Zoekresultaten 46181-46190 van de 46459 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 240280 en 240281

    Verschoningsrecht. Kernwaarden onafhankelijkheid, integriteit en betamelijkheid. Bestuursorgaan als cliënt en Wet open overheid.De oorsprong van de klachten ligt in het strafrechtelijk onderzoek Castor waarin het Openbaar Ministerie via een (heimelijke) strafrechtelijke vordering de beschikking kreeg over e-mailberichten waarvan later is komen vast te staan dat deze onder het verschoningsrecht vielen van de advocaat die de verdachten bijstond. Het hof is van oordeel dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden doordat verweerder zomaar op de juridische opvatting van zijn cliënt heeft gevaren dat de e-mails niet onder het verschoningsrecht zouden vallen. Door kennis te nemen van de e-mails en deze voor het advies te gebruiken heeft verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid om het verschoningsrecht van een andere advocaat te respecteren niet genomen en daarmee ook de kernwaarden integriteit en betamelijkheid geschonden. Het hof rekent het handelen van verweerder hem, gelet op het fundamentele en essentiële karakter van het verschoningsrecht in de rechtsstaat, zwaar aan. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Rekening houdend met het betoonde inzicht van verweerder en gelet op alle omstandigheden van dit geval heeft het hof aan verweerder de maatregel van een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2025:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/09

    Beroep van een diereigenaar tegen een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege op een klacht tegen een dierenarts. De klacht heeft betrekking op de kat van appellante, die door de dierenarts is geëuthanaseerd. In eerste aanleg heeft appellante de dierenarts onder meer verweten de euthanasie zonder haar toestemming en op onjuiste wijze te hebben uitgevoerd. De klacht is door het Veterinair Tuchtcollege deels gegrond verklaard en daarvoor is aan de dierenarts een waarschuwing opgelegd. De klacht is ongegrond verklaard wat betreft het zonder toestemming uitvoeren van de euthanasie. Tegen dit gedeelte van de uitspraak richt het beroep van appellante zich.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:223 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft onbetwist aangevoerd dat zij alle producties (waaronder ook de herschreven tijdlijn) eerst nog ter goedkeuring aan haar cliënt M heeft overgelegd. Hierop heeft zij schriftelijk akkoord van cliënt M ontvangen. Vervolgens zijn de producties door verweerster bij het Hof ingediend. Dat verweerster ervan op de hoogte was, of kon zijn, dat klaagster de auteur was van deze tijdlijn, wordt door verweerster gemotiveerd betwist en dit is de voorzitter ook overigens niet gebleken. De naam van klaagster wordt niet als auteur van de tijdlijn vermeld en er bestond voor verweerster ook verder geen aanleiding om dit te kunnen vermoeden. Nu niet klaagster, maar M de cliënt van verweerster was en M ook zijn goedkeuring heeft gegeven voor indiening van de aangepaste tijdlijn, kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Verweerster heeft er verder nog op gewezen dat zij er pas tijdens de mondelinge behandeling bij het Hof kennis van kreeg dat klaagster het niet eens was met de wijzigingen in haar verklaring omdat het Hof haar liet weten dat klaagster zich daarover rechtstreeks per brief tot het Hof had gewend. Onder die omstandigheden kan het verweerster ook niet (tuchtrechtelijk) verweten worden dat zij geen nadere pogingen heeft gedaan om, toen haar duidelijk werd dat klaagster zich niet in de wijzigingen kon vonden, een oplossing daarvoor te vinden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443594 KL RK 24-161

    Klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van klager ten tijde van het passeren van de koopovereenkomst en dat sprake is van een verdachte of ongebruikelijke transactie waarvan de notaris melding had moeten maken bij de bevoegde autoriteiten. De kamer is van oordeel dat de notaris geen aanleiding had om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. Tijdens het bezoek aan de notaris van klager is niet gebleken van een beperkt verstandelijk vermogen waardoor klager zijn wil onvoldoende kon bepalen. Verder is de kamer van oordeel dat de gevoerde communicatie (onder andere via de e-mail) met klager voor de notaris geen aanleiding had hoeven zijn om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. De kamer is ook van oordeel dat de notaris een onderbouwde verklaring voor de lagere koopsom heeft gegeven en gezien zijn beperkte opdracht heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet onzorgvuldig gehandeld. Nog los van het feit dat dit een eigenstandige beoordeling en plicht van de notaris is, die klager in beginsel niet regardeert, bestond er gezien het voorgaande, waarbij verder niets aanvullends is gesteld of gebleken, ook geen verplichting om melding te maken van een verdachte of ongebruikelijke transactie in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/448817 / KL RK 25-40

    De notariële kernwaarde als zorgvuldigheid en in het verlengde daarvan de voorlichtingsplicht, zijn door de notaris geschonden. De notaris heeft een voorlichtingsplicht en de verplichting om te verifiëren of dat wat in de akte staat, overeenstemt met de wil van de partijen en dat zij daarvan de gevolgen overzien. In dit geval heeft de notaris zich laten leiden door de haast van partijen, in plaats van zich te vergewissen van de daadwerkelijke wil van partijen en ze te behoeden voor het nemen van overhaaste beslissingen. De notaris heeft na de eerste bespreking een conceptakte voor de volgende bespreking opgesteld zonder dat hij daartoe met partijen de afspraak had gemaakt. Hij heeft deze conceptakte niet aan partijen voorafgaand aan de bespreking toegestuurd of op andere wijze een schriftelijke toelichting gegeven. Voorts heeft de notaris geen deugdelijke verslaglegging van besprekingen bijgehouden. Klager verwijt de notaris dan ook dat hij zijn informatieplicht heeft geschonden en geen deugdelijke verslaglegging van de besprekingen heeft bijgehouden. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451325 / KL RK 25-72

    Klager stelt dat in de nalatenschap van zijn overleden moeder onjuiste berekeningen door de oud-notaris zijn gehanteerd, hetgeen heeft geleid tot een onjuiste fiscale aangifte. Klager verzoekt de kamer dat het blooteigendom door het notariskantoor opnieuw gewaardeerd zal worden. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat gedragingen van de oud-notaris niet de notaris persoonlijk toegerekend kunnen worden. De kamer verenigt zich met het oordeel van de voorzitter. In deze verzetprocedure zijn verder geen feiten of omstandigheden door klager naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:276 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-449/AL/GLD

    de klacht van klaagster dat verweerster haar belangen bij het gezamenlijke verzoek tot echtscheiding niet goed heeft behartigd, is te laat ingediend op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet. Het beroep van klaagster op een verschoonbare termijnoverschrijding slaagt niet. De raad kan niet vaststellen dat klaagster in de betreffende periode feitelijk niet in staat was om een klacht over verweerster in te dienen of te laten indienen. De klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:300 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8215

    Deels gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is praktijkhoudster van een kinder- en jeugdpsychologenpraktijk in de basis ggz. Tegen de hoofdbehandelaar werkzaam in de praktijk is dezelfde klacht ingediend (zaaksnummer A2025/8216). Het college is van oordeel dat er meerdere signalen zijn die duiden op mogelijke ouderverstoting. Gezien de geschiedenis en informatie rondom de complexiteit van de scheiding en het functioneren van de dochter in twee gezinnen kan geconcludeerd worden dat dit een contra-indicatie is voor basis-ggz. Het had voor de hand gelegen om de behandeling niet zelf te starten maar door te verwijzen naar gespecialiseerde zorg, zoals klager terecht stelt. Ter zitting heeft de hoofdbehandelaar en ook GZ-psycholoog erkend dat achteraf gezien doorverwijzing beter was geweest, maar dat destijds een andere inschatting is gemaakt. In de melding aan Veilig Thuis is niets opgenomen over de door klager gemelde ouderverstoting. Het college is zonder meer overtuigd van de goede intenties van de betrokken behandelaren, maar er zijn serieuze fouten gemaakt. Daarmee voldoet de behandeling aan het gezin en de dochter niet aan de te stellen eisen en is daarmee ook de ouders – waaronder klager – deskundige begeleiding onthouden. Daarnaast voldoet de melding niet aan de te stellen eisen. Zo is de Melding te voortvarend gedaan, omdat voorafgaand overleg met klager in de reden had gelegen en ook mogelijk was. Belangrijker is dat er geen mededeling is gedaan van (mogelijke) ouderverstoting. Volgt een berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:277 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-331/AL/GLD

    Raadsbeslissing. De raad heeft een klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:301 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8216

    Deels gegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog is werkzaam bij een kinder- en jeugdpsychologenpraktijk in de basis ggz. Tegen de praktijkhoudster is dezelfde klacht ingediend (zaaksnummer A2025/8215). Het college is van oordeel dat er meerdere signalen zijn die duiden op mogelijke ouderverstoting. Gezien de geschiedenis en informatie rondom de complexiteit van de scheiding en het functioneren van de dochter in twee gezinnen kan geconcludeerd worden dat dit een contra-indicatie is voor basis-ggz. Het had voor de hand gelegen om de behandeling niet zelf te starten maar door te verwijzen naar gespecialiseerde zorg, zoals klager terecht stelt. Ter zitting heeft de hoofdbehandelaar en ook GZ-psycholoog erkend dat achteraf gezien doorverwijzing beter was geweest, maar dat destijds een andere inschatting is gemaakt. In de melding aan Veilig Thuis is niets opgenomen over de door klager gemelde ouderverstoting. Het college is zonder meer overtuigd van de goede intenties van de betrokken behandelaren, maar er zijn serieuze fouten gemaakt. Daarmee voldoet de behandeling aan het gezin en de dochter niet aan de te stellen eisen en is daarmee ook de ouders – waaronder klager – deskundige begeleiding onthouden. Daarnaast voldoet de melding niet aan de te stellen eisen. Zo is de Melding te voortvarend gedaan, omdat voorafgaand overleg met klager in de reden had gelegen en ook mogelijk was. Belangrijker is dat er geen mededeling is gedaan van (mogelijke) ouderverstoting. Volgt een berisping.