Zoekresultaten 1-50 van de 939 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:288 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7982
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:288
Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft bij klaagster een chronische vorm van blaasontsteking en stressincontinentie vastgesteld. Hij heeft in dat verband twee ingrepen bij klaagster uitgevoerd. Klaagster verwijt de uroloog onder andere dat er geen sprake was van informed consent. Nu klaagster gemotiveerd heeft betwist voldoende te zijn voorgelicht, acht het college het enkele feit dat het informed consent-formulier is ondertekend, onvoldoende om informed consent aan te nemen. Het college kan aan de hand van het formulier niet vaststellen wat de uroloog precies met klaagster heeft besproken, omdat er alleen kruisjes zijn gezet, maar de velden daarachter niet zijn ingevuld en in het medisch dossier evenmin is vastgelegd wat er met klaagster is besproken. Het college is van oordeel dat de uroloog zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van het informeren van klaagster heeft miskend. Tijdens de zitting heeft hij ook geen blijk gegeven van reflectie op zijn handelen. Het college legt een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:289 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7991
- Datum publicatie: 05-12-2025
- Datum uitspraak: 05-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:289
Kennelijk ongegronde klacht tegen een uroloog. Klager heeft de klacht ingediend namens zijn overleden vader (de patiënt). De uroloog heeft de patiënt geopereerd aan zijn prostaat. Klager verwijt de uroloog onder andere dat zij de operatie niet goed heeft uitgevoerd. De uroloog heeft de operatie voortijdig moeten beëindigen. Door een onvoorziene omstandigheid van een bocht in de plasbuis liep het rechte operatie-instrument vast in de plasbuis waardoor het in een fausse route belandde. Het college is van oordeel dat de uroloog terecht heeft gekozen voor het beëindigen van de ingreep en het achterlaten van een katheter voor meerdere dagen zodat de plasbuis kon herstellen. Uit het medisch dossier en het operatieverslag blijkt verder niet dat de operatie niet volgens de richtlijnen of niet lege artis zou zijn uitgevoerd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7221
- Datum publicatie: 04-12-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:156
Ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg die als deskundige heeft gerapporteerd in een letselschadezaak naar aanleiding van een ongeval waarbij klager was aangereden. De in de rapportage van de chirurg opgenomen conclusie is – kort gezegd – dat er wel sprake is van beperkingen aan de heup van klager maar dat het onwaarschijnlijk is dat deze het gevolg zijn van het ongeval. Klager is het met de (wijze van) totstandkoming van de rapportage van de chirurg niet eens en meent dat de conclusie van de chirurg is gebaseerd op een gebrekkig onderzoek.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8453
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 03-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:136
Klacht IGJ tegen internist-hematoloog, momenteel werkzaam in het buitenland, gegrond in alle onderdelen: voorschrijven onderhoudsdoseringen Rituximab (off-label), niet voldaan aan regels omtrent informed consent, tekortgeschoten in dossierplicht en onvoldoende collegiaal overleg gevoerd/onvoldoende samengewerkt. Maatregel: Binding aan bijzondere voorwaarden (als bedoeld in artikel 48 lid 1 onder g van de Wet BIG), inhoudende dat de internist-hematoloog gedurende twaalf maanden uitsluitend werkzaam mag zijn onder supervisie, ingaande vanaf het moment dat de internist-hematoloog zijn werkzaamheden in Nederland hervat.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7937
- Datum publicatie: 03-12-2025
- Datum uitspraak: 03-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:137
Klacht tegen internist. De internist wordt verweten dat zij klaagster tijdens een consult heeft begeleid en behandeld (bejegend) op een manier waardoor klaagster zich niet gehoord en begrepen heeft gevoeld. College heeft niet kunnen vaststellen dat de internist zich niet empathisch genoeg heeft opgesteld. Heeft klaagster juist voorzien van de nodige informatie en op duidelijke wijze met haar gecommuniceerd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:285 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7508
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:285
Kennelijk ongegronde klacht tegen een revalidatiearts. Klaagster verwijt de revalidatiearts onder meer dat zij een verkeerde medische behandeling heeft ingezet en haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. Het college komt tot de conclusie dat er geen verkeerde behandeling is ingezet, maar dat er helemaal geen behandeling van de grond kon komen. Dit valt de revalidatiearts niet te verwijten. Geen aanleiding om aan te nemen dat de revalidatiearts haar beroepsgeheim heeft geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:286 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8380
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:286
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster meerdere elementen verwijderd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat er een extra element is verwijderd zonder dit eerst met haar te overleggen, dat de behandeling is gestart zonder dat de verdoving was ingewerkt en dat het dossier onvolledig is omdat de verdoving niet in het dossier is vermeld. Het klachtonderdeel over de dossiervoering is gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Het college legt geen maatregel op omdat het binnen de beroepsgroep van kaakchirurgen nog geen gangbare praktijk is dat bij dergelijke ingrepen de verdoving in het medisch dossier wordt geschreven.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8419
- Datum publicatie: 02-12-2025
- Datum uitspraak: 02-12-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:287
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klager een feminiserende gelaatsoperatie uitgevoerd. Klager verwijt de kaakchirurg dat zij de ingreep niet conform de medische professionele standaard heeft verricht, de ingreep niet conform de wensen van klager heeft uitgevoerd en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de uitvoering en de mogelijke risico’s en complicaties. De klachtonderdelen over de informatieplicht en het verkrijgen van toestemming voor de ingreep zijn deels gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:196 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2677
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:196
Klacht tegen neurochirurg. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neurochirurg was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:202 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2684
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:202
De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verpleegkundige op dat moment werkzaam was. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:197 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2678
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:197
Klacht tegen neurochirurg. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neurochirurg was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:203 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2685
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:203
De ex-partner van klager heeft verloskundige zorg ontvangen in de praktijk waar de verpleegkundige medepraktijkhouder is. Klager verwijt de verloskundige onder meer onzorgvuldige dossiervorming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard en de klacht voor het overige kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2679
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:198
Klacht tegen neurochirurg. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neurochirurg was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2762
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:204
De gz-psycholoog was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de gz-psycholoog hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de gz-psycholoog geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de gz-psycholoog zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2680
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:199
Klacht tegen een neuroloog. Klaagster had een zwelling in de hals waarvoor de huisarts haar heeft doorverwezen naar een ziekenhuis. Klaagster is daar neurologisch onderzocht en er is een MRI gemaakt. In verband met een verdenking van een cervicaal schwannoom (zeldzame zenuwtumor in de hals) is klaagster op haar verzoek voor een second opinion naar een ander ziekenhuis verwezen. Daar is de situatie van patiënte in een werkgroep besproken en is geadviseerd: “Vervolgen. Bij groei of klachten resectie”. De neuroloog was als lid van deze werkgroep bij dit overleg betrokken. De neuroloog heeft de bevindingen van de werkgroep telefonisch met klaagster besproken en de verwijzend neuroloog van het eerste ziekenhuis schriftelijk op de hoogte gebracht. Klaagster is vervolgens voor verdere behandeling terugverwezen naar het eerste ziekenhuis. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij a) haar – tegen haar uitdrukkelijke wens in – heeft terugverwezen naar het eerste ziekenhuis en dat het tweede ziekenhuis haar niet als patiënt heeft overgenomen en b) dat zij bij de terugverwijzing geen advies heeft gegeven over het risicoprofiel of hoe deze tumor klinisch-radiologisch te vervolgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2763
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:205
De psychotherapeut was de regiebehandelaar van klager bij een GGZ-praktijk. Klagers eigen behandelaar kreeg een andere functie en stopte haar werkzaamheden bij de praktijk. Klager bleef contact met haar zoeken, ook nadat de voormalig behandelaar zei dat ze dat niet wilde en ook de psychotherapeut hem daarop had gewezen. Om die reden ging de praktijk over tot beëindiging van de behandelingsovereenkomst en verwees klager terug naar de huisarts. Klager is van mening dat de psychotherapeut geen dringende reden had voor de opzegging en dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de voortgang van de behandeling. Verder klaagt hij over schending van de geheimhoudingsplicht doordat de psychotherapeut zonder goede grond informatie over klager met collega’s en met de office-manager heeft gedeeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:206 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2830
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:206
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager is ontevreden over de behandeling door de tandarts. Klager verwijt de tandarts dat hij twee niet goed passende protheses heeft, dat hij (de tandarts) een behandeling met implantaten probeerde af te dwingen en dat hij zich in maart 2023 verbaal en fysiek intimiderend heeft gedragen ten opzichte van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2708
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:200
Klacht tegen een klinisch psycholoog (en psychotherapeut). Klaagster is in behandeling gekomen op een polikliniek voor depressies. De klinisch psycholoog was haar regiebehandelaar. Klaagster kan zich niet vinden in de manier waarop hij de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis heeft gesteld. Ook vindt zij dat de klinisch psycholoog de behandeling op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd en, tot slot, dat hij haar op onzorgvuldige wijze heeft doorverwezen voor schematherapie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2831
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:207
Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager is ontevreden over de behandeling door de tandarts. Klager verwijt de tandarts dat hij twee niet goed passende protheses heeft, dat hij (de tandarts) een behandeling met implantaten probeerde af te dwingen en dat hij zich in maart 2023 verbaal en fysiek intimiderend heeft gedragen ten opzichte van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:195 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024.2644
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:195
Klager is strafrechtelijk vervolgd voor (samengevat) het maken en bezit van kinderporno. In dat kader is hij pro justitia psychologisch onderzocht door de gz-psycholoog. Klager vindt dat de gz-psycholoog het onderzoek niet goed heeft uitgevoerd en dat de conclusies die hij heeft getrokken en de diagnoses die hij heeft gesteld onvoldoende steun vinden in de resultaten van het onderzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en de gz-psycholoog de bevoegdheid ontzegt om deskundigenrapportages op te stellen. De gz-psycholoog is het niet eens met dit oordeel en komt hiertegen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege vernietigd voor een deel de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de gz-psycholoog de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2709
- Datum publicatie: 01-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:201
Klacht tegen een psychotherapeut (en klinisch psycholoog). Klaagster is in behandeling gekomen op een polikliniek voor depressies. De psychotherapeut was haar regiebehandelaar. Klaagster kan zich niet vinden in de manier waarop hij de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis heeft gesteld. Ook vindt zij dat de psychotherapeut de behandeling op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd en, tot slot, dat hij haar op onzorgvuldige wijze heeft doorverwezen voor schematherapie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:281 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8490
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:281
Kennelijk ongegronde klacht tegen oogarts, die supervisor was van een AIOS in het vierde jaar van zijn opleiding tot oogarts en bij de behandeling niet betrokken is geweest. De AIOS was bevoegd en bekwaam om het consult met klager zelfstandig te doen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:282 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8752
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:282
Kennelijk ongegronde klacht tegen AIOS oogheelkunde in het vierde jaar van zijn opleiding. Geen aanwijzing dat er iets anders aan de hand was dan de geconstateerde beschadiging van het hoornvlies. Onderzoek was zorgvuldig en adequaat.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8203
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:283
Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater in de kern dat de behandeling kwalitatief onvoldoende was, dat hij haar aan haar lot heeft overgelaten en de ernst van haar klachten heeft onderschat. De psychiater stelt dat op sommige punten ruimte voor enige verbetering was, maar dat hem geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Het college overweegt dat klaagster zowel arts als patiënt was en dat die dubbele rol ingewikkeld kan zijn. Ook bij gezamenlijke besluitvorming had de psychiater zich er bewust van moeten zijn dat de ziekte van klaagster haar beoordelingsvermogen kon beïnvloeden. Dat betekent dat de psychiater er niet zonder meer en niet gedurende een lange periode vanuit kon gaan dat het goed met klaagster ging, zonder haar te zien. Ook in verband met de voorgeschreven medicatie was het nodig om klaagster regelmatig te zien. Klachtonderdelen a en b zijn gegrond. Dat de psychiater vanwege ontstane klachten na het gebruik van medicatie aan een neurologische oorzaak voor de klachten had moeten denken en klaagster eerder dan eind 2020 had moeten verwijzen, kan het college niet vaststellen. Klachtonderdeel c is ongegrond. Klachtonderdeel d, gebrek aan professionaliteit, is deels gegrond voor zoverre het verwijt is dat er te weinig regie en sturing vanuit de psychiater was en dat de psychiater niets heeft gedaan met noodkreten van familie en vrienden van klaagster. Volgt een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8226
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:284
Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater dat hij een rol heeft gespeeld in het faciliteren van labonderzoeken voor zijn broer tevens ex-echtgenoot, die de testresultaten vervolgens gebruikte in een familierechtelijke procedure. Omdat de resultaten onbruikbaar bleken, liep de procedure vertraging op. Dat zorgde voor stress bij klaagster en haar kinderen. Het college oordeelt dat klaagster niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG kan worden aangemerkt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:280 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8614
- Datum publicatie: 28-11-2025
- Datum uitspraak: 28-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:280
Klager uit een veelvoud aan forse, niet onderbouwde en onbegrijpelijke beschuldigingen tegen een oogarts en wordt wegens misbruik van tuchtrecht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7595
- Datum publicatie: 27-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:154
Klacht tegen een GZ-psycholoog grotendeels gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster is lange tijd onder multidisciplinaire behandeling geweest voor haar psychische klachten. Verweerster was gedurende een deel van deze behandeling als regiebehandelaar hierbij betrokken. Klaagster maakt verweerster verschillende verwijten: ten onrechte behandeling beëindigen, onzorgvuldige besluitvorming, niet opstellen behandelplan, verstrekken onjuiste informatie, onheuse bejegening en geen nazorg bieden. Het college oordeelt dat verweerster tekortgeschoten is in de zorg die ze jegens klaagster diende te betrachten door onvoldoende regie te voeren over de behandeling van klaagster en het toewerken naar een zorgvuldige afsluiting en overdracht van de behandeling van klaagster. Het college heeft echter ook oog voor de complexe context waarbij sprake was van een lange wachtlijst, de zwangerschap van klaagster, wisseling van bij klaagster betrokken collega’s en rolverwarring. Het college is ervan overtuigd geraakt dat verweerster lering heeft getrokken uit de gebeurtenissen. Waarschuwing onder deze omstandigheden passend.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2585
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:191
Klager heeft op 3 januari 2022 een ooglaserbehandeling ondergaan. Hij heeft twee maanden daarna last gekregen van droge ogen en pijn. Hij is ontevreden over het vooronderzoek, de informatievoorziening, de nazorg en (de verstrekking van) de verslaglegging. Ook klaagt hij over de behandeling door een niet-BIG-geregistreerde zorgverlener. Klager verwijt verweerder kort gezegd dat hij, al dan niet als medisch directeur, niet heeft gehandeld in overeenstemming met de verantwoordelijkheid die voor hem voortvloeit uit artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek (BW). Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in een deel van de klacht niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat klager wél ontvankelijk is in klachtonderdeel d) i. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel vervolgens ongegrond. Voor het overige sluit het Centraal Tuchtcollege zich volledig aan bij de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en wordt het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2586
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:192
Klager heeft op 3 januari 2022 een ooglaserbehandeling ondergaan. De ingreep is uitgevoerd door een in het buitenland opgeleide arts onder supervisie van de oogarts. Na de ingreep heeft klager last gekregen van droge ogen en pijn. Volgens klager is het vooronderzoek niet juist uitgevoerd, waardoor niet duidelijk is geworden dat hij in een risicogroep viel en de operatie ten onrechte is uitgevoerd. Verder is hij ontevreden over de informatie die hij voor de operatie heeft ontvangen. De risico’s zijn daarin te rooskleurig weergegeven, als gevolg waarvan hij geen weloverwogen keuze heeft kunnen maken. Verder verwijt hij de oogarts dat zij opdracht heeft gegeven aan een onbevoegd en onbekwaam persoon om de ingreep uit te voeren. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft twee klachtonderdelen gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7669
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:134
Ongegronde klacht. Verweerder, bedrijfsarts, wordt verweten zonder basisovereenkomst tussen de arbodienst en de werkgever van klager een verzuimconsult te hebben gehouden. Er heeft geen verzuimconsult en geen vrijwillig consult in het kader van arbeidsomstandigheden plaatsgevonden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:193
De zaak is aangehouden.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7641
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:135
Deels gegronde klacht met waarschuwing. Verweerder, bedrijfsarts, wordt door werknemer verweten dat verweerder onbevoegd een verzuimconsult heeft gehouden zonder basisovereenkomst tussen de arbodienst en de werkgever van klager. Ook wordt verweerder verweten een onjuiste verklaring en onvoldoende informatie over het type consult (arbeidsomstandigheden- of verzuimconsult) te hebben gegeven. Tot slot wordt verweerder verweten dat hij partijdig was en onvoldoende zorg en een onjuiste behandeling zou hebben gegeven, zonder klager te wijzen op het correctierecht en zonder klager inzage te verlenen in de basisovereenkomst.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:194 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850
- Datum publicatie: 26-11-2025
- Datum uitspraak: 26-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:194
De zaak is aangehouden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:277 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8065
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:277
Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. De 7-jarige dochter van klaagster kwam onder behandeling bij de orthopedagoog-generalist vanwege angstklachten. Tijdens het intakegesprek kwam verder naar voren dat er spanningen waren tussen klaagster en haar partner en dat zij gingen scheiden. Klaagster verwijt de orthopedagoog-generalist met name dat zij zich niet neutraal heeft opgesteld ten opzichte van klaagster en haar partner en dat het dossier niet op orde is.Het college oordeelt als volgt. Uit het dossier wordt duidelijk dat er sprake was van een complexe scheidingssituatie waarbij de orthopedagoog-generalist in een ingewikkelde positie terecht is gekomen. Uit het dossier blijkt dat de beide moeders bij voortduring afzonderlijk van elkaar hun kant van het verhaal met (uitsluitend) de orthopedagoog-generalist deelden, terwijl de orthopedagoog-generalist hen uitdrukkelijk had gevraagd om informatie ook onderling met elkaar te delen. Naar het oordeel van het college kan niet worden vastgesteld dat de orthopedagoog-generalist zich ten opzichte van de moeders niet neutraal zou hebben opgesteld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:278 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7770
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:278
Deels gegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager, geboren in februari 2007, is na psychische problemen door de overgang van de lagere naar de middelbare school in april 2021 aangemeld bij de organisatie waar de psycholoog werkzaam is. Namens klager is onder andere aangevoerd dat de behandeling niet goed is verlopen omdat de gz-psycholoog te weinig regie heeft genomen.Het college oordeelt als volgt. Op basis van de informatie waarover het college in deze zaak beschikt is de gz-psycholoog te veel op de achtergrond gebleven. Hierdoor heeft de gz-psycholoog niet gezien dat de communicatie tussen de uitvoerend behandelaar en de moeder van klager niet optimaal verliep. Evenmin is door de gz-psycholoog gesignaleerd dat er het eerste jaar van de behandeling geen contact plaatsvond met de school van klager, terwijl de behandeling mede door de school was geïnitieerd. De gz-psycholoog had in haar rol van regiebehandelaar niet de plicht om die afspraken bij te wonen en al helemaal niet om die afspraken te plannen, maar ze had wel moeten zien dat de afspraken niet plaatsvonden en had daarover overleg moeten voeren met de uitvoerend behandelaar. De rest van de klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:279 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7872
- Datum publicatie: 25-11-2025
- Datum uitspraak: 25-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:279
Deels gegronde klacht tegen een orthopedagoog-generalist. Klager, geboren in februari 2007, is na psychische problemen door de overgang van de lagere naar de middelbare school in april 2021 aangemeld bij de organisatie waar de psycholoog werkzaam is. Namens klager is onder andere aangevoerd dat de behandeling niet goed is verlopen omdat de orthopedagoog-generalist te weinig regie heeft genomen.Het college oordeelt als volgt. Op basis van de informatie waarover het college in deze zaak beschikt is de orthopedagoog-generalist te veel op de achtergrond gebleven. Hierdoor heeft de orthopedagoog-generalist niet gezien dat de communicatie tussen de uitvoerend behandelaar en de moeder van klager niet optimaal verliep. Evenmin is door de orthopedagoog-generalist gesignaleerd dat er het eerste jaar van de behandeling geen contact plaatsvond met de school van klager, terwijl de behandeling mede door de school was geïnitieerd. De orthopedagoog-generalist had in haar rol van regiebehandelaar niet de plicht om die afspraken bij te wonen en al helemaal niet om die afspraken te plannen, maar ze had wel moeten zien dat de afspraken niet plaatsvonden en had daarover overleg moeten voeren met de uitvoerend behandelaar. De rest van de klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2504
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:190
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had dienst op de huisartsenpost. Het dochtertje van klaagster, had hoge koorts. Klaagster nam contact op met de huisartsenpost. De triagiste heeft de huisarts gevraagd om via de beeldbellen te beoordelen of er bij het dochtertje sprake was van sufheid. De huisarts vond dat er sprake was van een ziek meisje, maar dat er geen sprake was van sufheid bij een ernstig ziek kind. De triagiste heeft daarop de urgentie van U3 (er is een reële kans op lichamelijke schade op korte termijn, patiënt binnen enkele uren laten beoordelen) naar U5 (er is geen kans op schade op korte termijn, beoordeling door een arts is niet nodig of kan wachten) gebracht. Het dochtertje is drie dagen later overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar dochtertje niet adequaat heeft beoordeeld en behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat dat de beoordeling door de huisarts via beeldbellen, waarbij alleen kortstondig een beeld van het kind te zien is, de informatie die de triagiste in het triagegesprek van klaagster had gekregen en die door de huisarts was gelezen, niet had mogen overrulen. Het kortstondig kijken naar het beeld had er aldus niet toe mogen leiden dat de urgentie werd afgeschaald van U3 naar U5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7464
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:155
Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Maatregel: berisping. Klager en zijn ex-vrouw hebben twee kinderen. Op enig moment is de – op dat moment 15-jarige – dochter van klager in behandeling gekomen bij verweerster. Gedurende de behandeling heeft verweerster, vanwege zorgen over de situatie van de dochter in de thuissituatie bij klagers (vader en zijn nieuwe partner), een melding bij Veilig Thuis gedaan. De klacht heeft onder meer betrekking op de behandeling van klagers (stief)dochter en de Veilig Thuis melding. Het college komt tot het oordeel dat klagers deels ontvankelijk zijn in hun klacht en voor dat gedeelte de klacht gegrond is. Voor het overige worden klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Het college oordeelt dat verweerster door de wijze waarop en de aard van de gegronde verwijten ernstig is tekortgeschoten in haar verplichtingen als zorgverlener. Daarbij heeft het college de indruk gekregen dat verweerster zich niet voldoende bewust is geweest van de vereiste afwegingen en stappen en te snel – hoe goed bedoeld mogelijk ook – is overgegaan tot het doen van een VT-melding. Ook werden in het behandelplan op een gegeven moment andere doelen opgenomen, waar niet over is gecommuniceerd en klager onvoldoende bij werd betrokken. Berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2961 VZ
- Datum publicatie: 24-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:189
Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verblijft in een TBS-kliniek. De klacht gaat over de behandeling van klager in deze kliniek. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat klager al twee klachten tegen dezelfde zorgverlener heeft ingediend en hij niet duidelijk heeft gemaakt waarin de nieuwe klacht van de eerdere klachten verschilt. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:275 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8349
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:275
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager klaagt namens zichtzelf en zijn inmiddels overleden vrouw die aan de ziekte van Alzheimer leed. Het college oordeelt dat de tandarts niet het verwijt kan worden gemaakt dat zij het welzijn van de patiënte uit het oog heeft verloren door het niet plaatsen van de kroon. Er is tijdig en adequaat gereageerd op de zorgvraag. Het beleid van de nieuwe tandarts afwachten was een verantwoord advies, temeer omdat informed consent voor de door de tandarts voorgestelde behandeling ontbrak. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat klager buitenspel is gezet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:276 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8351
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:276
Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager klaagt namens zichtzelf en zijn inmiddels overleden vrouw die aan de ziekte van Alzheimer leed. Het college oordeelt dat de tandarts niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij het welzijn van de patiënte uit het oog heeft verloren door het niet plaatsen van de kroon. Er is tijdig en adequaat gereageerd op de zorgvraag. Een afwachtend beleid was verantwoord. Daarnaast blijkt niet uit het dossier dat klager buitenspel is gezet. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:274 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8264
- Datum publicatie: 21-11-2025
- Datum uitspraak: 21-11-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:274
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De vulling die door de tandarts is gezet, is volgens het college niet volgens de professionele standaard uitgevoerd. Daarnaast was zij ten onrechte niet aangesloten bij een klachtenregeling op grond van de Wkkgz. Zij heeft voorts onvoldoende blijk gegeven van zelfinzicht. Klacht grotendeels gegrond verklaard, berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8284
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:152
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager verwijt de arts in de penitentiaire inrichting dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen. Het college is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld conform de professionele standaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2764
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:184
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8281
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:153
Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verwijt de tandarts in de penitentiaire inrichting (PI) dat zij klagers pijnklachten niet serieus neemt, een doorverwijzing naar zijn eigen tandarts heeft afgewezen en geen structurele oplossing voor zijn gebitsproblemen biedt. Het college overweegt dat de tandarts adequaat heeft gereageerd op de hulpvraag van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2765
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:185
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2766
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:186
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7677
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149
Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Geen maatregel. Verweerster was als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klaagsters psychische klachten die waren ontstaan na de geboorte van de zoon van klagers. Hierbij is onder meer gesproken over de spanningen tussen klagers. Uiteindelijk is de behandeling op verzoek van klaagster gestopt. Vlak na beëindiging van de behandeling heeft verweerster een melding gemaakt bij Veilig Thuis in verband met zorgen over de veiligheid van hun zoon. Klagers maken verweerster diverse verwijten over de melding. Het college besluit geen maatregel op te leggen ondanks het deels gegrond verklaren van een klachtonderdeel. Het feit dat verweerster alvorens het doen van de melding bij VT niet eerst contact heeft gezocht met klager en hem heeft uitgenodigd voor een gesprek is in deze zaak van onvoldoende gewicht om tot oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel over te gaan. Het gaat om een relatief geringe tekortkoming bij een overigens verder (inhoudelijk) zorgvuldige doorlopen procedure. Daarbij komt dat het afhouden van contact door klagers de situatie extra lastig maakte.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2767
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:187
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2768
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:188
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van hem verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 19
- Volgende pagina zoekresultaten