Zoekresultaten 1-10 van de 203 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 775691 / NT RK 25/30 775709 / NT RK 25/31
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:4
Klacht tegen notaris. De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen reden voor de notaris was om dienst te weigeren en de leveringsakte niet te passeren. In de eerste plaats vormt het enkele feit dat de splitsingsakte, waarnaar in de leveringsakte wordt verwezen, niet in overeenstemming is met de feitelijke situatie geen belemmering voor het passeren van de akte. (...) In de tweede plaats vormde ook het gestelde belang van klager voor de notaris geen reden om zijn dienst te weigeren en de akte niet te passeren. (...) De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van schending van het recht van een derde. De enkele stelling van klager dat zijn belangen, en die van overige VvE-leden, waren betrokken bij de leveringsakte is onvoldoende voor het oordeel dat op de notaris een zorgplicht jegens klager rustte die hem aanleiding had moeten geven om zijn ministerie te weigeren of op te schorten. (...) Uit het voorgaande volgt dat de kamer de klacht tegen de notaris ongegrond zal verklaren.Klacht tegen kandidaat-notaris. Het is de kamer niet gebleken op welke wijze er sprake zou zijn (geweest) van belangenverstrengeling bij de kandidaat-notaris. Dat zij betrokken is geweest bij het opstellen van de akte van levering en daarmee de belangen van verkopers en koper heeft gediend, leidt niet tot belangenverstrengeling. Voor zover klager meent dat de kandidaat-notaris hem had moeten inlichten, omdat zij ook betrokken was bij de wijziging van de splitsingsakte wordt dat idee verworpen. Hiervoor is al overwogen dat de levering geen verandering heeft gebracht in de juridische positie van klager. Er was voor de kandidaat-notaris alleen al daarom geen aanleiding om klager over deze levering in te lichten. Bovendien was het de kandidaat-notaris niet toegestaan de VvE-leden, waaronder klager, te informeren over de leveringsakte, gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 22 Wna. De kamer zal ook deze klacht ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453866 KL RK 25-103
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 04-03-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:6
De notaris heeft niet voldaan aan zijn zorg- en informatieplicht, door rode vlaggen te negeren die duiden op een ongebruikelijke transactie voor klager. De notaris had hierin een zwaarwegende zorgplicht. De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager (voldoende) heeft voorgelicht over de transacties. Bovendien heeft de notaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de ongebruikelijke transactie, waardoor hij onvoldoende informatie had om te kunnen bepalen of hij al dan niet zijn ministerie kon verlenen. Dit dient voor rekening van de notaris te blijven. De kamer beslist dat de notaris zijn ministerieplicht dus heeft geschonden. De notaris heeft bovendien niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht ten aanzien van het niet vestigen van een hypotheekrecht. Uit het dossier blijkt niet dat de notaris dit goed met klager heeft besproken. Er is enkel sprake van een schriftelijke constatering dat er geen hypotheekrecht wordt gevestigd en dat dit wel wordt geadviseerd door de notaris. Dat is onvoldoende.De notaris heeft bovendien onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie waarin klager verkeerde en heeft geen onderzoek gedaan naar of de beoogde transacties in overeenstemming waren met de wil van klager. Bovendien had gerede twijfel moeten bestaan over de wilsbekwaamheid van klager. De notaris had klager op zijn minst onder vier ogen moeten spreken, dit heeft hij niet gedaan. De notaris heeft dus onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van klager.Op grond van al het voorgaande stelt de kamer ook vast dat de notaris niet onpartijdig heeft gehandeld, het dossier was onvolledig en klager is niet goed voorgelicht over de financiële gevolgen van de transactie.Voor al deze gegronde klachtonderdelen legt de kamer een berisping aan de notaris op.De klacht voor wat betreft de onjuiste en onvolledige redactie van de notariële akte is ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449604 KL RK 25-47
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 26-02-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:7
Klager ontvankelijk, ondanks handelen notaris uit 2020. Uitzonderingstermijn is van toepassing.De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager heeft voorgelicht over het finaal verrekenbeding en op basis van welke gegevens dit geweest is. De notaris heeft verklaard geen aantekeningen te hebben gemaakt tijdens het gesprek dat hij gevoerd heeft met klager over de op te stellen samenlevingsovereenkomst. Klager was bovendien de meest vermogende partij. De notaris heeft geen vermogensoverzicht gemaakt, terwijl dit wel op zijn plek was gezien de omstandigheden. De notaris had klager schriftelijk moeten informeren over het finaal verrekenbeding zoals dit is opgenomen in de samenlevingsovereenkomst. Niet is komen vast te staan dat de notaris zijn informatieplicht op dit onderdeel heeft vervuld. De kamer legt aan de notaris de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/48
- Datum publicatie: 15-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:11
De klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij op verzoek van een hypotheekhouder een valse verklaring heeft opgesteld over de totstandkoming van een hypotheekakte die hij heeft gepasseerd. De hypotheekhouder beroept zich op deze verklaring in een civiele procedure tegen de klager over de vraag wie recht heeft op de opbrengst van de veiling van de verhypothekeerde woning. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450997 KL RK 25-67
- Datum publicatie: 12-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:8
Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de klerk en hem onterecht indirect heeft beschuldigd van het geven van een opdracht aan de klerk. De kamer is het niet met klager eens en acht de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de aankoop door zijn dochter acht de kamer de klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441385 KL RK 24-137
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 02-02-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:2
Klacht ongegrond, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441386 KL RK 24-138
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:3
De notaris had klager opmerkzaam moeten maken op de nog geldende meerwaardeclausule conform haar notariële zorgplicht. Omdat dit geen evident nadeel op heeft geleverd voor klager legt de kamer geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452755 KL RK 25-89
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 29-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:4
Klagers hebben onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom erflater het testament taalkundig niet (voldoende) heeft kunnen begrijpen. Een beëdigde tolk is niet vereist. Klagers hebben onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat de bij de notaris bekende (gezondheids)omstandigheden van erflater aanleiding hadden moeten zijn om verder onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater te doen. Daarnaast is het testament ruim voor het overlijden van erflater gepasseerd en achtten klagers erflater kort na het passeren van het testament blijkbaar wel in staat tot het verrichten van een andere rechtshandeling. Klagers hebben onvoldoende onderbouwd waarom de notaris met de gesprekken onder vier ogen niet heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Ten slotte heeft de notaris voldoende inzichtelijk gemaakt, binnen de grenzen van zijn geheimhouding, hoe het testament tot stand is gekomen. De klacht ten aanzien van het testament is daarom ongegrond. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het levenstestament.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:5
De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 21-04-2026
- ECLI:NL:TNORAMS:2026:3
Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 21
- Volgende pagina zoekresultaten