Zoekresultaten 1-20 van de 46847 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8423

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De minderjarige zoon van klaagster is doorverwezen naar de tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij een behandeltraject heeft voorbereid zonder haar toestemming als gezaghebbende ouder en haar daarbij niet heeft geïnformeerd. Daarnaast klaagt zij over een onterechte melding bij Veilig Thuis, onjuiste gegevens in het dossier en over grensoverschrijdend en discriminerend gedrag. Het college oordeelt dat de tandarts, gelet op de aard van de voorgenomen behandeling en zijn wetenschap van gezamenlijke gezagsuitoefening en een conflictueuze scheidingssituatie, klaagster in een eerder stadium actief moeten informeren en haar toestemming had moeten verkrijgen alvorens het behandeltraject in gang te zetten. In het contact met Veilig Thuis heeft de tandarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld door het overleg niet anoniem te voeren. De overige klachtonderdelen zin ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8743

    Klacht van de IGJ tegen een anesthesioloog-intensivist. De IGJ verwijt de anesthesioloog dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de IGJ daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de anesthesioloog de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:53 Raad van Discipline Amsterdam 25-496/A/NH

    Verzet ongegrond; er hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8907

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. De MKA-chirurg wilde de door klager gewenste behandeling (het plaatsen van implantaten in de bovenkaak) niet uitvoeren. Klager verwijt de MKA-chirurg dat hij geweigerd heeft om zorg te verlenen zonder medische onderbouwing, dat hij geen alternatieve behandelopties heeft besproken en klager niet heeft doorverwezen. Het college kan de beslissing van de MKA-chirurg goed volgen, de gewenste behandeling was niet geïndiceerd. De klacht over doorverwijzing is niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:54 Raad van Discipline Amsterdam 25-736/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat ongegrond. Dat de werkzaamheden van verweerder onder de maat zijn geweest, is de raad niet gebleken. Evenmin heeft de raad kunnen vaststellen dat verweerder zich onvoldoende partijdig heeft opgesteld voor klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8908

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een MKA-chirurg. Klager heeft bij de kliniek waar de MKA-chirurg werkzaam is een klacht ingediend. De MKA-chirurg was aanwezig bij een gesprek over de klacht. Klager verwijt de MKA-chirurg dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de klachtafhandeling en dat zij hem geen verwijzing heeft gegeven naar een andere zorginstelling. Klager is wel ontvankelijk in de klacht, maar alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:55 Raad van Discipline Amsterdam 25-788/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht van één van drie verdachten in een strafzaak over de dienstverlening van verweerder in de piketfase. Gelet op de beperkte kennis waarover verweerder in de piketfase beschikte en de grote tijdsdruk waaronder hij moest handelen, kon verweerder in redelijkheid tot het oordeel komen dat geen sprake was van een tegenstrijdig belang, noch van een voorzienbaar risico daarop (geen schending gedragsregel 15). In de omstandigheden van dit geval, waarbij verweerder kortstondig in het weekend piketbijstand heeft verleend, niet over contactgegevens van klaagster beschikte en waarbij hij zijn bijstand na het weekend meteen overdroeg aan een andere advocaat, valt het in tuchtrechtelijke zin evenmin aan te rekenen dat verweerder niet schriftelijk heeft bevestigd dat hij zijn bijstand aan de medeverdachten met klaagster heeft besproken (geen schending gedragsregel 16 lid 1).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8433

    Voorzittersbeslissing. Klager is niet-ontvankelijk omdat hij niet klachtgerechtigd is. De voorzitter ziet niet in dat er sprake is van een geschaad belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:56 Raad van Discipline Amsterdam 25-688/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door onduidelijkheid te laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij optrad (schending gedragsregel 9), door derden te betrekken in e-mailcorrespondentie waar zij geen betrokkenheid bij hebben en door zich tot tweemaal toe tot de rechtbank te wenden zonder gelijktijdige toezending van die berichten aan de advocaat van klagers (schending gedragsregel 21 lid 1). Gelet op de ernst en aard van dit handelen en gezien de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:71 Hof van Discipline 's Gravenhage 250213

    Bekrachtiging. Klacht niet-ontvankelijk. Verweerster heeft de ex-echtgenote van klager bijgestaan in de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn ex-echtgenote. Klager kan zich niet vinden in de manier waarop verweerster de echtscheidingszaak heeft behandeld, omdat zij volgens klager niet bereid was om tot een minnelijke oplossing te komen. Daarover heeft klager een klacht ingediend (klachtonderdeel a). De klacht houdt verder in dat declaraties van verweerster voor de door haar verleende rechtsbijstand vanuit één of meerdere B.V.’s zijn betaald. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft overwogen dat klachtonderdeel a niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend, en dat klager door klachtonderdeel b, voor zover de klacht al juist zou zijn, niet rechtstreeks in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:51 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in nalatenschapskwestie. Verweerder heeft in het verzoekschrift in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen de standpunten van zijn cliënten naar voren gebracht. De voorzitter begrijpt dat klager zich door de inhoud van het verzoekschrift en de daarin gedane uitlatingen over zijn persoon beledigd voelt, maar is van oordeel dat van onnodig grievende uitlatingen geen sprake is geweest. De uitlatingen zijn gedaan in de context van een verzoekschriftprocedure over de schorsing dan wel het ontslag van klager als executeur-testamentair van de nalatenschap van de moeder van partijen. In dat kader stond het verweerder vrij om de standpunten van zijn cliënten te formuleren zoals hij dat heeft gedaan op grond van de informatie die hij voor dat doel van zijn cliënten heeft gekregen. Klager kan tegen de gebruikte informatie en de daarop gebaseerde standpunten van zijn broer en zus verweer voeren in de verzoekschriftprocedure en het is uiteindelijk aan de civiele rechter om daarover te oordelen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:72 Hof van Discipline 's Gravenhage 250178

    Bekrachtiging. Waarschuwing. Verweerder is de advocaat van klagers wederpartij in een civiele kwestie. Daarin gaat het - kort gezegd - om de vraag of de donorovereenkomst die klager en zijn wederpartij hebben gesloten op een rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. Op een bepaald moment heeft verweerder klager in die kwestie gedagvaard. Verweerder heeft de zaak uiteindelijk niet voor de rechter gebracht. Klager vindt dat verweerder door hem te dagvaarden, en vanwege de inhoud van de dagvaarding en de gang van zaken daarna, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht bestaat uit vijf onderdelen. De Raad van Discipline heeft de klacht op één onderdeel, ten aanzien van het rauwelijks dagvaarden van klager door verweerder, gegrond verklaard. De andere vier klachtonderdelen heeft de raad ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:52 Raad van Discipline Amsterdam 25-519/A/A

    Tussenbeslissing; verzet gegrond; zaak wordt voor nader onderzoek terugverwezen naar de deken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8625

    Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verbleef in de PI en bezocht een paar keer de tandarts. Hij verwijt de tandarts, samengevat, ernstige en aanhoudende nalatigheid in de tandheelkundige zorg. Verzoeken om hulp zouden zijn afgewezen met als argument dat klager deze zorg buiten de PI moest organiseren. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8812

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De verpleegkundig specialist werd vanaf april 2025 zijn regiebehandelaar en besloot, samen met de betrokken psychiater, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de verpleegkundig specialist, samengevat, het onvoldoende voeren van regie en onverantwoord en zonder overleg afbouwen van de medicatie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundig specialist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8813

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De psychiater werd betrokken bij het voorschrijven van zijn medicatie en besloot, samen met de betrokken verpleegkundig specialist, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de psychiater, samengevat, het onverantwoord afbouwen van de medicatie zonder overleg met klager, het fouten maken in correspondentie en negeren van het recht op een second opinion. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8291 en Z2025/8292

    Ongegronde klacht tegen een psychiater/psychotherapeut. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8293

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog over de behandeling van klager. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was als regiebehandelaar bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8205

    Kennelijk ongegronde klacht tegen longarts. Geen sprake van het stellen van een diagnose zonder enig onderzoek en het college heeft niet kunnen vaststellen dat de longarts zich onprofessioneel heeft gedragen tegen de patiënt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2879

    Klacht tegen een KNO-arts. Klager verwijt de KNO-arts dat hij verwijtbaar heeft gehandeld, omdat hij bij het uitvoeren van het oortoilet bij het linkeroor van klager dit linkeroor heeft ‘stukgezogen’. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.