangig heeft gemaakt om in contact te komen met de psychotherapeut en concludeert dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Het klachtonderdeel a) dat ziet op de gestelde diagnose is gegrond. Voor de classificatie ‘persoonlijkheidsstoornis’ heeft de psychotherapeut onvoldoende onderzoek verricht. Ook klachtonderdeel b) is gegrond. Weliswaar heeft de psychotherapeut intercollegiaal overleg gevoerd, maar dit vormt naar het oordeel van het college onvoldoende basis voor de gekozen uitbreiding van de ingestoken curatieve therapie, juist op een moment dat klager had aangegeven te willen stoppen. Klachtonderdeel c) is ook gegrond. Gelet op de achtergrond van klager en diens hulpvraag, acht het college de gekozen therapievorm en setting, waarbij onder meer rolvervaging optrad, niet verantwoord noch acceptabel. Blijkens het behandeldossier heeft de psychotherapeut te weinig gedaan om haar rol in het kader van de imaginaire rescripting binnen de therapie te begrenzen. Verder is voor het college genoegzaam vast komen te staan dat de psychotherapeut klager heeft overvallen door, in weerwil van eerder gemaakte afspraken, de behandeling feitelijk eenzijdig te beëindigen, ondanks de wetenschap dat klager een terugval had en er op dat moment bij hem nog behoefte bestond aan het voortzetten van de behandeling. Daarmee zijn klachtonderdelen d), e) en f) gegrond. Tot slot komt het college tot de conclusie dat de psychotherapeut bij het doen van aangifte tegen klager informatie heeft verstrekt die onder haar geheimhoudingsplicht viel, maar dat daarvoor een rechtvaardiging bestond. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond dan wel behoeven geen nadere bespreking meer omdat ze minder relevant zijn voor de aard en omvang van de klacht, dan wel, reeds bij de andere klachtonderdelen in voldoende mate zijn behandeld. Volgt een waarschuwing, mede gezien de ernstige gevolgen die de psychotherapeut heeft ondervonden aan het geschil met klager.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:273 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-060/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:273
verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-12
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:25
Klager verwijt de notaris - kort gezegd - dat hij weigerde om de veilingopbrengst te verdelen terwijl niets hieraan in de weg stond en dat hij onvoldoende deugdelijk daarover heeft gecommuniceerd. De kamer oordeelt als volgt. Het wettelijk kader duidelijk is. Er waren twee mogelijkheden om de veilingopbrengst te verdelen. De ene mogelijkheid was dat, als alle schuldeisers het met elkaar eens waren, de verdeling werd vastgelegd in een verdelingsovereenkomst. De andere mogelijkheid was de gerechtelijke rangregeling. Omdat was gebleken dat niet alle schuldeisers overeenstemming hadden bereikt over de (wijze van) verdeling, was het sluiten van een verdelingsovereenkomst niet mogelijk en kon er dus ook geen uitkering plaatsvinden op grond van een verdelingsovereenkomst. Een gerechtelijke rangregeling bleef over als de enige optie. De notaris kon volstaan met het informeren van klager hierover en hoefde, anders dan klager stelt, geen gerechtelijke rangregeling te initiëren. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:274 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-743/AL/OV
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:274
Klagers, opa en vader van de kinderen, beklagen zich over de advocaat van de ex-vrouw van de vader over de omgangsregeling met de (klein)kinderen. Opa is deels kennelijk niet-ontvankelijk. Verweerster mocht afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie zonder nader onderzoek. Verweerster heeft in dat kader onweersproken gesteld dat zij beschikt over bewijs ter onderbouwing van haar standpunten. Alhoewel de voorzitter begrijpt dat sommige opmerkingen in de e-mail van verweerster van 29 november 2024 door klagers als pijnlijk of onjuist zijn ervaren, is dat alleen onvoldoende om verweerster daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-34 en 25-35
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:26
Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat de notarieel medewerker onbevoegde personen heeft benaderd in verband met de levering van een appartement. Dit, terwijl uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat klager de enige bestuurder van de VvE was. De notarieel medewerker had contact met klager moeten opnemen. De kamer is alles overziend van oordeel dat het notariskantoor, zoals door de notaris ook is erkend, in deze anders had dienen te handelen. De vraag is echter of dit zo verwijtbaar is dat het klachtwaardig is. De kamer is van oordeel dat deze drempel niet is gehaald. De fout is gering en niet is gebleken dat klager of de VvE hiervan op enigerlei wijze schade heeft ondervonden. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen de schuldbewuste houding van de notaris en de direct genomen, en reeds in de praktijk gebrachte, maatregelen om vergelijkbare fouten in de toekomst te voorkomen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:275 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-321/AL/OV
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:275
Klacht gaat over de advocaat van de wederpartij van klager in een geschil over de omgangsregeling. Verweerder heeft als partijdige belangenbehartiger in twee opvolgende e-mails aan klager het standpunt van zijn cliënte over de omgangsregeling en de mogelijke eenzijdige stopzetting daarvan uiteengezet en klager gewezen op de mogelijkheid om naar de rechter te stappen. Dat klager deze e-mails van verweerder als dreigend en provocerend en escalerend heeft ervaren, begrijpt de raad, maar dat alleen is onvoldoende om verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt te maken, temeer daar de verhuizing van klager naar Spanje de onderliggende oorzaak van het nieuwe geschil over de omgang was. Het was beter geweest als verweerder zijn tweede e-mail niet op zondag aan klager had gestuurd maar een dag later, maar dat is niet dusdanig ernstig dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2558
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:221
Ongegronde klacht tegen een psychiater. De dochter van klaagster is door suïcide overleden. De dochter van klaagster is drie keer opgenomen in een instelling voor mensen met een lichtelijk verstandelijke beperking. De psychiater was tijdens deze opnames betrokken bij de zorg voor de dochter. Klaagster verwijt de psychiater dat hij geen goede en adequate zorg heeft geleverd wat betreft de diagnose, de medicatie en de klachten van haar dochter. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:215 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2673
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:215
Klagers verbleven in 2012 met hun twee minderjarige dochters in een AZC. Klagers en hun jongste dochter zijn verschillende keren bij de praktijkverpleegkundige van het AZC geweest en eenmaal bij de huisartsenpost. Op twee momenten heeft de praktijkverpleegkundige over het ingezette beleid contact gehad met de huisarts. De dag na het bezoek aan de huisartsenpost is het gezin overgeplaatst naar een detentiecentrum in verband met uitzetting. Nadat het gezin is uitgezet naar bleek zeer kort na aankomst de jongste dochter aan lymfoblastaire leukemie te lijden, waaraan zij in 2014 is overleden. Klagers verwijten de arts dat hij tekort is geschoten in de zorg aan de jongste dochter door onvoldoende onderzoek te hebben verricht, ten onrechte niet doorverwezen te hebben en niet de juiste diagnose gesteld te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7297
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:145
Deels gegronde klacht huisarts. Klaagster, haar ex-partner en hun minderjarige dochter waren patiënt bij de huisarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij de ex-partner zou hebben geadviseerd een melding te doen bij Veilig Thuis. Klaagster verwijt verweerder dat hij de gestelde zorgsignalen niet heeft getoetst alvorens te melden. Volgens klaagster heeft verweerder de KNMG-Meldcode niet gevolgd. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij haar zonder reden zou hebben geadviseerd een andere huisarts te zoeken en dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat zij haar medisch dossier zou hebben gemanipuleerd. Verweerder heeft de dochter doorverwezen voor specialistische hulp zonder toestemming van klaagster. College oordeelt het laatste klachtonderdeel gegrond, de overige klachtonderdelen ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4619
- Pagina: 4620
- Pagina: 4621
- ...
- Pagina: 4665
- Volgende pagina zoekresultaten