Zoekresultaten 661-670 van de 1439 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7537

    Gegronde klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. Klager is door zijn huisarts doorverwezen wegens het vermoeden van lepra, omdat hij soortgelijke symptomen had als twintig jaar eerder toen bij hem lepra was vastgesteld. Bij het onder die omstandigheden uitsluiten van een diagnose mag verdergaand onderzoek worden verlangd, in het bijzonder omdat uitstel van behandeling voor de patiënt onherstelbare schade kan opleveren. Het is begrijpelijk dat de dermatoloog over onvoldoende ervaring beschikt om de diagnose lepra te kunnen uitsluiten, dan mag worden verwacht dat hij zou overleggen met of verwijzen naar een collega met ervaring in de diagnostiek van lepra. Berisping. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7538

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt de arts dat zij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat het onderzoek van de arts, mede gezien haar beperkte kennis van de dermatologie, voldoende is geweest. De arts heeft haar bevindingen telefonisch met haar supervisor besproken en heeft het door haar supervisor geadviseerde beleid – terugverwijzen naar de huisarts voor een verwijzing naar een neuroloog – opgevolgd. Daarmee heeft de arts, in haar rol als arts niet in opleiding tot specialist, zorgvuldig gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7679

    Klacht tegen intensivist kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van nabestaanden van een patiënt die met COVID-19 ARDS was opgenomen op de intensive care. Na verschillende complicaties is de toestand van patiënt steeds verder verslechterd. Uiteindelijk is geconstateerd dat er geen verdere behandelmogelijkheden waren en is de behandeling van patiënt gestaakt. De klacht heeft betrekking op het staken van de behandeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7463

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft, gezamenlijk met een psychiater, bij klager de diagnose ‘ziekte van Morgellon’ gesteld. Klager verwijt de dermatoloog dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, geen gedegen onderzoek heeft verricht en klager heeft weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het college oordeelt dat de dermatoloog een gedegen onderzoek heeft uitgevoerd en dat het niet aannemelijk is geworden dat de dermatoloog te weinig heeft onderzocht of het verrichte onderzoek verkeerd heeft uitgevoerd. Ook blijkt uit het dossier dat er voldoende aandacht is geweest voor het patiënten perspectief. Niet gebleken is dat de dermatoloog klager niet respectvol zou hebben behandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6778

    Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, dat zij klager geen hulp heeft geboden bij zijn problemen en dat zij klager op een afdeling met een zwaar regime heeft laten plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7429

    Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, klagers privacy te hebben geschonden, niets te hebben gedaan met zijn klachten aangaande het regime waarin hij is geplaatst en opnieuw te hebben geadviseerd klager op een afdeling met een zwaar regime te plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7918

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts zijn medische beroepsgeheim te hebben geschonden door in een telefoongesprek met de werkgever zonder toestemming van klaagster medische gegevens te bespreken. Het college overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat het beroepsgeheim is geschonden. Het is niet vast te stellen wat de bedrijfsarts precies in het gesprek tegen de werkgever heeft gezegd en hoe de werkgever de woorden van de bedrijfsarts heeft geïnterpreteerd en ingekleurd in een e-mail hierover. Wel staat vast dat in deze e-mail geen medische diagnose wordt genoemd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8140

    De verpleegkundige werkte op een zorgboerderij waar hij tevens vennoot was. De IGJ kreeg een melding van de politie wegens grensoverschrijdend gedrag en geweld jegens cliënten door de verpleegkundige. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ onderzoek gedaan. Daarna heeft de IGJ een klacht tegen de verpleegkundige ingediend wegens overschrijding van de professionele grenzen door meermaals fysiek en verbaal geweld te gebruiken in de zorgrelatie jegens meerdere cliënten. De verpleegkundige heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het college:- verklaart de klacht gegrond; - beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; - legt daarnaast een algeheel verbod op tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg en bepaalt dat dit verbod onmiddellijk van kracht wordt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8143

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is in opleiding tot verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een Ziektewet-beoordeling verdiencapaciteit. Klager voelde zich door de arts en diens vragen en opmerkingen onder druk gezet om zijn werk te hervatten terwijl hij zich daartoe niet in staat acht. Het college is van oordeel dat de door de arts gestelde vragen niet ongepast en ongebruikelijk zijn bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Het vragen naar de mogelijkheden voor werkhervatting vormt juist een essentieel onderdeel van een dergelijke beoordeling. Dat de arts ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend, is niet gebleken. Dat klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.