Zoekresultaten 1041-1050 van de 46787 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 240307

    Klacht over eigen advocaat. Klaagster is ontevreden over de wijze waarop verweerder haar heeft bijgestaan in onder meer een bijstandszaak, een kinderbijslagzaak en een paspoortenzaak. De raad heeft geconcludeerd dat het werk dat verweerder voor klaagster heeft verricht in deze drie zaken op alle vlakken voldeed aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof sluit zich – na toepassing van een ruimhartige uitleg van de beroepsgronden – bij dat oordeel aan. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-211/AL/NN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder zich onnodig grievend over de wederpartij van zijn cliënt heeft uitgelaten. Verweerder heeft zich daarmee niet gedragen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad houdt er rekening mee dat verweerder eerder voor vergelijkbaar handelen door de tuchtrechter is veroordeeld. Ook wordt in aanmerking genomen dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond. Gelet op de aard en de ernst van het handelen van verweerder en rekening houdend met de hierboven genoemde omstandigheden, is de oplegging van een berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 250058

    Klacht tegen advocaat wederpartij. In een geschil tussen een meerderheidsaandeelhouder en een minderheidsaandeelhouder (25%) heeft verweerder de meerderheidsaandeelhouder bijgestaan. Klaagster handhaaft in hoger beroep alleen haar klacht dat verweerder bij een bespreking heeft gedreigd met een tegenclaim van € 90.000 om zo klaagster te bewegen de aandelen tegen een minimale waarde over te dragen. Het hof oordeelt dat verweerder voldoende heeft toegelicht hoe hij tot de tegenvordering is gekomen, dat deze tegenvordering in de dynamiek van de onderhandelingsbesprekingen is genoemd en dat deze vordering bij de verdere onderhandelingen die tot de vaststellingsovereenkomst hebben geleid niet meer aan de orde is gekomen. Het hof acht dit klachtonderdeel evenals de raad ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-605/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in een brief aan de rechtbank te spreken van “psychische/psychiatrische problematiek van moeder”. In zoverre kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 250042

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster bijgestaan in een door haar tegen haar verhuurder gevoerde procedure. Door een renovatie van onder meer haar appartement was er sprake van ernstige overlast. Verweerder heeft met klaagster besproken dat de vordering erop zou worden gebaseerd dat klaagster pas bij het ophalen van de sleutel werd geconfronteerd met de renovatieplannen voor het gehele complex en daarvóór niets wist van de renovatie. Dat laatste bleek tijdens de procedure feitelijk niet juist. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij haar zaak onzorgvuldig heeft behandeld, doordat hij voor de procedure bij de kantonrechter een onjuist feitelijk uitgangspunt heeft genomen waarvan hij had moeten weten dat dit onjuist was. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat niet is komen vast te staan dat verweerder had moeten weten dat hij een feitelijk onjuist uitgangspunt heeft genomen voor de procedure. De concept dagvaarding en pleitnota waren immers door klager becommentarieerd en goedgekeurd. Het hof oordeelt daarnaast dat klaagster wist dat verweerder de door haar aan hem toegezonden schadefoto’s niet wilde gebruiken in de procedure en dat het feit dat hij deze niet heeft gebruikt niet kan leiden tot de conclusie dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7822

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is geopereerd door de plastisch chirurg, waarbij meerdere ingrepen werden verricht. Klaagster heeft hierover meerdere klachten. De klachten komen erop neer dat sprake is geweest van onzorgvuldige preoperatieve voorlichting, een onzorgvuldige uitvoering van deze ingrepen en onzorgvuldigheden in de nazorg. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7940

    Klacht tegen een radioloog kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de enkelfractuur heeft gemist en röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-213/DB/OB 25-214/DB/OB

    Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond