Zoekresultaten 1581-1600 van de 1643 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8458

    Klacht tegen een arts in een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met de arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van haar mentale toestand en dat er niet is gesproken over mogelijke alternatieven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8459

    Klacht tegen een verpleegkundige van een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met een arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. De verpleegkundige heeft klaagster ook gezien voorafgaand aan de ingreep. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van haar mentale toestand en dat er niet is gesproken over mogelijke alternatieven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8441

    Klacht tegen een arts/medisch coördinator van een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met een andere arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. Klaagster verwijt de medisch coördinator dat het dossier onvolledig en onbetrouwbaar is en dat de abortuskliniek niet voldeed aan de wettelijke eisen die gelden voor het mogen uitvoeren van abortussen bij een zwangerschapsduur van meer dan dertien weken. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8237

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. De orthopedisch chirurg heeft tweemaal een heupoperatie bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg, samengevat, nalatigheid in medisch handelen en het leveren van inadequate (na)zorg. Daarnaast is volgens klaagster sprake geweest van tekortkomingen in de communicatie. Het college oordeelt dat de orthopedisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8746

    (kennelijk) ongegronde klacht van een klager tegen een orthopedisch chirurg die bij klager wegens progressief stenoserend vaatlijden een broekprothese plaatste. In verband met aanhoudende klachten na de operatie werd klager gezien in een ander ziekenhuis, waar wordt gedacht aan een neurologische oorzaak als mogelijke verklaring voor de klachten. De verwijten gaan over diagnosestelling, informed consent en nazorg.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8181

    Ongegronde klacht tegen een (vaat)chirurg. Bij klager werd door middel van een endovasculaire operatie een stent geplaatst vanwege een aneurysma van de buikslagader. Na de operatie bleek dat sprake was van spinale ischemie, leidend tot een (incomplete) dwarslaesie. Klager verwijt de chirurg onder meer dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn familiaire voorgeschiedenis en dat hij onvoldoende is geïnformeerd over het risico op spinale ischemie/dwarslaesie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8032

    Klacht tegen een tandarts. Klager had begin 2016 zijn eerste consult bij de orthodontist ter voorbereiding op een orthodontische behandeling. In maart 2020 werd bij hem vaste apparatuur geplaatst. In augustus 2022 plaatste de orthodontist een orthoimplantaat en in augustus 2024 bezocht klager voor het laatst de praktijk van de orthodontist voor een controleafspraak. Klager verwijt de orthodontist, samengevat, onvoldoende regievoering en gebrek in de communicatie. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8924

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster is behandeld door de tandarts vanwege pijnklachten en cariës. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling. Ook verwijt klaagster de tandarts onvoldoende dossiervoering en onheuse bejegening. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt de maatregel van een berisping op, omdat de tandarts op een aantal gebieden niet heeft voldaan aan de professionele standaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8195

    Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van anios (zaalarts) de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8662

    Klacht tegen een bedrijfs- en verzekeringsarts kennelijk ongegrond. Klager is sinds 2012 arbeidsongeschikt voor zijn werk. Klager startte later een civiele procedure tegen (de verzekeraar van) zijn werkgever. In het kader van deze procedure stelde verweerder een medisch advies op. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat dit advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het college is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het rapport zorgvuldig tot stand is gekomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9032

    Voorzittersbeslissing, deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaarde klacht van een nabestaande tegen een lid van de Raad van Bestuur van een ziekenhuis. Patiënte was op de afdeling SEH van het ziekenhuis gezien en naar huis gestuurd met een (spoed)doorverwijzing naar de poli vaatchirurgie. Patiënte is de volgende dag overleden. Na intern onderzoek werd een calamiteitenmelding gedaan bij de IGJ. De verwijten gaan onder meer over communicatie, nazorg, informatieverstrekking en (het moment van) de calamiteitenmelding.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8921

    Klacht van patiënte tegen huisarts kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld bij klaagster en haar geen medicamenteuze behandeling heeft gegeven voor langdurige klachten na COVID.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8217

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. Het college oordeelt dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219

    Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220

    Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8974

    Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een tandarts. Klacht gaat over het – volgens klager – onjuiste gebruik van declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) en onwaarheden in het patiëntendossier van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8339

    Ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was betrokken bij klager in het kader van zijn verzuimbegeleiding. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij zijn begeleiding, vooringenomen was en zijn recht op een second opinion onvoldoende heeft gefaciliteerd. Niet gebleken is dat de bedrijfsarts niet onafhankelijk handelde en/of vooringenomen was. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld, adequaat onderzoek gedaan en desgevraagd het verzoek tot second opinion gehonoreerd toen dit aan de orde was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9196

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, door tijdens een consult meerdere seksueel getinte opmerkingen tegen een patiënte te maken. De vastgestelde gedraging is op zichzelf al een ernstige tekortkoming in het handelen van de fysiotherapeut. Wat het handelen van de fysiotherapeut echter des te kwalijker maakt en wat het college – met de inspectie – extra zorgen baart, is de opstelling van de fysiotherapeut tijdens het onderzoek door de inspectie alsmede zijn houding in deze tuchtprocedure. Het college legt aan de fysiotherapeut een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8744

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts discriminatie, onprofessioneel handelen en nalatigheid. Het college is van oordeel dat een precieze reconstructie van de gesprekken/consulten niet mogelijk is en niet kan worden vastgesteld wat er is gezegd. Ook blijft onduidelijk in hoeverre de herkomst van klaagster in deze situatie een relevant onderwerp was en op welke wijze het is besproken. Duidelijk is wel dat klaagster het refereren aan haar herkomst als kwetsend en discriminerend heeft ervaren. Hiervoor heeft de huisarts zich geëxcuseerd en aangegeven hiervan te hebben geleerd. Daarnaast is van nalatig handelen geen sprake. De huisarts heeft klaagster doorverwezen, telkens te woord gestaan en van advies voorzien, ook omtrent andere zorgvragen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8196

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.