Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 2189 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/360330 KL RK 19-127

    Klager heeft zijn woning ‘kosten koper’ verkocht aan een koper. De notaris is door de koper van de woning belast met de levering. Op de nota van afrekening stond onder meer een te betalen bedrag van € 20,43 exclusief BTW vermeld voor ‘3x kosten overboeking’.   Klager verwijt de notaris dat hij klager kosten in rekening heeft gebracht die vallen onder het begrip ‘gebruikelijk werkzaamheden’. De gebruikelijke werkzaamheden zijn immers al in rekening gebracht bij de koper. Door de kosten van een drietal overboekingen ook nog eens bij klager als verkoper in rekening te brengen, factureert de notaris die werkzaamheden dus twee keer, aldus klager.   De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard en heeft hiertoe het volgende overwogen. In lijn met de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:2428) is de kamer van oordeel dat als in een koopovereenkomst is overeengekomen dat de kosten voor rekening van de koper komen, dat met zich brengt dat partijen mogen verwachten dat kosten waarvan niet in de koopovereenkomst concreet staat vermeld dat deze voor rekening van één van beide partijen komen, en deze kosten niet uitsluitend betrekking hebben op de persoon van de verkoper, in hun geheel voor rekening van de koper zullen komen. De door klager aangehaalde kosten van telefonische overboekingen hebben echter uitsluitend betrekking op werkzaamheden die enkel ten behoeve van hem als verkoper zijn verricht. Het gaat immers om overboekingen aan klager zelf, zijn hypotheekgever(s) dan wel aan de door klager ingeschakelde makelaar. Het is daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris deze kosten bij klager als verkopende partij in rekening heeft gebracht. De kamer volgt het betoog van de notaris dat de aflosnota, de volmacht tot royement, de inschrijving daarvan in het kadaster en de kosten van de uitboeking onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Deze kosten behoren dan ook tot de gebruikelijke kosten van een doorhaling die bij de verkopende partij in rekening dienen te worden gebracht. De verkopende partij is immers verplicht om het verkochte te leveren vrij van hypotheek. Gelet op de verbondenheid tussen de verscheidene kostenposten had de notaris er voor kunnen kiezen om één allesomvattend tarief te hanteren en dit bij klager in rekening te brengen. In zijn streven naar transparantie heeft de notaris ervoor gekozen de diverse kostenposten uit te splitsen op de nota van afrekening. Hierdoor is bij klager de indruk ontstaan dat de notaris extra honorarium in rekening heeft gebracht. Dit is echter niet het geval. Naar het oordeel van de kamer is geen sprake van het tweemaal in rekening brengen van dezelfde werkzaamheden. Klager heeft dan ook de notaris volkomen ten onrechte bestempeld als zakkenvuller. In plaats van ongeoorloofd zakkenvullen is de notaris eerder - met de beste intentie - te transparant geweest. De kamer geeft de notaris dan ook in overweging om, ter voorkoming van verdere verwarring, een zogeheten lumpsumtarief te hanteren.    

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365784 KL RK 20-19

    Voorzittersbeslissing m.b.t. waarneming vacant protocol.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/368681 KL RK 20-44

     

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367817/KL RK 20-36 C/05/363629/KL RK 19-166a C/05/367817/KL RK 20-36a

      Voorzittersbeslissing ordemaatregel o.g.v. artikel 106 lid 1 Wna      In de beslissing van 19 februari 2020 heeft de kamer aan de notaris opgelegd de maatregel van ontzetting uit het notarisambt. Tegen die beslissing is hoger beroep ingesteld. Uit de beslissing van de kamer van 19 februari 2020 volgt naar het oordeel van de voorzitter dat onverminderd sprake is van een situatie in de zin van artikel 106 lid 1 Wna. Het gaat immers om een klacht van zeer ernstige aard. Bovendien is de voorzitter van oordeel dat er kennelijk gevaar bestaat voor benadeling van derden. Dit gevaar ontstaat door de combinatie van de zorgwekkende financiële situatie bij de notaris, eerdere en recente negatieve bewaringsposities, achterstanden in de afwikkeling van boedeldossiers en personele onderbezetting. De voorzitter heeft een ernstig vermoeden dat cliënten van het kantoor van de notaris benadeeld worden door de huidige situatie. Structurele oplossingen lijken niet voor handen, waardoor de problemen alleen maar ernstiger worden. De benoeming van een stille bewindvoerder voor een periode van 6 maanden heeft bij de notaris geen verbeteringen gebracht.   Gelet op het voorgaande heeft de voorzitter de notaris, aansluitend op de thans lopende schorsing op grond van artikel 103 Wna, met ingang van 10 april 2020 op grond van artikel 106 lid 1 Wna bij wijze van ordemaatregel in de uitoefening van het ambt geschorst voor de duur van de nog volgende rechtsgang tegen de beslissing van de kamer van 19 februari 2020.   De kamer dient deze ordemaatregel binnen vier weken na de datum van de beslissing van de voorzitter te bekrachtigen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/361377 KL RK 19-138

      De kamer verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn. Ook de uitzonderingsgrond van artikel 99 lid 21 Wna gaat niet op.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-17

    Klaagster verwijt de notaris dat zij heeft meegewerkt aan het passeren van de akte van levering op 4 december 2015

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-73

    Klaagster blijft achter zonder spaartegoed en zonder enige reactie op de bij herhaling door haar (advocaat) gestelde vragen aan de notaris.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 672376/NT 19-40

    Klacht over verlijden van een akte van verdeling nalatenschap en het herhaaldelijk laat of niet reageren van de oud-notaris. De kamer komt tot het oordeel dat klager in het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk is (vervaltermijn). Het tweede klachtonderdeel is gegrond. De kamer legt de oud-notaris de maatregel van berisping op. In dat oordeel is meegewogen dat de oud-notaris geen inzicht heeft getoond in de laakbaarheid van zijn gedrag.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 672375/NT 19-39 672403/NT 19-41

    Klacht over bejegening. Klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij zich in het gesprek dat hij op zijn kantoor met hen heeft gevoerd niet heeft gedragen zoals een notaris betaamt. Zij verwijten de notaris dat zij toen niet heeft ingegrepen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-18 en 19-19

    Ingevolge de Wet op het notarisambt heeft klaagster een onderzoek ingesteld naar het handelen van de notarissen. Zij zijn notaris bij [M]. [M] is een vennootschap, waarin de praktijkvennootschappen van drie notarissen en vijftien advocaten deelnemen en samenwerken.