Zoekresultaten 2901-2950 van de 2962 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/440019 / KL RK 24-110

    Klagers verwijten de notaris dat hij zijn onderzoeksplicht, de wilscontrole, de informatieplicht en de bijzondere waarschuwingsplicht niet naar behoren heeft uitgevoerd bij een levering van de aandelen, omdatI. de notaris met een advocaat heeft gecorrespondeerd, die volgens hem de belangen van klager 1 behartigt, maar deze advocaat is niet door klagers aangesteld en/of betaald;II. de notaris heeft nagelaten om nader onderzoek te doen naar de rechtmatigheid en gevolgen van deze levering van aandelen, waarbij de continuïteit van de onderneming centraal stond en niet een echtscheiding;III. de notaris niet heeft gecontroleerd of partijen de overeengekomen voorwaarden goed begrepen en akkoord waren met de inhoud van de akte;IV. klagers nooit stukken hebben ontvangen;V. de notaris heeft nagelaten te onderzoeken of de koopprijs van de aandelen redelijk was en daarmee niet in het belang van klagers heeft gehandeld.De kamer van oordeel dat de notaris in de gegeven omstandigheden mocht uitgaan van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de advocaat en zijn rol als belangenbehartiger van koper en dat er geen aanleiding was om verdergaand onderzoek te doen naar de redelijkheid van de koopprijs. De notaris heeft bij de overige klachtonderdelen ook zorgvuldig gehandeld en aan zijn informatieplicht heeft voldaan.De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443728 / KL RK 24-166

    Afwikkeling nalatenschap en verkoop woning erflater. Klaagster heeft in dat kader veel verschillende verwijten richting de notaris gemaakt. De klachten lijken met name te zijn ingegeven door het gevoel van klaagster van onpartijdigheid aan de zijde van de notaris. Klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-16

    Klager stelt dat hij de Lotto Jackpot heeft gewonnen en hij verwijt de notaris dat hij de prijs van klager niet heeft vastgesteld. Bij de trekking dient de notaris het proces te bewaken en te controleren of er geen onregelmatigheden plaatsvinden. Dat heeft de notaris gedaan. De notaris heeft verder voldaan aan de uit het deelnemersreglement voortvloeiende verplichting om vast te stellen op welke voorspellingen één of meer prijzen zijn gevallen. Het behoort niet tot de taak van de notaris om vast te stellen welk individu de juiste voorspelling heeft gedaan. De notaris heeft derhalve aan zijn verplichtingen voldaan. Ook voor het overige ziet de kamer geen reden om de klacht gegrond te verklaren. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:16 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-46

    Klagers verwijten de notaris het volgende: de notaris had de executoriale verkoop dienen op te schorten in afwachting van de uitkomst van de lopende procedures, de notaris handelde als verlengstuk van de gemeente, de notaris heeft gehandeld in strijd met de verplichting zo hoog mogelijke opbrengst te verwezenlijken, de notaris had hypotheekhouder in gelegenheid moeten stellen het executietraject over te nemen, informatieplicht en eindafrekening. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-55

    De klacht is ingediend door een bewindvoerder. Voor zover de bewindvoerder klaagt over handelingen of nalaten jegens de onderbewindgestelde gaat zij daarmee buiten haar bevoegdheden als bewindvoerder en is zij in dat klachtonderdeel niet-ontvankelijk. Voor zover de klacht ziet op het niet tijdig reageren op een schrijven van de gemachtigde heeft de kamer de klacht ongegrond verklaard. Niet is gebleken dat er niet binnen een redelijke termijn werd gereageerd. Het verzoek tot verstrekken van de stukken werd gedaan en twee maanden later werd de klacht, op dat punt welhaast rauwelijks, ingediend.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/440576 / KL RK 24-127

    De notaris heeft niet gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid- en voorlichtingsplicht. De notaris heeft de overdracht van het bedrijfspand uitgesteld voor nader onderzoek, om de overdracht op een juridisch correcte en verantwoorde manier te realiseren. De kamer oordeelt dat dit een juiste werkwijze was. Ten aanzien van het klachtonderdeel over de declaraties van de notaris verwijst de kamer naar de geschillencommissie.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/444582 / KL RK 24-173

    De notaris heeft de boedelgoederen onzorgvuldig beheerd. De boedelbeschrijving is onder omstandigheden te laat opgesteld.Door trage communicatie en het uitblijven van tijdige actie door de notaris is onnodige vertraging in de afwikkeling van de nalatenschap opgelopen. De notaris heeft erkend dat het proces af en toe sneller had kunnen verlopen.De overige twee klachtonderdelen zijn ongegrond. Voor de gegrond verklaarde onderdelen legt de kamer de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:22 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/446311 KL RK 25-10

    Voorzitter legt niet onderbouwd wrakingsverzoek naast zich neer.Geen belanghebbende bij klachtonderdelen I en IITen aanzien van klachtonderdeel III ongegrond, niet onderbouwd wat eigen rechtspositie is en dus wat belang bij de klacht is.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445370 KL RK 24-179

    De oud-notaris heeft aanzienlijke onttrekkingen aan de derdengeldenrekening ten laste van cliëntendossiers en ten gunst van zichzelf en haar dochter gedaan. Zij heeft geprobeerd deze onttrekkingen te verhullen door ten onrechte de indruk te wekken dat geldbedragen ten bate van de betrokken dossiers werden overgeboekt, terwijl in feite het geld werd overgeboekt naar haar privérekening. Zij heeft ook in meerdere dossiers andere namen gebruikt bij haar overboekingen.De kamer acht gelet op het feit dat de oud-notaris de kerntaken van de notaris ernstig heeft veronachtzaamd een ontzetting uit het ambt de enige passende maatregel. Dat de oud-notaris reeds is gedefungeerd vormt hiervoor geen beletsel, verwijzing naar ECLI:NL:GHAMS:205:1737.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/440837 / KL RK 24-132

    Klaagster verwijt de notaris dat zij niet de benodigde zorgvuldigheid heeft betracht die van haar mag worden gevergd inzake de afwikkeling van de nalatenschap van haar vader. De notaris heeft zich heeft als boedelnotaris gedragen en daarmee buiten haar bevoegdheid gehandeld. De familieverhoudingen zijn door het (gebrek aan) handelen van de notaris verstoord. De kamer is van oordeel dat de notaris geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

  • Klaagster heeft vragen gesteld over de wilsbekwaamheid van haar vader bij het wijzigen van zijn levenstestament. De kamer is van oordeel dat de notaris zich onvoldoende heeft verantwoord over de wijze waarop het levenstestament van de vader van klaagster tot stand is gekomen. Hij heeft onvoldoende concrete informatie verstrekt en zich, door niet te verschijnen op de mondelinge behandeling, onttrokken aan de mogelijkheid voor de kamer om hem hierover te bevragen. De kamer vindt dat de notaris onvoldoende blijk heeft gegeven van een professionele houding zoals die van een notaris in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht. Het tuchtrecht is een onlosmakelijk onderdeel van het uitoefenen van het ambt van notaris en van de notaris mag worden verwacht dat hij zich op professionele en zakelijke wijze verantwoordt over een klacht.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447724 / KL RK 25-20

    De notaris had op basis van de feiten en omstandigheden gerede twijfel moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van betrokkene. Zij had zorgvuldiger moeten omgaan met het verzoek tot het doorvoeren van een ingrijpende wijziging van het pas vier maanden oude levenstestament van betrokkene. Dit heeft zij niet gedaan, de kamer acht de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/439464 KL RK 24-100 C/05/439466 KL RK 24-101

    De klacht heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater door de kandidaat-notaris en notaris. Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat 1) zij meerdere fouten heeft gemaakt bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater 2) dat de notaris en kandidaat-notaris ernstig tekort zijn geschoten in hun communicatie met klaagster en de zoon. 3) de notarissen niet de benodigde zorgvuldigheid hebben betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater.De kamer oordeelt dat klaagster een redelijk belang heeft bij klachtonderdelen 1) en 3), aangezien klaagster versterferfgenaam, legitimaris en legataris is en zij recht heeft op uitkering van haar legitieme portie en belang heeft bij een correcte berekening van de nalatenschap. Voor wat betreft klachtonderdeel 2) stelt de kamer vast dat de kandidaat-notaris als beheersexecuteur uitsluitend gehouden is rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. De zoon is de enig erfgenaam en klaagster beschikt niet over een volmacht van de zoon om namens hem een klacht in te dienen. De kamer verklaart klaagster daarom niet-ontvankelijk bij klachtonderdeel 2), behoudens voor zover hierin aan de orde wordt gesteld dat de notaris heeft toegezegd om (dossier)onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van erflater. Van een notaris mag worden verwacht dat hij kennis neemt van de inhoud van de aan hem gerichte correspondentie en daar zo nodig deugdelijk en tijdig op reageert. De kamer is van oordeel dat de notaris de vraag van klaagster niet inhoudelijk onbeantwoord had mogen laten. De notaris heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klaagster en zijn zorgplicht onvoldoende in acht genomen. Gelet op het voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel gegrond verklaren.De kamer concludeert dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er ten tijde van de bezoeken van de kandidaat-notaris sprake was van wilsonbekwaamheid bij erflater en oordeelt dat de kandidaat-notaris zorgvuldig heeft gehandeld door de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen op basis van haar eigen waarnemingen. De kamer verklaart klachtonderdeel 3) ongegrond.De notaris heeft ter zitting aangevoerd dat hij op kantoor de nodige noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om de geconstateerde knelpunten aan te pakken.Gezien deze inspanningen en de genomen stappen acht de kamer het niet nodig om een verdere maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 762328 / NT 25-2

    De kandidaat-notaris heeft voldoende haar best gedaan om een voorstel op te stellen waar alle drie de kinderen zich in zouden kunnen vinden. Dat daarbij enigszins van een (mogelijk) aanvankelijk uitgangspunt, te weten de wens om € 50.000,- op de rekening van moeder beschikbaar te houden, is afgeweken, maakt nog niet dat de belangen van moeder niet in acht zijn genomen. De kandidaat-notaris heeft voldoende toegelicht hoe - op andere wijze – de financiële positie van moeder was geborgd. Daarbij komt dat de voorstellen van de kandidaat-notaris werden gedaan in het kader van een onderhandelingsproces en hoe dan ook eerst aan de kinderen ter goedkeuring werden voorgelegd. Voor zover klaagster de kandidaat-notaris verwijt dat zij heeft nagelaten om hypothecaire zekerheid te vestigen ontbeert de klacht feitelijke grondslag alleen al omdat die zekerheid wel is gevestigd.Gelet op het voorgaande oordeelt de kamer dat deze klachtonderdelen ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 765132 / NT 25-6

    Dat de notaris heeft gemeend zijn dienstverlening te moeten weigeren vanwege de afhankelijkheid van de vrouw en haar juridische onkunde valt evenwel niet te rijmen met wat de notaris overigens over het verloop van de bespreking heeft verklaard. De notaris heeft ter zitting namelijk ook verklaard dat hij (uiteindelijk) de indruk had dat de vrouw van klager zich vrij voelde om antwoord te geven op de vragen van de notaris. Zo voelde zij zich – in de bewoordingen van de notaris – frank en vrij om haar voorkeur uit te spreken voor de toepasselijkheid van islamitisch recht op het huwelijkse vermogen. Daarbij komt dat ook volgens klager de vrouw de uitleg van de notaris goed begreep en duidelijk was in haar wensen. Gezien deze tegenstrijdigheid in de verklaringen van de notaris – en mede gelet op de verklaring van klager dat zijn vrouw af en toe vragend naar hem keek, maar dat dat was omdat zij de vertaling van de Syrische tolk niet begreep – is de kamer onvoldoende gebleken dat bij de vrouw daadwerkelijk sprake was van afhankelijkheid en onkunde, en dus dat de notaris een gegronde reden had om wegens afhankelijkheid of onkunde van de vrouw zijn dienstverlening te weigeren.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 747578 / NT 24-7

    Vast staat dat klaagster pas op die dag, één dag voor de geplande passeerdatum, de kandidaat-notaris heeft ingelicht over het vruchtgebruik van het legaat en dat op dat moment geen toestemming van de dochters van erflater was verkregen voor vervreemding van de woning. Niet alleen heeft klaagster nagelaten de kandidaat-notaris tijdig over het vruchtgebruik van het legaat te informeren, maar ook informatie dat de dochters van erflater nog geen toestemming voor de levering van de woning hadden gegeven heeft zij niet tijdig aan de kandidaat-notaris verstrekt.Dat de kandidaat-notaris vervolgens heeft geoordeeld dat hij - gelet op de belangen van de blooteigenaren van het legaat en de onzekere (juridische) situatie - zekerheidshalve toestemming van de dochters van erflater wilde verkrijgen vóór het passeren van de leveringsakte, en daarom de passeerdatum van de leveringsakte heeft uitgesteld, is naar het oordeel van de kamer - gelet op het vorenstaande - niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De kamer acht de klacht daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 756224 / NT 24-33 756225 / NT 24-34

    Het kennelijke verwijt van klaagster dat de kandidaat-notarissen hadden moeten waarschuwen voor de nadelige gevolgen van het verzoek om toestemming aan de gemeente is naar het oordeel van de kamer ongegrond. Dat de gemeente een onderzoek heeft verricht naar het gebruik van het adres [adres 3] (welk gebruik mogelijk niet in overeenstemming was met de bestemming) is niet een voorzienbaar gevolg van het vragen van de wettelijk vereiste toestemming aan de gemeente geweest. Ook het gevolg, dat klaagster in december 2022 een besluit van de gemeente heeft ontvangen waarin de bestemming van [adres 3] is gewijzigd naar bedrijfsmatige bestemming, zoals zij ter zitting heeft verklaard, is een omstandigheid die niet was te voorzien en evenmin de kandidaat-notarissen kan worden verweten. Niet gebleken is dat de kandidaat-notarissen tekort zijn geschoten in hun zorgplicht jegens klaagster. De kandidaat-notarissen hebben zich professioneel richting klaagster gedragen. De kandidaat-notarissen hebben gedaan wat zij bij de uitvoering van hun opdracht behoorden te doen en daarbij klaagster bij herhaling op correcte wijze geïnformeerd over het dossierverloop. Ook hebben zij klaagster uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, waar zij overigens niet op in is gegaan.Gelet op het vorenstaande acht de kamer de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760313 / NT 24-47

    Van een (kandidaat-)notaris die een opdracht tot het indienen van een (eenvoudige) aangifte erfbelasting ontvangt, mag worden verwacht dat hij deze aangifte op juiste wijze invult en indient en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend handelt. Uit het voorgaande volgt dat de kandidaat-notaris aan een en ander niet heeft voldaan. Nergens blijkt dat de kandidaat-notaris een complete aangifte heeft ingediend en klager ook adequaat heeft geïnformeerd. Zorgvuldigheid is één van de kernwaarden van het notariaat en de kandidaat-notaris heeft deze bij voortduring geschonden. De kamer neemt bij de bepaling van soort en hoogte van de maatregel in aanmerking dat de kandidaat-notaris sinds mei 2022 faalt in de dienstverlening richting klager. De kandidaat-notaris heeft klager gedurende bijna drie jaar in het ongewisse gelaten door niet, te laat of niet naar behoren te reageren op correspondentie en/of telefoontjes van klager en de aangifte erfbelasting op zijn beloop te laten. (...) De incomplete en niet tijdige aangifte kan aanmerkelijke financiële consequenties voor erflaters hebben. De kamer acht daarom - mede gelet op het feit dat de kandidaat-notaris geen tuchtrechtelijk verleden heeft - de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45

    Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46

    De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17

    Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-44 en 24-54

    [A] heeft achteraf vernomen dat de door haar gehouden aandelen in zowel [G] als in [F] aan [B] zijn geleverd door twee akten van levering die door de notaris zijn gepasseerd. [A] was hiervan niet op de hoogte. Verder wordt de notaris verweten dat er zonder dat klaagster daarvan in kennis is gesteld een nieuwe gewijzigde koopoptie tot stand is gekomen waarin ten aanzien van het kantoorpand is bepaald dat klaagster aan vader en moeder een voorkeursrecht c.q. koopoptie verleent met betrekking tot het pand. Beide klachten zijn gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-8

    Klager verwijt de notaris nalatig handelen. De notaris heeft vooraf de betaling toegezegd, hij heeft vervolgens bij het passeren gebruik gemaakt van de royementsvolmacht waarvoor betaling uitdrukkelijk als voorwaarde was gesteld, maar heeft gedurende al meer dan drie maanden niet uitbetaald en ook niet gereageerd op de brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager. Vast staat dat klager een directe aanspraak had op uitbetaling door de notaris van het bedrag aan de deurwaarder en dat de notaris dit zonder grond niet tijdig heeft betaald. Door dit nalaten en het niet adequaat reageren op brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager, heeft de notaris onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klager. Hij heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een notaris verwacht mag worden. De klacht is gegrond. In eerdere klachten zijn aan de notaris reeds de maatregelen van schorsing opgelegd voor respectievelijk één week, vier weken en één maand (in 2014, 2015 en 2019). De laatst opgelegde schorsing is weliswaar zes jaar geleden, maar de kamer constateert dat ook aan de eerdere klachtprocedures, het stelselmatig niet reageren ten grondslag lag. Er is dus sprake van een patroon van niet reageren. Het vertrouwen in het notariaat is hierdoor geschaad. De kamer legt de notaris de maatregel van schorsing voor de duur van zes weken op.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/10

    Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van erflaters nalatenschap. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft het proces van afwikkeling van erflaters nalatenschap namelijk onvoldoende bewaakt, onvoldoende gecommuniceerd en daarbij onvoldoende invulling gegeven aan haar regiefunctie. Ook heeft zij slordige en vermijdbare fouten gemaakt (zoals het aanschrijven van iemand die geen erfgenaam is en diegene erflaters nalatenschap laten aanvaarden). Daarmee heeft de notaris gehandeld in strijd met haar notariële zorgplicht. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/25

    Afgifte van onjuist afschrift van testament aan erflater, die zijn testament niet meer kon vinden. Een notarieel afschrift van een akte heeft dezelfde bewijskracht als de originele akte, zodat het van groot belang is om uitermate zorgvuldig te handelen als een afschrift wordt afgegeven. Betrokkenen moeten op de juistheid van de inhoud daarvan kunnen vertrouwen. Als de handelwijze van een medewerker van een notariskantoor is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, geldt als uitgangspunt dat de betrokken (kandidaat-)notaris tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het dossier. Klacht gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/12

    Klagers 1 en 2 verwijten de notaris dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij:1. een kwalitatieve verplichting in een splitsingsakte heeft opgenomen die in strijd is met artikel 6:252 lid 1 BW;2. deze verplichting vervolgens niet heeft opgenomen in de door hem verleden leveringsaktes. Klager 2 wordt niet ontvankelijk verklaard in de klacht, omdat hij deze niet tijdig heeft ingediend. De klacht van klager 1 wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/05 en 06

    Klager is bij arrest veroordeeld om mee te werken aan de doorhaling van het/de ten behoeve van klaagster gevestigde hypotheekrecht(en). De toegevoegd notaris en de notaris hebben werkzaamheden verricht ten behoeve van de doorhaling. Klagers verwijten de notarissen dat zij daarbij hebben gehandeld in strijd met diverse op hen rustende plichten. De klachten worden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/32 en SHE/2025/08

    De klacht gaat over de verkoop en economische levering van het appartement van klagers moeder in 2016 en het in 2017 gepasseerde levenstestament van klagers moeder. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat de klacht te laat is ingediend en heeft de klacht daarom wegens niet-ontvankelijkheid terstond afgewezen (SHE/2024/32). Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dit verzet ongegrond verklaard (SHE/2025/8).

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:21 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-23

    De notaris heeft onderzocht en mocht op grond van dat onderzoek aannemen dat het besluit van de algemene ledenvergadering van de VvE om het B-gebied te kopen rechtsgeldig was genomen, namelijk in het kader van het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de eigenaars en met een versterkte meerderheid. De notaris was daarmee gehouden de door de VvE verlangde werkzaamheden uit te voeren. Dat klaagster het niet met de koop eens was maakt dat niet anders. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:22 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-27 en 25-28

    De VvE had bezwaar tegen de levering van het appartementsrecht, omdat de (voormalig) eigenaar haar verantwoordelijkheid voor realisatie en kwaliteit van de gemeenschappelijke gedeelten van het appartementsgebouw ontliep. Daardoor kan de VvE niet voor elkaar krijgen dat het appartementsgebouw voldoet aan vergunnings- en bouwvoorschriften en verzekerd is bij brand, terwijl zij wel verantwoordelijk is voor gemeenschappelijke gedeelten. Dergelijke problemen tussen een VvE en appartementseigenaren enerzijds en verkopend/voormalig appartementseigenaren anderzijds ontslaan een notaris echter niet van de verplichting ministerie te verlenen wanneer koper en verkoper van een appartementsrecht levering wensen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:23 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-19

    Klaagster verwijt de toegevoegd notaris dat hij niet (tijdig) heeft gecommuniceerd over het eindigen van zijn hoedanigheid van executeur. De toegevoegd notaris is overgegaan tot verdeling van de nalatenschap, zonder de erfgenamen daarbij te informeren over de (restant)vordering van klaagster. Verder verwijt klaagster de toegevoegd notaris dat hij niet voldaan heeft aan de verplichting tot betaling van een bedrag van € 1.325,- aan overeengekomen schadevergoeding.De kamer is van oordeel dat de toegevoegd notaris zonder dat eerst vereffening van de boedel had plaatsgevonden niet mocht overgaan tot verdeling. Hij was immers op de hoogte van een geschil met een schuldeiser van de boedel over het bestaan en de hoogte van haar beweerde vordering. Dit klachtonderdeel is gegrond met oplegging van de maatregel van berisping. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:24 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-29, 25-30, 25-50 en 25-51

    Klager heeft de klacht ingediend namens een aantal kerkgenootschappen, twee stichtingen en zichzelf. De kandidaat-notaris heeft als waarnemer van de notaris een verklaring van erfrecht opgesteld. De notaris is in het boedelregister ingeschreven als betrokken notaris.Bij de beoordeling van de klachten geldt dat klager stelt te handelen namens een kerkgenootschap als bedoeld in art. 2:2 van het Burgerlijk Wetboek. Klager treedt niet op als schuldeiser of namens een schuldeiser, maar als/namens een erfgenaam. Hij heeft erkend dat erflaatster geen testament heeft gemaakt. Sprake zou zijn van een intern erfgenaamschap. De klacht is op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-9

    Klaagster verwijt de notaris dat hij het testament van erflater niet had mogen passeren. Hij is daarbij tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht c.q. zorgplicht door na te laten op zorgvuldige wijze de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen, alsmede te beoordelen of sprake was van vrije wilsvorming.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2025:20 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-60

    Klaagster verwijt de notaris dat hij tijdens een bespreking in aanwezigheid van de kopers de verdeling van de verkoopopbrengst tussen klaagster en de man aan de orde heeft gesteld. Voldoende staat vast dat de notaris tijdens de passeerafspraak in bijzijn van de kopers heeft opgemerkt dat er sprake was van “een issue met de afrekening”. Onenigheid tussen de verkopers onderling regardeerde de kopers niet en was ook niet op enige wijze van belang voor de transactie tussen kopers en verkopers. Door zijn opmerking daarover heeft de notaris zijn geheimhoudingsplicht geschonden. De klacht is gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • Samenlevingscontract opgesteld in 2006, klacht te laat (ond. 1) Novitaris arrest is van toepassing, notaris moet rekening houden met belangen derden. Vordering dochters op nalatenschap vader moet eerst worden vastgesteld alvorens tot afwikkeling van die nalatenschap kan worden overgegaan vwb klaagster. Indien nu al wordt afgewikkeld, worden de rechten van de dochters (derden) mogelijk geschaad. Notaris geeft terecht geen second opinion in zaak van collega’s binnen hetzelfde kantoor.Geen enkele aanleiding noch onderbouwing om aan te nemen dat geheimhoudingsplicht is geschonden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:29 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/442585 / KL RK 24-151

    Notaris heeft stemmen van huurders over de aansluiting op een warmtenet geteld en waarnemingen vastgelegd in een proces-verbaalakte. De kamer oordeelt dat de huurders belanghebbenden zijn en dat de notaris de opdracht correct heeft uitgevoerd. De notaris hoefde geen draagvlakmeting te houden onder de huurders, of te onderzoeken of de criteria klopten die de verhuurder gaf. De proces-verbaalakte had explicieter moeten vermelden welke informatie van de verhuurder kwam, maar de kamer acht dit niet klachtwaardig. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:30 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/o5/445223 / KL RK 24-178

    Klager is belanghebbende, omdat hij is onterfd. De notaris heeft het concept testament naar de bewindvoerder van erflaatster verzonden op haar verzoek. De geheimhoudingsplicht mag enkel in uitzonderlijke gevallen mogen doorbroken. Eén van deze gevallen is dat de geheimhoudersinformatie op verzoek van of met toestemming van een betrokken partij. De notaris heeft het concept testament op verzoek van erflaatster aan haar bewindvoerder verzonden.Klager stelt zich daarnaast op het standpunt dat erflaatster niet wilsbekwaam genoeg was om deze toestemming te verlenen. De notaris had geen aanleiding op grond waarvan hij gerede twijfel moest hebben aan de wilsbekwaamheid van erflaatster. Door klager is dit standpunt niet nader onderbouwd. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443717 / KL RK 24-164 C/05/443718 / KL RK 24-165

    Klager verwijt de notaris en kandidaat-notaris dat zij ten onrechte hebben meegewerkt aan een executie veiling. De kamer oordeelt dat de klacht buiten de klachttermijn is ingediend en dus te laat is. Klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/445218 / KL RK 24-177

    Notariële kernwaarden al onafhankelijkheid, onpartijdigheid, zorgvuldigheid en integriteit zijn door de notaris geschonden. De notaris heeft kennelijk op een aantal punten het belang van de man boven het belang van klaagster gesteld, zij heeft onvoldoende professionele afstand tot het dossier gehouden en de belangen van klaagster onvoldoende in acht genomen. Van een notaris wordt verwacht dat deze zich van meet af aan een beeld vormt van de belangen van beide partijen en daar naar handelt.Een berisping is de enige passende en geboden maatregel.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449794 / KL RK 25-51

    Klagers verwijten de notaris dat hij de op zijn derdengeldenrekening gestorte waarborgsom onrechtmatig onder zich houdt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450201 / KL RK 25-59

    De kernvraag in deze zaak is of de notaris had moeten weten dat klager een belang had bij het passeren van de hypotheekakte van 24 juli 2024 en de akte van levering van 20 november 2024 en of de notaris daarvoor ook toestemming nodig had van klager. Het antwoord op deze vraag is nee. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 768880 / NT 25-16

    Het eerste klachtonderdeel ziet op het partijdig handelen van de notaris door (opnieuw) een verklaring af te leggen ten gunste van de zuster van klagers. Er speelt tussen klagers en hun zuster een discussie over de onroerende zaak ten aanzien van het punt of deze gesplitst of in delen kan worden verkocht, of als één geheel. De notaris heeft zich in deze discussie gemengd en, op verzoek van mr. [P], in zijn e-mail van 7 april 2025 een verklaring afgelegd ten gunste van de zuster van klagers (en ten nadele van klagers).Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers. Klagers menen dat zij, ondanks het eerdere oordeel van de kamer op dit punt (ECLI:NL:TNORAMS:2024:13), ontvankelijk zijn in dit klachtonderdeel. (...) De gedragingen waar het om gaat vonden plaats tijdens de zitting bij de kantonrechter toen de notaris stelde dat de gemachtigde van klagers ‘constant aan het liegen en bedriegen’ is. Hij heeft deze grievende uitlating later herhaald.De kamer is van oordeel dat deze verklaring niet zodanig afwijkt van hetgeen in het proces-verbaal van de zitting bij het hof is opgenomen, dat gezegd kan worden dat de verklaring onjuist is en/of dat sprake is van partijdig handelen van de notaris. (...)Het tweede klachtonderdeel ziet op de gedragingen van de notaris jegens de gemachtigde van klagers tijdens de zitting bij de kantonrechter. Het gaat daarbij om de uitlating van de notaris dat de gemachtigde ‘constant aan het liegen en bedriegen is’. De kamer neemt aan dat deze bewoordingen door de notaris zijn gebezigd met uitzondering van het woord ‘constant’, een en ander gelet op de inhoud van het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter. De kamer is van oordeel dat de notaris de gemachtigde daarmee op ongepaste wijze heeft bejegend. Het gebruik van dergelijke diffamerende bewoordingen is niet passend voor een notaris. De kamer acht het tweede klachtonderdeel dan ook gegrond, zij het dat de kamer voor oplegging van een maatregel geen aanleiding ziet.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 767519 / NT 25-13 767521 / NT 25-14

    Klager meent dat de kandidaat-notaris geen afschrift van het testament van erflaatster had mogen afgeven ten behoeve van de broer en zus van klager. Het testament geeft namelijk onvoldoende duidelijkheid om vast te stellen dat de persoon of personen die een kopie van het testament opvragen ook erfgenamen zijn. Daarnaast is het afgegeven afschrift van het testament een manipulatie, aldus klager. Klager verwijt bovengenoemd handelen ook de notaris omdat de kandidaat-notaris onder zijn verantwoordelijkheid valt en hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd. De kamer acht beide klachtonderdelen ongegrond. De notarissen zijn niet verplicht aan klager verantwoording af te leggen over hun handelwijze. De notarissen wijzen er terecht op dat zij op grond van artikel 49 Wna verplicht zijn een afschrift van een testament te verstrekken aan degenen die een recht aan de akte kunnen ontlenen. De notarissen hebben daarbij toegelicht dat nooit zomaar een afschrift van een testament wordt afgegeven. Als een dergelijk verzoek wordt gedaan, wordt altijd gecontroleerd of de persoon die zich meldt recht heeft op een afschrift, waarna deze persoon wordt geïdentificeerd. De klacht dat het door de kandidaat-notaris afgegeven afschrift een manipulatie betreft berust op een misvatting van klager. De kandidaat-notaris heeft het afschrift volgens de geldende wetgeving afgegeven en niet klachtwaardig gehandeld. Omdat de kandidaat-notaris geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 763518 / NT 25-3 766112 / NT 25-7 769709 / NT 25-18

    Klager heeft zeven klachten ingediend: klacht 1 ziet op de gang van zaken na het overlijden van erflaatster, klacht 2 op de wilsbekwaamheid van erflaatster ten tijde van het opstellen van het testament in 2018, klacht 3 op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater in 2014, klacht 4 op het opstellen van de (oudere) testamenten van erflater en erflaatster in 2008, klacht 5 op de partijdigheid van de notaris, klacht 6 betreft schending van het beroepsgeheim en klacht 7 betreft een algemene klacht over de notaris. De kamer voor het notariaat verklaart de klachtonderdelen 3 en 4 niet-ontvankelijk en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/443160 / KL RK 24-157

    De notaris had het stappenplan wilsbekwaamheid moeten volgen, gelet op de aanwezige indicatoren voor gerede twijfel over de vraag of erflaatster wilsbekwaam was (hoge leeftijd, onderbewindstelling en vastgestelde symptomen die kunnen wijzen op dementie). Ook onvoldoende gedaan om uit te sluiten dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door de zus van klaagsters bij de wijziging van haar testament. Deze zus woonde bij erflaatster in, heeft een partijverklaring overgelegd over de wilsbekwaamheid van erflaatster en zij ontving grote geldbedragen van erflaatster. De notaris heeft geen waarborg ingebouwd om te voorkomen dat erflaatster ongewenst werd beïnvloed door zus bij de wijziging van het testament, ten gunste van de zus. De kamer oordeelt de klacht gegrond en legt aan de notaris een berisping op.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/24

    De moeder van klager heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van de notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. Na moeders overlijden heeft deze kandidaat-notaris de benoeming aanvaard en meteen daarna een andere executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar plaats gesteld. Klager verwijt (het kantoor van) de notaris betrokken te zijn bij deze onrechtmatige en onredelijke indeplaatsstelling.De kamer heeft de klacht tegen het notariskantoor niet-ontvankelijk verklaard. De klacht tegen de notaris is gegrond verklaard voor zover het gaat om de schending van haar zorgplicht tegenover klager en het onvoldoende bewaken van haar onafhankelijke positie. Aan de notaris wordt een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 771320 / NT 25-20

    Klager verwijt de notaris dat zij geen uitleg heeft gegeven over de verklaring van erfrecht en over de boedelvolmacht [klacht 1] en de verklaring vervolgens onjuist heeft opgesteld door hierin tegen de wil van klager een volledige boedelvolmacht aan zijn zuster op te nemen [klacht 2]. De notaris heeft daarna niet tijdig en/of adequaat gereageerd toen de fout in de verklaring van erfrecht aan het licht kwam [klacht 3].Partijen verschillen van mening over hetgeen is besproken over (de gevolgen van) de boedelvolmacht en de verklaring van erfrecht. Hierdoor kan de kamer niet vaststellen dat de notaris klager (en zijn zuster) al dan niet (voldoende) heeft geïnformeerd. Wat van de inhoud van de bespreking ook zij, dit heeft er niet toe geleid dat klager geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken over het al dan niet verlenen van een boedelvolmacht aan zijn zuster. (...) Dit klachtonderdeel is ongegrond.De kamer ziet vanwege de inhoudelijk samenhang aanleiding de klachtonderdelen 2 en 3 gezamenlijk te behandelen. De zorgplicht van een notaris brengt mee dat hij of zij met inachtneming van de belangen van alle betrokken partijen de rechtszekerheid dient te waarborgen. Hieruit vloeit voort dat een notaris geen akten opmaakt zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek te verrichten. (...) De notaris had voorafgaand aan het passeren deze akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de notaris dat zij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. (...) De notaris heeft verder niet overtuigend laten zien dat zij na ontdekking van de fout adequaat heeft gehandeld om de fout te herstellen. Het had op de weg van de notaris gelegen om direct te reageren op het telefonische verzoek van klager om de akte te rectificeren en daarmee niet twee dagen te wachten. (...) Deze klachtonderdelen zijn dan ook gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 766926 / NT 25-9

    De klachtonderdelen [1 en 2] draaien om de volgende vragen: heeft de notaris ten onrechte nagelaten een nader onderzoek in te stellen naar de ABC-transactie en was er sprake van gegronde redenen op grond waarvan de notaris zijn dienst had moeten weigeren? (...) Nu de notaris dit alles heeft nagelaten, acht de kamer de klachtonderdelen 1 en 2 gegrond. (...) Ter zitting is duidelijk geworden dat de bankgarantie voor de levering A-B in het geheel niet is verstrekt, terwijl de makelaar hiertoe op grond van de koopovereenkomst A-B wel verplicht was [klacht 3]. (...) De kamer is van oordeel dat het feit dat de notaris(klerk) heeft nagelaten de bankgarantie onmiddellijk na ontvangst op of omstreeks 3 april 2023 te controleren, en de onjuistheid daarvan tijdig bij klagers te signaleren, de notaris tuchtrechtelijk te verwijten valt. Van een notaris mag immers worden verwacht dat hij de nakoming van een koopovereenkomst op het punt van door de koper onder hem te stellen zekerheid controleert. (...) De kamer acht klachtonderdeel 3 daarom ook gegrond. (...) Per e-mail van 1 februari 2024 heeft de gemachtigde van klagers de notaris verzocht om een inhoudelijke reactie op de gang van zaken. In diezelfde e-mail heeft de gemachtigde van klagers gevraagd of de bankgarantie voor de levering A-B al dan niet was verstrekt en of de notaris onderzoek had gedaan naar de ABC-transactie. (...) De kamer verwijst naar hetgeen hiervoor is vermeld onder 5.7 over de verantwoordelijkheid van de notaris voor het handelen van de notarisklerk. Doordat de notaris(klerk) niet tijdig noch inhoudelijk adequaat heeft gereageerd, heeft de notaris klagers lange tijd in het ongewisse gelaten. Daarbij komt dat de inhoud van het verzoek van de gemachtigde van klagers nu juist zag op de bankgarantie voor de levering A-B en hier een evidente fout mee is gemaakt. De kamer constateert dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en acht klachtonderdeel 5 derhalve eveneens gegrond. (...) De notaris heeft, zonder aanvullend onderzoek, meegewerkt aan een ABC-transactie waarbij op korte termijn winst werd gemaakt door de bij de transacties betrokken makelaar terwijl hij wist, althans had moeten weten dat dergelijke transacties onder een vergrootglas liggen. Bovendien is het wel of niet verstrekt zijn van een bankgarantie ten behoeve van de transactie A-B niet onderzocht en is onvoldoende adequaat gereageerd op vragen van klagers. De kamer is van oordeel dat de notaris op meerdere onderdelen tekort geschoten is in de op hem rustende onderzoeks- en zorgplicht jegens klagers en acht de maatregel van berisping daarom passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/16

    Vanuit Nederland naar België geëmigreerde klagers vragen advies over wijziging van hun testamenten. Notaris adviseert hen daarover (ook) contact op te nemen met een notaris in België. Klacht over ontbreken van vereiste kennis en kunde en declaratie wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/28

    De klagers (dochter en zoon van erflater en tweede echtgenote van erflater) verlenen volmacht aan de notaris voor lichte vereffening van positieve nalatenschap en afwikkeling van beperkte gemeenschap van goederen. Niet gebleken dat zaak ingewikkeld was of dat sprake was van (langdurige) onenigheid of gevoeligheid. De notaris is tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor de werkzaamheden die zijn medewerkers in dit dossier hebben verricht. Klacht (gedeeltelijk) gegrond: - onvoldoende zorgvuldig gehandeld bij (beoogde) terugbetaling van onverschuldigd betaalde overlijdensuitkering aan de werkgever van erflater en onvoldoende communicatie daarover met de klagers; - excessief declareren door een aanzienlijk aantal werkzaamheden dubbel (en soms driedubbel) in rekening te brengen; - schending zorgplicht door klagers een betalingstermijn van slechts zeven dagen te geven om de (buiten hun schuld en medeweten) ontstane betalingsachterstand te voldoen, waarbij is gedreigd met het nemen van stappen om openstaande facturen te incasseren; - moeizame overdracht van het dossier nadat de klagers hun volmachten hadden ingetrokken. Berisping en besluit tot openbaarheid van de maatregel met proceskostenveroordeling.