Zoekresultaten 21-40 van de 46643 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2740

    Klacht tegen een arts, in hoedanigheid van medisch adviseur. De arts is gepensioneerd internist. Hij heeft in opdracht van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster een medisch advies uitgebracht over de haalbaarheid van een aansprakelijkstelling van een neurochirurg, die bij klaagster een operatie aan de nek/hals had uitgevoerd vanwege een vernauwing van een nekwervel. Klaagster had na deze operatie een algehele verlamming van de ledematen opgelopen. Klaagster heeft vier klachten geuit over de medisch adviseur. Een van de klachten luidt dat de medisch adviseur in strijd met de GBL heeft gehandeld door als niet praktiserend internist een oordeel te geven over het handelen van de neurochirurg die de operatie bij klaagster heeft verricht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster deels niet-ontvankelijk, omdat klaagster niet voor alle klachtonderdelen beroepsgronden formuleert. Het beroep ten aanzien van de totstandkoming van het medisch advies verklaart het Centraal Tuchtcollege gegrond. Het medisch advies is niet zorgvuldig tot stand gekomen. Aan de arts wordt geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8283

    Ongegronde klacht tegen oogarts. Patiënt, klager, verwijt verweerder dat hij opzettelijk een valse en angstaanjagende diagnose glaucoom heeft gesteld. Later besprak verweerder deze diagnose niet meer met klager en vormde deze diagnose een aanzet voor de uitvoering van een plan om klager blind te laten worden zodat een curator het vermogen van klager kon plunderen, aldus klager. Verweerder heeft volgens klager ook een diagnose gemist en geen contact opgenomen met een oogarts in een oogkliniek. Verweerder heeft het college verzocht om de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren. College: kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2752

    Klacht tegen een chirurg, over een besnijdenis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. De chirurg heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat het in eerste aanleg gegrond verklaarde klachtonderdeel in beroep alsnog ongegrond wordt verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van de arts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2757

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7756

    Klager dient via zijn partner een klacht in tegen een arts werkzaam onder supervisie van een bedrijfsarts over diens homofobe bejegening en handelwijze tijdens het ziekteverzuim. Klacht ongegrond. Uit niets blijkt van een homofobe bejegening en door de taalbarrière kon verweerder klager niet volledig beoordelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2852

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is moeder van twee kinderen. Klaagster en de vader van de kinderen zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De huisarts van de vader (verweerster) heeft schriftelijke informatie verstrekt die door de vader in de echtscheidingsprocedure is ingediend. Ook heeft de huisarts in het kader van een raadsonderzoek informatie verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming. Klaagster verwijt de huisarts dat zij: a) haar beroepsgeheim op meerdere vlakken heeft geschonden door het verstrekken van informatie over klaagster; b) de vader en zijn broer heeft aangezet tot het doen van een valse anonieme melding bij Veilig Thuis; c) zich onprofessioneel heeft uitgelaten in haar rapportages door haar eigen emoties en gedragingen te benoemen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachtonderdelen a) en c) gegrond, klachtonderdeel b) ongegrond en legt de huisarts de maatregel op van berisping. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de huisarts, dat uitsluitend ziet op de zwaarte van de opgelegde maatregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2811

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8139

    Klacht tegen bedrijfsarts over de 26-weken rapportage waarin deze onjuist vermeldt dat een (telefonisch) consult heeft plaatsgevonden en, zonder informatie over een operatie die heeft plaatsgevonden, rapporteert dat herstel binnen 26 weken niet mogelijk is. Het college overweegt dat de 26-weken-verklaring voor de werknemer een zwaarwegend document is, nu deze in een UWV-procedure over beëindiging van het dienstverband betekenis kan hebben. De bedrijfsarts heeft onzorgvuldig gehandeld door niet te vermelden dat het consult niet heeft plaatsgevonden en door niet naar de actuele situatie na de operatie te informeren, waarmee zijn advies onvoldoende inzichtelijk en toetsbaar is. Volgt de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2751

    Klager klaagt tegen de chirurg die bij hem een besnijdenis heeft uitgevoerd. Klager stelt dat er geen sprake is geweest van informed consent, dat de chirurg de operatie opzettelijk verkeerd heeft uitgevoerd, dat de chirurg grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de chirurg heeft gelogen over eerdere prestaties. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die ziet op het ontbreken van een informed consent. Ter zake daarvan is aan de chirurg de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld; zijn beroep strekt ertoe dat de in eerste aanleg ongegrond verklaarde klachtonderdelen in beroep alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij het Regionaal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2822

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster is gedurende acht maanden onder begeleiding geweest van de bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij op veel punten tekortgeschoten is in de begeleiding, waarbij hij haar onder andere onterecht heeft doorverwezen en haar privacy heeft geschonden. Daarnaast maakt klaagster de bedrijfsarts verwijten over zijn dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de bedrijfsarts een berisping opgelegd. De bedrijfsarts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van berisping komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7712

    Klager dient een tuchtklacht in tegen een arts in opleiding tot bedrijfsarts die hem begeleidde tijdens zijn ziekte en re-integratie. Hij klaagt over het verlenen van onvoldoende zorg, het geven van onjuiste en tegenstrijdige adviezen, het negeren van het advies van de psycholoog en het niet te vermelden dat zij bedrijfsarts in opleiding is. Klacht gedeeltelijk gegrond. Er is sprake van onvoldoende duidelijke dossiervoering voor wat betreft urenopbouw en reisbeperkingen Verweerster is onvoldoende transparant over het feit dat zij arts in opleiding is en onder supervisie werkte, en haar dossiervoering en adviezen over re-integratie en reisbeperkingen zijn onvoldoende duidelijk. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2869

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld bij zijn werkgever. De werkgever van klager wisselde anderhalve maand na zijn ziekmelding van arbodienst. De bedrijfsarts is als stafarts werkzaam bij de nieuwe arbodienst en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. De begeleiding van klager werd uitgevoerd door twee verschillende inzetbaarheidsdeskundigen die onder taakdelegatie van de bedrijfsarts werkten. Het contact met de werkgever verliep ook via deze inzetbaarheidsdeskundigen. De bedrijfsarts heeft zelf geen contact gehad met klager en de werkgever. Klager verwijt de bedrijfsarts - in meerdere klachtonderdelen - dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij zijn verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Door de operationele begeleiding van de klager volledig over te laten aan de inzetbaarheidsdeskundigen en zelf op afstand te blijven terwijl er sprake was van een kwetsbare medewerker en een werkgever die de adviezen die hij kreeg via de inzetbaarheidsdeskundigen niet opvolgde, is de bedrijfsarts ernstig tekortgeschoten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en legt de bedrijfsarts een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-660/AL/MN

    Klaagster heeft zich erover beklaagd dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten jegens haar in haar functie van politieambtenaar in bijzijn van derden en daarmee haar integriteit heeft aangetast tijdens een confrontatie in het cellenblok van een rechtbank. De raad heeft begrip voor enige boosheid en frustratie van de kant van verweerder omdat naar zijn idee de met klaagster gemaakte afspraken door haar niet waren nagekomen maar de manier waarop hij daarna klaagster in het cellenblok van de rechtbank heeft bejegend kan niet als functionele boosheid worden gezien. Naar het oordeel van de raad gaat het te ver en is het een advocaat onwaardig om in je woede, zoals verweerder die had, de betrouwbaarheid van een politieambtenaar in twijfel te trekken. Daarbij staat ook vast, zoals bevestigd door de collega, dat verweerder klaagster ook persoonlijk heeft aangevallen met volstrekt onbetamelijke uitlatingen en dat dit is gebeurd in bijzijn van derden. De raad rekent het verweerder aan dat hij na dit incident niets heeft gedaan om het met klaagster uit te praten. Van welgemeende excuses is de raad niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 260007

    Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit hetgeen klaagster (summier) heeft aangevoerd, lijkt de onvrede van klaagster verband te houden met het verloop van de behandeling van haar klacht over mr. P door de raad van discipline. Daarvoor kan verweerster niet verantwoordelijk worden gehouden omdat verweerster geen deel uitmaakt van de raad van discipline. Nu klaagster haar klacht over verweerster verder niet heeft toegelicht – waardoor het voor verweerster niet duidelijk is waartegen zij zich moet verweren – zal de voorzitter de klacht van klaagster niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-837/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De klacht dat niet altijd urenspecificaties zijn verzonden mist feitelijke grondslag. Van excessief declareren is voorts niet gebleken. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-328/AL/NN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager, haar cliënt, niet te laten weten welke stukken aan het hof zijn gestuurd. De raad acht hierbij van belang dat dit nalaten door verweerster van beperkte ernst is, mede gelet op de omstandigheid dat zij in deze zaak voor het overige goed met klager heeft gecommuniceerd en hem toereikend heeft geïnformeerd. Verder houdt de raad er rekening mee dat verweerster heeft erkend dat zij op dit punt onvolledig is geweest. Gelet op het voorgaande zal worden volstaan met de gegrondverklaring van dit klachtonderdeel en zal geen maatregel worden opgelegd

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-19

    Klaagster en haar ex-echtgenoot zijn gescheiden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere de voormalige echtelijke woning. In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de woning aan de ex-echtgenoot moet worden geleverd. De notaris heeft de akte van verdeling gepasseerd, waarbij de woning is geleverd aan de ex-echtgenoot. Klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van die akte. Dat klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Bij het tweede klachtonderdeel (over een fout in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot) heeft klaagster geen redelijk belang. Dat klachtonderdeel is daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-386/AL/NN

    Klaagster beklaagt haar eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder op zorgvuldige en tijdige wijze zijn opdracht voor klaagster neergelegd. Ten aanzien van de niet tijdige melding door verweerder van de scheiding van klaagster aan de pensioenfondsen is de raad van oordeel dat verweerder daarin in de door hem geschetste omstandigheden heeft gedaan wat hij kon. Klaagster heeft ook geen schade geleden. Ook verder heeft verweerder zorgvuldig gehandeld en de belangen van klaagster naar behoren behartigd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-32

    Klagers hebben een geschil met hun buren over de inhoud en omvang van een erfdienstbaarheid van weg. Klagers verwijten de notaris dat hij een situatietekening heeft opgemaakt, waarop hij heeft aangegeven wat de omvang van de erfdienstbaarheid volgens de buren zou moeten zijn. Volgens klagers heeft die situatietekening de uitstraling van een notarieel document dat de juiste inhoud van de bestaande erfdienstbaarheid van weg weergeeft, terwijl die weergave onjuist is.De klacht is gegrond verklaard. Door de situatietekening - die niet overeenkomt met de juridische werkelijkheid - van een onduidelijke verklaring, zijn handtekening en ambtsstempel te voorzien, heeft de notaris de tekening een zekere schijn van legitimiteit gegeven. Gelet op de waarde die aan documenten van een notaris wordt gehecht, mag van een notaris worden verwacht dat hij bedacht is op een mogelijk ongeoorloofd gebruik dat daarvan zou kunnen worden gemaakt. De notaris had moeten voorzien dat de buren van de situatietekening misbruik zouden kunnen maken. Dat risico heeft zich ook verwezenlijkt. Aan de notaris wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-471/AL/NN

    Verweerder heeft een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming ingediend in twee procedures waarin klaagster geen partij was. De raad heeft geoordeeld dat verweerder hiermee de belangen van klaagster heeft geschonden en daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Gelet op de ernst van dit verwijt is in beginsel de oplegging van een berisping gerechtvaardigd. In het voordeel van verweerder houdt de raad er echter ook rekening mee dat verweerder, hoewel te laat, het stuk wel heeft ingetrokken. Ook heeft verweerder - kort na het indienen van het rapport en op de zitting van de raad - erkend dat hij anders had moeten handelen en heeft hij zijn excuses aan klaagster aanboden. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op deze omstandigheden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een waarschuwing.