Zoekresultaten 1-50 van de 2994 resultaten
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453866 KL RK 25-103
- Datum publicatie: 13-05-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:6
De notaris heeft niet voldaan aan zijn zorg- en informatieplicht, door rode vlaggen te negeren die duiden op een ongebruikelijke transactie voor klager. De notaris had hierin een zwaarwegende zorgplicht. De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager (voldoende) heeft voorgelicht over de transacties. Bovendien heeft de notaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de ongebruikelijke transactie, waardoor hij onvoldoende informatie had om te kunnen bepalen of hij al dan niet zijn ministerie kon verlenen. Dit dient voor rekening van de notaris te blijven. De kamer beslist dat de notaris zijn ministerieplicht dus heeft geschonden. De notaris heeft bovendien niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht ten aanzien van het niet vestigen van een hypotheekrecht. Uit het dossier blijkt niet dat de notaris dit goed met klager heeft besproken. Er is enkel sprake van een schriftelijke constatering dat er geen hypotheekrecht wordt gevestigd en dat dit wel wordt geadviseerd door de notaris. Dat is onvoldoende.De notaris heeft bovendien onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie waarin klager verkeerde en heeft geen onderzoek gedaan naar of de beoogde transacties in overeenstemming waren met de wil van klager. Bovendien had gerede twijfel moeten bestaan over de wilsbekwaamheid van klager. De notaris had klager op zijn minst onder vier ogen moeten spreken, dit heeft hij niet gedaan. De notaris heeft dus onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van klager.Op grond van al het voorgaande stelt de kamer ook vast dat de notaris niet onpartijdig heeft gehandeld, het dossier was onvolledig en klager is niet goed voorgelicht over de financiële gevolgen van de transactie.Voor al deze gegronde klachtonderdelen legt de kamer een berisping aan de notaris op.De klacht voor wat betreft de onjuiste en onvolledige redactie van de notariële akte is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449604 KL RK 25-47
- Datum publicatie: 13-05-2026
- Datum uitspraak: 26-02-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:7
Klager ontvankelijk, ondanks handelen notaris uit 2020. Uitzonderingstermijn is van toepassing.De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager heeft voorgelicht over het finaal verrekenbeding en op basis van welke gegevens dit geweest is. De notaris heeft verklaard geen aantekeningen te hebben gemaakt tijdens het gesprek dat hij gevoerd heeft met klager over de op te stellen samenlevingsovereenkomst. Klager was bovendien de meest vermogende partij. De notaris heeft geen vermogensoverzicht gemaakt, terwijl dit wel op zijn plek was gezien de omstandigheden. De notaris had klager schriftelijk moeten informeren over het finaal verrekenbeding zoals dit is opgenomen in de samenlevingsovereenkomst. Niet is komen vast te staan dat de notaris zijn informatieplicht op dit onderdeel heeft vervuld. De kamer legt aan de notaris de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450997 KL RK 25-67
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:8
Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de klerk en hem onterecht indirect heeft beschuldigd van het geven van een opdracht aan de klerk. De kamer is het niet met klager eens en acht de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de aankoop door zijn dochter acht de kamer de klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441385 KL RK 24-137
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:2
Klacht ongegrond, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441386 KL RK 24-138
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:3
De notaris had klager opmerkzaam moeten maken op de nog geldende meerwaardeclausule conform haar notariële zorgplicht. Omdat dit geen evident nadeel op heeft geleverd voor klager legt de kamer geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452755 KL RK 25-89
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 29-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:4
Klagers hebben onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom erflater het testament taalkundig niet (voldoende) heeft kunnen begrijpen. Een beëdigde tolk is niet vereist. Klagers hebben onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat de bij de notaris bekende (gezondheids)omstandigheden van erflater aanleiding hadden moeten zijn om verder onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater te doen. Daarnaast is het testament ruim voor het overlijden van erflater gepasseerd en achtten klagers erflater kort na het passeren van het testament blijkbaar wel in staat tot het verrichten van een andere rechtshandeling. Klagers hebben onvoldoende onderbouwd waarom de notaris met de gesprekken onder vier ogen niet heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Ten slotte heeft de notaris voldoende inzichtelijk gemaakt, binnen de grenzen van zijn geheimhouding, hoe het testament tot stand is gekomen. De klacht ten aanzien van het testament is daarom ongegrond. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het levenstestament.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:5
De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 21-04-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:3
Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 15-04-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:5
Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/37
- Datum publicatie: 21-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:10
Levering woning aan klager in kader van AB-BC-transactie, die in “omgekeerde volgorde” is gepasseerd. Kandidaat-notaris heeft niet met vereiste zorgvuldigheid gehandeld door in akte van levering op te nemen dat de kosten voor rekening van koper komen, terwijl in koopovereenkomst was bepaald dat deze voor rekening van verkoper zouden komen. Ook niet naar behoren voldaan aan voorlichtingsplicht, die tot de essentie van het notariële ambt behoort en als een integraal onderdeel van het passeren van de akte moet worden beschouwd en eens te meer geldt als het gaat om een transactie die afwijkt van wat gebruikelijk is. Nu eerst de akte B-C en daarna de akte A-B is gepasseerd, hingen beide leveringen nauw met elkaar samen; als bij één van die transacties een kink in de kabel zou komen, zou dit gevolgen (kunnen) hebben voor de andere transactie. Klager hoefde daar niet op bedacht te zijn en de kandidaat-notaris wist dat B de koopsom die klager naar zijn derdengeldenrekening had overgemaakt, nodig had om op haar beurt de koopsom aan A te kunnen voldoen. Daarom is de kamer van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen om klager er voor het passeren van de akte B-C over te informeren dat die transactie onderdeel uitmaakte van een AB-BC-transactie waarbij de akten in omgekeerde volgorde werden gepasseerd. De kandidaat-notaris had de beoogde gang van zaken daarbij kunnen toelichten en klager kunnen informeren over de daaraan verbonden risico’s en de mogelijkheden om deze te ondervangen. Zulke informatie valt naar het oordeel van de kamer niet onder de geheimhoudingsplicht. Daarnaast is het de taak van de notaris om vóór de ontvangst van derdengelden zo helder mogelijk met de betrokken partijen af te spreken onder welke voorwaarden welk bedrag aan welke partij zal worden uitbetaald. Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht met betrekking tot het beheer en de uitbetaling van derdengelden. Door het ontbreken van deze afspraken liepen de bij deze transactie betrokken partijen het risico dat bij een gebrek in de transactie A-B of B-C onduidelijkheid zou ontstaan over welke partij recht zou hebben op uitbetaling. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 774069 / NT 25-25 774070 / NT 25-26
- Datum publicatie: 21-04-2026
- Datum uitspraak: 03-03-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:2
Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris [de notarissen] onder meer dat zij klaagster - een besloten vennootschap - niet hebben geïnformeerd over de wetswijziging ten aanzien van de overdrachtsbelasting bij een zuivere juridische splitsing. Daarnaast verwijt klaagster de notarissen dat zij de vennootschap niet hebben gewezen op de fatale termijn voor het deponeren van het splitsingsvoorstel. Volgens klaagster hebben de notarissen ook onjuist - en te laat - geadviseerd over de splitsing van de vennootschap en de stappen die daarvoor nodig waren. Dat de splitsing nadrukkelijk was ingegeven door de fiscale vrijstellingsregeling, waaraan een maximale termijn is verbonden, benadrukt dat de notarissen de vennootschap tijdig hadden moeten informeren over de volgens hen benodigde stappen.Klacht tegen de notaris - ongegrond. De kandidaat-notaris heeft in deze zaak alle contacten met betrokkenen onderhouden en alle correspondentie gevoerd. (...) Naar het oordeel van de kamer kan de notaris in dit geval dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachten tegen de kandidaat-notaris - ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101
- Datum publicatie: 17-04-2026
- Datum uitspraak: 20-11-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:44
De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106
- Datum publicatie: 17-04-2026
- Datum uitspraak: 20-11-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:45
Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:1
De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:2
De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-63 en 25-64
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:3
De huidige klacht van klager ziet deels op dezelfde feiten en gedragingen van de notarissen als een eerdere klacht. Voor zover is de klacht niet-ontvankelijk. De resterende klachtonderdelen zien – kort gezegd – op onjuiste verklaringen en opmerkingen van de notarissen in stukken en op zittingen van de eerdere tuchtrechtelijke procedure bij kamer en gerechtshof. Voor het overige is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-52
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:4
De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/47
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:8
Klagers gingen ervan uit dat zij een hypotheekrecht hadden ter verzekering van het verhaal van hun vordering uit hoofde van een geldlening. Veel later blijkt dat de (concept)hypotheekakte die zij hadden ontvangen, niet is gepasseerd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en verder ongegrond. Kamer doet voor het eerst een aanbeveling (voor de praktijk): “Als een (toegevoegd of kandidaat-) notaris de opdracht krijgt een akte op te stellen, verdient het in zijn algemeenheid aanbeveling om de betrokken partijen te informeren als hij/zij aan die opdracht verder geen vervolg geeft. Daarbij is het raadzaam om deze partijen ook te informeren over de reden van het sluiten van het dossier, bijvoorbeeld omdat een partij niet heeft gereageerd op het concept van de akte of omdat een partij niet alle benodigde informatie of documenten voor de akte heeft aangeleverd. Dan weten de betrokken partijen waar zij aan toe zijn.”
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/52
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:7
Klacht niet-ontvankelijk. Hoewel het begrip “enig redelijk belang” ruim wordt uitgelegd, is de kamer van oordeel dat deze uitleg niet zo ver gaat dat ook een besloten vennootschap, die door besloten vennootschappen van (voormalige) cliënten van de notaris wordt opgericht, zich zou moeten kunnen beklagen over schending van de geheimhoudingsplicht en de zorgvuldigheidsplicht die de notaris ten opzichte van de (middellijke) bestuurders van die vennootschap in acht moest nemen. Het feit dat de besloten vennootschap die de klacht heeft ingediend de rechten en verplichtingen die voor de cliënten van de notaris uit de koopovereenkomst voortvloeiden, heeft overgenomen nadat de notaris haar werkzaamheden had beëindigd maakt dat niet anders.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/38
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:9
De notaris heeft op 18 september 2018 een akte van levering gepasseerd. Bij die akte heeft de vader van de klager zijn woning aan zijn echtgenote overgedragen. De vader is in 2024 overleden en heeft de klager als zijn enige erfgenaam achtergelaten. De klager verwijt de notaris dat hij bij de totstandkoming van de akte van levering onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van de vader en de rechtmatigheid van de transactie. De notaris zou de belangen van de vader en de klager (als toekomstig erfgenaam van de vader) onvoldoende hebben behartigd (klachtonderdeel 1). De klager heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geweigerd. Volgens de klager is het beroep op de geheimhoudingplicht onterecht (klachtonderdeel 2).De kamer oordeelt dat klachtonderdeel 1 te laat is ingediend en dus niet-ontvankelijk is. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/01
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 25-02-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:6
De klager heeft meerdere klachten ingediend over het handelen van de notaris als privépersoon. Daarbij heeft de klager zich grievend en respectloos uitgelaten over de notaris. Voorzittersbeslissing: klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Mogelijke volgende klachten die voortvloeien uit of samenhangen met de bestaande privégeschillen en processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet meer in behandeling nemen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 773915 / NT 25-24
- Datum publicatie: 09-03-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:1
Klager stelt dat hij door de notaris is geïnformeerd dat de koopsom A-B € 7.025.000 zou bedragen, terwijl uit de leveringsakte blijkt dat de koopsom daadwerkelijk € 8.000.000 bedroeg. De notaris zou een gedeelte van de ‘winst’ van € 775.000 (het verschil van € 975.000 verminderd met de verstrekte leningen à € 200.000) in privé hebben behouden. Ten tweede verwijt klager de notaris schending van de notariële zorgplicht en onafhankelijkheid. Door zichzelf dan wel zijn echtgenote financieel te bevoordelen bij een transactie waarbij hij als notaris optrad, heeft de notaris ernstig in strijd gehandeld met de kernwaarden van het notarisambt: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit. Klager verwijt de notaris tot slot ook belangenverstrengeling vanwege het actief betrekken van zijn echtgenote bij een financiële transactie waarvoor de notaris zelf verantwoordelijk was. Dit als apart verwoord klachtonderdeel verwijst uitsluitend naar het handelen van de notaris dat reeds aan de orde is gekomen bij de klachtonderdelen 1 en 2 en wordt daarom niet als een afzonderlijk klachtonderdeel gezien. De kamer oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in alle klachtonderdelen. De vennootschappen [naam klager] Holding B.V. en [X B.V.] waren betrokken bij de verstrekte leningen waar dit klachtonderdeel op ziet. Vast staat echter dat klager als privépersoon klaagt en niet namens [naam klager] Holding B.V. of [X B.V.]. Dit heeft klager desgevraagd expliciet bevestigd. Dat hij als privépersoon is benadeeld is verder onvoldoende aannemelijk geworden. Dat hij mogelijk aandeelhouder is (geweest) van genoemde vennootschappen is zonder nadere omstandigheden onvoldoende. Ook voor het tweede klachtonderdeel geldt dat klager als privépersoon klaagt over een transactie – in dit geval [naam theater] Transactie – waarbij hij niet in privé betrokken was. [Vennootschap A] was wél bij deze transactie betrokken; klager vertegenwoordigde deze vennootschap als zelfstandig bevoegd bestuurder. Ter zitting heeft klager echter niet duidelijk gemaakt waarom hij als privépersoon een voldoende belang heeft bij deze klacht. De kamer oordeelt daarom dat klager ook niet-ontvankelijk is in dit klachtonderdeel. Ten overvloede overweegt de kamer dat ook als klager wel ontvankelijk zou zijn in de klachtonderdelen deze ongegrond zouden zijn. Klager heeft geen stukken overlegd die de klachtonderdelen onderbouwen of toegelicht waar dit dan uit blijkt.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 766941 / NT 25-11 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29
- Datum publicatie: 05-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:27
Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/02 en SHE/2026/07
- Datum publicatie: 04-03-2026
- Datum uitspraak: 13-02-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:5
De voorzitter heeft de klacht van de klaagster buiten behandeling gesteld (SHE/2026/2). Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld. Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.De klaagster heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2026/7).
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 764270 / NT 25-4 770749 / NT 25/19 774743 / NT 25-27
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:26
Klacht over (met name) weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op vragen van klager over een akte (waar deze geen partij bij was). Daarnaast ziet de klacht op het uitblijven van een reactie van (het kantoor van) de notaris op de door klager intern ingediende klacht. De voorzitter heeft de klacht (t.a.v. dit klachtonderdeel) terstond afgewezen omdat deze naar zijn oordeel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht was. De kamer heeft het verzet tegen de voorzittersbeslissing vervolgens (deels) gegrond verklaard. De kamer acht de weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op klagers’ vragen over de betreffende akte niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; klager was immers geen partij bij deze akte. De notaris heeft derhalve een terecht beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Dat de notaris in het geheel niet heeft gereageerd op klagers’ e-mails noch de pogingen van klager om telefonisch contact te krijgen met de notaris, acht de kamer in dit geval evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hierbij is van belang dat dit alles zich afspeelde binnen een korte tijdspanne (...). Artikel 2 van de Verordening Klachten- en geschillenregeling schrijft voor dat een notaris zorgdraagt voor een kantoorklachtenregeling. De kamer acht het geheel uitblijven van een reactie op de intern ingediende klacht onbegrijpelijk en in strijd met voornoemd artikel 2, omdat deze handelwijze het functioneren van een kantoorklachtenregeling belemmert. Het had op de weg van de notaris gelegen om ten minste een schriftelijke of telefonische reactie aan klager te sturen naar aanleiding van zijn klacht. Nu hij dit niet heeft gedaan, is dit klachtonderdeel gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden door na te laten enige reactie te geven op de intern ingediende klacht. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:25
In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/39 en SHE/2025/55
- Datum publicatie: 17-02-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:23
Verzet tegen voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk. Kamer oordeelt dat verzet één dag te laat is ingesteld en dat termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-18
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:4
Gecompliceerde levering van onroerende zaken, die waren belast met hypotheken en executoriale beslagen. Vormerkung. Klaagster (koper) stelde uit hoofde van een vordering op de verkoper en een in verband daarmee gevestigd pandrecht ook gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst van deze onroerende zaken. Wegens risico van benadeling van schuldeisers stelt de notaris nadere eisen aan taxatierapporten, waarna de eerder overeengekomen koopprijs van een pand wordt verhoogd. Nadat in kort geding vervolgens afspraken waren gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst, heeft de notaris de akten van levering gepasseerd en de verkoopopbrengst (na aflossing van de hypotheken) tussen de twee beslagleggers verdeeld naar rato van hun vorderingen. Klacht m.b.t. vervallen van Vormerkung en negeren van gestelde pandrecht niet-ontvankelijk bij gebrek aan redelijk belang. Klacht verder ongegrond. I.v.m. het grote verschil in getaxeerde waarden heeft de notaris juist zorgvuldig gehandeld door aanvullende vragen te stellen over de reële waarde van het pand. Niet gebleken dat na het kort geding andere afspraken zijn gemaakt dan in het proces-verbaal van die zitting zijn vastgelegd: de notaris heeft deze op de juiste wijze uitgevoerd. Wijze van declareren is gezien omvang en complexiteit van de werkzaamheden niet buitensporig en/of onbehoorlijk. Van een notaris kan niet worden verlangd dat deze tijdens de looptijd van een dossier regelmatig onderzoek doet in de openbare registers als daarvoor geen aanleiding is.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-41
- Datum publicatie: 13-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:3
Gecompliceerde levering van onroerende zaken, die waren belast met hypotheken en executoriale beslagen. Klaagster (koper) stelde uit hoofde van een vordering op de verkoper en een in verband daarmee gevestigd pandrecht ook gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst van deze onroerende zaken. Nadat in kort geding afspraken waren gemaakt over de verdeling van de verkoopopbrengst, heeft de notaris de akten van levering gepasseerd en de verkoopopbrengst (na aflossing van de hypotheken) tussen de twee beslagleggers verdeeld naar rato van hun vorderingen. Klacht m.b.t. negeren van gestelde pandrecht niet-ontvankelijk bij gebrek aan redelijk belang. Klacht m.b.t. onjuiste verdeling van de verkoopopbrengst ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:1 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449857 / KL RK 25-52
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:1
Klacht deels gegrond. De oud-notaris heeft niet vastgelegd welke onderzoekshandelingen zij in haar dossiers heeft verricht, om vast te stellen of zij haar ministerie al dan niet moest weigeren. De kamer neemt dit haar kwalijk en stelt dat de dossiervoering van de notaris onvoldoende was en in strijd met de notariële zorgplicht. Nu de oud-notaris is gedefungeerd per 1 januari 2025, zij gedurende haar volledige loopbaan nooit in aanraking is gekomen met het tuchtrecht en niet door één van haar cliënten in de onderzochte dossiers is geklaagd noch door één van hen enige onvrede is geuit over de handelwijze van de oud-notaris in de dossiers legt de kamer geen maatregel aan haar op.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-19
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:1
Klaagster en haar ex-echtgenoot zijn gescheiden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere de voormalige echtelijke woning. In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de woning aan de ex-echtgenoot moet worden geleverd. De notaris heeft de akte van verdeling gepasseerd, waarbij de woning is geleverd aan de ex-echtgenoot. Klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van die akte. Dat klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Bij het tweede klachtonderdeel (over een fout in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot) heeft klaagster geen redelijk belang. Dat klachtonderdeel is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-32
- Datum publicatie: 10-02-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:2
Klagers hebben een geschil met hun buren over de inhoud en omvang van een erfdienstbaarheid van weg. Klagers verwijten de notaris dat hij een situatietekening heeft opgemaakt, waarop hij heeft aangegeven wat de omvang van de erfdienstbaarheid volgens de buren zou moeten zijn. Volgens klagers heeft die situatietekening de uitstraling van een notarieel document dat de juiste inhoud van de bestaande erfdienstbaarheid van weg weergeeft, terwijl die weergave onjuist is.De klacht is gegrond verklaard. Door de situatietekening - die niet overeenkomt met de juridische werkelijkheid - van een onduidelijke verklaring, zijn handtekening en ambtsstempel te voorzien, heeft de notaris de tekening een zekere schijn van legitimiteit gegeven. Gelet op de waarde die aan documenten van een notaris wordt gehecht, mag van een notaris worden verwacht dat hij bedacht is op een mogelijk ongeoorloofd gebruik dat daarvan zou kunnen worden gemaakt. De notaris had moeten voorzien dat de buren van de situatietekening misbruik zouden kunnen maken. Dat risico heeft zich ook verwezenlijkt. Aan de notaris wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:27 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-21, 25-22 en 25-32
- Datum publicatie: 09-02-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:27
De klacht ziet op het handelen en/of nalaten van notaris [B] in verband met het opstellen van de volmacht van moeder in 2010 en op het handelen en/of nalaten van de notarissen in verband met het testament en volmacht van moeder in 2024. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van deze klacht overweegt de kamer dat zij klager niet aanmerkt als vertegenwoordiger van moeder. Klager heeft nagelaten om moeder in te lichten over deze klachtenprocedure, haar mee te brengen naar de zitting of om een volmacht te overleggen waarbij klager wordt gemachtigd namens haar te klagen. Vast staat dat moeder nog in leven is. Van een eigen belang van klager is niet gebleken. Klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De kamer komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:43 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/437774 / KL RK 24-84
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 17-06-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:43
verzet tegen een voorzittersbeslissing waarin de klacht niet ontvankelijk is verklaard vanwege overschrijding van de driejaarstermijn. Artikel 99 lid 21 Wna. Verzet ongegrond. De kamer oordeelt - onder verbetering van gronden - dat in de voorzittersbeslissing terecht is geoordeeld dat de driejaarstermijn is overschreden. De andere verzetsgrond over het niet ontvangen van alle processtukken door klager is afgewikkeld doordat klager inzicht heeft gekregen in het klachtdossier. Volgt bekrachtiging van de voorzittersbeslissing.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/14
- Datum publicatie: 06-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:22
De notaris heeft van een beslaglegger opdracht gekregen om het pand van klager te executeren (veilen). Op de dag dat het pand in eigendom is overgegaan naar de veilingkoper heeft dezelfde beslaglegger executoriaal derdenbeslag gelegd onder (het kantoor van) de notaris op de aan klager toekomende veilingopbrengst van het pand. Klager maakt de notaris in deze tuchtprocedure drie verwijten, namelijk 1. het tegen klagers wil uitbetalen van de veilingopbrengst aan de deurwaarder, 2. de niet adequate en/of niet tijdige informatieverstrekking en het traineren van de afwikkeling van het derdenbeslag en 3. de onheuse wijze waarop hij klager op 19 maart 2025 heeft behandeld. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:41 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445564 / KL RK 24-181
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 12-12-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:41
klacht over afwikkeling van een nalatenschap door de notaris. Erfgenamen (waaronder klaagster) hebben de notaris een volledige en onherroepelijke boedelvolmacht gegeven. Daarmee mocht de notaris naar eigen inzicht afwikkelen. Niettemin heeft de notaris klaagster wel hierbij betrokken. De notaris heeft niet de uitbetaling van het erfdeel afhankelijk gesteld van de goedkeuring van klaagster op de rekening en verantwoording van de notaris. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:42 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449370 / KL RK 25-45
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:42
Klager is belanghebbende, ondanks dat niet uit stukken blijkt dat hij erfgenaam is twijfelt de kamer daar niet aan en gaat zij hier vanuit.Klachtonderdeel I is feitelijk onjuist en dus ongegrond.Klachtonderdeel II notaris had geen reden te twijfelen aan handelingsbevoegdheid vader van klager, immers is hij in zijn hoedanigheid van (indirect) bestuurder altijd bevoegd gebleven om de verkopende vennootschap te vertegenwoordigen. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445566 KL RK 24-182 C/05/445568 KL RK 24-184 C/05/445573 KL RK 24-186
- Datum publicatie: 01-01-2026
- Datum uitspraak: 08-12-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:39
Novitaris-arrest In een ABCD transactie heeft klaagster (B) geklaagd over de wijze waarop de (oud-)notarissen zijn omgegaan met de betaling van de verschuldigde geldbedragen aan pandhouders/beleggers. Klaagster meent dat de (oud-)notarissen tot betaling over moesten gaan zodra er betaald was door A.De kamer heeft geoordeeld dat klaagster een belang heeft bij haar klacht, nu zij gehouden is de kosten koper te dragen op het moment dat het tot betaling van de beleggers komt.Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht tegen de oud-notaris, omdat haar klacht tegen hem te laat is ingediend. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing.Het gevestigde pandrecht ten behoeve van de beleggers, is ondeelbaar. Bovendien was niet duidelijk wie van de beleggers gerechtigd was tot een gestort geldbedrag op de derdengeldenrekening van het notariskantoor. De notarissen mochten besluiten hun ministerie op te schorten om nader onderzoek te verrichten, dan wel om te wachten tot het volledige geldbedrag ten behoeve van alle beleggers was voldaan. De kamer oordeelt dat de notarissen in de rechten en belangen van derden een gegronde reden mochten zien om hun dienst te weigeren dan wel op te schorten.Ten aanzien van de klacht over de gevorderde kosten door de notarissen, oordeelt de kamer dat deze onvoldoende is onderbouwd en dat de door de notarissen geschetste gang van zaken redelijk voorkomt.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/446965 KL RK 25-14
- Datum publicatie: 01-01-2026
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:40
Klacht is niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:25 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-12
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:25
Klager verwijt de notaris - kort gezegd - dat hij weigerde om de veilingopbrengst te verdelen terwijl niets hieraan in de weg stond en dat hij onvoldoende deugdelijk daarover heeft gecommuniceerd. De kamer oordeelt als volgt. Het wettelijk kader duidelijk is. Er waren twee mogelijkheden om de veilingopbrengst te verdelen. De ene mogelijkheid was dat, als alle schuldeisers het met elkaar eens waren, de verdeling werd vastgelegd in een verdelingsovereenkomst. De andere mogelijkheid was de gerechtelijke rangregeling. Omdat was gebleken dat niet alle schuldeisers overeenstemming hadden bereikt over de (wijze van) verdeling, was het sluiten van een verdelingsovereenkomst niet mogelijk en kon er dus ook geen uitkering plaatsvinden op grond van een verdelingsovereenkomst. Een gerechtelijke rangregeling bleef over als de enige optie. De notaris kon volstaan met het informeren van klager hierover en hoefde, anders dan klager stelt, geen gerechtelijke rangregeling te initiëren. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:26 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-34 en 25-35
- Datum publicatie: 16-12-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:26
Klager verwijt de notaris en de kandidaat-notaris dat de notarieel medewerker onbevoegde personen heeft benaderd in verband met de levering van een appartement. Dit, terwijl uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat klager de enige bestuurder van de VvE was. De notarieel medewerker had contact met klager moeten opnemen. De kamer is alles overziend van oordeel dat het notariskantoor, zoals door de notaris ook is erkend, in deze anders had dienen te handelen. De vraag is echter of dit zo verwijtbaar is dat het klachtwaardig is. De kamer is van oordeel dat deze drempel niet is gehaald. De fout is gering en niet is gebleken dat klager of de VvE hiervan op enigerlei wijze schade heeft ondervonden. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen de schuldbewuste houding van de notaris en de direct genomen, en reeds in de praktijk gebrachte, maatregelen om vergelijkbare fouten in de toekomst te voorkomen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443594 KL RK 24-161
- Datum publicatie: 15-12-2025
- Datum uitspraak: 26-09-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:36
Klager verwijt de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van klager ten tijde van het passeren van de koopovereenkomst en dat sprake is van een verdachte of ongebruikelijke transactie waarvan de notaris melding had moeten maken bij de bevoegde autoriteiten. De kamer is van oordeel dat de notaris geen aanleiding had om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. Tijdens het bezoek aan de notaris van klager is niet gebleken van een beperkt verstandelijk vermogen waardoor klager zijn wil onvoldoende kon bepalen. Verder is de kamer van oordeel dat de gevoerde communicatie (onder andere via de e-mail) met klager voor de notaris geen aanleiding had hoeven zijn om aan de geestelijke gesteldheid van klager te twijfelen. De kamer is ook van oordeel dat de notaris een onderbouwde verklaring voor de lagere koopsom heeft gegeven en gezien zijn beperkte opdracht heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet onzorgvuldig gehandeld. Nog los van het feit dat dit een eigenstandige beoordeling en plicht van de notaris is, die klager in beginsel niet regardeert, bestond er gezien het voorgaande, waarbij verder niets aanvullends is gesteld of gebleken, ook geen verplichting om melding te maken van een verdachte of ongebruikelijke transactie in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/448817 / KL RK 25-40
- Datum publicatie: 15-12-2025
- Datum uitspraak: 04-11-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:37
De notariële kernwaarde als zorgvuldigheid en in het verlengde daarvan de voorlichtingsplicht, zijn door de notaris geschonden. De notaris heeft een voorlichtingsplicht en de verplichting om te verifiëren of dat wat in de akte staat, overeenstemt met de wil van de partijen en dat zij daarvan de gevolgen overzien. In dit geval heeft de notaris zich laten leiden door de haast van partijen, in plaats van zich te vergewissen van de daadwerkelijke wil van partijen en ze te behoeden voor het nemen van overhaaste beslissingen. De notaris heeft na de eerste bespreking een conceptakte voor de volgende bespreking opgesteld zonder dat hij daartoe met partijen de afspraak had gemaakt. Hij heeft deze conceptakte niet aan partijen voorafgaand aan de bespreking toegestuurd of op andere wijze een schriftelijke toelichting gegeven. Voorts heeft de notaris geen deugdelijke verslaglegging van besprekingen bijgehouden. Klager verwijt de notaris dan ook dat hij zijn informatieplicht heeft geschonden en geen deugdelijke verslaglegging van de besprekingen heeft bijgehouden. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451325 / KL RK 25-72
- Datum publicatie: 15-12-2025
- Datum uitspraak: 04-11-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:38
Klager stelt dat in de nalatenschap van zijn overleden moeder onjuiste berekeningen door de oud-notaris zijn gehanteerd, hetgeen heeft geleid tot een onjuiste fiscale aangifte. Klager verzoekt de kamer dat het blooteigendom door het notariskantoor opnieuw gewaardeerd zal worden. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat gedragingen van de oud-notaris niet de notaris persoonlijk toegerekend kunnen worden. De kamer verenigt zich met het oordeel van de voorzitter. In deze verzetprocedure zijn verder geen feiten of omstandigheden door klager naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/16
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:20
Vanuit Nederland naar België geëmigreerde klagers vragen advies over wijziging van hun testamenten. Notaris adviseert hen daarover (ook) contact op te nemen met een notaris in België. Klacht over ontbreken van vereiste kennis en kunde en declaratie wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/28
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:19
De klagers (dochter en zoon van erflater en tweede echtgenote van erflater) verlenen volmacht aan de notaris voor lichte vereffening van positieve nalatenschap en afwikkeling van beperkte gemeenschap van goederen. Niet gebleken dat zaak ingewikkeld was of dat sprake was van (langdurige) onenigheid of gevoeligheid. De notaris is tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de werkzaamheden die zijn medewerkers in dit dossier hebben verricht. Klacht (gedeeltelijk) gegrond: - onvoldoende zorgvuldig gehandeld bij (beoogde) terugbetaling van onverschuldigd betaalde overlijdensuitkering aan de werkgever van erflater en onvoldoende communicatie daarover met de klagers; - excessief declareren door een aanzienlijk aantal werkzaamheden dubbel (en soms driedubbel) in rekening te brengen; - schending zorgplicht door klagers een betalingstermijn van slechts zeven dagen te geven om de (buiten hun schuld en medeweten) ontstane betalingsachterstand te voldoen, waarbij is gedreigd met het nemen van stappen om openstaande facturen te incasseren; - moeizame overdracht van het dossier nadat de klagers hun volmachten hadden ingetrokken. Berisping en besluit tot openbaarheid van de maatregel met proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 771320 / NT 25-20
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:24
Klager verwijt de notaris dat zij geen uitleg heeft gegeven over de verklaring van erfrecht en over de boedelvolmacht [klacht 1] en de verklaring vervolgens onjuist heeft opgesteld door hierin tegen de wil van klager een volledige boedelvolmacht aan zijn zuster op te nemen [klacht 2]. De notaris heeft daarna niet tijdig en/of adequaat gereageerd toen de fout in de verklaring van erfrecht aan het licht kwam [klacht 3].Partijen verschillen van mening over hetgeen is besproken over (de gevolgen van) de boedelvolmacht en de verklaring van erfrecht. Hierdoor kan de kamer niet vaststellen dat de notaris klager (en zijn zuster) al dan niet (voldoende) heeft geïnformeerd. Wat van de inhoud van de bespreking ook zij, dit heeft er niet toe geleid dat klager geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken over het al dan niet verlenen van een boedelvolmacht aan zijn zuster. (...) Dit klachtonderdeel is ongegrond.De kamer ziet vanwege de inhoudelijk samenhang aanleiding de klachtonderdelen 2 en 3 gezamenlijk te behandelen. De zorgplicht van een notaris brengt mee dat hij of zij met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen de rechtszekerheid dient te waarborgen. Hieruit vloeit voort dat een notaris geen akten opmaakt zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek te verrichten. (...) De notaris had voorafgaand aan het passeren deze akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de notaris dat zij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. (...) De notaris heeft verder niet overtuigend laten zien dat zij na ontdekking van de fout adequaat heeft gehandeld om de fout te herstellen. Het had op de weg van de notaris gelegen om direct te reageren op het telefonische verzoek van klager om de akte te rectificeren en daarmee niet twee dagen te wachten. (...) Deze klachtonderdelen zijn dan ook gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 766926 / NT 25-9
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:23
De klachtonderdelen [1 en 2] draaien om de volgende vragen: heeft de notaris ten onrechte nagelaten een nader onderzoek in te stellen naar de ABC-transactie en was er sprake van gegronde redenen op grond waarvan de notaris zijn dienst had moeten weigeren? (...) Nu de notaris dit alles heeft nagelaten, acht de kamer de klachtonderdelen 1 en 2 gegrond. (...) Ter zitting is duidelijk geworden dat de bankgarantie voor de levering A-B in het geheel niet is verstrekt, terwijl de makelaar hiertoe op grond van de koopovereenkomst A-B wel verplicht was [klacht 3]. (...) De kamer is van oordeel dat het feit dat de notaris(klerk) heeft nagelaten de bankgarantie onmiddellijk na ontvangst op of omstreeks 3 april 2023 te controleren, en de onjuistheid daarvan tijdig bij klagers te signaleren, de notaris tuchtrechtelijk te verwijten valt. Van een notaris mag immers worden verwacht dat hij de nakoming van een koopovereenkomst op het punt van door de koper onder hem te stellen zekerheid controleert. (...) De kamer acht klachtonderdeel 3 daarom ook gegrond. (...) Per e-mail van 1 februari 2024 heeft de gemachtigde van klagers de notaris verzocht om een inhoudelijke reactie op de gang van zaken. In diezelfde e-mail heeft de gemachtigde van klagers gevraagd of de bankgarantie voor de levering A-B al dan niet was verstrekt en of de notaris onderzoek had gedaan naar de ABC-transactie. (...) De kamer verwijst naar hetgeen hiervoor is vermeld onder 5.7 over de verantwoordelijkheid van de notaris voor het handelen van de notarisklerk. Doordat de notaris(klerk) niet tijdig noch inhoudelijk adequaat heeft gereageerd, heeft de notaris klagers lange tijd in het ongewisse gelaten. Daarbij komt dat de inhoud van het verzoek van de gemachtigde van klagers nu juist zag op de bankgarantie voor de levering A-B en hier een evidente fout mee is gemaakt. De kamer constateert dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht klachtonderdeel 5 derhalve eveneens gegrond. (...) De notaris heeft, zonder aanvullend onderzoek, meegewerkt aan een ABC-transactie waarbij op korte termijn winst werd gemaakt door de bij de transacties betrokken makelaar terwijl hij wist, althans had moeten weten dat dergelijke transacties onder een vergrootglas liggen. Bovendien is het wel of niet verstrekt zijn van een bankgarantie ten behoeve van de transactie A-B niet onderzocht en is onvoldoende adequaat gereageerd op vragen van klagers. De kamer is van oordeel dat de notaris op meerdere onderdelen tekort geschoten is in de op hem rustende onderzoeks- en zorgplicht jegens klagers en acht de maatregel van berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443160 / KL RK 24-157
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 06-06-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:35
De notaris had het stappenplan wilsbekwaamheid moeten volgen, gelet op de aanwezige indicatoren voor gerede twijfel over de vraag of erflaatster wilsbekwaam was (hoge leeftijd, onderbewindstelling en vastgestelde symptomen die kunnen wijzen op dementie). Ook onvoldoende gedaan om uit te sluiten dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door de zus van klaagsters bij de wijziging van haar testament. Deze zus woonde bij erflaatster in, heeft een partijverklaring overgelegd over de wilsbekwaamheid van erflaatster en zij ontving grote geldbedragen van erflaatster. De notaris heeft geen waarborg ingebouwd om te voorkomen dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door zus bij de wijziging van het testament, ten gunste van de zus. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/24
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:18
De moeder van klager heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van de notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. Na moeders overlijden heeft deze kandidaat-notaris de benoeming aanvaard en meteen daarna een andere executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar plaats gesteld. Klager verwijt (het kantoor van) de notaris betrokken te zijn bij deze onrechtmatige en onredelijke indeplaatsstelling.De kamer heeft de klacht tegen het notariskantoor niet-ontvankelijk verklaard. De klacht tegen de notaris is gegrond verklaard voor zover het gaat om de schending van haar zorgplicht tegenover klager en het onvoldoende bewaken van haar onafhankelijke positie. Aan de notaris wordt een berisping opgelegd.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 60
- Volgende pagina zoekresultaten