Zoekresultaten 1421-1440 van de 1559 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2906
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:111
Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent op de SEH betrokken bij de opname en behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de opname en behandeling op de SEH door de arts, de deskundigheid van de arts en het overleg van de arts met haar supervisor. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:112 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2907
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:112
Klacht tegen internist. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De internist was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Interne. De klacht van klaagster tegen de internist bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op zijn rol als supervisor, communicatie en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de internist in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:113 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2908
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:113
Klacht tegen neuroloog. Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De neuroloog was betrokken als hoofdbehandelaar tijdens klaagsters opname op de afdeling Neurologie. De klacht van klaagster tegen de neuroloog bestaat uit meerdere onderdelen, die samengevat zien op het medisch handelen van de neuroloog en de samenwerking met andere specialisten/artsen. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de neuroloog in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:114 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2909
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:114
Klaagster is in oktober 2014 naar de SEH doorverwezen vanwege ruim een week aanhoudende koorts. Zij is opgenomen waarna er een forse longontsteking is vastgesteld. Hierna kreeg klaagster beginnende uitvalsverschijnselen, waarbij eerst werd gedacht aan migraine met aura. Toen de situatie van klaagster verslechterde en zij meerdere uitvalsverschijnselen kreeg, werd na een CT-scan uitgegaan van hersenabcessen. Uiteindelijk bleek dat klaagster meerdere herseninfarcten had doorgemaakt. De arts was destijds als arts-assistent van de afdeling Interne betrokken bij de behandeling van klaagster. De klacht van klaagster tegen de arts bestaat uit meerdere onderdelen, die zien op de behandeling van klaagster en de houding en deskundigheid van de arts. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft beslist dat de klacht van klaagster tegen de arts in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:108 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2723
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:108
.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9173
- Datum publicatie: 02-06-2026
- Datum uitspraak: 02-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij als zijn ex-schoonzus en als psychiatrisch verpleegkundige een verklaring over (de psychische gesteldheid van) hem heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de verpleegkundige verwijtbaar gehandeld door in haar hoedanigheid van verpleegkundige een verklaring op te stellen zonder ooit een behandelrelatie met klager te hebben gehad en in de wetenschap dat deze verklaring in een gerechtelijke procedure zou worden gebruikt. Bovendien is de inhoud van haar verklaring niet objectief en is deze niet uitsluitend op feiten gebaseerd. Berisping opgelegd vanwege ernst verwijt, daarbij weegt mee dat inzicht in onjuistheid handelen onvoldoende is gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9560
- Datum publicatie: 02-06-2026
- Datum uitspraak: 02-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige, werkzaam als doktersassistente. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij heeft verboden om het alarmnummer 112 te bellen en dat de verpleegkundige de triageprotocollen niet (goed) heeft gevolgd waardoor vertraging is opgetreden in de (spoed)zorg voor klaagster. Klacht is ontvankelijk: de feitelijk werkzaamheden (triage) behoren tot de taken van een verpleegkundige. De klachtonderdelen zijn ongegrond: uit niets blijkt dat de verpleegkundige zou hebben verboden om het alarmnummer te bellen. Op basis van de NHG-Triagewijzer zijn de noodzakelijke vragen gesteld en in het huisartsenjournaal genoteerd. Er waren geen aanwijzingen dat klaagster instabiel was en de urgentie is terecht ingeschat als U3.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7644
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:98
Klacht ingediend door de kleinzoon van een gedurende deze procedure overleden patiënte. Klager is ontvankelijk door combinatie van een medische en een algemene volmacht voor overige aangelegenheden gericht aan klagers vader en aan klager, de akkoordverklaring van de vader en instemming van de vader met voortzetting van de klacht na overlijden van patiënte. De klacht is kennelijk ongegrond. Geklaagd wordt over de kwaliteit van de geleverde zorg en de communicatie onder andere over de hoedanigheid van verweerster. De omstandigheden waarop de klacht is gebaseerd en de verweten handelingen worden niet vastgesteld door het college.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8404
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:101
Klacht tegen chirurg ongegrond. Ductus choledochus doorgenomen in plaats van ductus cysticus. Gezien de voorgeschiedenis en beeldvorming was inzetten laparoscopische operatie niet verwijtbaar. Handelen tijdens operatie ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8756
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:99
Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zijn onderzoek naar de belastbaarheid van klaagster onvolledig is omdat hij geen eigen medisch onderzoek heeft verricht en hij heeft nagelaten de totale medische en sociale situatie van klaagster te beoordelen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het college oordeelt dat de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hij heeft het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en conform de daarvoor geldende normen uitgevoerd.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8937
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:100
Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagsters, moeder en dochter, verwijten verweerster dat het rapport dat verweerster op heeft opgemaakt in het kader van een hernieuwde beoordeling van de aanvraag voor een Wajonguitkering van dochter, ernstige onjuistheden bevat, niet zorgvuldig is opgemaakt en dat verweerster zich over moeder heeft uitgelaten op een wijze die niet correct is. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9244
- Datum publicatie: 04-06-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:136
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Naar het oordeel van de voorzitter is er sprake van objectieve, concrete en gemotiveerde zwaarwegende omstandigheden die aanleiding geven om de openbaarmaking van de persoonsgegevens van de verpleegkundige ook in het vervolg van de procedure te beperken. De voorzitter komt inhoudelijk tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9245
- Datum publicatie: 04-06-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:137
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een onbekend gebleven zorgverlener. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Nu klager, op wie de verantwoordelijkheid rust om de naam van de beklaagde te verstrekken, de identiteit van de beklaagde niet heeft kunnen achterhalen en gelet op deze informatie, is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Bij gebrek aan nadere informatie over de psycholoog die het zou betreffen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9331
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:130
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster heeft zich na haar bevallingsverlof ziekgemeld. Naar aanleiding van haar ziekmelding heeft zij voor een medisch onderzoek het spreekuur van de verzekeringsarts bezocht. Klaagster heeft klachten over de wijze waarop dit spreekuur heeft plaatsgevonden en hoe de verzekeringsarts haar heeft bejegend. Het college overweegt dat als de lezingen van partijen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen, de klacht in beginsel slechts gegrond kan worden bevonden indien er objectieve aanknopingspunten zijn die de lezing van klaagster kunnen ondersteunen. In deze zaak ontbreken dergelijke aanknopingspunten. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7629
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:131
Deels gegronde klacht tegen een jeugdarts. De school van klager heeft de Jeugdgezondheidzorg (JGZ) gevraagd naar de belastbaarheid van klager. De namens de JGZ aan de school verbonden jeugdverpleegkundige heeft de (jeugd)arts gevraagd mee te kijken, waarop de (jeugd)arts een uitgebreide e-mail heeft gestuurd aan de jeugdverpleegkundige, die dat bericht doorstuurde naar de school. Klager verwijt de (jeugd)arts onder andere dat zij een notitie heeft geschreven met een advies aan school. Het college is van oordeel dat de e-mail, gezien de omstandigheden, niet kan worden beschouwd als een notitie waarin de jeugdarts een behandeladvies geeft aan school, maar dat het doel was het geven van ondersteuning aan de jeugdverpleegkundige. Wel had van de jeugdarts verwacht mogen worden dat zij direct nadat zij kennis had van het doorzenden van de e-mail zij duidelijk had gemaakt dat deze tekst niet bestemd was voor de school en slechts bedoeld was als het meedenken met de jeugdverpleegkundige. De klacht is in zoverre gegrond. Het college volstaat met een gedeeltelijke gegrondverklaring van de klacht zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9813
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82
Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de politie als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde verkeerde aannames gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9815
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:83
Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de rechter-commissaris in strafzaken als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde een verkeerde conclusie getrokken en de wond niet goed beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9318
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:84
Klacht tegen gynaecoloog kennelijk ongegrond. Klaagster was onder behandeling bij de gynaecoloog vanwege diverse pijnklachten. Zij verwijt de gynaecoloog dat zij de uitslag van de PET-CT scan niet (direct) heeft gedeeld, geen informatie heeft verstrekt over de bijwerkingen van medicatie en tegenstrijdige informatie gaf over een doorverwijzing naar Engeland en over de vergoeding door de verzekeraar. Het college oordeelt dat de gynaecoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:128 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8394
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:128
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over haar handelen gedurende het re-integratie traject van klager, onder andere dat zij geen actie ondernam toen zijn werkgever niet passende werkzaamheden aanbood. Het college oordeelt hierover dat de bedrijfsarts in de rapportages heeft aangegeven welke beperkingen er waren en dat klager het aangeboden werk niet passend vond; het is niet de taak van een bedrijfsarts om er vervolgens nog op toe te zien of de werkgever de adviezen van de bedrijfsarts wel in volle omvang opvolgt. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9257
- Datum publicatie: 05-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:129
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager maakt de bedrijfsarts meerdere verwijten over diens begeleiding. Klager heeft eerder een tuchtklacht tegen de bedrijfsarts ingediend. Hoewel de onderbouwing van de klachtonderdelen summier is, is het college van oordeel dat de klachtonderdelen voldoen aan de voor de onderbouwing daarvan betreft minimale eisen. De bedrijfsarts heeft tegen elk van de klachtonderdelen ook inhoudelijk verweer gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is maar dat zijn klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is.