Zoekresultaten 1-20 van de 147 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 749807 / NT 24-10
- Datum publicatie: 25-02-2025
- Datum uitspraak: 09-01-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:1
1.1. De notaris heeft erkend dat zij de derdengelden in de twee consignatiedossiers van de derdengeldenrekeningen heeft overgeboekt naar de kantoorrekening en vervolgens naar de bankrekening van haar persoonlijke holding. Voorts heeft de notaris erkend dat zij in elk van beide consignatiedossiers een bedrag van € 10.000 heeft ingehouden.Uit de stukken van het dossier noch uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de notaris nog notariële diensten of werkzaamheden heeft verricht voor [notariskantoor A], zodat de notaris naar het oordeel van de kamer voornoemde bedragen zonder grondslag onder zich heeft gehouden. De notaris heeft daarmee gehandeld in strijd met het bepaalde in de artikelen 17, 25 lid 1 en 93 lid 1 Wna, zodat dit klachtonderdeel gegrond is.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 754488/NT 24-21
- Datum publicatie: 05-06-2025
- Datum uitspraak: 08-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:10
De klacht bestaat uit meerdere onderdelen. Klager verwijt de toegevoegd notaris dat hij in plaats van een schenkingsovereenkomst (onderwerp: de onderneming en het perceel met vakantiewoning), zoals erflater gewild zou hebben, een testament heeft gepasserd waarin een legaat voor klager is opgenomen. De toegevoegd notaris zou klager hebben tegengewerkt ten gunste van de erfgenaam. Verder heeft klager kosten moeten maken omdat hij een rechtszaak tegen de erfgenaam moest aanspannen, heeft het anderhalf jaar geduurd totdat hij toegang kreeg tot de bedrijfsrekening en nog eens acht maanden voordat het perceel met de vakantiewoning op naam van klager werd gezet. De kamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:11 Kamer voor het notariaat Amsterdam 755926/NT 24-31 756858/NT 24-35
- Datum publicatie: 05-06-2025
- Datum uitspraak: 17-04-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:11
De klacht bestaat uit meerdere klachtonderdelen: a. Klaagster stelt zich op het standpunt dat de woning niet meer op naam van erflaatster stond, maar dat zij één van de eigenaren was, wiens toestemming vereist was voor de verkoop en overdracht. De verkoop en overdracht van de woning heeft echter plaatsgevonden zonder dat klaagster als (mede)eigenaar daarmee akkoord was gegaan. Klaagster heeft nooit een volmacht afgegeven aan de executeur-afwikkelingsbewindvoerder. De notaris had de akte dus niet mogen passeren. b. De notaris en de toegevoegd notaris hebben de identiteit (van de broer van klaagster) niet gecontroleerd. c. Klaagster heeft geen (concept)koopakte ontvangen. d. In de koopakte is onjuiste informatie vermeld. e. Er is sprake van belastingontduiking dan wel belastingontwijking waaraan klaagster mogelijk heeft meegewerkt. De kamer overweegt onder meer dat er geen beletselen waren voor de notaris om zijn ministerie te verlenen aan de overdarcht van de woning. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 762328 / NT 25-2
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:12
De kandidaat-notaris heeft voldoende haar best gedaan om een voorstel op te stellen waar alle drie de kinderen zich in zouden kunnen vinden. Dat daarbij enigszins van een (mogelijk) aanvankelijk uitgangspunt, te weten de wens om € 50.000,- op de rekening van moeder beschikbaar te houden, is afgeweken, maakt nog niet dat de belangen van moeder niet in acht zijn genomen. De kandidaat-notaris heeft voldoende toegelicht hoe - op andere wijze – de financiële positie van moeder was geborgd. Daarbij komt dat de voorstellen van de kandidaat-notaris werden gedaan in het kader van een onderhandelingsproces en hoe dan ook eerst aan de kinderen ter goedkeuring werden voorgelegd. Voor zover klaagster de kandidaat-notaris verwijt dat zij heeft nagelaten om hypothecaire zekerheid te vestigen ontbeert de klacht feitelijke grondslag alleen al omdat die zekerheid wel is gevestigd.Gelet op het voorgaande oordeelt de kamer dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 765132 / NT 25-6
- Datum publicatie: 19-08-2025
- Datum uitspraak: 29-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:13
Dat de notaris heeft gemeend zijn dienstverlening te moeten weigeren vanwege de afhankelijkheid van de vrouw en haar juridische onkunde valt evenwel niet te rijmen met wat de notaris overigens over het verloop van de bespreking heeft verklaard. De notaris heeft ter zitting namelijk ook verklaard dat hij (uiteindelijk) de indruk had dat de vrouw van klager zich vrij voelde om antwoord te geven op de vragen van de notaris. Zo voelde zij zich – in de bewoordingen van de notaris – frank en vrij om haar voorkeur uit te spreken voor de toepasselijkheid van islamitisch recht op het huwelijkse vermogen. Daarbij komt dat ook volgens klager de vrouw de uitleg van de notaris goed begreep en duidelijk was in haar wensen. Gezien deze tegenstrijdigheid in de verklaringen van de notaris – en mede gelet op de verklaring van klager dat zijn vrouw af en toe vragend naar hem keek, maar dat dat was omdat zij de vertaling van de Syrische tolk niet begreep – is de kamer onvoldoende gebleken dat bij de vrouw daadwerkelijk sprake was van afhankelijkheid en onkunde, en dus dat de notaris een gegronde reden had om wegens afhankelijkheid of onkunde van de vrouw zijn dienstverlening te weigeren.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7
- Datum publicatie: 20-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:14
Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 756224 / NT 24-33 756225 / NT 24-34
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 10-07-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:15
Het kennelijke verwijt van klaagster dat de kandidaat-notarissen hadden moeten waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het verzoek om toestemming aan de gemeente is naar het oordeel van de kamer ongegrond. Dat de gemeente een onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het adres [adres 3] (welk gebruik mogelijk niet in overeenstemming was met de bestemming) is niet een voorzienbaar gevolg van het vragen van de wettelijk vereiste toestemming aan de gemeente geweest. Ook het gevolg, dat klaagster in december 2022 een besluit van de gemeente heeft ontvangen waarin de bestemming van [adres 3] is gewijzigd naar bedrijfsmatige bestemming, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is een omstandigheid die niet was te voorzien en evenmin de kandidaat-notarissen kan worden verweten. Niet gebleken is dat de kandidaat-notarissen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht jegens klaagster. De kandidaat-notarissen hebben zich professioneel richting klaagster gedragen. De kandidaat-notarissen hebben gedaan wat zij bij de uitvoering van hun opdracht behoorden te doen en daarbij klaagster bij herhaling op correcte wijze geïnformeerd over het dossierverloop. Ook hebben zij klaagster uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, waar zij overigens niet op in is gegaan.Gelet op het vorenstaande acht de kamer de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760313 / NT 24-47
- Datum publicatie: 21-08-2025
- Datum uitspraak: 27-05-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:16
Van een (kandidaat-)notaris die een opdracht tot het indienen van een (eenvoudige) aangifte erfbelasting ontvangt, mag worden verwacht dat hij deze aangifte op juiste wijze invult en indient en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgaande volgt dat de kandidaat-notaris aan een en ander niet heeft voldaan. Nergens blijkt dat de kandidaat-notaris een complete aangifte heeft ingediend en klager ook adequaat heeft geïnformeerd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de kandidaat-notaris heeft deze bij voortduring geschonden. De kamer neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de kandidaat-notaris sinds mei 2022 faalt in de dienstverlening richting klager. De kandidaat-notaris heeft klager gedurende bijna drie jaar in het ongewisse gelaten door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie en/of telefoontjes van klager en de aangifte erfbelasting op zijn beloop te laten. (...) De incomplete en niet tijdige aangifte kan aanmerkelijke financiële consequenties voor erflaters hebben. De kamer acht daarom - mede gelet op het feit dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verleden heeft - de maatregel van berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:17
Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:18
Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 28-08-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:19
De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 751341 / NT 24-11
- Datum publicatie: 25-02-2025
- Datum uitspraak: 21-01-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:2
1.1. Hoewel klager geen partij is bij de akte van levering, heeft hij naar het oordeel van de kamer wel een belang bij zijn klacht omdat hij klaagt over de weigering van de notaris om hem nadere informatie te verstrekken. Daarnaast heeft hij belang bij zijn klacht over het – in zijn ogen – onvolkomen onderzoek door de notaris naar de herkomst van de gelden die bij de aankoop zijn gebruikt, nu hij stelt dat de aankoop van de woning grotendeels met gelden uit zijn beleggingsportefeuille – die zijn echtgenote deels heeft geliquideerd – is gefinancierd. Daarmee stelt hij zich kennelijk op het standpunt dat de notaris had behoren te achterhalen dat die gelden van hem afkomstig waren en dat zijn echtgenote – gelet op de reikwijdte van de aan haar verstrekte (tijdelijke) volmacht – daar niet over mocht beschikken. Klager is dan ook ontvankelijk in zijn klacht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 768880 / NT 25-16
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 06-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:20
Het eerste klachtonderdeel ziet op het partijdig handelen van de notaris door (opnieuw) een verklaring af te leggen ten gunste van de zuster van klagers. Er speelt tussen klagers en hun zuster een discussie over de onroerende zaak ten aanzien van het punt of deze gesplitst of in delen kan worden verkocht, of als één geheel. De notaris heeft zich in deze discussie gemengd en, op verzoek van mr. [P], in zijn e-mail van 7 april 2025 een verklaring afgelegd ten gunste van de zuster van klagers (en ten nadele van klagers).Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers. Klagers menen dat zij, ondanks het eerdere oordeel van de kamer op dit punt (ECLI:NL:TNORAMS:2024:13), ontvankelijk zijn in dit klachtonderdeel. (...) De gedragingen waar het om gaat vonden plaats tijdens de zitting bij de kantonrechter toen de notaris stelde dat de gemachtigde van klagers ‘constant aan het liegen en bedriegen’ is. Hij heeft deze grievende uitlating later herhaald.De kamer is van oordeel dat deze verklaring niet zodanig afwijkt van hetgeen in het proces-verbaal van de zitting bij het hof is opgenomen, dat gezegd kan worden dat de verklaring onjuist is en/of dat sprake is van partijdig handelen van de notaris. (...)Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers tijdens de zitting bij de kantonrechter. Het gaat daarbij om de uitlating van de notaris dat de gemachtigde ‘constant aan het liegen en bedriegen is’. De kamer neemt aan dat deze bewoordingen door de notaris zijn gebezigd met uitzondering van het woord ‘constant’, een en ander gelet op de inhoud van het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter. De kamer is van oordeel dat de notaris de gemachtigde daarmee op ongepaste wijze heeft bejegend. Het gebruik van dergelijke diffamerende bewoordingen is niet passend voor een notaris. De kamer acht het tweede klachtonderdeel dan ook gegrond, zij het dat de kamer voor oplegging van een maatregel geen aanleiding ziet.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 767519 / NT 25-13 767521 / NT 25-14
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 28-10-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:21
Klager meent dat de kandidaat-notaris geen afschrift van het testament van erflaatster had mogen afgeven ten behoeve van de broer en zus van klager. Het testament geeft namelijk onvoldoende duidelijkheid om vast te stellen dat de persoon of personen die een kopie van het testament opvragen ook erfgenamen zijn. Daarnaast is het afgegeven afschrift van het testament een manipulatie, aldus klager. Klager verwijt bovengenoemd handelen ook de notaris omdat de kandidaat-notaris onder zijn verantwoordelijkheid valt en hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd. De kamer acht beide klachtonderdelen ongegrond. De notarissen zijn niet verplicht aan klager verantwoording af te leggen over hun handelwijze. De notarissen wijzen er terecht op dat zij op grond van artikel 49 Wna verplicht zijn een afschrift van een testament te verstrekken aan degenen die een recht aan de akte kunnen ontlenen. De notarissen hebben daarbij toegelicht dat nooit zomaar een afschrift van een testament wordt afgegeven. Als een dergelijk verzoek wordt gedaan, wordt altijd gecontroleerd of de persoon die zich meldt recht heeft op een afschrift, waarna deze persoon wordt geïdentificeerd. De klacht dat het door de kandidaat-notaris afgegeven afschrift een manipulatie betreft berust op een misvatting van klager. De kandidaat-notaris heeft het afschrift volgens de geldende wetgeving afgegeven en niet klachtwaardig gehandeld. Omdat de kandidaat-notaris geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 763518 / NT 25-3 766112 / NT 25-7 769709 / NT 25-18
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 06-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:22
Klager heeft zeven klachten ingediend: klacht 1 ziet op de gang van zaken na het overlijden van erflaatster, klacht 2 op de wilsbekwaamheid van erflaatster ten tijde van het opstellen van het testament in 2018, klacht 3 op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater in 2014, klacht 4 op het opstellen van de (oudere) testamenten van erflater en erflaatster in 2008, klacht 5 op de partijdigheid van de notaris, klacht 6 betreft schending van het beroepsgeheim en klacht 7 betreft een algemene klacht over de notaris. De kamer voor het notariaat verklaart de klachtonderdelen 3 en 4 niet-ontvankelijk en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 766926 / NT 25-9
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:23
De klachtonderdelen [1 en 2] draaien om de volgende vragen: heeft de notaris ten onrechte nagelaten een nader onderzoek in te stellen naar de ABC-transactie en was er sprake van gegronde redenen op grond waarvan de notaris zijn dienst had moeten weigeren? (...) Nu de notaris dit alles heeft nagelaten, acht de kamer de klachtonderdelen 1 en 2 gegrond. (...) Ter zitting is duidelijk geworden dat de bankgarantie voor de levering A-B in het geheel niet is verstrekt, terwijl de makelaar hiertoe op grond van de koopovereenkomst A-B wel verplicht was [klacht 3]. (...) De kamer is van oordeel dat het feit dat de notaris(klerk) heeft nagelaten de bankgarantie onmiddellijk na ontvangst op of omstreeks 3 april 2023 te controleren, en de onjuistheid daarvan tijdig bij klagers te signaleren, de notaris tuchtrechtelijk te verwijten valt. Van een notaris mag immers worden verwacht dat hij de nakoming van een koopovereenkomst op het punt van door de koper onder hem te stellen zekerheid controleert. (...) De kamer acht klachtonderdeel 3 daarom ook gegrond. (...) Per e-mail van 1 februari 2024 heeft de gemachtigde van klagers de notaris verzocht om een inhoudelijke reactie op de gang van zaken. In diezelfde e-mail heeft de gemachtigde van klagers gevraagd of de bankgarantie voor de levering A-B al dan niet was verstrekt en of de notaris onderzoek had gedaan naar de ABC-transactie. (...) De kamer verwijst naar hetgeen hiervoor is vermeld onder 5.7 over de verantwoordelijkheid van de notaris voor het handelen van de notarisklerk. Doordat de notaris(klerk) niet tijdig noch inhoudelijk adequaat heeft gereageerd, heeft de notaris klagers lange tijd in het ongewisse gelaten. Daarbij komt dat de inhoud van het verzoek van de gemachtigde van klagers nu juist zag op de bankgarantie voor de levering A-B en hier een evidente fout mee is gemaakt. De kamer constateert dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht klachtonderdeel 5 derhalve eveneens gegrond. (...) De notaris heeft, zonder aanvullend onderzoek, meegewerkt aan een ABC-transactie waarbij op korte termijn winst werd gemaakt door de bij de transacties betrokken makelaar terwijl hij wist, althans had moeten weten dat dergelijke transacties onder een vergrootglas liggen. Bovendien is het wel of niet verstrekt zijn van een bankgarantie ten behoeve van de transactie A-B niet onderzocht en is onvoldoende adequaat gereageerd op vragen van klagers. De kamer is van oordeel dat de notaris op meerdere onderdelen tekort geschoten is in de op hem rustende onderzoeks- en zorgplicht jegens klagers en acht de maatregel van berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 771320 / NT 25-20
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:24
Klager verwijt de notaris dat zij geen uitleg heeft gegeven over de verklaring van erfrecht en over de boedelvolmacht [klacht 1] en de verklaring vervolgens onjuist heeft opgesteld door hierin tegen de wil van klager een volledige boedelvolmacht aan zijn zuster op te nemen [klacht 2]. De notaris heeft daarna niet tijdig en/of adequaat gereageerd toen de fout in de verklaring van erfrecht aan het licht kwam [klacht 3].Partijen verschillen van mening over hetgeen is besproken over (de gevolgen van) de boedelvolmacht en de verklaring van erfrecht. Hierdoor kan de kamer niet vaststellen dat de notaris klager (en zijn zuster) al dan niet (voldoende) heeft geïnformeerd. Wat van de inhoud van de bespreking ook zij, dit heeft er niet toe geleid dat klager geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken over het al dan niet verlenen van een boedelvolmacht aan zijn zuster. (...) Dit klachtonderdeel is ongegrond.De kamer ziet vanwege de inhoudelijk samenhang aanleiding de klachtonderdelen 2 en 3 gezamenlijk te behandelen. De zorgplicht van een notaris brengt mee dat hij of zij met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen de rechtszekerheid dient te waarborgen. Hieruit vloeit voort dat een notaris geen akten opmaakt zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek te verrichten. (...) De notaris had voorafgaand aan het passeren deze akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de notaris dat zij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. (...) De notaris heeft verder niet overtuigend laten zien dat zij na ontdekking van de fout adequaat heeft gehandeld om de fout te herstellen. Het had op de weg van de notaris gelegen om direct te reageren op het telefonische verzoek van klager om de akte te rectificeren en daarmee niet twee dagen te wachten. (...) Deze klachtonderdelen zijn dan ook gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:25
In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 764270 / NT 25-4 770749 / NT 25/19 774743 / NT 25-27
- Datum publicatie: 02-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:26
Klacht over (met name) weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op vragen van klager over een akte (waar deze geen partij bij was). Daarnaast ziet de klacht op het uitblijven van een reactie van (het kantoor van) de notaris op de door klager intern ingediende klacht. De voorzitter heeft de klacht (t.a.v. dit klachtonderdeel) terstond afgewezen omdat deze naar zijn oordeel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht was. De kamer heeft het verzet tegen de voorzittersbeslissing vervolgens (deels) gegrond verklaard. De kamer acht de weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op klagers’ vragen over de betreffende akte niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; klager was immers geen partij bij deze akte. De notaris heeft derhalve een terecht beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Dat de notaris in het geheel niet heeft gereageerd op klagers’ e-mails noch de pogingen van klager om telefonisch contact te krijgen met de notaris, acht de kamer in dit geval evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hierbij is van belang dat dit alles zich afspeelde binnen een korte tijdspanne (...). Artikel 2 van de Verordening Klachten- en geschillenregeling schrijft voor dat een notaris zorgdraagt voor een kantoorklachtenregeling. De kamer acht het geheel uitblijven van een reactie op de intern ingediende klacht onbegrijpelijk en in strijd met voornoemd artikel 2, omdat deze handelwijze het functioneren van een kantoorklachtenregeling belemmert. Het had op de weg van de notaris gelegen om ten minste een schriftelijke of telefonische reactie aan klager te sturen naar aanleiding van zijn klacht. Nu hij dit niet heeft gedaan, is dit klachtonderdeel gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden door na te laten enige reactie te geven op de intern ingediende klacht. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:27 Kamer voor het notariaat Amsterdam 757754 / NT 24-37, 757768 / NT 24-38, 761053 / NT 24-49, 761055 / NT 24-50 766941 / NT 25-11 774762 / NT 25-28, 774764 / NT 25-29
- Datum publicatie: 05-03-2026
- Datum uitspraak: 11-12-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:27
Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 8
- Volgende pagina zoekresultaten