Zoekresultaten 1-10 van de 118 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 749807 / NT 24-10
- Datum publicatie: 25-02-2025
- Datum uitspraak: 09-01-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:1
1.1. De notaris heeft erkend dat zij de derdengelden in de twee consignatiedossiers van de derdengeldenrekeningen heeft overgeboekt naar de kantoorrekening en vervolgens naar de bankrekening van haar persoonlijke holding. Voorts heeft de notaris erkend dat zij in elk van beide consignatiedossiers een bedrag van € 10.000 heeft ingehouden.Uit de stukken van het dossier noch uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de notaris nog notariële diensten of werkzaamheden heeft verricht voor [notariskantoor A], zodat de notaris naar het oordeel van de kamer voornoemde bedragen zonder grondslag onder zich heeft gehouden. De notaris heeft daarmee gehandeld in strijd met het bepaalde in de artikelen 17, 25 lid 1 en 93 lid 1 Wna, zodat dit klachtonderdeel gegrond is.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 754488/NT 24-21
- Datum publicatie: 05-06-2025
- Datum uitspraak: 08-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:10
De klacht bestaat uit meerdere onderdelen. Klager verwijt de toegevoegd notaris dat hij in plaats van een schenkingsovereenkomst (onderwerp: de onderneming en het perceel met vakantiewoning), zoals erflater gewild zou hebben, een testament heeft gepasserd waarin een legaat voor klager is opgenomen. De toegevoegd notaris zou klager hebben tegengewerkt ten gunste van de erfgenaam. Verder heeft klager kosten moeten maken omdat hij een rechtszaak tegen de erfgenaam moest aanspannen, heeft het anderhalf jaar geduurd totdat hij toegang kreeg tot de bedrijfsrekening en nog eens acht maanden voordat het perceel met de vakantiewoning op naam van klager werd gezet. De kamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 755926/NT 24-31 756858/NT 24-35
- Datum publicatie: 05-06-2025
- Datum uitspraak: 17-04-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:11
De klacht bestaat uit meerdere klachtonderdelen: a. Klaagster stelt zich op het standpunt dat de woning niet meer op naam van erflaatster stond, maar dat zij één van de eigenaren was, wiens toestemming vereist was voor de verkoop en overdracht. De verkoop en overdracht van de woning heeft echter plaatsgevonden zonder dat klaagster als (mede)eigenaar daarmee akkoord was gegaan. Klaagster heeft nooit een volmacht afgegeven aan de executeur-afwikkelingsbewindvoerder. De notaris had de akte dus niet mogen passeren. b. De notaris en de toegevoegd notaris hebben de identiteit (van de broer van klaagster) niet gecontroleerd. c. Klaagster heeft geen (concept)koopakte ontvangen. d. In de koopakte is onjuiste informatie vermeld. e. Er is sprake van belastingontduiking dan wel belastingontwijking waaraan klaagster mogelijk heeft meegewerkt. De kamer overweegt onder meer dat er geen beletselen waren voor de notaris om zijn ministerie te verlenen aan de overdarcht van de woning. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 762328 / NT 25-2
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:12
De kandidaat-notaris heeft voldoende haar best gedaan om een voorstel op te stellen waar alle drie de kinderen zich in zouden kunnen vinden. Dat daarbij enigszins van een (mogelijk) aanvankelijk uitgangspunt, te weten de wens om € 50.000,- op de rekening van moeder beschikbaar te houden, is afgeweken, maakt nog niet dat de belangen van moeder niet in acht zijn genomen. De kandidaat-notaris heeft voldoende toegelicht hoe - op andere wijze – de financiële positie van moeder was geborgd. Daarbij komt dat de voorstellen van de kandidaat-notaris werden gedaan in het kader van een onderhandelingsproces en hoe dan ook eerst aan de kinderen ter goedkeuring werden voorgelegd. Voor zover klaagster de kandidaat-notaris verwijt dat zij heeft nagelaten om hypothecaire zekerheid te vestigen ontbeert de klacht feitelijke grondslag alleen al omdat die zekerheid wel is gevestigd.Gelet op het voorgaande oordeelt de kamer dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 765132 / NT 25-6
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:13
Dat de notaris heeft gemeend zijn dienstverlening te moeten weigeren vanwege de afhankelijkheid van de vrouw en haar juridische onkunde valt evenwel niet te rijmen met wat de notaris overigens over het verloop van de bespreking heeft verklaard. De notaris heeft ter zitting namelijk ook verklaard dat hij (uiteindelijk) de indruk had dat de vrouw van klager zich vrij voelde om antwoord te geven op de vragen van de notaris. Zo voelde zij zich – in de bewoordingen van de notaris – frank en vrij om haar voorkeur uit te spreken voor de toepasselijkheid van islamitisch recht op het huwelijkse vermogen. Daarbij komt dat ook volgens klager de vrouw de uitleg van de notaris goed begreep en duidelijk was in haar wensen. Gezien deze tegenstrijdigheid in de verklaringen van de notaris – en mede gelet op de verklaring van klager dat zijn vrouw af en toe vragend naar hem keek, maar dat dat was omdat zij de vertaling van de Syrische tolk niet begreep – is de kamer onvoldoende gebleken dat bij de vrouw daadwerkelijk sprake was van afhankelijkheid en onkunde, en dus dat de notaris een gegronde reden had om wegens afhankelijkheid of onkunde van de vrouw zijn dienstverlening te weigeren.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:14
Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 756224 / NT 24-33 756225 / NT 24-34
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 10-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:15
Het kennelijke verwijt van klaagster dat de kandidaat-notarissen hadden moeten waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het verzoek om toestemming aan de gemeente is naar het oordeel van de kamer ongegrond. Dat de gemeente een onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het adres [adres 3] (welk gebruik mogelijk niet in overeenstemming was met de bestemming) is niet een voorzienbaar gevolg van het vragen van de wettelijk vereiste toestemming aan de gemeente geweest. Ook het gevolg, dat klaagster in december 2022 een besluit van de gemeente heeft ontvangen waarin de bestemming van [adres 3] is gewijzigd naar bedrijfsmatige bestemming, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is een omstandigheid die niet was te voorzien en evenmin de kandidaat-notarissen kan worden verweten. Niet gebleken is dat de kandidaat-notarissen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht jegens klaagster. De kandidaat-notarissen hebben zich professioneel richting klaagster gedragen. De kandidaat-notarissen hebben gedaan wat zij bij de uitvoering van hun opdracht behoorden te doen en daarbij klaagster bij herhaling op correcte wijze geïnformeerd over het dossierverloop. Ook hebben zij klaagster uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, waar zij overigens niet op in is gegaan.Gelet op het vorenstaande acht de kamer de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760313 / NT 24-47
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:16
Van een (kandidaat-)notaris die een opdracht tot het indienen van een (eenvoudige) aangifte erfbelasting ontvangt, mag worden verwacht dat hij deze aangifte op juiste wijze invult en indient en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgaande volgt dat de kandidaat-notaris aan een en ander niet heeft voldaan. Nergens blijkt dat de kandidaat-notaris een complete aangifte heeft ingediend en klager ook adequaat heeft geïnformeerd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de kandidaat-notaris heeft deze bij voortduring geschonden. De kamer neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de kandidaat-notaris sinds mei 2022 faalt in de dienstverlening richting klager. De kandidaat-notaris heeft klager gedurende bijna drie jaar in het ongewisse gelaten door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie en/of telefoontjes van klager en de aangifte erfbelasting op zijn beloop te laten. (...) De incomplete en niet tijdige aangifte kan aanmerkelijke financiële consequenties voor erflaters hebben. De kamer acht daarom - mede gelet op het feit dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verleden heeft - de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:17
Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:18
Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 12
- Volgende pagina zoekresultaten