Zoekresultaten 12751-12800 van de 14954 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/228

    Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door zonder haar toestemming medische gegevens te verzenden naar de werkgever.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2223 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-049

    Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld, een onjuist re-integratieplan heeft opgesteld, klaagster revalidatie heeft verboden en haar onjuist heeft begeleid. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/346

    De IGZ verwijt de oogarts dat hij bij een aantal patiënten –waarvan de IGZ een melding heeft ontvangen- niet heeft gehandeld zoals van hem had mogen worden verwacht. De klacht heeft onder andere betrekking op de postoperatieve nazorg en de informatie- en dossierplicht. Doorhaling.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2224 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-074

    Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij in zijn zorgplicht tekort is geschoten doordat hij op basis van een telefonisch consult conclusies heeft getrokken over de arbeids(on)geschiktheid van klaagster, in zijn schriftelijke advies aan de werkgever geen vermelding heeft gemaakt van klaagsters bezwaren tegen het advies en onaangekondigd ’s avonds heeft gebeld. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2214 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11179

    Klaagster verwijt verweerder, bedrijfsarts, dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid, zich heeft laten leiden door de belangen van klaagsters werkgever en klaagster ten onrechte van plichtsverzuim heeft beticht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2212 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 177/2011

    Klacht tegen psychiater betreffende 1. seksueel grensoverschrijdend gedrag in de behandelrelatie en 2. ondeugdelijk behandelbeleid. Klacht 1. afgewezen. Klacht 2. gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 164/2011

    Klacht tegen psychiater betreffende seksueel grensoverschrijdend gedrag in de behandelrelatie. Klacht gegrond. Maatregel: doorhaling en schorsing totdat de beslissing onherroepelijk is geworden.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-096b

    Klaagster verwijt de kinderarts dat zij op een onzorgvuldige wijze tot een – achteraf gebleken – onjuiste diagnose is gekomen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-096a

    Klaagster verwijt de huisarts dat zij op onzorgvuldige wijze tot een – achteraf gebleken – onjuiste diagnose is gekomen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/200

    De klacht houdt in dat de chirurg is tekortgeschoten in de zorg die klaagster van hem mocht verwachten onder andere door haar niet te informeren over het bij haar verrichte okselkliertoilet. Afwijzing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/334

    De klacht betreft de behandeling van de moeder van klagers, verder te noemen: de patiënte. Bij patiënte is een laparoscopische gastric bypass operatie verricht. Klagers verwijten de chirurg dat hij zowel pre- als postoperatief is tekortgeschoten in de zorg die patiënte van hem mocht verwachten. Afwijzing

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-120d

    Klaagster verwijt de arts dat hij zich bij binnenkomst in de verloskamer niet heeft voorgesteld, klaagster onvolledige informatie heeft verschaft over het behandelbeleid, een sectio caesarea te lang heeft uitgesteld, klaagster tegen haar wil en zonder toestemming heeft gekatheteriseerd en onnodig het perineum heeft verwijd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-120c

    Klaagster verwijt de gynaecoloog dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld doordat zij gedurende de bevalling van klaagster onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar taken als achterwacht voor de dienstdoende arts assistent en de arts in opleiding en voorts de achterwacht zodanig heeft georganiseerd dat de dienstdoende artsen zich onvoldoende vrij hebben gevoeld de arts (eerder) te benaderen en naar het ziekenhuis te laten komen toen dat geïndiceerd was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-022b

    Klagers verwijten de gynaecoloog dat er fouten zijn gemaakt tijdens en na de bevalling en dat de arts ten onrechte niet tijdig inzage heeft verschaft in het medisch dossier. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-096c

    Klaagster verwijt de arts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld, onder meer door het geven van en onsamenhangend informeren over tegenstrijdige diagnoses en het onjuist voorschrijven van een recept. Klaagster verwijt de arts voorts dat de organisatie wanordelijk, niet professioneel en klantonvriendelijk was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2213 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 279/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen tandarts. Klager verwijt haar dat zij de behandeling niet goed heeft gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11144

    Oogarts wordt verweten dat hij niet adequaat en tijdig actie heeft ondernomen ten aanzien van de tijdens de operatie opgetreden complicatie en de later opgetreden pijnklachten en voorts ten onrechte een negatief advies heeft gegeven in verband met een door klaagster aangevraagde vergoeding voor begeleidend ziekenvervoer. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11180

    Orthopeed wordt verweten dat hij bij de operatieve ingreep een medische fout heeft gemaakt als gevolg waarvan klager blijvend ernstige lichamelijke en geestelijke klachten zal ondervinden en is er sprake van onheuse bejegening. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 167/2011

    Klacht tegen huisarts. Klager was gedurende ongeveer negen jaar onder behandeling bij een psychiater en kwam ook met verschillende klachten in die periode bij de huisarts. Klager verwijt de huisarts niet te hebben ingegrepen in de behandeling van de psychiater en beklaagt zich erover dat de huisarts onvoldoende aandacht heeft besteed aan zijn klachten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 180/2010

    Klacht tegen psychiater over medicamenteuze en therapeutische behandeling gedurende ongeveer negen jaar. Gegrond wat betreft dossiervoering, diagnosestelling, aard van de therapie en een tweetal voorgeschreven medicijnen. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11164c

    Huisarts is adequaat opgetreden door de echtgenoot van klaagster direct te laten opnemen na constatering van desoriëntatie en meningeale prikkeling. Van een spottend gedrag van de huisarts is niet gebleken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 181/2010

    Klacht tegen psychiater over een aantal second opinions met betrekking tot de medicatie die werd voorgeschreven door de behandelend psychiater. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1180

    Klaagster verwijt huisarts na suïcide van haar zoon onder meer dat hij haar signalen over de psychische problematiek van de zoon niet voldoende serieus heeft genomen, diens medicatie onverantwoord heeft gewijzigd, niet heeft gewezen op de mogelijkheid van crisisinterventie met suïcide als gevolg. De gegeven signalen zijn serieus genomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 282/2011

    Klacht tegen arts assistent neurologie vanwege valincident op stroke-unit. Geen sprake van verwijtbaar handelen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11164a

    Klacht dat huisarts onvoldoende heeft geluisterd naar de klachten van de echtgenoot van klaagster en hem had moeten laten opnemen wegens een cerebraal abces ongegrond. De symptomen wezen op een oorontsteking, wat bij de patiënt vaker voorkwam en de huisarts heeft advies gevraagd aan de KNO-arts van de patiënt, die haar mening deelde.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 281/2011

    Klacht tegen neuroloog vanwege valincident op stroke-unit. Geen sprake van verwijtbaar handelen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11164b

    Klacht dat huisarts onvoldoende heeft geluisterd naar de klachten van de echtgenoot van klaagster en hem had moeten laten opnemen wegens een cerebraal abces ongegrond. Verweerder heeft met spoed een visite afgelegd en antibiotica voorgeschreven voor de patiënt die bekend was met oorontstekingen, waarmee adequaat is gereageerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/156

    De klacht betreft de behandeling van klagers echtgenote, verder patiënte te noemen. Klager verwijt de cardioloog dat hij is tekortgeschoten in de zorg die patiënte van hem mocht verwachten door het voeren van een ondeugdelijk behandelbeleid, onder andere door het verrichten van onvoldoende onderzoek. De klacht heeft voorts betrekking op de dossier- en informatieplicht. Patiënte is overleden. Berisping

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG2210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2011/110

    De klacht houdt in dat de huisarts ten onrechte een melding heeft gedaan bij Bureau Jeugdzorg over lichamelijk geweld door klager bij zijn dochter. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.330

    Klager verwijt de huisarts dat hij: a) zijn geheimhoudingsplicht meerdere malen heeft geschonden. b) hem heeft gekrenkt in zijn persoonlijkheid door de crisisdienst in te schakelen zonder enig overleg. c) het genezingsproces van klager heeft benadeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen a en c ongegrond verklaard. Ten aanzien van klachtonderdeel b heeft het Regionaal College overwogen dat niet aannemelijk is geworden dat het inschakelen van de crisisdienst noodzakelijk was met het oog op een mogelijke dreigende situatie voor de huisarts en zijn assistente, dan wel met het oog op gevaar voor klager zelf. Gegrondverklaring van dit klachtonderdeel, met oplegging van de maatregel van waarschuwing volgt. Het Centraal College verwerpt zowel het beroep van klager als het incidenteel beroep van de huisarts.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.004

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming bij zijn meerderjarige dochter een trachestoma is geplaatst. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij sprake is van wilsonbekwaamheid (art. 7:465 BW) of noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma, moest beschouwd worden als niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. In die situatie moet behandelend arts bepalen jegens wie verplichtingen jegens patiënt moeten worden nagekomen. Nakoming moet voor alles verenigbaar zijn met zorg van goed hulpverlener. Dit kan in uitzonderingsgevallen er toe leiden dat wilsuiting van vertegenwoordiger niet hoeft te worden gevolgd, indien kennelijk niet in het belang van patiënt. Voorzover arts is betrokken bij besluit tot plaatsing van een tracheostoma acht RTG dit besluit gerechtvaardigd. Arts is bij feitelijke uitvoering niet betrokken geweest. RTG wijst de klacht af. In beroep bevestigt CTG het oordeel van RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.079

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde als revalidatiearts/medisch manager werkzaam is. Patiënte is op uit het centrum ontslagen en overgeplaatst naar een instelling voor mensen met een verstandelijke handicap. De klacht houdt in dat patiënte doorverwezen had moeten worden naar een reguliere revalidatie-instelling. Onder meer de arts, die verantwoordelijk is voor de behandelend artsen, heeft dit tegengehouden. Verder is patiënte aan haar lot overgelaten in de instelling waarheen ze werd overgeplaatst; ze wordt daar onvoldoende behandeld. Verweerder heeft (aldus klager) medische informatie aan de rechter verdraaid en heeft ten onrechte kennis gehad van het medische dossier van patiënte. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.005

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming is besloten om zijn meerderjarige dochter over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij er sprake is van wilsonbekwaamheid (art.7:465 BW) of van een noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma en moest beschouwd worden als niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. In die situatie moet behandelend arts bepalen jegens welke persoon de verplichtingen jegens patiënt moeten worden nagekomen. Nakoming dient voor alles verenigbaar te zijn met zorg van goed hulpverlener. Gezien ernstige verstoring in vertrouwensband met ouders was overplaatsing van patiënte zonder toestemming van klager gerechtvaardigd. Klacht wordt afgewezen. In beroep bevestigt het CTG het oordeel van het RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.103

    Klaagster heeft na een eerdere gedeeltelijke borstamputatie wegens borstkanker en vervolgens diverse hersteloperaties ondergaan i.v.m. asymmetrie van de borsten. Klaagster verwijt verweerder, plastisch chirurg, dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico’s van de hersteloperatie en dat hij, gelet op het door hem bespreken van haar casus tijdens het regionaal overleg met andere plastisch chirurgen, kennelijk onvoldoende ervaren of deskundig was om de operaties uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af en het hoger beroep van klaagster wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.006

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming is besloten om zijn meerderjarige dochter bij complicaties niet meer te reanimeren. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij er sprake is van wilsonbekwaamheid (art.7:465 BW) of van een noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma, moest beschouwd worden als niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. In die situatie moet behandelend arts bepalen jegens welke persoon de verplichtingen jegens patiënt moeten worden nagekomen. Nakoming dient voor alles verenigbaar te zijn met zorg van goed hulpverlener. In de situatie waarin patiënte verkeerde kon de arts in redelijkheid tot dit besluit komen. Klacht wordt afgewezen. In beroep bevestigt het CTG grotendeels het oordeel van het RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/139

    Het College oordeelt dat het opstellen en het ten behoeve van een juridische procedure ter beschikking stellen aan de ex-partner van klager van de in de uitspraak geciteerde verklaring in strijd is met het belang van een goede uitoefening van de gezondheidszorg. Het college baseert dit oordeel op de vakinhoudelijke onbekwaamheid van verweerder, het ontbreken van een waarborgen biedende procedurele context, de onmogelijkheid van het geven van een juiste duiding en de onterechte vereenzelviging van statistische conclusies en individueel geval. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2189 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11129b

    Klaagster verwijt arts dat hij niet onmiddellijk heeft ingegrepen door haar echtgenoot te laten opnemen of een andere gepaste maatregel te treffen ter bescherming van de echtgenoot na de recente zelfmoord van hun zoon en gelet op de psychiatrische voorgeschiedenis van de echtgenoot. Geen signalen voor mogelijke suïcide. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.229

    Klacht tegen neuroloog. Klaagster heeft een operatieve ingreep ondergaan waarbij een schroef uit haar knie is verwijderd. Na de operatie kreeg klaagster een klapvoet waarbij verweerder in consult werd gevraagd. Klaagster verwijt verweerder dat hij fouten heeft gemaakt, deze heeft verdoezeld en dat hij bewust twijfel heeft gezaaid in het dossier over het ontstaan van haar uitval. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.007

    Klager verwijt neuroloog positie als hoofd afdeling Neurologie misbruikt te hebben om klager onder druk te zetten om in te stemmen met het plaatsen van een PEG sonde bij klagers meerderjarige dochter. RTG is van oordeel dat de arts tuchtrechtelijk geen verwijt valt te maken en wijst de klacht af. In beroep bevestigt het CTG de beslissing van het RTG.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/108

    Klacht tegen een bij een huisartsenpost dienstdoende huisarts wegens onvoldoende diagnostiek, het ten onrechte uitsluitend telefonisch afdoen van de klachten en het nalaten zelfstandig en lichamelijk onderzoek te doen, het niet (desgevraagd) verwijzen naar een ziekenhuis en het onvoldoende luisteren naar patiënte. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.360

    Klacht tbs-gedetineerde tegen psychiater. Regionaal College oordeelt dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht. Beroep van klager verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.230

    Klacht tegen chirurg. Klaagster heeft een operatieve ingreep ondergaan waarbij een schroef uit haar knie is verwijderd. Na de operatie kreeg klaagster een klapvoet. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar niet op het risico van een klapvoet heeft gewezen en dat hij fouten heeft gemaakt tijdens de operatie welke hij niet wil toegeven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2012:YG2178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 11129a

    Klaagster verwijt verpleegkundige dat hij niet onmiddellijk heeft ingegrepen door haar echtgenoot te laten opnemen of een andere gepaste maatregel te treffen ter bescherming van de echtgenoot na de recente zelfmoord van hun zoon en gelet op de psychiatrische voorgeschiedenis van de echtgenoot. Geen signalen voor mogelijke suïcide. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.008

    Klacht tegen arts, werkzaam als directeur patiëntenzorg. RTG verklaart klager in de klacht niet ontvankelijk. CTG oordeelt dat directeur patiëntenzorg tuchtrechtelijk aansprakelijk kan zijn. Wel moet er sprake zijn van handelen op gebied deskundigheid van arts. In dit geval wordt dat aangenomen. Voorkomen moet worden dat arts aansprakelijk wordt gehouden voor keuzes in bedrijfsvoering waar hem beleidsvrijheid toekomt. Tav klacht oordeelt het CTG dat deze ongegrond is. Klacht wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/109

    Klacht tegen een bij een huisartsenpost dienstdoende huisarts. Klager verwijt dat, bij het thuisconsult ’s nachts, onvolledige diagnostiek is verricht met mogelijk gemiste behandelopties tot gevolg, niet is verwezen naar een ziekenhuis terwijl daarop is aangedrongen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.002

    Klagers dochter kreeg hoofdpijn, had koorts en kon niet meer op haar benen staan. Er werd gebeld met de huisartsenpraktijk met het verzoek om een visite. De huisarts verscheen binnen de tijdspanne van een uur bij patiënte. Zij was toen nog aanspreekbaar maar raakte kort daarop in coma. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat er sprake was van een meningococcen sepsis. Klager verwijt de huisarts o.m. dat zij niet binnen 15 minuten na het telefonisch verzoek een visite heeft afgelegd. In dat geval had direct antibiotica kunnen worden toegediend, zodat patiënte een betere prognose zou hebben gehad. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.290

    Klacht tegen psychiater met betrekking tot een door de psychiater als deskundige in een civiele procedure opgestelde rapportage over klager. Klacht door Regionaal College ongegrond verklaard. Klager komt in hoger beroep en wijst daarbij onder meer op een door hem in het geding gebracht rapport van een psycholoog. Naar het oordeel van de Centraal Tuchtcollege heeft het Regionaal College met juistheid geoordeeld dat het rapport van de psychiater voldoet aan de daaraan volgens vaste jurisprudentie te stellen eisen. Dat de door klager geraadpleegde psycholoog tot andere bevindingen komt dan de psychiater, leidt niet tot een ander oordeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.077

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde revalidatiearts werkzaam is geweest. Het doel was om met vroege intensieve neurorevalidatie een verbetering van haar neurologisch toestand te bereiken. Men besloot tot stopzetting van de behandeling, omdat men binnen de revalidatie-instelling van mening was dat patiënte minimale vooruitgang liet zien. Klager heeft zich daartegen verzet, maar uiteindelijk is patiënte met toestemming van de kortgeding rechter en met indicatie CIZ ontslagen. De klacht houdt in dat de arts er een aandeel in heeft gehad dat onder valse voorwendsels en valse medische opgaven bij de rechter een ontslag is geforceerd. Klager voert ook aan dat de arts patiënten laat behandelen door een niet BIG-geregistreerde psycholoog. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/125

    Huisarts. Klager verwijt huisarts zijn inmiddels overleden echtgenote te laat te hebben doorverwezen en niet eerder tot spoedopname te zijn overgegaan. Ook wordt huisarts verweten onnodig kwetsende tekst in verwijsbrief te hebben opgenomen. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.003

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming bij zijn meerderjarige dochter een trachestoma is geplaatst. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij er sprake is van wilsonbekwaamheid (art.7:465 BW) of van een noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma en niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. Dan moet behandelend arts bepalen jegens wie de verplichtingen jegens de patiënt moeten worden nagekomen. De nakoming dient voor alles verenigbaar te zijn met de zorg van een goed hulpverlener. Dit kan in uitzonderingsgevallen er toe leiden dat de wilsuiting van vertegenwoordiger indien kennelijk niet in het belang van de patiënt niet hoeft te worden gevolgd. In dit geval was arts met een beroep op goed hulpverlenerschap gerechtigd en mogelijk zelf gehouden om de uitdrukkelijke wens van klager niet over te gaan tot het plaatsen van een tracheostoma niet te volgen. RTG wijst de klacht af. In beroep bevestigt het CTG het oordeel van het RTG. Beroep wordt verworpen.