Zoekresultaten 1-20 van de 2987 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34

    Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56

    Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/37

    Levering woning aan klager in kader van AB-BC-transactie, die in “omgekeerde volgorde” is gepasseerd. Kandidaat-notaris heeft niet met vereiste zorgvuldigheid gehandeld door in akte van levering op te nemen dat de kosten voor rekening van koper komen, terwijl in koopovereenkomst was bepaald dat deze voor rekening van verkoper zouden komen. Ook niet naar behoren voldaan aan voorlichtingsplicht, die tot de essentie van het notariële ambt behoort en als een integraal onderdeel van het passeren van de akte moet worden beschouwd en eens te meer geldt als het gaat om een transactie die afwijkt van wat gebruikelijk is. Nu eerst de akte B-C en daarna de akte A-B is gepasseerd, hingen beide leveringen nauw met elkaar samen; als bij één van die transacties een kink in de kabel zou komen, zou dit gevolgen (kunnen) hebben voor de andere transactie. Klager hoefde daar niet op bedacht te zijn en de kandidaat-notaris wist dat B de koopsom die klager naar zijn derdengeldenrekening had overgemaakt, nodig had om op haar beurt de koopsom aan A te kunnen voldoen. Daarom is de kamer van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen om klager er voor het passeren van de akte B-C over te informeren dat die transactie onderdeel uitmaakte van een AB-BC-transactie waarbij de akten in omgekeerde volgorde werden gepasseerd. De kandidaat-notaris had de beoogde gang van zaken daarbij kunnen toelichten en klager kunnen informeren over de daaraan verbonden risico’s en de mogelijkheden om deze te ondervangen. Zulke informatie valt naar het oordeel van de kamer niet onder de geheimhoudingsplicht. Daarnaast is het de taak van de notaris om vóór de ontvangst van derdengelden zo helder mogelijk met de betrokken partijen af te spreken onder welke voorwaarden welk bedrag aan welke partij zal worden uitbetaald. Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht met betrekking tot het beheer en de uitbetaling van derdengelden. Door het ontbreken van deze afspraken liepen de bij deze transactie betrokken partijen het risico dat bij een gebrek in de transactie A-B of B-C onduidelijkheid zou ontstaan over welke partij recht zou hebben op uitbetaling. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 774069 / NT 25-25 774070 / NT 25-26

    Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris [de notarissen] onder meer dat zij klaagster - een besloten vennootschap - niet hebben geïnformeerd over de wetswijziging ten aanzien van de overdrachtsbelasting bij een zuivere juridische splitsing. Daarnaast verwijt klaagster de notarissen dat zij de vennootschap niet hebben gewezen op de fatale termijn voor het deponeren van het splitsingsvoorstel. Volgens klaagster hebben de notarissen ook onjuist - en te laat - geadviseerd over de splitsing van de vennootschap en de stappen die daarvoor nodig waren. Dat de splitsing nadrukkelijk was ingegeven door de fiscale vrijstellingsregeling, waaraan een maximale termijn is verbonden, benadrukt dat de notarissen de vennootschap tijdig hadden moeten informeren over de volgens hen benodigde stappen.Klacht tegen de notaris - ongegrond. De kandidaat-notaris heeft in deze zaak alle contacten met betrokkenen onderhouden en alle correspondentie gevoerd. (...) Naar het oordeel van de kamer kan de notaris in dit geval dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachten tegen de kandidaat-notaris - ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101

    De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106

    Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42

    De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26

    De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-63 en 25-64

    De huidige klacht van klager ziet deels op dezelfde feiten en gedragingen van de notarissen als een eerdere klacht. Voor zover is de klacht niet-ontvankelijk. De resterende klachtonderdelen zien – kort gezegd – op onjuiste verklaringen en opmerkingen van de notarissen in stukken en op zittingen van de eerdere tuchtrechtelijke procedure bij kamer en gerechtshof. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-52

    De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/47

    Klagers gingen ervan uit dat zij een hypotheekrecht hadden ter verzekering van het verhaal van hun vordering uit hoofde van een geldlening. Veel later blijkt dat de (concept)hypotheekakte die zij hadden ontvangen, niet is gepasseerd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en verder ongegrond. Kamer doet voor het eerst een aanbeveling (voor de praktijk): “Als een (toegevoegd of kandidaat-) notaris de opdracht krijgt een akte op te stellen, verdient het in zijn algemeenheid aanbeveling om de betrokken partijen te informeren als hij/zij aan die opdracht verder geen vervolg geeft. Daarbij is het raadzaam om deze partijen ook te informeren over de reden van het sluiten van het dossier, bijvoorbeeld omdat een partij niet heeft gereageerd op het concept van de akte of omdat een partij niet alle benodigde informatie of documenten voor de akte heeft aangeleverd. Dan weten de betrokken partijen waar zij aan toe zijn.”

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/52

    Klacht niet-ontvankelijk. Hoewel het begrip “enig redelijk belang” ruim wordt uitgelegd, is de kamer van oordeel dat deze uitleg niet zo ver gaat dat ook een besloten vennootschap, die door besloten vennootschappen van (voormalige) cliënten van de notaris wordt opgericht, zich zou moeten kunnen beklagen over schending van de geheimhoudingsplicht en de zorgvuldigheidsplicht die de notaris ten opzichte van de (middellijke) bestuurders van die vennootschap in acht moest nemen. Het feit dat de besloten vennootschap die de klacht heeft ingediend de rechten en verplichtingen die voor de cliënten van de notaris uit de koopovereenkomst voortvloeiden, heeft overgenomen nadat de notaris haar werkzaamheden had beëindigd maakt dat niet anders.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/38

    De notaris heeft op 18 september 2018 een akte van levering gepasseerd. Bij die akte heeft de vader van de klager zijn woning aan zijn echtgenote overgedragen. De vader is in 2024 overleden en heeft de klager als zijn enige erfgenaam achtergelaten. De klager verwijt de notaris dat hij bij de totstandkoming van de akte van levering onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van de vader en de rechtmatigheid van de transactie. De notaris zou de belangen van de vader en de klager (als toekomstig erfgenaam van de vader) onvoldoende hebben behartigd (klachtonderdeel 1). De klager heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geweigerd. Volgens de klager is het beroep op de geheimhoudingplicht onterecht (klachtonderdeel 2).De kamer oordeelt dat klachtonderdeel 1 te laat is ingediend en dus niet-ontvankelijk is. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/01

    De klager heeft meerdere klachten ingediend over het handelen van de notaris als privépersoon. Daarbij heeft de klager zich grievend en respectloos uitgelaten over de notaris. Voorzittersbeslissing: klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Mogelijke volgende klachten die voortvloeien uit of samenhangen met de bestaande privégeschillen en processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet meer in behandeling nemen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 773915 / NT 25-24

    Klager stelt dat hij door de notaris is geïnformeerd dat de koopsom A-B € 7.025.000 zou bedragen, terwijl uit de leveringsakte blijkt dat de koopsom daadwerkelijk € 8.000.000 bedroeg. De notaris zou een gedeelte van de ‘winst’ van € 775.000 (het verschil van € 975.000 verminderd met de verstrekte leningen à € 200.000) in privé hebben behouden. Ten tweede verwijt klager de notaris schending van de notariële zorgplicht en onafhankelijkheid. Door zichzelf dan wel zijn echtgenote financieel te bevoordelen bij een transactie waarbij hij als notaris optrad, heeft de notaris ernstig in strijd gehandeld met de kernwaarden van het notarisambt: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit. Klager verwijt de notaris tot slot ook belangenverstrengeling vanwege het actief betrekken van zijn echtgenote bij een financiële transactie waarvoor de notaris zelf verantwoordelijk was. Dit als apart verwoord klachtonderdeel verwijst uitsluitend naar het handelen van de notaris dat reeds aan de orde is gekomen bij de klachtonderdelen 1 en 2 en wordt daarom niet als een afzonderlijk klachtonderdeel gezien. De kamer oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in alle klachtonderdelen. De vennootschappen [naam klager] Holding B.V. en [X B.V.] waren betrokken bij de verstrekte leningen waar dit klachtonderdeel op ziet. Vast staat echter dat klager als privépersoon klaagt en niet namens [naam klager] Holding B.V. of [X B.V.]. Dit heeft klager desgevraagd expliciet bevestigd. Dat hij als privépersoon is benadeeld is verder onvoldoende aannemelijk geworden. Dat hij mogelijk aandeelhouder is (geweest) van genoemde vennootschappen is zonder nadere omstandigheden onvoldoende. Ook voor het tweede klachtonderdeel geldt dat klager als privépersoon klaagt over een transactie – in dit geval [naam theater] Transactie – waarbij hij niet in privé betrokken was. [Vennootschap A] was wél bij deze transactie betrokken; klager vertegenwoordigde deze vennootschap als zelfstandig bevoegd bestuurder. Ter zitting heeft klager echter niet duidelijk gemaakt waarom hij als privépersoon een voldoende belang heeft bij deze klacht. De kamer oordeelt daarom dat klager ook niet-ontvankelijk is in dit klachtonderdeel. Ten overvloede overweegt de kamer dat ook als klager wel ontvankelijk zou zijn in de klachtonderdelen deze ongegrond zouden zijn. Klager heeft geen stukken overlegd die de klachtonderdelen onderbouwen of toegelicht waar dit dan uit blijkt.

  • Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/02 en SHE/2026/07

    De voorzitter heeft de klacht van de klaagster buiten behandeling gesteld (SHE/2026/2). Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld. Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.De klaagster heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2026/7).

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 764270 / NT 25-4 770749 / NT 25/19 774743 / NT 25-27

    Klacht over (met name) weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op vragen van klager over een akte (waar deze geen partij bij was). Daarnaast ziet de klacht op het uitblijven van een reactie van (het kantoor van) de notaris op de door klager intern ingediende klacht. De voorzitter heeft de klacht (t.a.v. dit klachtonderdeel) terstond afgewezen omdat deze naar zijn oordeel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht was. De kamer heeft het verzet tegen de voorzittersbeslissing vervolgens (deels) gegrond verklaard. De kamer acht de weigering van de notaris om inhoudelijk te reageren op klagers’ vragen over de betreffende akte niet tuchtrechtelijk verwijtbaar; klager was immers geen partij bij deze akte. De notaris heeft derhalve een terecht beroep gedaan op zijn geheimhoudingsplicht. Dat de notaris in het geheel niet heeft gereageerd op klagers’ e-mails noch de pogingen van klager om telefonisch contact te krijgen met de notaris, acht de kamer in dit geval evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Hierbij is van belang dat dit alles zich afspeelde binnen een korte tijdspanne (...). Artikel 2 van de Verordening Klachten- en geschillenregeling schrijft voor dat een notaris zorgdraagt voor een kantoorklachtenregeling. De kamer acht het geheel uitblijven van een reactie op de intern ingediende klacht onbegrijpelijk en in strijd met voornoemd artikel 2, omdat deze handelwijze het functioneren van een kantoorklachtenregeling belemmert. Het had op de weg van de notaris gelegen om ten minste een schriftelijke of telefonische reactie aan klager te sturen naar aanleiding van zijn klacht. Nu hij dit niet heeft gedaan, is dit klachtonderdeel gegrond. De kamer is van oordeel dat de notaris de zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden door na te laten enige reactie te geven op de intern ingediende klacht. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 772538 / NT 25-22

    In de kern komt de klacht erop neer dat de notaris structureel onvoldoende zorgvuldig met en over klager heeft gecommuniceerd in een situatie waar juist zorgvuldige communicatie was geboden: zijn moeder, erflaatster, had hem onterfd en ook in haar testament bepaald dat hij niet bij de begrafenis aanwezig mocht zijn.De kamer acht de klacht gegrond en overweegt daartoe als volgt. Tot uitgangspunt strekt dat de notaris moest opereren in een voor klager in emotioneel opzicht gevoelige context. Daarin heeft de notaris (te) weinig geduld voor klager weten op te brengen en een onnodig grievende toonzetting jegens klager gebezigd. Vast staat dat de notaris niet meer op de e-mails van klager (...) heeft gereageerd. Op enige manier reageren had van zorgvuldigheid getuigd, zeker waar klager zich duidelijk gegriefd voelde door de aantijging dat hij de zoon van de echtgenoot op een bepaalde wijze zou hebben bejegend. Op de e-mails van klager van (...) heeft de notaris wél gereageerd, maar niet inhoudelijk. Dat de notaris naar eigen zeggen toen niet begreep waar het verzoek van klager over ging valt gelet op het tijdsverloop te begrijpen, maar neemt niet weg dat de notaris de moeite had kunnen nemen het dossier op te vragen om daarachter te komen of om contact op te nemen met klager.(...) Dit alles in onderling verband en samenhang bezien leidt tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld op een wijze die niet bij een professionele beroepsbeoefenaar zoals, in dit geval, een notaris past. Het – summiere – verweer van de notaris en de behandeling van de zaak ter zitting hebben geen ander licht op de zaak geworpen. De kamer is van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht de klacht daarom gegrond. (...) Door te handelen als hiervoor omschreven heeft de notaris een zorgvuldigheidsnorm geschonden. Daarom acht de kamer de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/39 en SHE/2025/55

    Verzet tegen voorzittersbeslissing niet-ontvankelijk. Kamer oordeelt dat verzet één dag te laat is ingesteld en dat termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.