Zoekresultaten 11-20 van de 14903 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9125

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij een brief naar de huisarts heeft gestuurd met een onjuiste inhoud en een bemoeizorgtraject heeft ingezet als dekmantel voor declaratiefraude.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9469

    Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Bij klager is sprake van psychiatrische problematiek. In verband hiermee gebruikt hij onder meer antipsychotische medicatie. Klager verblijft in een beschermde woonvorm, waar hij ambulant wordt behandeld. Verweerster is als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klager. De klacht gaat onder meer over de wijze van bejegening door de psychiater en over door haar gemaakte verwijzingen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9526

    Bejegeningsklacht tegen een fysiotherapeut in zijn hoedanigheid van praktijkhouder kennelijk ongegrond. De lezingen van partijen over wat gebeurd is lopen uiteen. De voorzitter kan niet vaststellen dat de fysiotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9690

    Klacht tegen KNO-arts na plaatsing trommelvliesbuisjes. Nadien ervoer klaagster meerdere gezondheidsklachten, waaronder doofheid, dichte oren en duizeligheid. Klaagster verwijt de KNO-arts onvoldoende zorgvuldig handelen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3003

    Klacht tegen een huisarts. Klager verbleef met enkele onderbrekingen van 2013 tot 2017 in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. Klager is eenmaal bij de arts op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Bovendien had hij op de hoogte moeten zijn van de psychofarmaca die klager toegediend kreeg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:161 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3004

    Klacht tegen een psychiater. Klager verbleef in een verpleeghuis voor mensen met verslavingsproblematiek. De psychiater werkte in die periode voor een instelling die psychiatrische hulp verleende in het verpleeghuis. Volgens klager heeft de psychiater hem: a) vanaf 2014 zonder zijn medeweten medicatie gegeven, als gevolg waarvan klager fysieke klachten kreeg; b) nooit lichamelijk onderzocht; c) hem tijdens een consult niet respectvol behandeld heeft. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3148

    Klacht tegen een psychiater. Klaagster is tweemaal door de psychiater gezien voor een second opinion in het kader van een euthanasietraject. Klaagster maakt de psychiater verwijten over de inhoud van de verslagen van beide second opinions, de verzending van het verslag van de tweede second opinion en haar communicatie per e-mail. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft de klacht deels gegrond verklaard en de fysiotherapeut de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:163 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3145

    Klacht tegen een psychiater. In opdracht van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) verrichtte de psychiater medisch en psychiatrisch onderzoek naar de rijgeschiktheid van klager. In zijn rapportage overwoog de psychiater dat er aanwijzingen waren gevonden tot het stellen van de diagnose alcoholmisbruik. Om die reden adviseerde hij het CBR om klager ongeschikt te verklaren. Het rijbewijs van klager werd door het CBR vervolgens niet verlengd. Klager verwijt de psychiater onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3298

    Voorzittersbeslissing. Klaagster verwijt de huisarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij daarnaast de eed van Hippocrates heeft geschonden door de met klaagster gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en door na zijn pensioen niet meer de moeite te nemen om met klaagster in gesprek te gaan.Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard voor wat betreft de klacht over het delen van medische informatie van andere patiënten, en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Zij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3017

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is met een crisismaatregel gedwongen opgenomen nadat de huisarts de crisisdienst had ingeschakeld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij lichtvaardig aan de crisisdienst opdracht heeft gegeven om klaagster te laten opnemen, waarbij klaagster in strijd met de uitgangspunten van de Nationale Hoorservice niet haar zienswijze heeft kunnen geven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het ingestelde beroep.