Zoekresultaten 11-20 van de 48335 resultaten

  • Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-497/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de ex-partner deels niet-ontvankelijk omdat de klacht te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-064/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen ongegrond. De civiele vordering was geen onderdeel van de opdracht en verweerster heeft de documenten in het licht van de gegevens opdracht beoordeeld. Duidelijk was hoe een en ander zou verlopen en verweerster heeft ook steeds regie gevoerd. De communicatiefout is slordig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het ingediende verzoekschrift voldoet aan de professionele standaard. Het is niet ongebruikelijk dat klaagster en haar gemachtigde daarvoor zelf veel informatie moesten aanleveren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849

    Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186

    Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie, de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.