Zoekresultaten 21-40 van de 48322 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:184 Raad van Discipline Amsterdam 26-408/A/NH
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:184
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gegrond voor zover verweerder in zijn pleitnota onjuiste informatie heeft verkondigd (gedragsregel 8) en zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten (gedragsregel 7). De raad ziet af van het opleggen van een maatregel. Klaagster heeft immers op de zitting in de onderliggende procedure op deze informatie kunnen reageren waardoor de schade voor klaagster beperkt is gebleven. Bovendien heeft verweerder op de zitting van de raad inzicht getoond in zijn handelen en kent verweerder geen tuchtrechtelijk verleden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:185
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:198 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:198
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:192 Raad van Discipline Amsterdam 26-189/A/A/D
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:192
Raadsbeslissing; gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in haar processtukken te vereenzelvigen met haar cliënten en daarmee de vereiste professionele deskundigheid niet in acht te nemen. Hiermee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast vertonen de processtukken van verweerster een ernstig gebreken in kwaliteit. Dit heeft niet alleen geleid tot afwijzing of niet-ontvankelijkverklaring van verzoeken, maar heeft de procedure van haar cliënten bovendien vertraagd. Behalve onbetamelijk vindt de raad de gedragingen van verweerster ook zorgelijk, omdat verweerster geen inzicht in de laakbaarheid van haar handelen heeft getoond. Verweerster heeft de adviezen en instructies van de deken niet opgevolgd. Ook op het concept van het dekenbezwaar heeft verweerster geen inhoudelijke reactie gegeven. Evenmin is verweerster op de zitting van de raad verschenen, zodat de raad niet bekend is met het verweer van verweerster. Gelet op deze omstandigheden, is de raad - ondanks het feit dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld is - van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is. De raad ziet gelet op de ernst van de verweten gedragingen aanleiding om naast de algemene voorwaarde aan deze voorwaardelijke schorsing een bijzondere voorwaarde te verbinden, namelijk een op kosten van verweerster te volgen coachingstraject met een coach, gespecialiseerd in het personen- en familierecht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:186 Raad van Discipline Amsterdam 26-600/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:186
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. In het kader van zijn verweer stond het verweerder vrij om collegiaal overleg te voeren met andere betrokken advocaten en de deken te informeren over geconstateerde patronen in de tuchtklachten. Het stond verweerder eveneens vrij om de president van de rechtbank over klagers handelen te informeren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:294 Hof van Discipline 's Gravenhage 250013
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:294
Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht is door de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) gedeeltelijk gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad op twee klachtonderdelen. De eigen overtuigingen van verweerster in haar processtukken over het gedrag van klaagster missen een objectief verifieerbare onderbouwing. Verweerster had daarom terughoudender behoren te zijn in de stelligheid van haar uitlatingen door duidelijk(er) aan te geven dat wat zij naar voren bracht de mening/visie van haar cliënt was in plaats van die stellingen te poneren als feiten. Het hof is verder van oordeel dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht en met haar cliënt is gaan meeprocederen. Verweerster gaf naast het standpunt van haar cliënt namelijk ook haar eigen visie op de zaak en zij steunde expliciet het standpunt van haar cliënt. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Het hof heeft de maatregel verzwaard door het opleggen van een berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:180 Raad van Discipline Amsterdam 26-052/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:180
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:193 Raad van Discipline Amsterdam 26-180/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:193
Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Hoewel het beter was geweest als verweerster een telefoonnotitie van het gesprek tussen haar en klager had gemaakt over het instellen van hoger beroep, biedt het klachtdossier in dit geval voldoende bevestiging voor het standpunt van verweerster dat klager bij zijn eerste keuze bleef om geen hoger beroep in te stellen. Verder bestaat er geen regel die advocaat-stagiaires verplicht om zonder dat daarnaar gevraagd wordt te melden dat hij of zij nog advocaat-stagiaire is en de praktijk onder toezicht van een patroon uitoefent.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:187 Raad van Discipline Amsterdam 26-525/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:187
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klaagster gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9378
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 03-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Inhoudelijk is de klacht kennelijk ongegrond. Door de gemachtigde van verweerster is gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:292 Hof van Discipline 's Gravenhage 260369
- Datum publicatie: 10-09-2026
- Datum uitspraak: 10-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:292
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt. Klager heeft eerder, op 1 juli 2026 en 17 juli 2026, ook klachten ingediend over procedurele beslissingen van een andere deken in een andere klachtprocedure. Die klachten zijn bij beslissingen van 23 juli 2026 en 6 augustus 2026 (ook) niet verwezen naar een andere deken (HvD 23 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:235 en HvD 6 augustus 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:255). Indien verzoeker in het klachtonderzoek over mr. G of een aanverwante kwestie opnieuw een klacht over een procedurele beslissing van de deken bij het hof indient, dient verzoeker er ernstig rekening mee te houden dat die klacht wegens misbruik van klachtrecht niet in behandeling wordt genomen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:293 Hof van Discipline 's Gravenhage 260368
- Datum publicatie: 10-09-2026
- Datum uitspraak: 10-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:293
Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Klaagster heeft op 20 augustus 2026 bij de deken een klacht ingediend over een gedraging van mevrouw mr. P op 14 augustus 2026. De deken kan de klacht van klaagster over mr. P uitsluitend in behandeling nemen als mr. P op 14 augustus 2026 heeft gehandeld als advocaat of als advocaat in een andere hoedanigheid. Nu daarvan geen sprake is, mist de deken de wettelijke bevoegdheid om de klacht van klaagster over mr. P in behandeling te nemen. Dit volgt uit artikel 46c lid 1 Advocatenwet. De deken kon klaagster dan ook geen ander bericht sturen dan hij op 21 augustus 2026 heeft gedaan (niet in behandeling nemen van de klacht).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-723/DB/LI
- Datum publicatie: 09-09-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:109
Ambtshalve beslissing tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke schorsing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9683
- Datum publicatie: 09-09-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:161
Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10244
- Datum publicatie: 09-09-2026
- Datum uitspraak: 09-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:162
Voorzittersbeslissing. Klacht van behandelend zorgverlener tegen, volgens klager, een verpleegkundige over (het handelen rondom) de beoordeling van de aanvraag van de patiënt van klager voor vergoeding van zorg, verleend in het buitenland door klager. Klager is geen rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. De klacht van klager gaat over de algemene gezondheidszorg (en de vergoeding hiervan). Klager valt ook niet onder een van de andere categorieën klachtgerechtigden. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-803/AL/NN
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:182
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-109/AL/MN
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:183
Raadsbeslissing. Klacht over klachtfunctionaris is door de raad ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-566/AL/NN
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:184
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/32
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:23
Notaris passeert levenstestament voor de vader van klager. Daarin is bepaald dat klager en zijn zus (die al jarenlang gebrouilleerd zijn) alleen samen bevoegd zijn om vader te vertegenwoordigen. Klager heeft redelijk belang bij klacht. Klacht over beoordeling van wilsbekwaamheid vader ongegrond. Klacht over onterecht beroep op geheimhoudingsplicht gegrond. Gelet op vaste rechtspraak van het hof oordeelt de kamer dat de notaris naar aanleiding van de vragen van klager uitleg had moeten geven over de gang van zaken rond de totstandkoming en het passeren van het levenstestament. Dit geldt niet alleen voor een notaris tegen wie een tuchtklacht is ingediend, maar ook voor een notaris aan wie – zoals in deze zaak – door iemand die daarbij een redelijk belang heeft vragen worden gesteld over de gang van zaken rond het tot stand komen van een akte.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/62
- Datum publicatie: 08-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:24
De klaagster heeft een appartement gekocht en de notaris opdracht gegeven om de leveringsakte en de hypotheekakte te verzorgen. Toen bleek dat de bank van de klaagster verlangde dat zij, naast een hypotheek op het appartement, ook een overbruggingshypotheek op haar ‘oude’ woning zou vestigen, rezen er vragen bij de notaris over de beschikkingsbevoegdheid van de klaagster om die overbruggingshypotheek zelfstandig te kunnen vestigen. Volgens de notaris moest daarover eerst duidelijkheid komen.De klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij niet heeft meegewerkt aan de hypotheekakte, waardoor ook de levering van het appartement niet kon doorgaan op de beoogde overdrachtsdatum. Daarnaast maakt de klaagster de notaris andere verwijten. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De notaris moest laveren tussen het risico van (de wellicht onterechte) ministerieverlening en het risico van (de wellicht onterechte) dienstweigering. In zo’n situatie is het algemene uitgangspunt dat een notaris op grond van zijn eigen deskundigheid een gefundeerde afweging moet maken. De notaris heeft terecht kunnen besluiten om de hypotheekakte (en dus ook de leveringsakte) niet te passeren.