Zoekresultaten 2921-2940 van de 2950 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/03
- Datum publicatie: 26-11-2024
- Datum uitspraak: 18-11-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:21
Executoriaal derdenbeslag onder een notaris na jarenlange procedures tussen de beslagleggers, de beslagene (klaagster) en een veilingverkoper. Klaagster verwijt de notaris dat zij in 2021 een deel van de opbrengst van een executieveiling van onroerende zaken van klaagster – die in 2011 ten overstaan van haar protocolvoorganger was gehouden en welke opbrengst nog op de derdengeldenrekening stond – aan de beslagleggers heeft uitbetaald terwijl er op dat moment nog geen (onherroepelijke) rechterlijke beslissing was gegeven in civiele procedures waarvan de uitkomst van belang kon zijn voor de vraag aan wie het bedrag toekwam. De kamer beoordeelt eerst diverse voorvragen over (onder meer) de hoedanigheid van de notaris als derde-beslagene, een aanhoudingsverzoek in afwachting van de uitkomst van een civiele procedure tegen de notaris met (onder)vrijwaring, het belangvereiste en een beroep op misbruik van tuchtrecht. Dan komt de kamer toe aan een inhoudelijke beoordeling, waarbij voorop wordt gesteld dat een notaris bij een derdenbeslag de zorgplicht als bedoeld in artikel 17 Wna ook in acht moet nemen ten opzichte van een beslagene. Zo moet een notaris een beslagene op de hoogte houden van belangrijke ontwikkelingen. De notaris heeft de beslagleggers en de beslagene aanvankelijk meegedeeld dat zij niet tot uitbetaling zou overgaan voordat er een rechterlijk oordeel was over mogelijke derdenbescherming van de veilingkopers. Nadat de beslagleggers daar bezwaar tegen maakten, heeft de notaris een deskundige geraadpleegd die haar heeft geadviseerd om tot uitbetaling over te gaan. Dat advies was gebaseerd op de (achteraf onjuist gebleken) veronderstelling dat een rechter zou oordelen dat de veilingkopers te goeder trouw waren. Mede gezien de gecompliceerde juridische voorgeschiedenis waar de notaris zelf niet bij betrokken was geweest, acht de kamer het in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris zich heeft laten leiden door dit advies. De kamer oordeelt dat het wel op de weg van de notaris had gelegen om klaagster – die niet beter wist dan dat de notaris niet tot uitbetaling zou overgaan – op de hoogte te stellen van haar gewijzigde standpunt en van haar voornemen om alsnog tot uitbetaling over te gaan, waarbij zij aan klaagster een redelijke termijn had moeten geven zodat klaagster desgewenst (rechts)maatregelen had kunnen treffen ter voorkoming van (de nadelige gevolgen van) die uitbetaling. In zoverre is de klacht gegrond. De klachten over de proceshouding van de notaris, die klager in vrijwaring heeft opgeroepen, worden ongegrond verklaard. Aan een notaris komt als procespartij een grote mate van vrijheid toe om naar eigen inzicht verweer te voeren tegen een vordering en een notaris mag er in beginsel op vertrouwen dat een advocaat die namens hem/haar in rechte optreedt, de van toepassing zijnde procesregels (waaronder artikel 21 Rv.) naar behoren in acht neemt. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/11
- Datum publicatie: 26-11-2024
- Datum uitspraak: 18-11-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:22
De klacht van klaagster (A) gaat over de door de notaris gepasseerde akten van levering in het kader van een A-B-, B-C- en B-D-transactie. De kamer is van oordeel dat de notaris in het licht van de omstandigheden in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat de prijsstijging van 18% tussen de transactie A-B enerzijds en de transacties B-C en B-D anderzijds vanwege de aard van de transacties niet exceptioneel was en bovendien op goede gronden verklaarbaar. Mede gelet op de Checklist voor ABC-transacties waren er voor de notaris ook geen andere objectief aanwijsbare redenen om zijn medewerking aan de leveringen A-B, B-C en B-D te weigeren.De notaris had bovendien geen nader onderzoek hoeven doen naar de achtergrond van de transactie A-B en in dit geval was voor de notaris evenmin aanleiding om extra informatie te verstrekken aan klaagster.De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/17 en SHE/2024/5
- Datum publicatie: 20-05-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:23
Klaagster (een stichting) verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het passeren van de akte van samenvoeging (fusie) van een aantal parochies tot één nieuwe parochie met als gevolg dat een kapel ten onrechte op naam van de nieuwe parochie is gesteld en de oorspronkelijke eigenaar van deze kapel (een Roomsche gemeente) van haar eigendom is bestolen. De voorzitter van de kamer acht een redelijk belang van klaagster bij de klacht niet aanwezig en heeft de klacht daarom wegens niet-ontvankelijkheid terstond afgewezen (SHE/2024/5). Klaagster heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dit verzet ongegrond verklaard (SHE/2024/17).
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/39
- Datum publicatie: 18-01-2024
- Datum uitspraak: 15-01-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:3
Klacht over gedeeltelijke wijziging van het testament van een 89-jarige testateur, waarbij een legaat van het recht van gebruik en bewoning ten behoeve van zijn partner wordt gewijzigd van bepaalde tijd naar onbepaalde tijd, terwijl zijn kinderen/erfgenamen de (hypotheek)lasten van deze woning moeten blijven voldoen. De kamer oordeelt dat de notaris in het voortraject en bij het passeren van de akte onvoldoende invulling heeft gegeven aan de op hem rustende zwaarwegende zorgplicht om zich ervan te overtuigen dat de testateur wilsbekwaam was en niet op ongewenste wijze werd beïnvloed door derden, onder meer omdat het initiatief tot dienstverlening en de instructies over de wijziging afkomstig waren van de gezamenlijke financieel adviseur van de testateur en de partner. De notaris heeft geen aantekeningen gemaakt van het (enige) gesprek met de testateur bij het passeren van de akte. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:4 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/47
- Datum publicatie: 26-03-2024
- Datum uitspraak: 18-03-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:4
De klacht gaat over het in het kader van de herstructurering van een bedrijf door de notaris gegeven advies en over haar communicatie. Klagers verwijten de notaris dat zij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door het belang van klagers als opdrachtgevers niet te dienen. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/38
- Datum publicatie: 26-03-2024
- Datum uitspraak: 18-03-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:5
Klager verwijt de notaris dat:1) hij heeft verzuimd het splitsingsverbod in de akte van levering op te nemen;2) hij weigert het onder 1 genoemde gebrek in de akte van levering te helen door klager een kopie van de gespreksaantekeningen van de passeerafspraak te verstrekken of door schriftelijk te bevestigen dat het splitsingsverbod/de publiekrechtelijke belemmering op zijn kantoor is besproken met klager en de BV.De kamer gaat voorbij aan de stelling van de notaris dat het oogmerk van klager om door middel van de tuchtprocedure zijn civiele positie jegens de BV te versterken misbruik van tuchtrecht oplevert. Klager is dus ontvankelijk in zijn klacht.De kamer is van oordeel dat het vermeende splitsingsverbod geen informatie betrof die de notaris op grond van artikel 11 lid 2 Vgb 2011 of een andere (wettelijke) bepaling in de akte van levering had moeten opnemen. Klachtonderdeel 1 wordt daarom ongegrond verklaard.De motivering van klachtonderdeel 2 bouwt voort op de onderbouwing van klachtonderdeel 1. Aangezien de kamer ten aanzien van klachtonderdeel 1 tot het oordeel is gekomen dat van een gebrek in de akte van levering geen sprake is, mist het in klachtonderdeel 2 aan de notaris gemaakte verwijt dat hij weigert om het gebrek in de akte van levering te “helen” feitelijke grondslag. Ook klachtonderdeel 2 wordt daarom ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/49
- Datum publicatie: 10-05-2024
- Datum uitspraak: 29-04-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:6
Uitvoering van laatste wil door oud-notaris, die bij testament was benoemd tot executeur van de nalatenschap en medebestuurder van de stichting die erflaatster bij testament had opgericht. Erflaatster overleed in 2009 en de stichting was haar enige erfgename. Het BFT heeft in 2016 geconstateerd dat de oud-notaris de stichting nog niet had ingeschreven in het Handelsregister en nog geen bankrekening op naam van de stichting had geopend. Vanaf 2020 heeft de oud-notaris jaarlijks donaties gedaan overeenkomstig het doel van de stichting. In 2022 heeft het BFT geconstateerd dat de stichting nog altijd niet was ingeschreven in het Handelsregister, dat nog geen bankrekening op naam van de stichting was geopend en dat het bestuur van de stichting niet overeenkomstig de statuten was samengesteld en in oktober 2023 heeft het BFT een klacht ingediend over het gestelde voortdurende nalaten van de oud-notaris vanaf 2010. De kamer verklaart die klacht niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op de handelwijze vanaf 2010 tot oktober 2020 en vanaf 8 mei 2023, omdat de oud-notaris voor gedragingen na die datum niet meer aan tuchtrechtspraak onderworpen is. De kamer verklaart de klacht verder gegrond en overweegt dat het ervoor moet worden gehouden dat de oud-notaris feitelijk jarenlang het enige bestuurslid is geweest van de (slapende) stichting en dat hij in die hoedanigheid en/of als executeur geheel naar eigen inzicht invulling heeft gegeven aan de door hem veronderstelde wensen van erflaatster en dat hij het aanzienlijke vermogen dat erflaatster aan de stichting had nagelaten buiten de openbaarheid heeft gehouden waardoor hij geen verantwoording hoefde af te legen over de wijze waarop hij dat vermogen had besteed. Daardoor heeft de oud-notaris het vertrouwen geschaad dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en dit rekent de kamer hem ernstig aan. Geldboete van € 4.000,00 en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/44
- Datum publicatie: 21-05-2024
- Datum uitspraak: 13-05-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:7
Klacht tegen notaris. De notaris heeft de door haar aanvaarde opdracht niet voortvarend uitgevoerd en zij heeft nagelaten daarover te communiceren met klager. Schending zorgplicht. Aan de notaris wordt een waarschuwing opgelegd
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/41
- Datum publicatie: 21-05-2024
- Datum uitspraak: 13-05-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:8
Klacht tegen een notaris over de afwikkeling van een nalatenschap. Voor zover de notaris als boedelnotaris zou moeten worden aangemerkt, zou het een omissie zijn dat zij zich niet als zodanig heeft ingeschreven in het boedelregister. Gelet op de betrekkelijk geringe ernst hiervan, ziet de kamer in dat geval echter geen aanleiding voor een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. Dit geldt temeer nu het voor klaagster altijd duidelijk is geweest dat de notaris betrokken was bij de afwikkeling van moeders nalatenschap en zij ook op de hoogte was van de door de notaris verrichte werkzaamheden.Klacht is voor een deel niet-ontvankelijk wegens het verstrijken van de klachttermijn (artikel 99 lid 21 Wna). Voor het overige is de klacht ongegrond
-
ECLI:NL:TNORSHE:2024:9 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2023/29 en 30
- Datum publicatie: 21-05-2024
- Datum uitspraak: 13-05-2024
- ECLI:NL:TNORSHE:2024:9
Klachten tegen een notaris en een oud-notaris. De klachten van klaagster gaan in de kern over de (afwikkeling van de) beëindigde samenwerking tussen partijen. De kamer gaat onder andere in op de vraag of de beklaagde (oud-)notarissen tuchtrechtelijk aansprakelijk moeten worden gehouden voor hun handelwijze als (voormalige) bestuurders-aandeelhouders van de BV/samenwerkingspartners van klaagster.De klachten tegen de (oud-)notarissen zijn gedeeltelijk gegrond. Aan de oud-notaris wordt een berisping opgelegd en aan de notaris wordt een berisping en een geldboete van € 1.000,-- opgelegd
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/24
- Datum publicatie: 27-01-2025
- Datum uitspraak: 20-01-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:1
De notaris had weliswaar gegronde reden om het aan klaagster toekomende deel van de overwaarde van de woning in depot te houden, maar hij heeft verzuimd klaagster hierover naar behoren uitleg te geven en hij heeft vervolgens onvoldoende regie gevoerd om de ontstane situatie in goede banen te leiden. Daarmee heeft de notaris niet gehandeld zoals een zorgvuldig notaris betaamt en hij heeft daardoor de belangen van klaagster veronachtzaamd. In zoverre is de klacht gegrond. Aan de notaris wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:10 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/01
- Datum publicatie: 26-06-2025
- Datum uitspraak: 23-06-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:10
Vermelding in conceptakte van privéadres van gevolmachtigde, die namens een bewindvoerder is opgetreden bij de levering van een woning aan de rechthebbende. Gevoel van veiligheid gevolmachtigde aangetast. Strijd met AVG? Art. 40 lid 2 sub c Wna. Klacht ongegrond. Als een vertegenwoordiger (bijvoorbeeld een bewindvoerder) die een kantoor houdt of werkzaam is op een kantoor ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor betreffen of als sprake is van een geheim adres, verdient het aanbeveling om na te gaan welke adresgegevens van de vertegenwoordiger in de akte kunnen worden vermeld.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/31
- Datum publicatie: 26-06-2025
- Datum uitspraak: 23-06-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:11
Notaris heeft twee notariële akten gepasseerd met verklaringen die een persoon (die in verband werd gebracht met complottheorieën) onder ede bij haar heeft afgelegd over de gang van zaken bij een bewijsbeslag. In die verklaringen worden een gerechtsdeurwaarder en zijn assistent beschuldigd van (betrokkenheid bij) een levensdelict door tijdens de beslaglegging de remmen van een auto te saboteren. Had de notaris haar dienst moeten weigeren? Gelet op de waarde die aan zo’n beëdigde verklaring wordt gehecht, mag van een notaris worden verwacht dat deze bedacht is op een mogelijk ongeoorloofd doel dat daarmee wordt nagestreefd en beoordeelt welke gevolgen de verklaring kan teweegbrengen. De kamer oordeelt dat er in de gegeven omstandigheden voldoende aanleiding was voor gerede twijfel aan de goede bedoelingen van deze persoon en dat de notaris reeds daarom haar dienst had moeten weigeren of zich eerst door nader onderzoek had moeten overtuigen dat geen misbruik zou worden gemaakt van deze beëdigde verklaringen dan wel dat deze niet tot ongewenste gevolgen zou leiden. De notaris heeft de akte(n) zelf verstrekt aan advocaten van het multidisciplinaire samenwerkingsverband waar zij deel van uitmaakt, zodat zij er rekening mee moest houden dat de advocaten deze zouden (kunnen) gebruiken als bewijs van de daarin verwoorde ernstige beschuldigingen om het standpunt van hun cliënt(en) te onderbouwen. Klacht gegrond. Berisping en geldboete van € 5.000,00 met proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/34
- Datum publicatie: 26-06-2025
- Datum uitspraak: 23-06-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:12
Aan de orde is de vraag of de kandidaat-notaris met een beroep op de notariële geheimhoudingsplicht terecht heeft geweigerd om op klagers eerste verzoek mee te delen wie de erfgenamen van de zus zijn. Op grond van artikel 22 lid 1 Wna is een notaris in beginsel verplicht tot geheimhouding van alle informatie waarvan hij/zij uit hoofde van zijn/haar werkzaamheden als zodanig kennis neemt. Verder is in dit geval artikel 49 Wna van belang. Op grond van artikel 49 lid 1 Wna geeft de notaris afschriften dan wel uittreksels af aan degenen die een recht ontlenen aan de akte. Ingevolge artikel 49 lid 2 Wna wordt onder “degene die een recht ontleent aan de inhoud van de akte” mede begrepen “degene die door een uiterste wilsbeschikking een erfrechtelijke aanspraak heeft verloren”. Dat laatste is hier het geval. Klager is door het testament van de zus immers niet langer versterferfgenaam. Daarbij geldt de restrictie “doch slechts ten aanzien van het desbetreffende onderdeel van die wilsbeschikking”. Vervolgens is de vraag aan de orde of klager recht heeft op een uittreksel van het testament waarin ook de erfstelling staat vermeld. Nu in de literatuur verschillend wordt gedacht over de vraag of het uittreksel ook de erfstellingen omvat, kan niet worden gezegd dat de kandidaat-notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht jegens klager beroept. De kamer is van oordeel dat de uitleg die de kandidaat-notaris aan klager heeft gegeven over zijn beroep op de geheimhoudingsplicht weliswaar beter had gekund, maar dit aandachtspunt acht de kamer van onvoldoende gewicht om de kandidaat-notaris hierover een tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/25
- Datum publicatie: 06-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:13
Afgifte van onjuist afschrift van testament aan erflater, die zijn testament niet meer kon vinden. Een notarieel afschrift van een akte heeft dezelfde bewijskracht als de originele akte, zodat het van groot belang is om uitermate zorgvuldig te handelen als een afschrift wordt afgegeven. Betrokkenen moeten op de juistheid van de inhoud daarvan kunnen vertrouwen. Als de handelwijze van een medewerker van een notariskantoor is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, geldt als uitgangspunt dat de betrokken (kandidaat-)notaris tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het dossier. Klacht gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/10
- Datum publicatie: 06-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:14
Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van erflaters nalatenschap. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft het proces van afwikkeling van erflaters nalatenschap namelijk onvoldoende bewaakt, onvoldoende gecommuniceerd en daarbij onvoldoende invulling gegeven aan haar regiefunctie. Ook heeft zij slordige en vermijdbare fouten gemaakt (zoals het aanschrijven van iemand die geen erfgenaam is en diegene erflaters nalatenschap laten aanvaarden). Daarmee heeft de notaris gehandeld in strijd met haar notariële zorgplicht. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/12
- Datum publicatie: 07-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:15
Klagers 1 en 2 verwijten de notaris dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij:1. een kwalitatieve verplichting in een splitsingsakte heeft opgenomen die in strijd is met artikel 6:252 lid 1 BW;2. deze verplichting vervolgens niet heeft opgenomen in de door hem verleden leveringsaktes. Klager 2 wordt niet ontvankelijk verklaard in de klacht, omdat hij deze niet tijdig heeft ingediend. De klacht van klager 1 wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/05 en 06
- Datum publicatie: 07-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:16
Klager is bij arrest veroordeeld om mee te werken aan de doorhaling van het/de ten behoeve van klaagster gevestigde hypotheekrecht(en). De toegevoegd notaris en de notaris hebben werkzaamheden verricht ten behoeve van de doorhaling. Klagers verwijten de notarissen dat zij daarbij hebben gehandeld in strijd met diverse op hen rustende plichten. De klachten worden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/32 en SHE/2025/08
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 19-05-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:17
De klacht gaat over de verkoop en economische levering van het appartement van klagers moeder in 2016 en het in 2017 gepasseerde levenstestament van klagers moeder. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat de klacht te laat is ingediend en heeft de klacht daarom wegens niet-ontvankelijkheid terstond afgewezen (SHE/2024/32). Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dit verzet ongegrond verklaard (SHE/2025/8).
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/24
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 24-11-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:18
De moeder van klager heeft in haar testament de kandidaat-notaris met de meeste werkjaren binnen het kantoor van de notaris benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar nalatenschap. Na moeders overlijden heeft deze kandidaat-notaris de benoeming aanvaard en meteen daarna een andere executeur/afwikkelingsbewindvoerder in haar plaats gesteld. Klager verwijt (het kantoor van) de notaris betrokken te zijn bij deze onrechtmatige en onredelijke indeplaatsstelling.De kamer heeft de klacht tegen het notariskantoor niet-ontvankelijk verklaard. De klacht tegen de notaris is gegrond verklaard voor zover het gaat om de schending van haar zorgplicht tegenover klager en het onvoldoende bewaken van haar onafhankelijke positie. Aan de notaris wordt een berisping opgelegd.