Zoekresultaten 61-70 van de 1453 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8528
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:95
Kennelijk ongegronde klacht tegen klinisch psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Hij wenst te worden overgeplaatst naar een kliniek voor langdurige forensische psychiatrische zorg. Verweerder heeft een psychologisch onderzoek verricht en een rapport uitgebracht. Klager stelt dat verweerder in zijn rapport ten onrechte heeft opgenomen dat sprake is geweest van meerdere ontvluchtingsplannen en dat verweerder deze onjuistheid heeft gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau. Het college is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. De klinisch psycholoog baseerde zich op documenten van anderen en heeft geen gebruik gemaakte van zijn inzage- en correctierecht. Uit het rapport volgt verder dat verweerder het bestaan van een of meerdere ontvluchtingsplannen juist niet heeft gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8620
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:96
Kennelijk ongegronde klacht gezondheidspsycholoog. Klager was bij de gezondheidspsycholoog onder behandeling in verband met trauma-gerelateerde klachten. Die behandeling is door verweerster beëindigd in verband met gevoelens van verliefdheid van klager jegens verweerster. Klager stelt dat verweerster de behandeling eerder had moeten stopzetten en dat verweerster haar beroepsgeheim heeft geschonden door e-mails van klager door te sturen naar de politie. Het college is van oordeel dat klager in zijn klacht kan worden ontvangen. Er staat geen rechtsregel in de weg aan de klacht van klager bij zowel het college als het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Verweerster wordt ook niet gevolgd in haar standpunt dat klager misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid door een klacht bij het college in te dienen. De omstandigheid dat klager is veroordeeld voor het stalken van verweerster en het feit dat hij over hetzelfde feitencomplex als in deze zaak een klacht bij het NIP heeft ingediend, zijn zowel op zichzelf als in onderlinge samenhang bezien, hiervoor onvoldoende. Het college is verder van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster heeft, toen bleek dat klager gevoelens van verliefdheid voor haar had, de zorg heeft verleend die van haar mocht worden verwacht. Zij heeft haar beroepsgeheim niet geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7390
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:97
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden van patiënt klagen onder meer over de weigering mee te werken aan een second opinion, het onterecht opleggen van een maatregel aan klager, onvoldoende toezicht en onvoldoende correctieve actie, onvoldoende bekend zijn met de patiënt en het niet waarborgen van complexe zorg. Klacht over second opinion en onvoldoende bekendheid met patiënt zijn gegrond. Verschillende rollen van verweerder: mediator, medebehandelaar, supervisor. In zijn rol van medebehandelaar had verweerder moeten verifiëren of een second opinion nog wel gewenst was. Verweerder heeft zich onvoldoende in het patiëntendossier verdiept. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2947
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:102
Klacht van een zorgverzekeraar tegen en verpleegkundige. De verpleegkundige was enig aandeelhouder/bestuurder van een onderneming in de vorm van een besloten vennootschap die (thuis)zorg verleende. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige het declareren van niet geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt en het niet voldoen aan de dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep op tegen de zwaarte van de aan haar opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8526
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117
Gegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De verpleegkundig specialist was regiebehandelaar van klaagster en heeft na het MDO klaagster geïnformeerd dat er contact zou worden opgenomen met haar moeder, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De verpleegkundig specialist is betrokken geweest bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De verpleegkundig specialist heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8968
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113
Deels gegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog onder andere dat hij medisch onnodig en in strijd met het informed consent heeft gehandeld door zonder toestemming van klaagster haar ovarium te verwijderen, en dat hij onjuist en onvolledig verslag heeft gedaan aan de huisarts. Het college is van oordeel dat de gynaecoloog in dit geval de mogelijkheid van gehele verwijdering van het ovarium nadrukkelijk met klaagster had moeten bespreken. Alleen in geval van een medische situatie die de verwijdering van het ovarium op dat moment noodzakelijk maakte, had de gynaecoloog dat zonder specifieke toestemming van klaagster mogen doen; van een medische noodzaak was in dit geval geen sprake. Ook is de verslaglegging naar de huisarts ondermaats geweest. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:97
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:100
Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8524
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 19-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft haar beroepsgeheim geschonden door na een MDO contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven dit niet te willen. De psychiater was betrokken bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.