Zoekresultaten 151-200 van de 1763 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465

    IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7971

    Klacht tegen een bedrijfsarts in opleiding. Ongegrond. De bedrijfsarts in opleiding wordt verweten dat hij het opzettelijk heeft doen voorkomen alsof klaagster zou hebben tegengewerkt bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en re-integratiemogelijkheden, dat hij klaagster na een vertrouwensbreuk niet heeft gewezen op de mogelijkheid contact op te nemen met zijn supervisor en dat hij niet persoonlijk heeft gereageerd op een aansprakelijkheidsstelling. Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De rapportage over het eerste spreekuur gaf feitelijk juist weer dat geen contact tot stand was gekomen en dat daardoor geen beoordeling kon plaatsvinden. Tijdens het tweede spreekuur kon evenmin een beoordeling plaatsvinden, omdat uitsluitend de partner van klaagster het woord voerde en klaagster zelf niet aan het gesprek deelnam. Ook bestond geen verplichting om klaagster actief op de supervisor te wijzen en mocht verweerder het incident tijdens het reguliere supervisieoverleg bespreken. Ten slotte was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de aansprakelijkheidsstelling via de advocaat van de instelling werd afgehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9545

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de betrokkenheid van de psychotherapeut bij de familie van klager. Uit de door klager overlegde mailwisseling tussen hem en de psychotherapeut blijkt dat klager de psychotherapeut een groot aantal vragen voorlegt waarin hij opheldering vraagt over de grenzen tussen diens rol als vriend en als professional, maar klager noemt daarin geen feitelijke handelingen die zouden duiden op tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Ook overigens blijkt naar het oordeel van de voorzitter niet dat er sprake is van handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar hoort te doen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9034

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Gegrond. De bedrijfsarts wordt verweten dat hij in een rapportage aan de werkgever van klaagster medische gegevens heeft opgenomen zonder haar toestemming. Het college oordeelt dat de bedrijfsarts hiermee zijn beroepsgeheim en geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Hoewel de bedrijfsarts de ernst van de problematiek van klaagster wilde benadrukken, had hij dit moeten doen zonder medische kwalificaties of andere vertrouwelijke informatie te verstrekken. Het college rekent de bedrijfsarts aan dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij een kerntaak van zijn beroep en slechts beperkt blijk heeft gegeven van zelfreflectie op zijn handelen. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de ernst van de schending van het beroepsgeheim legt het college de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9009

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter overweegt dat hij op basis van het dossier niet kan vaststellen of aanleiding heeft om te veronderstellen dat de psychiater klaagster onheus of onbehoorlijk heeft bejegend. De psychiater ontkent dat dit zo is en deze beschuldigingen zijn niet concreet toegelicht of onderbouwd. De voorzitter kan bij deze tegenstrijdige lezing van de feiten zonder nadere bevestiging van de lezing van klaagster niet in het nadeel van de psychiater uitgaan van wat klaagster over de bejegening heeft gezegd. Dit betekent dat de voorzitter niet kan vaststellen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9695

    Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10049

    Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8887

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8881

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8883

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8884

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8885

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8886

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932

    Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2904

    Klacht tegen een internist. De echtgenote van klager is gedurende negen dagen opgenomen geweest op de afdeling interne geneeskunde van een ziekenhuis. Daar is een neusmaagsonde geplaatst. Klager verwijt de internist dat zij bij het ontslag uit het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij (a) de patiënte en klager twee uur heeft laten wachten op een ontslaggesprek, (b) de patiënte en klager niet of onvoldoende heeft geïnformeerd over het gebruik van de sonde en de daarmee samenhangende risico’s bij het gebruik, alsmede de voorgeschreven medicatie, en (c) in de zorgoverdracht en een brief aan de huisarts geen of onvoldoende instructie heeft gegeven over het gebruik van de voorgeschreven medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel (b) gegrond en legt aan de internist een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager over klachtonderdeel (c) en het incidenteel beroep van de internist over klachtonderdeel (b).

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8705

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. Klager, de echtgenoot van een patiënte met Alzheimer, verwijt de GZ-psycholoog onder meer dat zij een voorgenomen verhuizing van patiënte heeft geïnitieerd en verzwegen, de familie niet heeft betrokken bij de besluitvorming, buiten het multidisciplinair overleg om heeft gehandeld, onvoldoende uitleg heeft gegeven over de verhuizing en niet in het belang van patiënte heeft gehandeld. Het college oordeelt dat verweerster niet verantwoordelijk was voor de communicatie met de familie of het initiëren van de verhuizing, dat zij heeft gehandeld in samenspraak met de betrokken zorgverleners en dat de overwegingen voor de voorgenomen verhuizing voldoende waren gemotiveerd. Ook is niet gebleken dat zij buiten haar professionele rol is getreden of de belangen van patiënte heeft veronachtzaamd. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8622

    Verwijten aan huisarts dat zij klager niet naar een oogarts maar naar een optometrist heeft gestuurd, dat zij klager niet zelf heeft uitgenodigd op haar spreekuur, dat zij zijn klachten niet serieus heeft genomen, dat zij onvoldoende heeft gedaan om ervoor te zorgen dat klager eerder bij de oogarts terecht kon en dat zij achteraf haar fout niet heeft erkend. De klacht is in zoverre gegrond, dat de huisarts in de door klager in een herhaald e-consult geuite klachten aanleiding had moeten zien om contact met klager op te nemen, hetzij telefonisch hetzij door hem uit te nodigen op het spreekuur, om die klachten uit te vragen en deugdelijk te kunnen beoordelen of een verwijzing met spoed alsnog in de rede lag. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:129 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9186

    Klaagster verwijt huisarts dat hij heeft geweigerd haar zoontje van acht jaar naar de oogarts te verwijzen en dat hij klaagster (in aanwezigheid van haar kinderen) respectloos en intimiderend heeft benaderd en hen zonder reden naar buiten heeft geduwd. De juistheid van het medisch dossier geldt voor het college in beginsel als uitgangspunt voor de beoordeling van een klacht. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen op basis waarvan het college kan concluderen dat hetgeen de huisarts over het consult en de (wijze van) communicatie in het medisch dossier heeft genoteerd, onjuist is. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7425

    Huisarts heeft klager eenmalig op consult gezien in de Penitentiaire Inrichting wegens knieklachten. De huisarts heeft klager verwezen naar de fysiotherapeut. Klacht over nalatig handelen, te weten onvoldoende informatie over de behandeling, risico’s en eventuele andere mogelijkheden, en ten onrechte geen verwijzing naar het ziekenhuis, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9389

    Klacht van IGJ over huisarts over langdurig, structureel en ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënte tijdens behandelrelatie van 25 jaar. Huisarts erkent dat tussen hem en de 22 jaar jongere - kwetsbare - patiënte een vriendschappelijke relatie is ontstaan, die is overgegaan in een ruim drie jaar durende seksuele relatie. De huisarts heeft met deze relatie de professionele grenzen ernstig overschreden. Hij heeft zich door de bijzondere kwetsbaarheid van patiënte niet laten weerhouden. Hij was zich bewust van de ongeoorloofdheid van deze relatie, maar heeft de relatie jarenlang laten voortduren en steeds intensiever laten worden, totdat hij zelfs bewust heeft afgezien van anticonceptie en patiënte zwanger van hem is geworden. De huisarts heeft de behandelrelatie laten voortbestaan, totdat patiënte vijf jaar na het einde van de relatie zelf naar een andere huisarts is overgestapt. Het college beschouwt de handelwijze van de huisarts als bijzonder kwalijk. De kans op herhaling lijkt klein, nu de huisarts de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en zijn praktijk inmiddels heeft beëindigd. Ondanks dat hij stelt dat hij niet meer als arts werkzaam wil zijn, heeft de huisarts zich echter niet uit het BIG-register laten uitschrijven. De door de huisarts aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om met een lichtere maatregel dan de maatregel van doorhaling te volstaan. Het college ziet verder aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening de bevoegdheid van de huisarts te schorsen om de aan de inschrijving in het register verbonden bevoegdheden uit te oefenen en om de huisarts, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht te ontzeggen om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9315

    Klacht van patiënt tegen radioloog kennelijk ongegrond. Verwijt dat de radioloog een MRI-scan van de prostaat van klager in 2017 niet zorgvuldig heeft beoordeeld. De radioloog heeft aangevoerd dat hij de beelden zorgvuldig heeft beoordeeld waarbij de kans op klinische prostaatkanker onwaarschijnlijk was, aan de hand van PI-RADS versie 2 (uit 2015).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:180 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9292

    Ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. De anesthesioloog was betrokken bij de anesthesie tijdens de totale heup prothese operatie van klaagster. Klaagster kreeg een ruggenrpik en aansluitend sedatie met propofol. Het is niet gebleken dat vooraf is gesproken over een minimale of lagere dosering, zoals klaagster stelt. Er zijn geen aanknopingspunten voor het verwijt dat klaagster een te hoge dosering sedatie is toegediend of anderszins onzorgvuldig handelen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9492

    Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klaagster bezocht de tandarts diverse keren in verband met pijnklachten. Uiteindelijk moest er een kies verwijderd worden. Klaagster verwijt de tandarts, samengevat, nalatigheid, onvoldoende informatieverstrekking en het niet serieus nemen van de klachten van klaagster. Het college oordeelt dat de tandarts klaagster voldoende heeft voorgelicht en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:181 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8540

    Deels gegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klaagster is door de anesthesioloog behandeld voor chronische pijnklachten bij long-covid. Er is door de anesthesioloog geen medisch dossier overgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat de anesthesioloog een (nadere) anamnese heeft verricht. Verder ontbreekt ook elke rapportage over de behandeling van klaagster, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake was van adequate monitoring, ook voor wat betreft de wijze van toediening van medicatie is adequate monitoring aangewezen. Klacht deels gegrond, berisping met publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:177 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8701

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij geweigerd heeft om haar te verwijzen voor nader onderzoek naar autisme. Het college acht het gezien de bevindingen verdedigbaar dat verweerster de nadruk legde op de behandeling van trauma. Uit de e-mails van klaagster leek ook te volgen dat zij dit begreep. Wel was het beter geweest als verweerster nog de tijd had genomen om de verwijzing duidelijk door te spreken met klaagster, maar dit is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9633

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige in strijd te hebben gehandeld met de door haar te verlenen zorg door zonder collegiaal overleg en zonder dat dit was voorgeschreven een van huis meegebrachte keelspray (die over de datum was) te geven aan een cliënt. Ook verwijt de IGJ de verpleegkundige zonder overleg met een arts en in afwijking van het medicatiebeleid een hogere dosering medicatie aan een cliënt toe te dienen en dit op onjuiste wijze af te tekenen. De klacht is deels gegrond. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige door zonder overleg met een arts of collega’s haar eigen koers te varen, niet in het belang van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:179 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9606

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster was na ontslag uit het ziekenhuis na een wortelblokkade voor rug- en beenklachten nog voor nazorg opgenomen. Daar verergerden de klachten aan haar been. Het verwijt aan de verpleegkundig specialist is dat zij geen adequate zorg heeft verleend toen klaagster ook last kreeg van uitvalsverschijnselen. Het college oordeelt dat gebleken is dat de verpleegkundig specialist niet op de hoogte was van de verslechterde gezondheidssituatie van klaagster, maar dat dit niet aan de verpleegkundig specialist te wijten is. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2926

    Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega-dermatoloog van de dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd op huidziekten.nl over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde eindoordeel, omdat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. Het beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9434

    Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt de psychiater dat zij kort na het beëindigen van een professionele relatie met een cliënt een intensieve persoonlijke en seksuele relatie is aangegaan, zonder een passende afkoelingsperiode in acht te nemen. Het college oordeelt dat de psychiater de professionele grenzen ernstig heeft overschreden. Zij is een intensieve persoonlijke en seksuele relatie met een cliënt aangegaan, zeer kort na het professionele contact, en heeft dit enige tijd te laten bestaan. Het college weegt bij het opleggen van een maatregel mee dat de psychiater onvoldoende reflectie heeft getoond, haar handelen niet tijdig heeft besproken binnen haar intervisiegroep en zich niet toetsbaar heeft opgesteld in de procedure door niet ter zitting te verschijnen. Omdat de psychiater zich inmiddels uit het BIG-register heeft uitgeschreven, ontzegt het college haar het recht om opnieuw in het BIG-register te worden ingeschreven. Mocht zij ten tijde van de uitspraak opnieuw zijn ingeschreven, dan wordt haar inschrijving doorgehaald.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8913

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9081

    Klacht tegen psychiater deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat zij zonder toestemming bijzondere persoonsgegevens van klaagster en haar familieleden heeft verwerkt, privacygevoelige en niet-relevante informatie in een psychiatrisch expertiserapport heeft opgenomen, onjuiste en subjectieve interpretaties heeft weergegeven en niet heeft gehandeld overeenkomstig de professionele standaard. Het college oordeelt dat klachten over de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens en de naleving van de AVG niet tot de bevoegdheid van het tuchtcollege behoren, zodat klaagster in die klachtonderdelen niet-ontvankelijk is. Voor het overige oordeelt het college dat de psychiater de relevante informatie mocht betrekken bij haar beoordeling, dat het aan haar deskundigheid is om de relevantie van die informatie vast te stellen en dat het rapport voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de opgenomen informatie onjuist, subjectief of irrelevant was of dat de psychiater buiten de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9458

    Grotendeels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster was naar de fysiotherapeut verwezen in verband met radiculaire klachten aan haar rechterbeen. Na afloop van het behandeltraject is bij klaagster een diagnose spinaal meningeoom gesteld. Het valt de fysiotherapeut te verwijten dat hij zonder een duidelijke diagnose en behandelplan klaagster is gaan behandelen en de behandeling in een complexe situatie voor het overgrote deel door stagiaires heeft laten uitvoeren die hij onvoldoende heeft gesuperviseerd. De fysiotherapeut had meer regie moeten voeren. Hij had in ieder geval de behandeling moeten overnemen toen bleek dat de klachten verergerden en hij had klaagster vervolgens moeten terugverwijzen naar de huisarts. Ook was de verslaglegging onzorgvuldig en heeft de fysiotherapeut nagelaten het medisch dossier digitaal aan klaagster te verstrekken. Berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9119

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een hartinfarct gehad. Zij verwijt de huisarts dat in de periode daaraan voorafgaand onvoldoende onderzoek is verricht naar de aanhoudende klachten van klaagster, waardoor er te laat een diagnose (essentiële trombocytose) is gesteld. Het college oordeelt dat de huisarts gelet op de toen beschikbare informatie de juiste vervolgonderzoeken heeft ingezet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8719

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster bezocht in januari 2024 de tandarts vanwege cariës in element 35. Ruim een jaar later bleek dat de destijds geplaatste vulling eruit was. Klaagster werd in maart 2025 behandeld door de mondhygiënist en er werd een vulling geplaatst (1 vlaks composiet). Klaagster bleef klachten houden en verwijt de tandarts, samengevat, dat de mondhygiënist dit niet zonder supervisie had mogen doen en dat zij onheus bejegend is door de tandarts. Het college oordeelt dat tandarts er geen blijk had gegeven dat hij op de hoogte was van de beperkingen die gelden ten aanzien van de bevoegdheid van de mondhygiënist bij het zelfstandig vullen van cariës en legt de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8869

    Ouders klagen mede namens hun minderjarige zoon tegen een verpleegkundige die betrokken was bij een intake en vervolggesprekken over hun zoon. Verwijten over bewoordingen in het dossier, bewoordingen die bij het informatie delen met een basisschool en bejegeningsklacht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3091

    Klacht tegen een internist. Klaagster is gedurende ruim een jaar in verband met een afwijkend bloedbeeld bij de internist in behandeling geweest. Het vinden van de oorzaak van het afwijkende bloedbeeld bleek een complexe zoektocht. Klaagster verwijt de internist dat zij gedurende de behandeling op een groot aantal punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege acht alle klachten ongegrond, met uitzondering van klachtonderdeel b over een voorschrijffout. Aan de internist wordt geen maatregel opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen de ongegrondverklaring van de verschillende klachtonderdelen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9534

    Gegronde klacht van IGJ tegen verpleegkundige. Seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens patiënt. Maatregel: verbod tot wederinschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9073

    Klacht tegen een tandarts. Deze tandarts was betrokken bij de zorg aan klaagster. Klaagster had implantaten gekregen en zij verwijt de tandarts – kort gezegd - onheuse bejegening en dat hij ten onrechte niet ingreep toen de behandeling van zijn collega ontoereikend bleek. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2925

    Klager kwam op het spreekuur van de polikliniek psychodermatologie van het AMC. Klager stelt zich op het standpunt dat door de dermatoloog een onjuiste diagnose is gesteld, er geen gedegen onderzoek is verricht en dat hij is weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9214

    Klacht tegen een psychiater. Gegrond. De psychiater wordt verweten dat hij na afloop van een behandelrelatie uit eigen beweging contact heeft gezocht met een voormalig patiënte (klaagster), met haar een persoonlijke en vervolgens seksuele relatie is aangegaan en haar heeft verzocht dit contact geheim te houden. Het college oordeelt dat de psychiater ernstig tekort is geschoten in de zorgvuldigheid die van hem als hulpverlener mocht worden verwacht. Gezien de aard, duur en intensiteit van de eerdere behandelrelatie, de ernstige en langdurige psychiatrische problematiek van klaagster en haar kwetsbare positie, had de psychiater zich moeten onthouden van niet-professioneel contact. De psychiater heeft de afhankelijkheidsrelatie en de ongelijkwaardige positie onvoldoende onderkend en zijn eigen behoeften laten prevaleren boven die van klaagster. Het college rekent de psychiater bovendien aan dat hij onvoldoende inzicht en diepgaande reflectie heeft getoond op de achtergronden van zijn handelen en het risico op herhaling. Gelet op de aard, ernst, duur en omvang van het grensoverschrijdende gedrag legt het college de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8849

    Deels gegronde klacht tegen een (cosmetisch) arts. Naar het oordeel van het college is er sprake geweest van onzorgvuldige nazorg na de eerste interventie (bij de eerste nabloeding). De tijd die de arts heeft aangehouden voor het monitoren van klaagster wordt door het college beoordeeld als te kort. Dit geldt te meer, nu sprake was van een hematoom/nabloeding op een zeer kwetsbare plek in het hoofd- halsgebied en een dergelijke bloeding kan leiden tot stikken en overlijden. Daarnaast heeft de arts klaagster onvoldoende geïnformeerd over de nazorg. Ten aanzien van de bekwaamheid overweegt het college als volgt. Hoewel de arts hier meerdere keren concreet naar is gevraagd, heeft zij niet inzichtelijk kunnen maken waar haar opleiding nu concreet uit bestond. De arts heeft het college niet weten te overtuigen van haar bekwaamheid ten opzichte van de lipolaserbehandeling. Volgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3225 VZ

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een forensisch milieuonderzoeker. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat het op basis van de wet niet mogelijk is om een tuchtklacht te behandelen tegen een zorgverlener die niet is opgenomen in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3142 VZ

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts is werkzaam bij een grote huisartsenpraktijk. Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier huisartsen van deze praktijk. Klaagster is niet tevreden over de zorgverlening door de praktijk. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat het klaagschrift van klaagster niet voldoet aan de wettelijk vereisten. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg over een door haar in opdracht van de rechtbank opgemaakt deskundigenrapport. Klager is het niet eens met de manier waarop dit rapport tot stand is gekomen. Hij verwijt de orthopedisch chirurg onder meer dat zij niet met de second opinion-arts in overleg is getreden en dat zij niet onpartijdig was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 Verzet

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Klacht tegen GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft zorg verleend aan klager. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat tijdens de procedure is gebleken dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het opgelegde contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog en dus dat sprake is van misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.