Zoekresultaten 181-190 van de 203 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 773915 / NT 25-24

    Klager stelt dat hij door de notaris is geïnformeerd dat de koopsom A-B € 7.025.000 zou bedragen, terwijl uit de leveringsakte blijkt dat de koopsom daadwerkelijk € 8.000.000 bedroeg. De notaris zou een gedeelte van de ‘winst’ van € 775.000 (het verschil van € 975.000 verminderd met de verstrekte leningen à € 200.000) in privé hebben behouden. Ten tweede verwijt klager de notaris schending van de notariële zorgplicht en onafhankelijkheid. Door zichzelf dan wel zijn echtgenote financieel te bevoordelen bij een transactie waarbij hij als notaris optrad, heeft de notaris ernstig in strijd gehandeld met de kernwaarden van het notarisambt: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit. Klager verwijt de notaris tot slot ook belangenverstrengeling vanwege het actief betrekken van zijn echtgenote bij een financiële transactie waarvoor de notaris zelf verantwoordelijk was. Dit als apart verwoord klachtonderdeel verwijst uitsluitend naar het handelen van de notaris dat reeds aan de orde is gekomen bij de klachtonderdelen 1 en 2 en wordt daarom niet als een afzonderlijk klachtonderdeel gezien. De kamer oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in alle klachtonderdelen. De vennootschappen [naam klager] Holding B.V. en [X B.V.] waren betrokken bij de verstrekte leningen waar dit klachtonderdeel op ziet. Vast staat echter dat klager als privépersoon klaagt en niet namens [naam klager] Holding B.V. of [X B.V.]. Dit heeft klager desgevraagd expliciet bevestigd. Dat hij als privépersoon is benadeeld is verder onvoldoende aannemelijk geworden. Dat hij mogelijk aandeelhouder is (geweest) van genoemde vennootschappen is zonder nadere omstandigheden onvoldoende. Ook voor het tweede klachtonderdeel geldt dat klager als privépersoon klaagt over een transactie – in dit geval [naam theater] Transactie – waarbij hij niet in privé betrokken was. [Vennootschap A] was wél bij deze transactie betrokken; klager vertegenwoordigde deze vennootschap als zelfstandig bevoegd bestuurder. Ter zitting heeft klager echter niet duidelijk gemaakt waarom hij als privépersoon een voldoende belang heeft bij deze klacht. De kamer oordeelt daarom dat klager ook niet-ontvankelijk is in dit klachtonderdeel. Ten overvloede overweegt de kamer dat ook als klager wel ontvankelijk zou zijn in de klachtonderdelen deze ongegrond zouden zijn. Klager heeft geen stukken overlegd die de klachtonderdelen onderbouwen of toegelicht waar dit dan uit blijkt.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/38

    De notaris heeft op 18 september 2018 een akte van levering gepasseerd. Bij die akte heeft de vader van de klager zijn woning aan zijn echtgenote overgedragen. De vader is in 2024 overleden en heeft de klager als zijn enige erfgenaam achtergelaten. De klager verwijt de notaris dat hij bij de totstandkoming van de akte van levering onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van de vader en de rechtmatigheid van de transactie. De notaris zou de belangen van de vader en de klager (als toekomstig erfgenaam van de vader) onvoldoende hebben behartigd (klachtonderdeel 1). De klager heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geweigerd. Volgens de klager is het beroep op de geheimhoudingplicht onterecht (klachtonderdeel 2).De kamer oordeelt dat klachtonderdeel 1 te laat is ingediend en dus niet-ontvankelijk is. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/52

    Klacht niet-ontvankelijk. Hoewel het begrip “enig redelijk belang” ruim wordt uitgelegd, is de kamer van oordeel dat deze uitleg niet zo ver gaat dat ook een besloten vennootschap, die door besloten vennootschappen van (voormalige) cliënten van de notaris wordt opgericht, zich zou moeten kunnen beklagen over schending van de geheimhoudingsplicht en de zorgvuldigheidsplicht die de notaris ten opzichte van de (middellijke) bestuurders van die vennootschap in acht moest nemen. Het feit dat de besloten vennootschap die de klacht heeft ingediend de rechten en verplichtingen die voor de cliënten van de notaris uit de koopovereenkomst voortvloeiden, heeft overgenomen nadat de notaris haar werkzaamheden had beëindigd maakt dat niet anders.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/47

    Klagers gingen ervan uit dat zij een hypotheekrecht hadden ter verzekering van het verhaal van hun vordering uit hoofde van een geldlening. Veel later blijkt dat de (concept)hypotheekakte die zij hadden ontvangen, niet is gepasseerd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en verder ongegrond. Kamer doet voor het eerst een aanbeveling (voor de praktijk): “Als een (toegevoegd of kandidaat-) notaris de opdracht krijgt een akte op te stellen, verdient het in zijn algemeenheid aanbeveling om de betrokken partijen te informeren als hij/zij aan die opdracht verder geen vervolg geeft. Daarbij is het raadzaam om deze partijen ook te informeren over de reden van het sluiten van het dossier, bijvoorbeeld omdat een partij niet heeft gereageerd op het concept van de akte of omdat een partij niet alle benodigde informatie of documenten voor de akte heeft aangeleverd. Dan weten de betrokken partijen waar zij aan toe zijn.”

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42

    De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26

    De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-63 en 25-64

    De huidige klacht van klager ziet deels op dezelfde feiten en gedragingen van de notarissen als een eerdere klacht. Voor zover is de klacht niet-ontvankelijk. De resterende klachtonderdelen zien – kort gezegd – op onjuiste verklaringen en opmerkingen van de notarissen in stukken en op zittingen van de eerdere tuchtrechtelijke procedure bij kamer en gerechtshof. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-52

    De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101

    De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106

    Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.