We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-50 van de 3022 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/65

    De ouders van de klaagster hebben hun (levens)testamenten gewijzigd. De kandidaat-notaris heeft deze (levens)testamenten gepasseerd. De klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat hij:1) onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van de ouders;2) haar niet wil uitleggen op welke manier hij de wilsbekwaamheid van de ouders heeft beoordeeld. Volgens de klaagster beroept de kandidaat-notaris zich daarbij ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht.De kamer heeft klachtonderdeel 1 ongegrond verklaard en klachtonderdeel 2 gegrond. De kandidaat-notaris heeft de vragen van de klaagster over de gang van zaken rondom de totstandkoming van de (levens)testamenten van de ouders en over de wijze waarop hij zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van de ouders, niet beantwoord. Daarmee heeft de kandidaat-notaris de klaagster, die een redelijk belang heeft bij de beantwoording van die vragen, gedwongen deze klacht in te dienen om hem tot spreken te bewegen. Aan de kandidaat-notaris wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/33

    Klacht van fiscalist/executeur over de afwikkeling van de beëindiging van haar samenwerking met de notaris, waarover zij een geschil hebben. De civiele rechter heeft de notaris veroordeeld om mee te werken aan het accountantsonderzoek dat in hun samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd, maar de notaris weigert (volledige) medewerking met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht. Het ontvankelijkheidsverweer dat de klacht geen (voldoende) verband houdt met de notariële hoedanigheid wordt verworpen omdat de geheimhoudingsplicht per definitie verband houdt met de hoedanigheid van notaris. In verband met de afgeleide geheimhoudingsplicht van een accountant oordeelt de kamer dat de notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen. Van een notaris mag worden verwacht dat hij zich bewust is van de omvang van zijn geheimhoudingsplicht. De kamer rekent het de notaris aan dat hij voorafgaand aan de samenwerking met de klaagster een afspraak heeft gemaakt over de accountantscontrole en dat hij zich na de verbreking van de samenwerking bij nader inzien alsnog jarenlang op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen zonder vervolgens (aantoonbaar) te verifiëren of dit terecht was en/of zich voldoende in te spannen om naar mogelijkheden te zoeken om op een andere wijze invulling te geven aan de gemaakte afspraak. Door de in de beslissing omschreven gang van zaken en met name het herhaaldelijk niet nakomen van gedane toezeggingen, heeft de notaris het vertrouwen geschaad dat de klaagster in hem als notaris had. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/459357 KL RK 25-159

    Klacht is te laat ingediend, ook al gaat het maar om 5 dagen. De vervaltermijn is een harde grens. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/50

    Afwikkeling nalatenschap. De klager is executeur-afwikkelingsbewindvoerder en bevoegd om de verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen. Zijn broer en zus – die allebei in het buitenland wonen – waren het ermee eens dat de nagelaten woning aan de klager werd toegedeeld. De kandidaat-notaris wilde eerst controleren of de broer en de zus bevoegd waren om de nalatenschap te aanvaarden, voordat zij de akte van verdeling wilde passeren. Daarom heeft zij een volmacht aan de broer en de zus gestuurd, maar volgens de klager was dat niet nodig. Klacht gedeeltelijk gegrond (zonder oplegging van een maatregel) omdat de kandidaat-notaris duidelijker met de klager had moeten communiceren. Overige klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/457736 KL RK 25-134 en C/05/457737 KL RK 25-135

    De vraag speelt of en aan wie de bankgarantie moet worden uitgekeerd bij ontbinding van de koop van een woning. Klager vindt dat de (kandidaat-)notaris het bedrag aan hem als verkopende partij had moeten uitkeren. De kamer overweegt dat in de koopovereenkomst tussen klager en de koopovereenkomst is opgenomen dat de bankgarantie niet wordt uitgekeerd zonder dat sprake is van een eensluidende betalingsopdracht van partijen. De (kandidaat-)notaris heeft aan die bepaling voldaan, hem valt dus geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-74

    Klacht over de afwikkeling van een nalatenschap. Klager verwijt de notaris onvoldoende regie en dossiervorming bij een afvullegaat, schending van de waarschuwingsplicht, onzorgvuldig handelen met betrekking tot het huwelijksvermogensregime en het koppelen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding aan betaling van een declaratie. De kamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:12 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-77

    De notaris en zijn medewerkers hebben nagelaten hun wettelijke onderzoeksplicht zorgvuldig uit te voeren en klager als mede-eigenaar en eerste geldnemer niet betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en afronding van de akte van herfinanciering. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft een fout gemaakt, maar deze direct erkend en zich ingespannen om tot een oplossing te komen. De kamer ziet mede gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder de rol van klager en diens broer bij het voortbestaan van onjuiste kadastrale gegevens, geen aanleiding een tuchtrechtelijke maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-4

    De kern van de klacht is dat de notaris klaagster niet meteen heeft geïnformeerd dat de waarborgsom/bankgarantie niet was gesteld. De kamer oordeelt dat de door de notaris gemaakte fout onvoldoende ernstig is om tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aan te nemen. Daarbij weegt mee dat de notaris de fout direct heeft erkend en zich heeft ingespannen om het leveringsproces voortvarend te laten verlopen. De nadien ontstane vertraging lag buiten de risicosfeer van de notaris. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452082 KL RK 25-81

    Klaagster verwijt de notaris (1) dat hij het testament van vader niet had mogen passeren aangezien vader onder druk is gezet door zijn dochter, (2) dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van vader ten tijde van het passeren van het testament en (3) dat de notaris heeft gefaald als toezichthouder op moeder als executeur in de nalatenschap van vader. De kamer is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat vader in een zodanige toestand verkeerde dat hij niet in staat was om zijn wil te bepalen en evenmin dat hij onder druk is gezet door (een) derde(n). De notaris was bewust van beginnend Alzheimer bij vader en er was volgens de notaris geen aanleiding om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van vader. De notaris had voorts ook geen indicatie dat sprake was van ongeoorloofde beïnvloeding door dochter van vader. Er bestaat dan ook geen aanleiding om te oordelen dat de notaris onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het controleren van de wilsbekwaamheid van vader of dat hij het testament niet had mogen passeren. De kamer stelt tot slot vast dat de notaris geen rol heeft als toezichthouder op moeder als executeur en dat hij ook niet als executeur opgetreden is. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455325 / KL RK 25-112

    klacht over advies door de kandidaat-notaris over een (levens)testament, over de wijze van communicatie door de kandidaat-notaris en over de declaratie en interne klachtafwikkeling. De kamer oordeelt dat sprake was van miscommunicatie, maar dat de kandidaat-notaris zich op dit punt heeft ingespannen en geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het gedeclareerde bedrag was tussen partijen afgesproken en heeft klager ook betaald. Voor de interne klachtafwikkeling door een collega kan de kandidaat-notaris niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Klacht deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/53

    De klager heeft zijn ex-partner geholpen met het overnemen van een woning door samen met haar een hypotheeklening aan te gaan. Het was de bedoeling dat de ex-partner de onverdeelde helft van haar woning vervolgens aan de klager zou leveren. Zo ver is het echter niet gekomen, omdat zij geen overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden waaronder de verkoop en levering moesten plaatsvinden. De klager verwijt de oud-notaris in de kern dat hij de leveringsakte niet heeft gepasseerd. Dat klachtonderdeel is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk.De klacht is gegrond voor zover de oud-notaris in de periode na 31 oktober 2022 tot medio augustus 2023 niet heeft gerappelleerd en niet actief bij de klager is nagegaan of hij en de ex-partner al overeenstemming hadden bereikt over de voorwaarden waaronder de levering gerealiseerd moest worden. Ondanks dat de eerste verantwoordelijkheid bij de klager lag om contact met de oud-notaris op te nemen, zijn er wel bijzondere omstandigheden waardoor de oud-notaris had moeten rappelleren. De klager liep immers een risico, omdat hij hoofdelijk aansprakelijk was voor de aan de woning verbonden hypotheekschuld, terwijl daar voor hem geen eigendomsrecht tegenover stond. Aan de oud-notaris wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/69

    De oom van de klager heeft zijn testament gewijzigd. De klager verwijt de notaris in de kern dat hij heeft meegewerkt aan de wijziging van het testament van de oom, zonder dat hij voldoende heeft onderzocht of de oom destijds wilsbekwaam was om deze rechtshandeling te verrichten. Ook verwijt de klager de notaris dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar plaatsvervulling en daarmee de rechtspositie van de klager. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 453198 KL RK 25-96

    De moeder van klager woont samen met haar partner. De moeder is ziek. De (toegevoegd) notaris komt aan huis om een testament en samenlevingscontract te bespreken en aansluitend te passeren. De notaris heeft voordien uitsluitend met de partner contact gehad en in het geheel niet met de moeder. De partner werd duidelijk bevoordeeld door de wijzigingen die hij zelf aan de notaris had doorgegeven. De notaris heeft onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie van de moeder en mogelijkheid dat zij onder invloed stond van haar partner. Zij heeft met haar handelen en nalaten de belangen van de moeder onvoldoende behartigd. De klacht is gegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/56 SHE/2025/49

    De voorzitter heeft de klacht van klager afgewezen (SHE/2025/49). Klachtonderdeel 1 is namelijk van onvoldoende gewicht en klachtonderdeel 2 is kennelijk niet-ontvankelijk. Dit laatste klachtonderdeel borduurt voort op de klacht in een eerdere klachtprocedure en ziet op hetzelfde feitencomplex. Klager heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gebracht. Na behandeling van een klacht door de tuchtrechter kan een latere klacht over “hetzelfde feit” niet nog eens worden behandeld (het ne-bis-in-idem-beginsel).Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2025/56).

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/61

    Vestiging van hypotheekrechten op registergoederen die door een Groninger akte waren geleverd, terwijl de ontbindende voorwaarde nog niet was vervallen. De kamer oordeelt dat de notaris in de gegeven omstandigheden onvoldoende reden had om erop te mogen vertrouwen dat de klaagster (een crowdfundingplatform) zich bewust was van het ongebruikelijke en specifieke risico dat haar investeerders 2,5 miljoen euro aan de koper leenden zonder dat daar een (onvoorwaardelijk) zekerheidsrecht tegenover stond. Onvoldoende invulling van informatie- en waarschuwingsplicht. In de hypotheekakten is ook niet vermeld dat de registergoederen onder een ontbindende voorwaarde waren geleverd, terwijl dit voor de rechtstoestand van de registergoederen van belang was. Klacht over uitbetaling van deel van geleende gelden aan de hypotheekgever in plaats van aan de verkoper, zonder te verifiëren of de klaagster daarmee instemde, ongegrond. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:46 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447262 / KL RK 25-15

    Het verzet van klager is deels gegrond verklaard ten aanzien van twee klachtonderdelen, omdat in de voorzittersbeslissing deze klachtonderdelen onjuist zijn geïnterpreteerd en daarom nog niet is beslist op de eigenlijke klacht van klaagster over onderwerpen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:10 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 454368 KL RK 25-108

    De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:9 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449356 KL RK 25-44

    Klacht deels gegrond. Aandelentransactie gebaseerd op een notariële volmacht die zag op de verkoop en het beheer van de aandelen, maar niet op de levering ervan. De notaris heeft nagelaten om contact met klager te leggen over deze aandelentransactie om te verifiëren of klager wist en begreep wat de overeenkomst inhield en wat de gevolgen voor hem waren hiervan.Door volledig te vertrouwen op de werkwijze van de hulppersonen en zelf niets te verifiëren heeft de notaris de leveringsakte van de aandelen gepasseerd zonder dat sprake was van een geldige titel voor deze overeenkomst. De kamer legt aan de notaris een berisping op voor zijn handelen.De klacht is deels niet-ontvankelijk, omdat aan de kamer is verzocht nader onderzoek te doen naar de aandelentransactie. Dit valt niet onder haar wettelijke bevoegdheden zodat de kamer dit onderdeel van de klacht niet-ontvankelijk moet verklaren.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/26, 27 en 28

    De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/21, 22 en 23

    De kamer voor het notariaat Den Haag heeft een tegen haar wrakingskamer gericht wrakingsverzoek op grond van artikel 2 lid 2 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat ter behandeling doorgeleid naar de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch.De wrakingskamer van de kamer voor het notariaat ’s-Hertogenbosch heeft het vervolgens tegen haar gerichte wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld, omdat de verzoeker evident misbruik maakt van het wrakingsinstrument, met het kennelijke doel de voortgang van de procedure te frustreren. Om die reden heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch ook bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van haar tuchtrechters niet meer in behandeling zal worden genomen.Het tegen de wrakingskamer Den Haag gerichte wrakingsverzoek is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen. Verder heeft de wrakingskamer ’s-Hertogenbosch bepaald dat ook een volgend wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer Den Haag niet meer in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van dit middel.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:6 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-37

    De klacht komt er in de kern op neer dat klaagster de notaris verwijt dat hij geen alternatieve oplossingen heeft geboden om de kadastrale registratie van de woning te wijzigen. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris niet meer gedaan dan uitvoering geven aan de vaststellingsovereenkomst en het vonnis van de voorzieningenrechter, waarbij klaagster is veroordeeld haar medewerking te verlenen aan het passeren van de akte van verdeling. Hij heeft daarbij niet in strijd gehandeld met enige tuchtnorm. De klacht is op alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:7 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-39 en 25-40

    De notarissen wordt verweten dat zij erflaatster onvoldoende hebben beschermd tegen mogelijk misbruik, hebben geweigerd correcties aan te brengen, niet hebben geluisterd naar haar wensen en de door haar verstrekte opdrachten niet hebben uitgevoerd. Daarnaast zouden zij verzoeken om rechtstreeks contact hebben genegeerd en ten onrechte onderzoek hebben gedaan naar haar wilsbekwaamheid. De kamer is van oordeel dat niet is gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de notarissen. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:8 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-48

    In de kern verwijt klager de notaris dat zij de nalatenschap van erflater niet heeft afgewikkeld en dat zij er niet voor heeft zorggedragen dat de moeder en alle erfgenamen bij elkaar zouden komen voor overleg. De kamer is van oordeel dat op geen enkel moment is gebleken dat de notaris onzorgvuldig of partijdig heeft gehandeld. Integendeel, zij heeft steeds rekening gehouden met de belangen van alle betrokkenen en hen actief geïnformeerd en begeleid en heeft zorgvuldig en bovendien voortvarend gehandeld. Evenmin is gebleken dat de notaris of haar medewerkers onvoldoende bereikbaar waren. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-36

    Klager verwijt de notaris dat zij geen maatregelen heeft genomen tegen volgens hem onterechte declaraties en belastingrente die door de overleden oud-notaris in zijn hoedanigheid van executeur in rekening waren gebracht. De kamer oordeelt dat de notaris uitsluitend als waarnemer van het protocol optrad, niet verantwoordelijk was voor het handelen van de oud-notaris en juist zorgvuldig heeft gehandeld. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-60 en 25-61

    Klager verwijt de notarissen dat zij hem onvoldoende hebben geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap, onvoldoende bereikbaar waren en niet hebben ingegrepen in het handelen van zijn zus, waardoor volgens hem schade is ontstaan. De kamer voor het notariaat oordeelt dat de notarissen uitsluitend waren belast met het opstellen van een verklaring van erfrecht en geen verantwoordelijkheid droegen voor het beheer van de nalatenschap of de communicatie tussen erfgenamen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken, zodat de klacht ongegrond is verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 775691 / NT RK 25/30 775709 / NT RK 25/31

    Klacht tegen notaris. De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen reden voor de notaris was om dienst te weigeren en de leveringsakte niet te passeren. In de eerste plaats vormt het enkele feit dat de splitsingsakte, waarnaar in de leveringsakte wordt verwezen, niet in overeenstemming is met de feitelijke situatie geen belemmering voor het passeren van de akte. (...) In de tweede plaats vormde ook het gestelde belang van klager voor de notaris geen reden om zijn dienst te weigeren en de akte niet te passeren. (...) De kamer is van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van schending van het recht van een derde. De enkele stelling van klager dat zijn belangen, en die van overige VvE-leden, waren betrokken bij de leveringsakte is onvoldoende voor het oordeel dat op de notaris een zorgplicht jegens klager rustte die hem aanleiding had moeten geven om zijn ministerie te weigeren of op te schorten. (...) Uit het voorgaande volgt dat de kamer de klacht tegen de notaris ongegrond zal verklaren.Klacht tegen kandidaat-notaris. Het is de kamer niet gebleken op welke wijze er sprake zou zijn (geweest) van belangenverstrengeling bij de kandidaat-notaris. Dat zij betrokken is geweest bij het opstellen van de akte van levering en daarmee de belangen van verkopers en koper heeft gediend, leidt niet tot belangenverstrengeling. Voor zover klager meent dat de kandidaat-notaris hem had moeten inlichten, omdat zij ook betrokken was bij de wijziging van de splitsingsakte wordt dat idee verworpen. Hiervoor is al overwogen dat de levering geen verandering heeft gebracht in de juridische positie van klager. Er was voor de kandidaat-notaris alleen al daarom geen aanleiding om klager over deze levering in te lichten. Bovendien was het de kandidaat-notaris niet toegestaan de VvE-leden, waaronder klager, te informeren over de leveringsakte, gelet op de geheimhoudingsplicht van artikel 22 Wna. De kamer zal ook deze klacht ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:6 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453866 KL RK 25-103

    De notaris heeft niet voldaan aan zijn zorg- en informatieplicht, door rode vlaggen te negeren die duiden op een ongebruikelijke transactie voor klager. De notaris had hierin een zwaarwegende zorgplicht. De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager (voldoende) heeft voorgelicht over de transacties. Bovendien heeft de notaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de ongebruikelijke transactie, waardoor hij onvoldoende informatie had om te kunnen bepalen of hij al dan niet zijn ministerie kon verlenen. Dit dient voor rekening van de notaris te blijven. De kamer beslist dat de notaris zijn ministerieplicht dus heeft geschonden. De notaris heeft bovendien niet voldaan aan zijn waarschuwingsplicht ten aanzien van het niet vestigen van een hypotheekrecht. Uit het dossier blijkt niet dat de notaris dit goed met klager heeft besproken. Er is enkel sprake van een schriftelijke constatering dat er geen hypotheekrecht wordt gevestigd en dat dit wel wordt geadviseerd door de notaris. Dat is onvoldoende.De notaris heeft bovendien onvoldoende oog gehad voor de kwetsbare positie waarin klager verkeerde en heeft geen onderzoek gedaan naar of de beoogde transacties in overeenstemming waren met de wil van klager. Bovendien had gerede twijfel moeten bestaan over de wilsbekwaamheid van klager. De notaris had klager op zijn minst onder vier ogen moeten spreken, dit heeft hij niet gedaan. De notaris heeft dus onvoldoende onderzoek gedaan naar de wilsbekwaamheid van klager.Op grond van al het voorgaande stelt de kamer ook vast dat de notaris niet onpartijdig heeft gehandeld, het dossier was onvolledig en klager is niet goed voorgelicht over de financiële gevolgen van de transactie.Voor al deze gegronde klachtonderdelen legt de kamer een berisping aan de notaris op.De klacht voor wat betreft de onjuiste en onvolledige redactie van de notariële akte is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/449604 KL RK 25-47

    Klager ontvankelijk, ondanks handelen notaris uit 2020. Uitzonderingstermijn is van toepassing.De kamer kan niet vaststellen dat de notaris klager heeft voorgelicht over het finaal verrekenbeding en op basis van welke gegevens dit geweest is. De notaris heeft verklaard geen aantekeningen te hebben gemaakt tijdens het gesprek dat hij gevoerd heeft met klager over de op te stellen samenlevingsovereenkomst. Klager was bovendien de meest vermogende partij. De notaris heeft geen vermogensoverzicht gemaakt, terwijl dit wel op zijn plek was gezien de omstandigheden. De notaris had klager schriftelijk moeten informeren over het finaal verrekenbeding zoals dit is opgenomen in de samenlevingsovereenkomst. Niet is komen vast te staan dat de notaris zijn informatieplicht op dit onderdeel heeft vervuld. De kamer legt aan de notaris de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/48

    De klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij op verzoek van een hypotheekhouder een valse verklaring heeft opgesteld over de totstandkoming van een hypotheekakte die hij heeft gepasseerd. De hypotheekhouder beroept zich op deze verklaring in een civiele procedure tegen de klager over de vraag wie recht heeft op de opbrengst van de veiling van de verhypothekeerde woning. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/450997 KL RK 25-67

    Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij onvoldoende toezicht heeft gehouden op de werkzaamheden van de klerk en hem onterecht indirect heeft beschuldigd van het geven van een opdracht aan de klerk. De kamer is het niet met klager eens en acht de klacht ongegrond. Voor zover de klacht betrekking heeft op de aankoop door zijn dochter acht de kamer de klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441385 KL RK 24-137

    Klacht ongegrond, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441386 KL RK 24-138

    De notaris had klager opmerkzaam moeten maken op de nog geldende meerwaardeclausule conform haar notariële zorgplicht. Omdat dit geen evident nadeel op heeft geleverd voor klager legt de kamer geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452755 KL RK 25-89

    Klagers hebben onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom erflater het testament taalkundig niet (voldoende) heeft kunnen begrijpen. Een beëdigde tolk is niet vereist. Klagers hebben onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat de bij de notaris bekende (gezondheids)omstandigheden van erflater aanleiding hadden moeten zijn om verder onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater te doen. Daarnaast is het testament ruim voor het overlijden van erflater gepasseerd en achtten klagers erflater kort na het passeren van het testament blijkbaar wel in staat tot het verrichten van een andere rechtshandeling. Klagers hebben onvoldoende onderbouwd waarom de notaris met de gesprekken onder vier ogen niet heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Ten slotte heeft de notaris voldoende inzichtelijk gemaakt, binnen de grenzen van zijn geheimhouding, hoe het testament tot stand is gekomen. De klacht ten aanzien van het testament is daarom ongegrond. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het levenstestament.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74

    De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 776618 / NT 25-34

    Klacht 1. De kamer is van oordeel dat de notaris tijdens de bespreking van 5 maart weliswaar heeft geprobeerd klaagster en haar moeder correct voor te lichten, maar dat de notaris niet adequaat is omgegaan met de – naar het oordeel van de kamer – duidelijk hoorbare verwarring bij klaagster. (...) Het had in de gegeven omstandigheden eerder op de weg van de notaris gelegen om klaagster en haar moeder na de bespreking schriftelijk te berichten over hetgeen besproken was en de nog door de moeder van klaagster te ondernemen stappen samen te vatten. Dit geldt vooral waar klaagster, die ook aan de notaris had duidelijk gemaakt ernstig autistisch te zijn, de notaris kort na de bespreking duidelijk heeft gemaakt een en ander niet te begrijpen en hem heeft gevraagd uit te leggen hoe de schenking van de resterende € 4.000 gerealiseerd moest worden. Dat de notaris dit heeft nagelaten, is in strijd met de op hem rustende zorgplicht en valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. Dat er uit de bespreking geen opdracht is voortgevloeid en dat de notaris geen kosten in rekening heeft gebracht, zoals door de notaris ter zitting aangevoerd, doet hier niet aan af. (...) De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook gegrond verklaren. Maatregel: berisping. Klacht 2. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij geen opdracht heeft gekregen voor de notariële boedelafwikkeling. De kamer heeft geen reden hieraan te twijfelen en klaagster heeft ook niet onderbouwd dat zij de notaris hiervoor wel opdracht heeft gegeven. Dat de notaris de boedelafwikkeling niet op zich heeft genomen, is hem daarom niet tuchtrechtelijk te verwijten. De kamer zal dit klachtonderdeel dan ook ongegrond verklaren. Klacht 3. Uit de door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht blijkt dat klaagster en haar twee broers gedrieën gezamenlijk bevoegd zijn om de goederen die behoren tot de nalatenschap van moeder te beheren en daarover te beschikken. (...) Wat zich precies bij de bank heeft afgespeeld en om welke handtekening het ging waardoor klaagster haar broers ‘vrij spel’ zou geven, is de kamer niet duidelijk geworden. Desgevraagd heeft klaagster niet kunnen uitleggen waarvoor zij destijds haar handtekening moest zetten. Nu de inhoud van de verklaring van erfrecht geen onderwerp is van de klacht en het de kamer niet is gebleken dat de notaris klaagster hierover onjuist heeft geïnformeerd, zal de kamer ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 26-9 en (eerder) 25-56

    Voorzittersbeslissing. Klacht te laat, niet-ontvankelijk. Geen nieuwe termijn voor vereffenaar. II. Verzet tegen voorzittersbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/37

    Levering woning aan klager in kader van AB-BC-transactie, die in “omgekeerde volgorde” is gepasseerd. Kandidaat-notaris heeft niet met vereiste zorgvuldigheid gehandeld door in akte van levering op te nemen dat de kosten voor rekening van koper komen, terwijl in koopovereenkomst was bepaald dat deze voor rekening van verkoper zouden komen. Ook niet naar behoren voldaan aan voorlichtingsplicht, die tot de essentie van het notariële ambt behoort en als een integraal onderdeel van het passeren van de akte moet worden beschouwd en eens te meer geldt als het gaat om een transactie die afwijkt van wat gebruikelijk is. Nu eerst de akte B-C en daarna de akte A-B is gepasseerd, hingen beide leveringen nauw met elkaar samen; als bij één van die transacties een kink in de kabel zou komen, zou dit gevolgen (kunnen) hebben voor de andere transactie. Klager hoefde daar niet op bedacht te zijn en de kandidaat-notaris wist dat B de koopsom die klager naar zijn derdengeldenrekening had overgemaakt, nodig had om op haar beurt de koopsom aan A te kunnen voldoen. Daarom is de kamer van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden op de weg van de kandidaat-notaris had gelegen om klager er voor het passeren van de akte B-C over te informeren dat die transactie onderdeel uitmaakte van een AB-BC-transactie waarbij de akten in omgekeerde volgorde werden gepasseerd. De kandidaat-notaris had de beoogde gang van zaken daarbij kunnen toelichten en klager kunnen informeren over de daaraan verbonden risico’s en de mogelijkheden om deze te ondervangen. Zulke informatie valt naar het oordeel van de kamer niet onder de geheimhoudingsplicht. Daarnaast is het de taak van de notaris om vóór de ontvangst van derdengelden zo helder mogelijk met de betrokken partijen af te spreken onder welke voorwaarden welk bedrag aan welke partij zal worden uitbetaald. Op de notaris rust een zwaarwegende zorgplicht met betrekking tot het beheer en de uitbetaling van derdengelden. Door het ontbreken van deze afspraken liepen de bij deze transactie betrokken partijen het risico dat bij een gebrek in de transactie A-B of B-C onduidelijkheid zou ontstaan over welke partij recht zou hebben op uitbetaling. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 774069 / NT 25-25 774070 / NT 25-26

    Klaagster verwijt de notaris en de kandidaat-notaris [de notarissen] onder meer dat zij klaagster - een besloten vennootschap - niet hebben geïnformeerd over de wetswijziging ten aanzien van de overdrachtsbelasting bij een zuivere juridische splitsing. Daarnaast verwijt klaagster de notarissen dat zij de vennootschap niet hebben gewezen op de fatale termijn voor het deponeren van het splitsingsvoorstel. Volgens klaagster hebben de notarissen ook onjuist - en te laat - geadviseerd over de splitsing van de vennootschap en de stappen die daarvoor nodig waren. Dat de splitsing nadrukkelijk was ingegeven door de fiscale vrijstellingsregeling, waaraan een maximale termijn is verbonden, benadrukt dat de notarissen de vennootschap tijdig hadden moeten informeren over de volgens hen benodigde stappen.Klacht tegen de notaris - ongegrond. De kandidaat-notaris heeft in deze zaak alle contacten met betrokkenen onderhouden en alle correspondentie gevoerd. (...) Naar het oordeel van de kamer kan de notaris in dit geval dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klachten tegen de kandidaat-notaris - ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:44 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/453530 KL RK 25-101

    De instemming van klager voor de verkoop en levering van een woning in een nalatenschap waarin klager erfgenaam is, is in verband met het persoonlijke faillissement van klager niet vereist. De curator treedt op in de plaats van klager. Op de notaris rustte geen verplichting om klager te informeren en de notaris mocht erop vertrouwen dat de curator zorg zou dragen voor gedegen informatievoorziening richting klager. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106

    Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42

    De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26

    De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-63 en 25-64

    De huidige klacht van klager ziet deels op dezelfde feiten en gedragingen van de notarissen als een eerdere klacht. Voor zover is de klacht niet-ontvankelijk. De resterende klachtonderdelen zien – kort gezegd – op onjuiste verklaringen en opmerkingen van de notarissen in stukken en op zittingen van de eerdere tuchtrechtelijke procedure bij kamer en gerechtshof. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-52

    De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/47

    Klagers gingen ervan uit dat zij een hypotheekrecht hadden ter verzekering van het verhaal van hun vordering uit hoofde van een geldlening. Veel later blijkt dat de (concept)hypotheekakte die zij hadden ontvangen, niet is gepasseerd. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn en verder ongegrond. Kamer doet voor het eerst een aanbeveling (voor de praktijk): “Als een (toegevoegd of kandidaat-) notaris de opdracht krijgt een akte op te stellen, verdient het in zijn algemeenheid aanbeveling om de betrokken partijen te informeren als hij/zij aan die opdracht verder geen vervolg geeft. Daarbij is het raadzaam om deze partijen ook te informeren over de reden van het sluiten van het dossier, bijvoorbeeld omdat een partij niet heeft gereageerd op het concept van de akte of omdat een partij niet alle benodigde informatie of documenten voor de akte heeft aangeleverd. Dan weten de betrokken partijen waar zij aan toe zijn.”

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/52

    Klacht niet-ontvankelijk. Hoewel het begrip “enig redelijk belang” ruim wordt uitgelegd, is de kamer van oordeel dat deze uitleg niet zo ver gaat dat ook een besloten vennootschap, die door besloten vennootschappen van (voormalige) cliënten van de notaris wordt opgericht, zich zou moeten kunnen beklagen over schending van de geheimhoudingsplicht en de zorgvuldigheidsplicht die de notaris ten opzichte van de (middellijke) bestuurders van die vennootschap in acht moest nemen. Het feit dat de besloten vennootschap die de klacht heeft ingediend de rechten en verplichtingen die voor de cliënten van de notaris uit de koopovereenkomst voortvloeiden, heeft overgenomen nadat de notaris haar werkzaamheden had beëindigd maakt dat niet anders.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/38

    De notaris heeft op 18 september 2018 een akte van levering gepasseerd. Bij die akte heeft de vader van de klager zijn woning aan zijn echtgenote overgedragen. De vader is in 2024 overleden en heeft de klager als zijn enige erfgenaam achtergelaten. De klager verwijt de notaris dat hij bij de totstandkoming van de akte van levering onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de onafhankelijke wilsvorming van de vader en de rechtmatigheid van de transactie. De notaris zou de belangen van de vader en de klager (als toekomstig erfgenaam van de vader) onvoldoende hebben behartigd (klachtonderdeel 1). De klager heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht geweigerd. Volgens de klager is het beroep op de geheimhoudingplicht onterecht (klachtonderdeel 2).De kamer oordeelt dat klachtonderdeel 1 te laat is ingediend en dus niet-ontvankelijk is. Klachtonderdeel 2 is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/01

    De klager heeft meerdere klachten ingediend over het handelen van de notaris als privépersoon. Daarbij heeft de klager zich grievend en respectloos uitgelaten over de notaris. Voorzittersbeslissing: klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Mogelijke volgende klachten die voortvloeien uit of samenhangen met de bestaande privégeschillen en processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet meer in behandeling nemen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:1 Kamer voor het notariaat Amsterdam 773915 / NT 25-24

    Klager stelt dat hij door de notaris is geïnformeerd dat de koopsom A-B € 7.025.000 zou bedragen, terwijl uit de leveringsakte blijkt dat de koopsom daadwerkelijk € 8.000.000 bedroeg. De notaris zou een gedeelte van de ‘winst’ van € 775.000 (het verschil van € 975.000 verminderd met de verstrekte leningen à € 200.000) in privé hebben behouden. Ten tweede verwijt klager de notaris schending van de notariële zorgplicht en onafhankelijkheid. Door zichzelf dan wel zijn echtgenote financieel te bevoordelen bij een transactie waarbij hij als notaris optrad, heeft de notaris ernstig in strijd gehandeld met de kernwaarden van het notarisambt: onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit. Klager verwijt de notaris tot slot ook belangenverstrengeling vanwege het actief betrekken van zijn echtgenote bij een financiële transactie waarvoor de notaris zelf verantwoordelijk was. Dit als apart verwoord klachtonderdeel verwijst uitsluitend naar het handelen van de notaris dat reeds aan de orde is gekomen bij de klachtonderdelen 1 en 2 en wordt daarom niet als een afzonderlijk klachtonderdeel gezien. De kamer oordeelt dat klager niet-ontvankelijk is in alle klachtonderdelen. De vennootschappen [naam klager] Holding B.V. en [X B.V.] waren betrokken bij de verstrekte leningen waar dit klachtonderdeel op ziet. Vast staat echter dat klager als privépersoon klaagt en niet namens [naam klager] Holding B.V. of [X B.V.]. Dit heeft klager desgevraagd expliciet bevestigd. Dat hij als privépersoon is benadeeld is verder onvoldoende aannemelijk geworden. Dat hij mogelijk aandeelhouder is (geweest) van genoemde vennootschappen is zonder nadere omstandigheden onvoldoende. Ook voor het tweede klachtonderdeel geldt dat klager als privépersoon klaagt over een transactie – in dit geval [naam theater] Transactie – waarbij hij niet in privé betrokken was. [Vennootschap A] was wél bij deze transactie betrokken; klager vertegenwoordigde deze vennootschap als zelfstandig bevoegd bestuurder. Ter zitting heeft klager echter niet duidelijk gemaakt waarom hij als privépersoon een voldoende belang heeft bij deze klacht. De kamer oordeelt daarom dat klager ook niet-ontvankelijk is in dit klachtonderdeel. Ten overvloede overweegt de kamer dat ook als klager wel ontvankelijk zou zijn in de klachtonderdelen deze ongegrond zouden zijn. Klager heeft geen stukken overlegd die de klachtonderdelen onderbouwen of toegelicht waar dit dan uit blijkt.

  • Klaagster verwijt de notarissen dat zij hun zorgplicht hebben verzaakt door geen althans onvoldoende onderzoek te verrichten ten tijde van het passeren van de akte van oprichting van [S] BV. Hierdoor is [S] BV ingeschreven op het voormalige vestigingsadres van [G] BV zonder toestemming van klager. Ten tweede verwijt klaagster de notarissen dat zij zich zeer ernstig hebben misdragen en in georganiseerd verband met hun adviseurs een ondernemersfamilie hebben gefaciliteerd om structureel geld te onttrekken aan vennootschappen. Hiermee hebben zij zich schuldig gemaakt aan het faciliteren van witwassen, in strijd met de bepalingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Financial Intelligence Unit (FIU). De voorzitter heeft het eerste klachtonderdeel van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen nu klaagster ten tijde van het passeren van de onderhavige akte geen (indirect) aandeelhouder van [G] BV meer was. De voorzitter heeft het tweede klachtonderdeel als kennelijk ongegrond afgewezen bij gebreke van een feitelijk substraat.Klaagster is hiertegen in verzet gegaan en de kamer heeft dit verzet gedeeltelijk gegrond verklaard. Naar het oordeel van de kamer heeft klaagster voldoende aangetoond dat zij een belang heeft bij haar klacht. Klaagster heeft er last van ondervonden dat er een besloten vennootschap is opgericht op het adres waar klaagster huurder is en een restaurant exploiteerde. Klaagster is daarom belanghebbende bij de vraag of bij de oprichting van die vennootschap door de notarissen zorgvuldig is gehandeld. De kamer heeft de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond verklaard concluderend dat de kandidaat-notaris onder dit regime (van vóór de aanscherping van 22 april 2025 door de KvK (...)) voldoende onderzoek heeft gedaan. Op het moment van oprichting van [S] B.V., 6 september 2024, was immers ter controle van het vestigingsadres voldoende: een huurovereenkomst, een uittreksel uit het Kadaster of een toestemmingsverklaring van de huurder. Aangezien [V] als bestuurder van klaagster (althans degene waarvan de kandidaat-notaris op dat moment mocht uitgaan dat zij de bestuurder van klaagster was) akkoord was met de vestiging van de nieuwe bv op het vestigingsadres – zij heeft dat immers zelf verzocht tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris – was er een toestemmingsverklaring van de huurder. Op dat moment was dat voldoende. De stelling van klaagster dat de kandidaat-notaris wist of kon weten dat [V] bij het geven van de toestemming op 4 september 2024 geen bestuurder van klaagster meer was, is niet met stukken onderbouwd en vindt ook geen steun in de feiten. Op grond van de bekende feiten staat immers vast dat het [V] is geweest die bij de KvK het vestigingsadres van klaagster per 5 september 2024 heeft gewijzigd (zoals door haar tijdens de bespreking met de kandidaat-notaris was aangekondigd). Het moet ervoor worden gehouden dat de KvK heeft gecontroleerd of [V] daartoe blijkens de inschrijving in het Handelsregister bevoegd was. Dat het ontslagbesluit toen al was genomen was bij de KvK kennelijk niet bekend dan wel door de KvK niet geregistreerd en had de kandidaat-notaris dus ook niet kunnen weten. De kandidaat-notaris mocht er dus van uitgaan dat [V] bevoegd was om namens de huurder de toestemmingsverklaring te geven en heeft daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer verklaart de klacht tegen de notaris ook ongegrond en overweegt hiertoe als volgt. De kandidaat-notaris heeft het dossier zelfstandig voorbereid, waarna de notaris de akte van oprichting van [S] B.V. heeft gepasseerd op 6 september 2024. Omdat niet de kandidaat-notaris, maar de notaris deze akte van oprichting heeft gepasseerd, is laatstgenoemde verantwoordelijk voor deze ambtshandeling. Echter, omdat de kandidaat-notaris voldoende onderzoek heeft gedaan naar het vestigingsadres van [S] B.V. en hem derhalve geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken, kan ook de notaris niet worden verweten dat hij op basis van de informatie die de kandidaat-notaris hem heeft aangereikt de akte heeft gepasseerd.