Zoekresultaten 1051-1060 van de 46660 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:97 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/750414 / DW RK 24/186 MK/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld bij het opmaken van de akte van constatering. Ook is niet gebleken dat de gerechtsdeurwaarder bewust een gesloten filiaal is binnengetreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-559/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het verwijt dat verweerder zich in een documentaire lasterlijk en smadelijk over klager heeft uitgelaten en onwaarheden heeft verkondigd is op grond van artikel 46g Advocatenwet niet-ontvankelijk. De klacht dat verweerder zich intimiderend en dreigend jegens klager heeft gedragen is kennelijk ongegrond. De klacht dat verweerders brief aan klager verkeerd was geadresseerd mist feitelijke grondslag en is dus eveneens kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:213 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-897/AL/MN

    De voorzitter heeft op een onderdeel van de klacht geen beslissing genomen. Verzet gegrond. Klachtonderdeel gegrond. De rest van de klacht is ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:134 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-556/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat in hoedanigheid van deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het feit dat ten gevolge van de onder verweersters verantwoordelijkheid gemaakte administratieve fout aanzienlijke vertraging is ontstaan in de behandeling van klagers klacht is naar het oordeel van de voorzitter niet zodanig ernstig dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-542/AL/MN

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Alhoewel het naar het oordeel van de voorzitter wel de voorkeur had verdiend om de term ‘bewerken’ te gebruiken in plaats van ‘manipuleren’ in het verweerschrift omdat dat een neutralere term is, maakt dat nog niet dat verweerster daardoor tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerster heeft voldoende toegelicht waarom zij die term heeft gebruikt en in welke context dat is gebeurd. Daar komt bij dat verweerster klager niet heeft beschuldigd van het manipuleren van stukken maar zich dat heeft afgevraagd. Dat mocht zij zo doen. Klager had bovendien de gelegenheid om daarop in de procedure bij het tuchtcollege te reageren. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-406/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond. De klachten dat verweerster in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 4 lid 1 doordat zij (1) heimelijk geluidsopnames heeft gemaakt van gesprekken tussen haar cliënten en (verschillende medewerkers van) klaagster, terwijl daarvoor geen toestemming was gegeven en zelfs uitdrukkelijk was aangegeven dat het maken van geluidsopnames niet gewenst was en (2) de geluidsopnames vervolgens heeft ingediend bij de rechtbank zijn ongegrond. Nu verweerster uitdrukkelijk heeft weersproken dat zij geluidsopnames heeft gemaakt en de overgelegde stukken ook geen aanknopingspunten bevatten voor de feitelijke juistheid van het verwijt dat verweerster de geluidsopnames heeft gemaakt, kan de raad niet vaststellen dat het verweten handelen feitelijk heeft plaatsgevonden. Wel staat vast dat verweerster de geluidsopnames in het geding heeft gebracht. Daarmee heeft verweerster echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld, nu genoegzaam is gebleken dat in dit geval met het overleggen van de geluidsopnames een redelijk doel werd gediend, terwijl niet is gebleken dat de belangen van verweerster onnodig of op een ontoelaatbare manier zijn geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-146/DB/LI

    De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-181/DB/ZWB

    De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-095/DB/LI

    Verzet. Op grond van artikel 46j lid 4 jo artikel 46h lid 1 Advocatenwet kan binnen 30 dagen na de dag van verzending van het afschrift van de voorzittersbeslissing daartegen verzet worden ingesteld. De beslissing van de voorzitter is gegeven op 26 maart 2025 en op dezelfde dag per aangetekende post aan klager verzonden. Onderaan de beslissing is vermeld dat een verzetschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen na verzending van het afschrift van de beslissing. De termijn van dertig dagen begint op de dag volgend op die van verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het verzetschrift dus ontvangen zijn op de griffie van de raad. Nu het verzetschrift van klager eerst op 29 april 2025 ter griffie van de raad is ontvangen, is het verzet te laat ingesteld. De raad overweegt verder dat, nu niet is gebleken dat de overschrijding van de verzet termijn door klager verschoonbaar is, deze termijnoverschrijding voor rekening van klager behoort te blijven. De conclusie is dan ook dat het door klager ingestelde verzet niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:168 Raad van Discipline Amsterdam 25-512/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Niet gebleken is van schending van gedragsregels 1, lid 4 en 8. Verder geldt dat verweerder als partijdig advocaat opkomt voor de belangen van zijn cliënte, zodat hij niet gehouden is om buiten zijn cliënte om met klager tot een oplossing te komen.