Zoekresultaten 51-100 van de 46595 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:28 Hof van Discipline 's Gravenhage 250352
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:28
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft – ondanks herhaalde uitnodiging daartoe door de deken op 4 en 25 september 2025 – niet aangetoond dat hij zich voldoende heeft ingespannen om eerst zelf een advocaat te vinden die hem kan bijstaan in de door klager gewenste procedure. Het verweer van klager dat hij het Juridisch loket niet kon bereiken alsook zijn eigen samenvatting van wat advocaten van zijn zaak vonden, maakt dit niet anders. Klager kon ook telefonisch of via internet contact opnemen met advocaten in Nederland. De deken heeft het aanwijzingsverzoek van klager daarom op juiste gronden afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8603
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:22
Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts die heimelijk geluidsopnamen heeft gemaakt van consulten van een patiënt en die daarna weigert aan de patiënt te geven. Tevens gegronde klacht over het zich onttrekken aan toetsing door het tuchtcollege en weigering om zich toetsbaar op te stellen. Gezien eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen wordt een schorsing voor de duur van een jaar opgelegd, maar voorwaardelijk onder stringente voorwaarden, gericht op persoonlijke en professionele ontwikkeling, in de omgang met cliënten en in conflictsituaties of geschillen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8328
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:16
Door nabestaande ingediende klacht tegen een anesthesioloog-intensivist over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. De intensivist is betrokken geweest bij de zorg aan patiënte op de IC. Klacht gaat over het afzien van een CT-scan. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7873
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:23
Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek ongegrond. Verweerder heeft bij klaagster een abortus uitgevoerd bij een prille zwangerschap. Hij heeft klaagster het risico voorgehouden dat de ingreep vanwege de korte zwangerschapsduur zou mislukken en haar geadviseerd de ingreep later te laten plaatsvinden. Klaagster heeft de ingreep toch dezelfde dag laten uitvoeren en nadien bleek dat een tweede ingreep noodzakelijk. De klachten over voorlichting, voldoende tijd nemen voor klaagster zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8327
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:17
Door nabestaande ingediende klacht tegen een arts over de zorg na het overlijden van patiënte aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. De klacht gaat over de door de arts gedane lijkschouwing, het door haar gedane onderzoek en de door haar afgegeven verklaring van natuurlijke dood. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7874
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:24
Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek. Nadat een collega arts bij klaagster een abortus had uitgevoerd bij een prille zwangerschap, bleek een tweede ingreep noodzakelijk. De collega had bij de nacontrole een vitale zwangerschap (hartactie) waargenomen. De noodzakelijke tweede ingreep werd voor een week later bij verweerder ingepland. Voorafgaand aan de geplande ingreep nam verweerder met een uitwendige echo geen hartactie waar en presenteerde klaagster de mogelijkheid van een tweede ingreep af te zien en het natuurlijk verloop van een spontane miskraam af te wachten. Hiervoor koos klaagster. Een dag later werd door de verloskundige wel hartactie waargenomen. Klaagster heeft daarop besloten de zwangerschap uit te dragen. Klacht over de communicatie gegrond verklaard, te weten de communicatie over klaagster met een derde zonder toestemming van klaagster, de wijze van e-mailen (via een privé e-mailadres) en het uitblijven van een poging tot contact met klaagster zelf. Ook de klacht over het vaststellen dat er geen hartactie was is gegrond. Vanwege de hartactie die een week ervoor was waargenomen was de bevinding onverwacht en de mogelijkheid een spontane miskraam af te wachten zonder nader onderzoek via een was nader onderzoek via een vaginale echoscopie onvoldoende zorgvuldig. De overige klachten over informatievoorziening en het beperken van de keuzevrijheid van klaagster zijn ongegrond. Maatregel berisping vanwege de verschillende tekortkomingen tezamen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8326
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:18
Door nabestaande ingediende klacht tegen een arts over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. De arts heeft patiënte beoordeeld op de verpleegafdeling in de avond na de procedure en geconcludeerd dat sprake was van een acute alvleesklierontsteking. Klacht gaat over verslaglegging en overleg met de achterwacht. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 260006
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 29-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:25
Het hof verwijst de klacht niet. Een tuchtklacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen of een manier voor klager om te ageren tegen een proceshandeling van de deken. Een tuchtklacht is daarvoor niet bedoeld en daarmee wordt er dan ook misbruik van gemaakt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8576
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:25
Klacht tegen gynaecoloog deels gegrond. Klaagster was bij verweerder onder behandeling voor secundaire amenorroe. Hij schreef dit toe aan intensief sporten door klaagster en adviseerde om drie keer per jaar een onttrekkingsbloeding op te wekken. Bij bloedonderzoek werd een afwijkende waarde oestrogeen bepaald, maar verweerder heeft niet de waarde, maar “geen bijzonderheden” genoteerd. Klaagster stelt dat verweerder haar had moeten waarschuwen over de kans op verminderde vruchtbaarheid en dat zij door het nalaten van verweerder later dan noodzakelijk is gediagnostiseerd met ernstige osteoporose. Deze klachten zijn ongegrond. Verweerder heeft in 2019 gedaan wat toen van hem verwacht mocht mogen worden, omdat de verwachte waarschuwing toen nog geen standaard was. De klacht over de onjuiste kwalificatie van het bloedonderzoek is wel gegrond verklaard, omdat de geconstateerde waarde wel een bijzonderheid betrof. Het verwijt is van gering gewicht, verweerder is onmiddellijk volledig open en transparant geweest en heeft lering getrokken. Omdat een maatregel daarmee geen redelijk doel dient legt het college geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8325
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:19
Door nabestaande ingediende klacht tegen een MDL-arts over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. Klacht gaat over de vraag of de MDL-aarts, die op verzoek van een collega mee heeft gekeken bij de procedure, ook verslag had moeten doen van zijn bevindingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 260012
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 29-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:26
Klacht tegen de deken wordt niet verwezen. Een (tucht)klacht tegen een deken is geen middel om zich te verzetten tegen de werkwijze van de deken in het onderzoek naar de klacht tegen een andere advocaat. Het tuchtrecht is daarvoor niet bedoeld. Voor de kwestie waarover wordt geklaagd is een andere klachtenprocedure met voldoende waarborgen omkleed.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8324
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:20
Door nabestaande ingediende klacht tegen een MDL-arts over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een door de MDL-arts uitgevoerde ERCP-procedure. Klacht gaat – onder meer - over de vraag of had moeten worden afgezien van een ERCP-procedure en over verslaglegging en nazorg. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8323
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:21
Door nabestaande ingediende klacht tegen een arts over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. Klacht gaat over de indicatiestelling voor de ERCP-procedure en het informeren van patiënte. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8903
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:15
Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster kwam bij de orthopedisch chirurg vanwege pijnklachten aan haar heupen. De orthopedisch chirurg heeft klaagster geopereerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, dat hij geweigerd heeft haar te helpen nadat zij een afgekneld gevoel had aan haar linkerbeen na de operatie en dat hij onvoldoende zorg heeft verleend. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 250130
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:22
Verweerder trad in zijn hoedanigheid van advocaat op als contactpersoon voor een gemeente. De Raad van Discipline heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder bij de invulling van zijn rol als contactpersoon verder is gegaan dan het zijn van (slechts) aanspreekpunt. Verweerder heeft over de invulling van zijn beide rollen helder gecommuniceerd. De raad ziet geen reden waarom verweerder als advocaat, naast het zijn van contactpersoon voor de gemeente, in dit geval niet ook als procesadvocaat van de gemeente tegen klager had mogen optreden. Naar het oordeel van de raad conflicteren deze twee hoedanigheden in dit geval niet met elkaar en is van belangenverstrengeling geen sprake. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:18
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 240373
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:23
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klagers bijgestaan in fiscaal-strafrechtelijke procedures. De raad heeft geoordeeld dat verweerder niet met de zorgvuldigheid heeft gehandeld die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Voor ogenschijnlijk beperkte inspanningen, waarbij de inhoudelijke werkzaamheden vooral door een collega-advocaat lijken te zijn verricht, heeft verweerder forse declaraties aan klagers gestuurd. Ook heeft verweerder onvoldoende laten zien over de (strafrechtelijke) vakkundige kennis te beschikken die noodzakelijk was voor een goede behandeling van de zaken. Verder is niet gebleken dat verweerder klagers op enig moment heeft geadviseerd over hun positie in de betreffende procedures of over hun procedurele kansen en risico’s. Tot slot heeft verweerder niet transparant gedeclareerd. De raad heeft de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en heeft als maatregel een voorwaardelijke schorsing van vier weken, met kostenveroordeling, passend geacht. Het hof verklaart het hoger beroep tegen het door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel c) -inhoudende dat verweerder op de zitting van 20 oktober 2022 een ongeïnteresseerde en niet-actieve houding heeft getoond- gegrond en legt als maatregel een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken op.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-747/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:19
Raadsbeslissing. Ingetrokken klacht. De klacht gaat over de door verweerster verleende bijstand aan klager in een arbeidsgeschil en de afwikkeling en overdracht van het dossier. In de klacht maakt klager verweerster verwijten ten aanzien van de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand, de financiële gang van zaken, de communicatie en het overdragen van het dossier aan de opvolgend advocaat. Nadat klager de raad had bericht de klacht te willen intrekken, hebben de deken en verweerster de raad bericht dat er in hun visie geen redenen van algemeen belang zijn om de behandeling van de klacht voort te zetten. Gelet op de tussen partijen bestaande familierelatie en het feit dat de klacht (grotendeels) ziet op een (vermeende) schending van de kernwaarde deskundigheid, is de raad van oordeel dat er geen redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klacht voort te zetten. De behandeling van de klacht zal worden gestaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 240370
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:24
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat en daarom in het algemeen niet gehouden is een advocaat aan te wijzen. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. De aan te wijzen advocaat heeft hierin een eigen afweging te maken. Daarnaast is het uitgangspunt dat in beginsel slechts één keer een advocaat wordt aangewezen. De omstandigheid dat klager het niet eens is met het procesadvies van de hem toegewezen advocaat brengt niet zonder meer mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen. Van bijzondere omstandigheden die daartoe is deze zaak wel aanleiding zouden moeten geven, is naar het oordeel van het hof geen sprake.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-431/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:20
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De klagers, twee advocaten, klagen over de advocaat van een voormalig cliënt van hun kantoor. De raad oordeelt dat de klacht ongegrond is en dat de raad zich niet aan de indruk kan onttrekken dat klagers lichtvaardig tot het indienen van een klacht zijn overgegaan. Het in een spoedeisende kwestie als de onderhavige verzenden van een e-mail, waarin een onjuiste term wordt gebruikt en een korte reactietermijn wordt gegeven, vormt naar het oordeel van de raad in de gegeven omstandigheden namelijk onvoldoende aanleiding voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. Klagers worden namelijk als juridisch professionals geacht de inhoud van de gewraakte e-mail op de juiste waarde te kunnen schatten. Anders dan klagers hebben gesteld is naar het oordeel van de raad uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht bovendien geenszins gebleken dat verweersters cliënt door de inhoud van verweersters e-mail ertoe is aangezet om tegen klagers te blijven ageren, noch dat door toedoen van verweerster de belangen van klagers anderszins onnodig of op een ontoelaatbare manier zijn geschaad. Klagers hebben betoogd dat zij veel belang hechten aan de door advocaten onderling te betrachten welwillendheid en dat zij verweerster verwijten in strijd met de te betrachten welwillendheid te hebben gehandeld. Dat betoog laat zich maar moeilijk rijmen met het feit dat klagers direct na ontvangst van het gewraakte e-mailbericht de indiening van een tuchtklacht hebben aangekondigd, de uitnodiging van de deken voor een bemiddelingsgesprek zonder gerechtvaardigde reden hebben afgeslagen en om onverwijlde doorzending van de klacht aan de raad hebben verzocht, zonder dat daaraan de gebruikelijke tweede schriftelijke ronde was voorafgegaan. De raad kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat klagers in de onderhavige kwestie lichtvaardig tot indiening van een tuchtklacht zijn overgegaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-831/AL/NN 25-833/AL/NN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:22
Voorzittersbeslissing in twee identieke klachten van een advocaat (in loondienst) en het bedrijf (klager 2) tegen dezelfde verweerder. De cliënt van verweerder heeft per abuis onder een e-mail aan klager 2 een lint van e-mails meegestuurd. Die e-mails zijn daarna ook bij klager 1 bekend geworden. Een van die mails betrof correspondentie tussen die cliënt en verweerder. Het is evident niet de bedoeling geweest dat die e-mail bij klagers terechtkwam, zodat in die zin geen sprake is van een opzettelijke belediging. Die vertrouwelijke cliënt-advocaat e-mail kan naar het oordeel van de voorzitter, zonder toestemming van verweerder of bemiddeling door de deken, niet ten grondslag liggen aan de klachten. Hoewel de gewraakte opmerking zeker grievend is, hadden klagers daarvan geen kennis mogen nemen of had dit anderszins openbaar gemaakt mogen worden. Naar het verdere oordeel van de voorzitter is verweerder niet verantwoordelijk voor de e-mails van zijn cliënt. Dat verweerder daarop inhoud heeft uitgeoefend en heeft geprobeerd om via die weg zijn tuchtklacht van tafel te krijgen, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Overige verwijten zijn niet vast te stellen. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7402
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde ongegrond. Geen sprake van te zware sedatie van de patiënte, nalatigheid ten aanzien van het algemeen welzijn van patiënte wat betreft inname voeding, toedienen insuline en het wel/niet toedienen van andere medicijnen. Niet gebleken dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geweigerd mee te werken aan klachten/verzoeken/bezwaren van familieleden of in bepaalde bewoordingen aan de familie heeft medegedeeld dat patiënte snel zou overlijden en dat de bemoeienissen van de familie haar overlijdensproces alleen maar bemoeilijkten.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:23
Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7510
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19
Deels gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is onvoldoende geïnformeerd over inhoud Individueel Behandelplan (IBP). Geen sprake van gezamenlijke besluitvorming. College heeft niet kunnen vaststellen dat de gz-psycholoog de handtekening van klaagster op het toestemmingsformulier zou hebben vervalst. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8161
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 28-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:20
Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut. Klaagster is onvoldoende geïnformeerd over inhoud Individueel Behandelplan (IBP). Geen sprake van gezamenlijke besluitvorming. College heeft niet kunnen vaststellen dat de psychotherapeut de handtekening van klaagster op het toestemmingsformulier zou hebben vervalst. Geen maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 250140
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:21
Bekrachtiging beslissing raad. Berisping. Verweerder heeft in hoger beroep zijn stelling gehandhaafd dat hij klaagster in een huurgeschil als vriendendienst van advies heeft voorzien. Het hof is, met de raad, van oordeel dat klaagster ervan mocht uitgaan dat verweerder haar als advocaat bijstond. Van verweerder mag als advocaat worden verwacht dat hij vanaf het begin af aan duidelijk is over zijn rol en daarover duidelijk communiceert en correspondeert, zodat daarover geen misverstand kan ontstaan. Dat betekent dat verweerder op het moment dat klaagster zich tot hem wendde ofwel duidelijk had moeten aangeven en bevestigen dat hij als advocaat in de huurkwestie voor haar zou optreden, waarna hij de huurkwestie dan ook met de nodige voortvarendheid had moeten oppakken, ofwel duidelijk had moeten aangegeven dat hij daarvoor niet over de vereiste expertise beschikte, waarna hij klaagster uitdrukkelijk had moeten adviseren een advocaat in te schaken die wel over die expertise beschikte. Niet is gebleken dat verweerder daaraan heeft voldaan. Het hof sluit zich voorts aan bij de overwegingen en conclusies van de raad over de communicatie van verweerder met klaagster en de zorgvuldigheid en voortvarendheid die van verweerder verwacht mochten worden en neemt die over. Verweerder heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, wat hem tuchtrechtelijk te verwijten is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-704/DB/OB
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:17
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een incassozaak. De verwijten dat in de door verweerster verzonden sommatiebrief buitensporige extra kosten worden gevorderd, die bij een andere partij thuishoren, dat verweerster geen afstand heeft genomen van het pestgedrag van haar cliënte door met opzet een e-mail te sturen op het algemene e-mailadres van klaagsters onderneming, zodat klaagsters collega’s de e-mail hebben kunnen lezen, terwijl klaagster de e-mail wegens een technische storing niet heeft ontvangen, dat zij, ondanks betaling van de volledige vordering niet het bericht heeft gestuurd dat de zaak was afgewikkeld en dat zij niet op klaagsters e-mail van 18 december 2024 heeft gereageerd zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-675/DB/LI
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:12
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerder is binnen de aan hem toekomende vrijheid als dominus litis gebleven. Niet gebleken dat hij onvoldoende bekend was met het dossier. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder klager bewust fout heeft geïnformeerd over de bevoegdheid van de kantonrechter. Verweerder kan niet worden verweten dat een derde partij niet is gedagvaard, omdat klager hem daarover nooit heeft geïnformeerd. Verweerder mocht bij klager aandringen om een reactie, gelet op een beperkt houdbaar voorstel dat hij had ontvangen van de wederpartij. Verweerder heeft zijn werkzaamheden ook mogen neerleggen. Klacht in zoverre ongegrond. Geen belang bij de klacht over de declaraties, omdat hij binnen het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar is gebleven en zodoende alleen de verzekeraar daarbij belang heeft.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-650/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:13
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klachten over het onjuist of onvolledig informeren van de rechtbank ongegrond, omdat dit niet is voorzien van onderbouwing en ook door verweerder is betwist. Verweerder mocht onderhandelen met klagers advocaat; dat klagers advocaat (mogelijk) in strijd met gedragsregel 15 handelde is diens eigen verantwoordelijkheid, niet die van verweerder. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:17 Raad van Discipline Amsterdam 25-858/A/DH/W
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:17
Herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-657/DB/LI
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:14
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een fiscale procedure. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder traag heeft gecommuniceerd, klaagster onheus heeft bejegend of telkens heeft geklaagd over de hoogte van zijn vergoeding op basis van een toevoeging. De raad stelt vast dat verweerder na ieder gesprek een uitvoerig gespreksverslag heeft toegezonden met een strategie, zodat hij heeft gehandeld zoals van hem kon worden verwacht. Wel heeft verweerder miskend dat de bezwaarprocedures tegen de aanslagen inkomstenbelasting 2018 en 2019 buiten de (toegevoegde) opdracht vielen, aangezien deze relevant waren voor de aanslag over 2020 vanwege de samenhang. Ook is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht door niet alle documenten bij klaagster op te vragen. Kernwaarde deskundigheid. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8403
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28
Gegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt vast dat de huisarts onjuiste en onvolledige informatie in de brief aan Veilig Thuis heeft opgenomen. Ook heeft hij verzuimd klaagster op voorhand over de inhoud van de brief te informeren. Door dit na te laten heeft hij gehandeld in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en klaagster de kans ontnomen hem te wijzen op de onjuiste en onvolledige inhoud van de brief. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-559/DB/ZWB
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:15
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8548
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:29
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klager heeft de huisarts onjuiste en onvolledige informatie over de moeder aan Veilig Thuis verstrekt (klachtonderdeel 1). Ook klaagt klager over de inhoud en het verloop van het telefonisch gesprek dat hij met de huisarts voerde (klachtonderdeel 2).
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-784/DB/LI
- Datum publicatie: 27-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:16
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft de door de rechtbank benoemde deskundige rechtstreeks benaderd zonder gelijktijdige verzending van een afschrift aan de advocaat van klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2828
- Datum publicatie: 26-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:19
Klacht tegen een arbo-arts die klaagster heeft begeleid in het kader van verzuimbegeleiding. De arbo-arts werkt onder supervisie van een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de arbo-arts in zes klachtonderdelen een onzorgvuldige handelswijze die de re-integratie onnodig heeft vertraagd, en de verhoudingen tussen klaagster en haar werkgever onnodig heeft verstoord, hetgeen niet heeft bijgedragen aan het herstelproces. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2829
- Datum publicatie: 26-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:20
Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts (C2025/2828) verantwoordelijk is voor de onzorgvuldige handelswijze van de arbo-arts waardoor de re-integratie onnodig is vertraagd, en de verhoudingen tussen klaagster en haar werkgever onnodig zijn verstoord, hetgeen niet heeft bijgedragen aan het herstelproces. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt de bedrijfsarts een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2851
- Datum publicatie: 26-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:21
Klacht tegen een psychiater. De zoon van klagers is in februari 2023 vanwege een vermoeden van een angststoornis in zorg gekomen bij een GGZ-instelling. De psychiater is betrokken geweest bij de multidisciplinaire behandeling. Hij heeft de zoon drie keer op consult gezien en medicatie aan hem voorgeschreven. Later dat jaar heeft de zoon een suïcidepoging gedaan, aan de gevolgen waarvan hij uiteindelijk is overleden. Klagers maken de psychiater verschillende verwijten over de behandeling van hun zoon en over de aan hen als nabestaanden verleende nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de nazorg deels gegrond, legt aan de psychiater een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het door klagers over de klachtonderdelen 1 tot en met 4 ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-046/DB/LI/D
- Datum publicatie: 26-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:10
Dekenbezwaar. Verweerder heeft het onderzoek van de deken gefrustreerd door geen opvolging te geven aan diens informatieverzoeken. De raad acht dit al hoogst kwalijk, maar de wijze waarop verweerder zich in het kader van het onderzoek heeft opgesteld tegenover de deken is meer dan onbehoorlijk. Verweerder heeft geen, of in elk geval onvoldoende respect getoond richting het ambt van de deken. De raad weegt ook mee dat verweerder met zijn wrakingsverzoeken in deze procedure heeft gepoogd een voortvarende behandeling van het dekenbezwaar onmogelijk te maken. Van een integer handelend advocaat wordt anders verwacht. Daar komt bij dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad door tegenover de meervoudige kamer van het gerechtshof ongeloofwaardig te verklaren, terwijl hij onder ede stond. Verweerder heeft geen inzicht getoond in zijn laakbaar handelen. Onvoorwaardelijke schorsing van 12 weken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-617/DB/LI
- Datum publicatie: 26-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:11
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat bij een Catshuisregeling (KOT)-procedure. De raad acht de strategie van verweerder, gelet op het karakter van de procedures rondom de Catshuisregeling en de daarbij behorende bewijslastverdeling, niet evident onnavolgbaar. Dat verweerder klaagster aan haar lot heeft overgelaten door geen werkzaamheden te verrichten in haar dossier, is voor de raad niet komen vast te staan. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:15 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:15
Voorzittersbeslissing; klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij haar verwijten dat verweerster optreedt voor twee partijen die onderling een tegenstrijdig belang zouden hebben en dat verweerster onvoldoende onafhankelijk van haar cliënten zou optreden. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Verweerster heeft namens haar cliënten een redelijk doel nagestreefd. Van misbruik van recht is niet gebleken. Het feit dat de aanhangig gemaakte procedures kosten veroorzaken voor klaagster is inherent aan het recht dat iedereen heeft om een procedure aanhangig te maken en levert geen tuchtrechtelijk verwijt op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8537
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:25
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn respectievelijk echtgenoot en nicht van patiënte. Patiënte is op 84-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleden. Klagers vinden dat de huisarts patiënte passende medische zorg heeft onthouden en in de laatste fase van haar leven te weinig steun en aandacht heeft gegeven. Het college overweegt dat tussen het moment van diagnose en het overlijden van patiënte - een ruim jaar later - er zeker 30 contactmomenten zijn geweest, telefonisch, met een consult of visite. Niet duidelijk is waar en op welk moment patiënte passende zorg is onthouden. Evenmin blijkt uit het dossier dat de huisarts patiënte in de laatste fase van haar leven te weinig aandacht en steun zou hebben gegeven. Uit het dossier spreekt eerder een grote betrokkenheid van de huisarts bij de patiënte en een proactieve houding.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 250102
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:17
Klacht over het optreden van de advocaat wederpartij in een familierechtelijk geschil. Klaagster verwijt verweerster dat zij in processtukken willens en wetens onware mededelingen heeft gedaan over klaagster, dat verweerster zich onnodig grievend en neerbuigend over klaagster heeft uitgelaten en dat verweerster zonder toestemming beeldschermafdrukken met persoonlijke informatie heeft gedeeld met derden. Dit heeft volgens klaagster geleid tot onnodige polarisatie tussen haar en haar ex-echtgenoot. De raad van discipline heeft deze klachten ongegrond verklaard. De klacht dat verweerster rechtstreeks contact heeft opgenomen door een e-mail aan klaagster (cc) te sturen, is wel gegrond verklaard. De raad heeft hiervoor evenwel geen maatregel opgelegd. Het Hof van Discipline bekrachtigt het oordeel van de raad ten aanzien van de klachtonderdelen die de raad ongegrond heeft verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:3 Accountantskamer Zwolle 25/818 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:3
Klacht van de NBA naar aanleiding van een kantoortoetsing waarin de toetsers een B-oordeel hebben voorgesteld maar de Raad voor Toezicht tot een C-oordeel is gekomen en tot indiening van een tuchtklacht heeft besloten. De Accountantskamer is van oordeel dat het kwaliteitssysteem in opzet wel voldeed, maar niet in werking omdat betrokkene niet had vastgesteld dat de jaarrekening inmiddels gecontroleerd diende te worden en een samenstellingsverklaring heeft afgegeven bij een jaarrekening met tekortkomingen. De Accountantskamer overweegt bij de bepaling van de maatregel onder meer dat indien de Raad voor Toezicht niet van het voorstel van de toetsers was afgeweken, betrokkene een verbeterplan had mogen indienen en tegen hem geen tuchtklacht zou zijn ingediend en volstaat met een berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:16 Raad van Discipline Amsterdam 25-874/A/DH/W
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:16
Wraking kennelijk ongegrond. De beide wrakingsgronden - zowel de voor de behandeling van de zaak gereserveerde tijd als de weigering van de nagezonden stukken - verband houden met processuele beslissingen op basis van het Landelijk Procesreglement voor klachten bij de raden van discipline.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8593
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij ondanks meerdere verzoeken het medisch dossier van haar minderjarige dochter niet van de huisarts heeft ontvangen. Het college oordeelt dat het beter was geweest als het dossier direct naar klaagster zou zijn gestuurd nadat duidelijk werd dat klaagster niet op een gesprek zou komen en dat het niet de schoonheidsprijs verdient dat het verzoek van klaagster in de vergetelheid is geraakt. Maar het college oordeelt dat het van zorgvuldigheid getuigt dat de huisarts direct op het verzoek van klaagster heeft gereageerd door haar – gelet op de blijkbaar complexe huiselijke situatie, verschillende misverstanden en klaagsters recente onvrede over de verleende zorg – voor een gesprek uit te nodigen, en haar uiteindelijk het dossier onder vermelding van uitgebreide excuses en uitleg op te sturen. De klacht is hiermee kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:10 Raad van Discipline Amsterdam 25-529/A/A
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:10
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Dat binnen de praktijkgroep sprake zou zijn van een financiële verwevenheid tussen verweerster en mr. G wordt door klaagster niet onderbouwd en door verweerster betwist. Het enkele bestaan van een gezamenlijk postadres en secretariaat is hiervoor naar het oordeel van de raad onvoldoende. Van een door verweerster en mr. G gedeeld financieel belang of winstoogmerk is de raad ook overigens niet gebleken. Voor zover klaagster verweerster verwijt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling in de zin van gedragsregel 15, overweegt de raad dat hiervan alleen sprake kan zijn als verweerster de wederpartij, de man, op enig moment als advocaat zou hebben bijgestaan, en dat is hier niet aan de orde. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende transparantie richting klaagster heeft betracht of dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerster op enige andere wijze onder de maat is geweest. De klacht is daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 250100
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 23-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:18
Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van eigen advocaat is door de raad van discipline gedeeltelijk gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. Klaagster verwijt verweerder in hoger beroep nog dat hij in de beroepsprocedure tegen de aan klaagster opgelegde zorgmachtiging heeft nagelaten te laten onderzoeken of het gedrag van klaagster als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel heeft geleid. Het Hof van Discipline is van oordeel dat het beroep geen doel treft.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8436
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 22-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:27
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Na terugkeer van vakantie in het buitenland krijgt klaagster ernstige buikklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat heeft gehandeld naar aanleiding van haar klachten. Het college overweegt dat klaagster in een periode van ruim een half jaar meerdere malen is beoordeeld door verweerster en collega’s van verweerster. Er is op meerdere momenten aanvullend (specialistisch) onderzoek gedaan, wat blijkens het medisch dossier geen verdere aanknopingspunten gaf. De enkele omstandigheid dat later een Helicobacter pylori-bacterie infectie is vastgesteld, maakt niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij had klaagster al eerder op deze bacterie laten testen en de uitslag was toen negatief. Verweerster had naar het oordeel van het college geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van het testresultaat. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:11 Raad van Discipline Amsterdam 25-608/A/A
- Datum publicatie: 23-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:11
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerder en mr. H hebben (uitvoerig) met elkaar gecorrespondeerd over de uitvoering van het vonnis en de hieruit voortvloeiende verdeling van de nalatenschap. Blijkens de mailwisseling hebben zij met elkaar geprobeerd om de verdeling van de roerende zaken en de nog aan elkaar te betalen saldi in goede banen te leiden. Dat dit uiteindelijk niet is gelukt omdat klaagster en de cliënte van verweerder geen overeenstemming konden vinden, kan verweerder niet worden verweten. Blijkens de overgelegde e-mailcorrespondentie is van het door verweerder actief belemmeren van de uitvoering van een vonnis in ieder geval geen sprake. Op grond van de inhoud van het klachtdossier kan evenmin worden vastgesteld dat verweerder niet of onvoldoende in staat is geweest om het vonnis op een duidelijke manier aan zijn cliënte uit te leggen. Dat de cliënte van verweerder en verweerder zich niet konden vinden in de wijze waarop klaagster en haar advocaat het vonnis lazen, kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. Het stond de cliënte van verweerder -en daarmee verweerder- op grond van het voorgaande vrij om het vonnis te laten executeren. Verweerder en zijn cliënte waren van mening dat klaagster niet voldeed aan het vonnis en zij hebben dit meermaals aan klaagster en haar advocaat laten weten. Van misbruik van recht door verweerder is daarom geen sprake.